HOLLAND FESTIVAL THE W ASP FACTOR Y BEN FROST

holland festival
ben frost
the wasp factory
Info
inhoud / content
Info, credits
data / dates
zo 22, ma 23 juni 2014
Sun 22, Mon 23 June 2014
locatie / venue
Muziekgebouw aan ’t IJ
aanvang / starting time
20.30 uur
8.30 pm
duur / running time
1 uur 30 minuten, zonder pauze
1 hour 30 minutes, no interval
taal / language
Engels met Nederlandse boventiteling
English with Dutch surtitles
inleiding / introduction
door by Remco Schuurbiers
19.45 uur
7.45 pm
meet the artist
met with Ben Frost
zo 22.6, na de voorstelling
Sun 22.6, after the performance
moderator Remco Schuurbiers
websites
www.thewaspfactory.is
www.ethermachines.com
3
nederlands
Mission Impossible:
van de The Wasp Factory een opera maken
David Pountney
4
De gekwetste mens
Ben Frost in gesprek met
prof. dr. Reinhard Haller
6
Biografieën9
english
Mission impossible: How to turn The Wasp
Factory into an opera
David Pountney
13
The Hurt Creature
A conversation with Ben Frost and
prof. dr. Reinhard Haller16
Biographies19
CREDITS
libretto
David Pountney, gebaseerd op de gelijknamige roman van based on the novel by Iain Banks
regie, muziek / direction, music
Ben Frost
toneelbeeld / set design
Mirella Weingarten
kostuums / costumes
Boris Bidjan Saberi
licht / light
Lucy Carter
2
3
geluid / sound
Daniel Rejmer
uitgevoerd door / performed by
Lieselot De Wilde, Jördis Richter, Mariam
Wallentin
uitvoering muziek /
music performed by
Reykjavik Sinfonia, strijkkwintet string
quintet
coregie / associate director
Sasha Milavic Davies
technische leiding / technical
director
Jörg Schildbach
lichttechniek / light technician
Thomas Schmidt
assistent toneel en kostuums /
assistant stage and costumes
Gabi Bartels
productieleiding / production
management
Elisabeth Knauf
productie / production
HAU Hebbel am Ufer, Laura Berman_Next
coproductie / coproduction
Royal Opera House, Holland Festival
in opdracht van / commissioned by
Kunst aus der Zeit / Bregenz Festival
met steun van / with support by
Hauptstadtkulturfonds Berlin, Nordic
Culture Point
wereldpremière / world premiere
Bregenz, 1.8.2013
Mission Impossible:
van de ‘The Wasp Factory’
een opera maken
Toen de Bregenzer Festspiele Ben Frost vroeg
een muziektheaterwerk te schrijven, vertelde
hij dat hij The Wasp Factory van Iain Banks als
uitgangspunt had willen nemen, maar dat van
dit boek geen libretto gemaakt kon worden.
Meer aanmoediging had ik niet nodig.
In principe had Frost gelijk: het is onmogelijk. Een roman heeft vaak één vertelinstantie, maar een libretto heeft dialogen nodig.
Hoe doe je dat bij The Wasp Factory, dat
voor 95 procent verteld wordt in het hoofd
van de gestoorde jongen Frank? In het boek
wordt een ingewikkeld genderspel gespeeld.
Dat kan prima werken in een film, maar zodra iemand gaat zingen, hoor je onmiddellijk
of het een man of een vrouw is. Daarnaast
is het ondoenlijk de wespenfabriek zelf goed
neer te zetten op het podium. Die wespenfabriek is een ingewikkelde en macabere
machine, een soort geperverteerd poppenhuis met z’n kleine potjes urine, brandende
luciferdoosjes en doolhofachtige mechaniekjes. Zo’n miniatuur kan op film heel leuk zijn,
maar op het toneel werkt het niet.
Gelukkig loste Frost de eerste twee problemen zelf al op. In het muziekconcept had
hij de tekst verdeeld over drie vrouwen. Op
die manier konden de monologen worden
omgewerkt tot dialogen. In het genderthema
was Frost niet geïnteresseerd: in het feit dat
de personages over drie vrouwen verdeeld
zouden worden, lag al een hoge abstractiegraad besloten. Ik wist dus al dat de wespenfabriek niet te zien hoefde te zijn.
Kortom: mijn taak was om het verhaal zo
bondig en zo duidelijk mogelijk te vertellen,
en het libretto een dramatische structuur
te geven. Het verhaal bevat gedetailleerde
beschrijvingen van drie moorden. Normaal
zouden dergelijke uitweidingen het libretto
te zwaar maken, maar hier definiëren de
zorgvuldig uitgekiende methodes het personage van deze jonge seriemoordenaar.
Het tempo en de structuur van een roman
zijn anders dan die van een opera, en deze
verschillen werken door tot in de zinsstructuur en de woordkeuze. Aangezien de
muziek de woorden uitrekt, zijn bijzinnen
taboe – jammer dat Wagner dat nooit heeft
beseft. Verdi noemde zijn concept ‘parola
scenica’: een levensechte uiting die als geconcentreerde essentie door de muziek wordt
ingekapseld.
Banks kleedt in The Wasp Factory Franks
fantasiewereld in een wagneriaanse taal.
Frank zegt: ‘To be mastered, the world must
be named’, en dan volgt een gedetailleerde
beschrijving van zijn bezittingen: mijn katapult: de zwarte vernietiger; mijn fiets:
grit; mijn schep: stoutsteker; de cirkel
van de bom; de scheermesjesgalerij; de
wespenfabriek, enzovoort... Niet zo heel
anders dan Brünnhilde en haar paard Grane,
of Siegfried met zijn zwaard Nothung. Hier
krijgen de namen – net als de exotische
plaatsnamen in de poëzie van Brecht
(Alabama, Benares, Bilbao) – een grafische kracht die losstaat van hun betekenis.
Dergelijke opsommingen kunnen muzikale
statements worden. Zo vangen ze Franks
obsessieve fantasieën en volgen ze de kenmerken van Verdi’s parola scenica.
Frost kon zich aan de hand van het
libretto verbinden met de unheimische
thematiek van The Wasp Factory, zonder iets
te hoeven uitleggen. Van de complexe psychologische verkenning in het boek moest
het libretto net genoeg laten zien om het
publiek de plot te laten volgen. Ik heb
gestreefd naar een verbaal skelet waarop de
muziek het vlees zou zijn. ‘Laat ruimte voor
de muziek’, is het motto van de librettist.
4
Mijn ambities als librettist zijn bescheiden
– en literaire kwaliteiten leiden niet altijd
tot goede libretti. De grootste was Mozarts
librettist Lorenzo da Ponte, die een perfecte
balans nastreefde tussen een ongehinderde
informatieoverdracht en een lyrische expressie, binnen de structuur van recitatief en aria.
Eind 19e eeuw maakten literaire reuzen
hun entree in het medium. Het resultaat
was niet altijd even geslaagd. Verdi werd
bij Simon Boccanegra, Otello en Falstaff
door zijn librettist Arrigo Boito tot nieuwe
hoogten geïnspireerd, maar bij Hugo von
Hofmannsthal – jarenlang de vaste librettist
van Richard Strauss – zien we dat literaire
ambitie ook negatief kan uitpakken. Von
Hofmannsthal schreef heel gecompliceerd.
Strauss verloor zichzelf graag in verfraaiingen, en deze slechte gewoonte werd
aangemoedigd door Von Hoffmansthals
libretti die als een art-nouveauschilderij waren opgesierd met literaire krullen. Later had
ook Auden briljante libretto-ideeën, die in de
uitvoeringen verloren gingen omdat ze leden
aan een complexiteit die dodelijk is voor een
libretto. En tegenwoordig krijg je pijn in je
nek als je die overbodige woordenbrij op de
boventiteling leest.
De grootste 20e-eeuwse librettist was
een componist: Janácˇek. De gedrevenheid
waarmee hij zijn tekstbronnen toetakelde,
is zelfs grafisch terug te zien in de krachtige
pennenstrekken waarmee hij, zoals in
Dostojewski’s Uit het dodenhuis, onhandelbaar materiaal terugbrengt tot operaformaat.
In Het sluwe vosje transformeert hij een
krantencartoon tot een diepzinnig-komische
meditatie over de cyclus van leven en dood:
een excellente proeve van zijn librettokunst.
In slechts negentig minuten bereikt hij een
complete wagneriaanse wereldbeschouwing.
5
Benjamin Britten daarentegen koos voor
zijn libretti gruwelijke derderangsschrijvers,
die onderwerpen als onverdraagzaamheid,
uitbuiting en wreedheid omwikkelden met
bleke en verbloemende taal. Britten was een
binnenvetter, en alleen via de muziek kon hij
de confrontatie aan met de wreedheden van
zijn personages. Hij koos schrijvers die de
ware aard van zijn onderwerp maskeerden
– iets wat hij zichzelf nauwelijks durfde toe
te geven. En misschien deed hij er ook goed
aan; de toenmalige maatschappij had een
al te uitgesproken versie van de boodschap
waarschijnlijk niet geaccepteerd.
Brittens opera’s bewijzen dat goede
muziek altijd triomfeert over een zwakke
tekst, maar als de librettist een robuust skelet
aanreikt, kan dat de componist mogelijk
inspireren tot geweldige muziek. Het zou
mooi zijn als dit libretto het resultaat was
van lange en intieme uitwisselingen met
‘Banksie’ (zoals Iain Banks zijn berichten
ondertekent), maar in werkelijkheid heb ik
slechts één e-mail van hem gekregen, met
enkele aanmerkingen. Die heb ik verwerkt,
met het volgende fiat van de grote auteur als
resultaat:
‘Wel, David Pountney denkt er duidelijk
goed over na, dus ik ben al blij dat ik die
paar dingen naar voren heb kunnen brengen.
Daar wil ik het maar bij laten. Uiteindelijk is
dit de voorstelling van hem en Ben Frost, en
wat mij betreft mogen ze hun gang gaan.
Met de allerhartelijkste groeten, Banksie’.
David Pountney
The Guardian, zaterdag 21 september 2013
De gekwetste mens
ben frost in gesprek met
prof. dr. reinhard haller
Ben Frost (BF): Hoe zeldzaam is het eigenlijk dat kinderen een moord plegen?
Prof. dr. Haller (H): Dat is eigenlijk heel erg
zeldzaam, en dat geldt vooral voor hoe dat
beschreven is in de roman, waarin een kind
meer dan één persoon vermoordt. Wat het
verhaal wel bevat, is een waaier aan psychologisch en psychodynamisch materiaal dat
kenmerkend is voor de ontwikkeling van een
seriemoordenaar. Dit is het verhaal van een
autistisch kind. Zijn moeder heeft het gezin
verlaten, zijn vader heeft zich teruggetrokken
omdat hij psychisch gestoord is, en Frank
leeft op een manier die we associëren met autisme. In zijn tienerjaren zal hij waarschijnlijk
een borderline autismestoornis ontwikkelen.
BF: Bij de diagnose van autisme is er altijd
een grijs gebied. Er zijn immers geen duidelijk waarneembare fysieke verschijnselen zoals bij het downsyndroom bijvoorbeeld wel
het geval is. Autisme is een tamelijk abstracte
aandoening, en de vaststelling is toch altijd
enigszins subjectief.
H: Ja, maar wat hier belangrijk is, is het psychopathologische aspect: een autistisch persoon is iemand die zich volledig terugtrekt
in zijn eigen wereld. In de roman wordt dit
gesymboliseerd door het afgesloten eiland
dat Frank verdedigt tegen de buitenwereld
en waar hij de rol aanneemt van een absoluut
despoot. Hij laat daar niemand binnen.
BF: Wat ik het meest schokkend vind zijn
niet zozeer de verschillen in de manier
waarop Frank interacteert met zijn wereld,
maar dat hij in bepaalde opzichten erg lijkt
op mij en mijn jeugdervaringen. Ik herinner me nog heel goed dat ik in oorlog was
met mijn omgeving – zelfgemaakte explosieven, wapens gemaakt van boomtakken,
vuren ontsteken, gedetailleerde fantasieën,
katapulten, brievenbussen opblazen… In de
achtertuin van mijn grootmoeder was een
plek waar mijn broer en ik onze fietshelmen opzetten om tegen de sukkels uit die
buurt ten strijde te trekken, gewapend met
zelfgemaakte pijl-en-boog en met speren,
en van top tot teen gecamoufleerd met modder en bladeren. Toen ik dit boek voor de
eerste keer las, herkende ik zoveel aspecten
in de manier waarop Frank omging met
zijn wereld dat ik mij echt verbond met zijn
persoonlijkheid.
H: De kern van The Wasp Factory wordt
gevormd door enerzijds aspecten die je zou
kunnen interpreteren op een dieper psychologisch niveau, en anderzijds door aspecten die
je zou kunnen begrijpen op een symbolisch
of archaïsch niveau. In de familie van Frank
zijn er verscheidende gevallen van schizofrenie of wanen, van paranoia zou je kunnen
zeggen. En bij Frank zie je dezelfde risicofactoren als bij de meeste seriemoordenaars.
BF: Ja, en dat is ook precies mijn punt: ik ben
geen seriemoordenaar. Mijn familie is niet
vrij van laten we zeggen ‘bijzondere persoonlijkheden’. Mijn beide ouders waren hooggekwalificeerde politiemensen, en allebei
hielden ze zich bezig met het onderzoeken
van soms zeer ernstige misdaden. Vaak ging
het om moord, en ook een aantal keren om
bijzonder duistere gevallen van seksueel misbruik. Ongewild was ik als kind blootgesteld
aan soms behoorlijk ongeschikte zaken. Dus
waar ligt die grens? En wat weerhoudt mij
of anderen met soortgelijke jeugdervaringen
ervan die grens over te steken?
6
H: Dat is de vraag waar het om gaat, en waarop we nog steeds geen antwoord hebben. Er
zijn wereldwijd zo’n vierhonderd seriemoordenaars bekend, en 120 daarvan zijn nog niet
gepakt. We kunnen niet met zekerheid bepalen wat het precies is dat deze mensen aanzet
tot hun daden. We kennen wel de risicofactoren: een ontbrekende moeder, een opvoeding
die gekenmerkt wordt door verwaarlozing,
belast zijn met psychische stoornissen, en gedragsstoornissen tijdens de kindertijd zoals
het martelen van dieren, brandstichting of
van huis weglopen. Een andere belangrijke
factor is een syndroom dat karakteristiek is
voor seriemoordenaars, namelijk kwaadaardig narcisme zoals beschreven door de New
Yorkse psychoanalyticus Otto Kernberg.
Volgens hem is dit een persoonlijkheidsstoornis die alle seriemoordenaars gemeen
hebben, en het is zonder meer ook van
toepassing op alle gevallen die ik zelf heb
geanalyseerd. Het zijn sadisten, mensen die
seksueel genot ontlenen aan het martelen van
anderen. Als kind martelen ze dieren, iets
dat Frank ook doet. Dit is een indicatie voor
ernstig sadisme: seksueel genot ontlenen aan
het martelen van andere menselijke wezens.
Dat is het eerste element dat in de roman van
Banks beschreven wordt.
Het tweede is het absolute gebrek aan empathie: het autistische aspect. Het derde is het
verlangen macht uit te oefenen over anderen,
de wens te domineren, het lot van een ander
te bepalen, te beslissen of die ander leeft
of sterft. Dat is waarom Frank zijn eigen
speciale wereld heeft gecreëerd.
BF: Frank rechtvaardigt al deze daden. Hij
erkent dat het vermoorden van een driejarig
meisje verkeerd is, maar hij rechtvaardigt het
via het geloofssysteem dat hij heeft geschapen. De wespenfabriek is zijn godsdienst.
H: Ja, zo zou ik het ook duiden. Frank was
als kind een typische autist, en het afgesloten
eiland is daarvoor een duidelijke indicator. Maar later ontwikkelt hij iets dat ook
kenmerkend is voor autisme: borderline persoonlijkheidsstoornis. En dat is het centrale
thema in de roman: is Frank nog normaal
of is hij al gestoord, is hij al schizofreen?
Franks halfbroer Eric staat symbool voor
de ziekte, de waanzin waartoe ook Frank
gedoemd is. Eric ontsnapt uit de inrichting
voor geesteszieken, en dat hangt gedurende
het hele verhaal in de lucht. Dan betreedt
Eric het toneel met een klap die symbolisch
het beslissende moment markeert: of Frank
echt gestoord wordt, of dat hij greep krijgt
op de dingen.
BF: Ik vind het interessant dat jij Eric leest
als een symbool. Toen ik het boek voor het
eerst las, nam ik aan dat Erik niet een echt
persoon was, maar meer een soort manifestatie. Er is denk ik één cruciale zin in het boek
waarin Banks dit in bedekte termen kenbaar
maakt aan de lezer. Dat is als Eric aan de telefoon is met Frank en zegt: ‘niemand hoeft
te slapen, ik slaap tegenwoordig nooit, op
die manier kan ik de wacht houden en ervoor
zorgen dat niemand je besluipt.’ Dat gebruik
van ‘je’ – en niet ‘me’ – verandert alles.
H: Ja, dat lijk mij ook. Eric staat voor de
dreigende waanzin.
BF: Hoe vaak kom jij het tegen dat deze karakteristieken verknoopt zijn met problematiek die gerelateerd is aan seksuele identiteit
of gender?
H: Dat is in werkelijkheid een zeldzaam
fenomeen. Onder de vierhonderd gevallen
die ik heb bestudeerd waren er misschien
twee of drie waarbij de door jou genoemde
7
genderkwestie relevant was.
In een diepere psychologische duiding
is het een verhaal over het vinden van je
identiteit. In dat opzicht is er een gelijkenis
met Richard Wagners Parsifal. Nu is Frank
genetisch gezien een vrouw, en ondanks
de chemische castratie blijft hij in de kern
een vrouw. Hij probeert het verlies van zijn
genitaliën te compenseren met het gebruik
van wapens, met het bouwen van brandstofbommen en door mensen aan te vallen
met zijn katapult. Ik denk dan ook dat dit
verhaal gaat over iemand die zijn identiteit
niet gevonden heeft, en dat de verkeerde
sekse daar het symbool van is. Het gaat
over iemand die zijn weg moet vinden door
dit psychoanalytisch doolhof vol sadisme,
wreedheden en negatieve fantasieën. Hijzelf
noemt zijn daden – het martelen van dieren,
de moorden – een fase in zijn ontwikkeling,
en hij zegt dat hij nooit opnieuw een ander
mens zal doden.
De kwaadaardige narcist, de seriemoordenaar, is paranoïde. Hij is extreem wantrouwend, en dat is de reden dat hij zijn daden
zo nauwgezet plant en zichzelf probeert te
beschermen – zoals Frank doet door op zijn
eiland te patrouilleren. Dat is ook de reden
dat zo iemand moeilijk te pakken is: hij
handelt niet impulsief en maakt geen vergissingen. Hij doordenkt en plant alles heel
zorgvuldig, zoals een spion in een vreemde
stad iedereen ervan verdenkt een vijand te
zijn. Dat is wat hem zo gevaarlijk maakt.
BF: Het hele traject van de menselijke evolutie is dat we steeds verder af komen te staan
van ons dierlijke zelf, van iets dat verbonden
is met de aarde, met de natuur, iets dat op
een of andere manier wreed is en hardvochtig
en zonder empathie. Is de toekomst zonder
moord?
H: Op mondiaal niveau zien we inderdaad
ieder jaar een daling van het aantal moorden.
Seksmoord op kinderen is bijvoorbeeld heel
zeldzaam geworden; het is nu nog maar
1 procent van het aantal gevallen in 1950.
BF: Maar de aard van de misdaden is veranderd?
H: De moderne moordenaar is niet langer
een sadist, seksueel afwijkend of een psychopaat. Tegenwoordig is het de gekwetste
mens. Mensen zijn heel makkelijk emotioneel te kwetsen, en dat is iets dat we vaak
over het hoofd zien. De trend lijkt tegenwoordig dat je ‘cool’ moet zijn – dat wil zeggen zonder emotie – maar in werkelijkheid
zijn wij mensen extreem kwetsbaar. Met
betrekking tot seriemoordenaars zoals de
‘schoolschieters’ weten we bijvoorbeeld dat
het gevoel buitengesloten te zijn de belangrijkste risicofactor is. Deze mensen hebben
het gevoel dat ze niet serieus genomen worden of dat ze niet gerespecteerd worden. En
dan willen ze één moment belangrijk zijn: ze
willen de wereld laten zien wat ze hebben. Ze
willen dat het grote ‘net’ een moment lang
de adem inhoudt. Ze willen vijftien minuten
beroemd zijn.
Prof. dr. med. Reinhard Haller is psychiater
en psychotherapeut en een van de meest
gerenommeerde forensisch psychiaters van Europa.
Hij was als expert betrokken bij verschillende
nationale en internationale rechtszaken en schreef
beschouwingen over beroemde zaken als de
lustmoordenaar Jack Unterweger, de Oostenrijkse
‘Unabomber’ Franz Fuchs, en de schietpartij
in de school van Winnenden. Hij onderzocht
ook incestpleger Josef Fritzl in Amstetten.
Hij heeft meer dan driehonderd moordenaars
gesproken. Reinhard Haller was voorzitter
van de Kriminologische Gesellschaft, een
wetenschappelijke vereniging van criminologen uit
Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.
8
biografieën
Ben Frost werd in 1980 geboren
in Melbourne (Australië). In
2005 verhuisde hij naar Reykjavik (IJsland) waar hij samen
met zijn goede vrienden Valgeir
Sigurðsson en Nico Muhly het
collectief en platenlabel Bedroom
Community oprichtte.
In zijn albums – onder meer Steel
Wound (2003), Theory of Machines
(2007), BY THE THROAT
(2009) en A U R O R A (2014)
– wordt gestructureerde klankkunst versmolten met stoere
post-klassieke elektronische muziek, vervormende fysieke kracht
met meeslepende melodie, geconcentreerd minimalisme met
heftig scheurende dark metal.
In 2010 werd hij door Brian Eno
in het kader van het Rolexprogramma ‘Mentor and
Protegé’ uitgenodigd voor
een samenwerkingsjaar. Dit
resulteerde onder meer in Sólaris,
een bewerking van de muziek
bij de Tarkovsky-klassieker voor
het Poolse Sinfonietta Cracovia.
Sindsdien zijn Eno en Frost
blijven samenwerken aan uiteenlopende projecten.
Frost werkt ook regelmatig met
andere musici en kunstenaars.
Zo was hij betrokken bij studioproducties van albums als
Ravedeath, 1972 en Virgins van
Tim Hecker, The Seer van Swans
en New History Warfare trilogy
van Colin Stetson, en bij verscheidene releases van Bedroom
Community. Ook schreef hij
muziek voor choreografen als
Wayne McGregor | Random
Dance, Akram Khan en Chunky
Move en voor regisseur Falk
Richter. Filmmuziek maakte hij
voor Sleeping Beauty (nominatie
Gouden Palm) van Julia Leigh
en Djúpið van de IJslandse regisseur Baltasar Kormákur (samen
met Daníel Bjarnason wonnen
zij de IJslandse filmprijs voor
beste filmscore in 2013).
Met beeldend kunstenaar
Richard Mosse reisde hij tot
diep achter de frontlinies van het
door oorlog verscheurde OostCongo voor de productie van
The Enclave, de multi-channel
video- en klankinstallatie die in
2013 tijdens de Biënnale van
Venetië in première ging.
2013 was ook het jaar waarin
Frosts eerste opera – gebaseerd
op The Wasp Factory (1984), het
beruchte boek van Iain Banks –
in première ging,
Deze samenwerkingen en allianties weerspiegelen Frosts drang
steeds weer wegen te vinden om
muziek, ritme, technologie, het
lichaam, performance, tekst,
conceptuele kunst, schoonheid
en geweld tegen elkaar af te
zetten en de rollen en procedés
van verschillende artistieke disciplines op één plek te combineren
en te laten versmelten.
www.ethermachines.com
David Pountney studeerde in
zijn geboortestad Oxford en in
Cambridge. Als hoofdregisseur
van de English National Opera
(1983-1993) regisseerde hij meer
dan twintig opera’s, waaronder
Doktor Faust, Rusalka, Hänsel und
Gretel, The Fairy Queen en Lady
Macbeth of Mtsensk. Hij was tot
2013 intendant van Bregenz
Festival. Pountney is directeur
en artistiek Leider van de Welsh
National Opera. Hij regisseerde
meer dan tien wereldpremières,
waaronder Die Passagierin en drie
opera’s van Sir Peter Maxwell
9
Davies waarvoor hij ook het
libretto schreef. Hij heeft veel
opera’s vanuit het Russisch,
Tsjechisch, Duits en Italiaans
vertaald naar het Engels.
In 2013 regisseerde hij drie
wereldpremières van opera’s:
Satyagraha in Rotterdam, The
Voyage in de Metropolitan Opera
in New York en Die Spuren der
Verirrten van Philip Glass. David
Pountney was ook regisseur van
de nieuwe productie van Die
Zauberflöte die in 2013 tijdens de
Bregenzer Festspiele op het
meer werd opgevoerd.
Nadat Mirella Weingarten
haar theateropleiding in Londen
had afgerond, vervolgde zij haar
studie aan de kunstacademies
van Hamburg en Edinburgh.
Een van haar docenten was
Marina Abramovicˇ. In 1998
behaalde Weingarten een master
toneel- en kostuumontwerp aan
de Slade School of Art in Londen. Sinds 1996 is ze behalve als
professioneel theaterontwerper
en regisseur ook werkzaam als
choreograaf. In 1999 richtte ze
haar eigen dansgezelschap op
onder de naam ‘tanztheater
mirella weingarten’.
Na een aantal producties te
hebben gerealiseerd in het
Verenigd Koninkrijk keerde ze
terug naar Duitsland. Daar ging
ze een langdurige en intensieve samenwerking aan met de
Zeitgenössische Oper Berlin en
ontwierp ze veel producties voor
het gezelschap. De afgelopen
jaren bracht haar werk als regisseur en ontwerper haar in heel
Europa, onder meer bij de Opera
van Luzern, de Expo Zaragoza
in Spanje, de Komische Oper
Berlin, de Salzburger Festspiele
en de Biënnale van Venetië. Haar
choreografieën werden onder
meer uitgevoerd tijdens het
Kunstfest Weimar, het KKL in
Luzern, in Zürich, bij de Oper
Leipzig en op het Davos Festival. Mirella Weingarten is artistiek leider van het muziekfestival
Schlossmediale Werdenberg in
Zwitserland en woont in Berlijn.
De Duits-Iraanse ontwerper
Boris Bidjan Saberi lanceerde
in 2007 zijn eigen kledinglabel
en ontwerpt sindsdien zijn
collecties vanuit zijn studio in
Barcelona.
Door de jaren heen is het label
dankzij Saberi’s unieke visie
op eigentijdse handgemaakte
confectiekleding uitgegroeid
tot een icoon voor urban mannenkleding. De
straatcultuur is weliswaar een
belangrijke inspiratiebron voor
Saberi en de knipoog naar de
urban style is altijd duidelijk
aanwezig, maar hij voegt daar
een geraffineerde verfijning
en een functionele dimensie
aan toe. Boris Bidjan Saberi
is tevens een getalenteerd
alchemist als het gaat om het
herinterpreteren van alledaagse
materialen. Experimenteren
is dan ook een sleutelwoord in
het werk van de ontwerper, die
zichzelf voortdurend nieuwe
uitdagingen stelt door te spelen
met lichaamslijnen en door leer
en andere natuurlijke materialen
te combineren met metalen,
rubber, plastic, teer, was en zelfs
bloed.
Zijn kleding wordt internationaal verkocht in exclusieve multibrand winkels. Met zijn werk
voor The Wasp Factory begeeft
Saberi zich voor het eerst als
kostuumontwerper in de wereld
van het theater.
De Britse lichtontwerper Lucy
Carter kreeg in 2008 de Knight
of Illumination Award for Dance
2008 voor Chroma.
Tot haar recente operaproducties
behoren Grimes on the Beach
(Aldeburgh Festival 2013),
Lohengrin (Welsh National
Opera en Warschau), Maria
Stuarda en The Adventures of
Mr Broucek (Opera North en
Scottish Opera), Parthenogenis
in de regie van Katie Mitchell
(ROH2) en SUM van regisseur
Wayne McGregor (eveneens
ROH2).
De belangrijkste van Carters vele
samenwerkingsprojecten met
choreograaf Wayne McGregor
zijn Borderlands (San Francisco
Ballet), FAR en Entity (Random),
Ravengirl (2013), Live Fire Exercise,
Limen, Infra, Chroma, Qualia
(Royal Ballet, Londen), Dido and
Aeneas, Acis and Galatea (Royal
Opera/Royal Ballet), Outlier
(New York City Ballet), Dyad
1909 (Australian Ballet), Kirikou
and Karaba (musical), L’Anatomie
de la Sensation, Genus (ballet van
de Opéra National de Paris),
Skindex en Renature (Nederlands
Dans Theater), Dyad 1929, Entity,
Amu, Digito1, AtaXia en Nemesis
(Random Dance), 2 Human
(English National Ballet), Yantra
en Nautilus (Stuttgart), Chroma
(Bolsjoi, Canadian National
Ballet, San Francisco Ballet, het
Deense Koninklijk Ballet) en
Infra (Joffrey Ballet, Chicago).
Lucy Carter verzorgt het licht bij
La finta giardinera, dat in een
regie van Frederick Wake Walker
wordt opgevoerd tijdens het
Glyndebourne Festival 2014.
10
De Australische muziek­
producent, mixer en geluids­
ontwerper Daniel Rejmer
woont en werkt in Stockholm.
Zijn jarenlange verblijf in
Londen en zijn dynamische
klankbenadering hebben
geleid tot uiteenlopende
samenwerkingen met bands als
Foals, The Kills en Billy Bragg,
en tot mixopdrachten voor films
als Way of the Morris van Adrian
Corker. In een partnerschap
dat teruggaat tot zijn tijd in
Melbourne (Australië), hebben
Rejmer en Ben Frost meer
dan tien jaar samengewerkt
als live-soundengineer en
geluidsontwerper bij verreweg
de meeste van hun projecten,
waaronder School of Emotional
Engineering, Theory of Machines,
Sólaris en A U R O R A (april
2014).
Lieselot De Wilde is een
creatieve en veelzijdige Belgische
vocaliste en performer. Aan
het begin van haar zangcarrière
concentreerde zij zich op
polyfonie uit de renaissance,
met name als lid van het uit vier
vrouwen bestaande kwartet
Encantar. De Wilde heeft een
toenemende belangstellig voor
hedendaags muziektheater en
mocht recentelijk in nieuwe
producties werken met
componisten en regisseurs als
Dominique Pauwels en Inne
Goris (Muur, 2011), Frank Nuyts
(Tongval, 2012) en Pieter De
Buysser & Thomas Smetryns
(Meneer Afzal, 2013). Ze trad
aan in producties van de twee
grootste Belgische ensembles
voor hedendaags muziektheater,
te weten LOD en Muziektheater
Transparant, en verder onder
meer bij de Vlaamse Opera en
Operadagen Rotterdam. De
Wilde maakt deel uit van het
gregoriaans zingende ensemble
Psallentes. Haar eigen baroktrio
Bel Ayre krijgt hoe langer hoe
meer internationale erkenning.
De jonge Berlijnse actrice Jördis
Richter maakte in 2011 haar professionele debuut bij de Schaubühne. Als klassiek geschoolde
zangeres werkte ze al eerder mee
aan uiteenlopende experimentele muziektheaterproducties in de
Berlijnse Sophiensaele. In 2012
had ze een hoofdrol in de televisiefilm Nur eine Nacht, die werd
geproduceerd door het Zweites
Deutsches Fernsehen (ZDF),
en een gastrol in de televisieserie
Ein starkes Team. Jördis Richter
werkt samen met de acteurs
Edgar Selge en Iris Berben aan
een nieuwe speelfilm.
De Zweedse zangeres Mariam
Wallentin is internationaal
bekend om haar volle en
krachtige stem en haar fabel­
achtige vermogen zich thuis
te voelen in uiteenlopende
muziekgenres. Ze maakt deel uit
van het slagwerk-en-zangduo
Wildbirds & Peacedrums, dat
tot op heden drie uitzonderlijk
goed ontvangen albums heeft
uitgebracht. Wallentin schrijft
zelf muziek voor theater, koren
en ensembles met uiteenlopende
samenstellingen – bijvoorbeeld
een groep van twintig slag­
werkers – en ontleent haar
inspiratie aan minimal music,
blues en experimentele muziek.
Ze is internationaal actief in
de free jazz en werkt geregeld
samen met improvisatoren en
musici uit de wereld van de rock
en de alternatieve muziek. Voor
de komende tijd staan onder
meer op het programma een
nieuw album met Wildbirds &
Peacedrums (een liederencyclus
die zij schreef samen met
de in New York gevestigde
componist Mikael Karlsson) en
een samenwerkingsproject met
het Copenhagen Phil. Mariam
Wallentin bracht als Mariam the
Believer recentelijk haar eerste
soloalbum uit.
Onder leiding van artistiek leider
en bassist Borgar Magnason
brengt Reykjavík Sinfonia
IJslands beste jonge talenten bijeen om nieuwe muziek te verkennen en te promoten. Ingebed in
de Bedroom Community – het
zorgvuldig beheerde platenlabel
van Valgeir Sigurðsson – heeft
het ensemble zich gespecialiseerd in samenwerkingen met
enkele van de inspirerendste
hedendaagse musici en componisten. Het eerste seizoen
(2013-2014) van Reykjavík
Sinfonia ging van start met twee
grootschalige nieuwe composities: The Wasp Factory van Ben
Frost en Over Light Earth, een
album met nieuwe kamermuziek
van componist Daníel Bjarnason
waarmee het ensemble heeft
laten zien waar het met zijn
virtuositeit en muzikale inventiviteit toe in staat is.
Sasha Milavic Davies is
regisseur en schrijver. Ze
studeerde aan de École Jacques
Lecoq (2006-2008) en was
medeoprichter en een van de
artistiek leiders van The Yard
Theatre in Londen (2011-2012).
Haar werk is uitgevoerd in
Engeland, Frankrijk, Servië en
11
Duitsland. Ze was werkzaam
als bewegingsregisseur voor
de Young Vic (The Human
Comedy) en de Opéra de Lyon
(Von Heute auf Morgen en Sancta
Susanna), en als regieassistent
voor Complicite (The Master
and Margarita, geregisseerd
door Simon McBurney) en
Sonia Friedman Productions
(Betrayal, geregisseerd door Ian
Rickson). Haar toneelstuk San
Letnje Noci, gemaakt in 2010 in
Belgrado, werd tijdens het Festic
Festival in Belgrado driemaal
onderscheiden. Recentelijk werd
zij uitgenodigd deel te nemen
aan Voyages de Kadmos, het
programma van het Festival
d’Avignon voor jonge opkomende regisseurs.
English
Mission impossible: How to
turn The Wasp Factory into
an opera
Iain Banks’s complex debut novel is a
brave choice for an opera. Ahead of its
Royal Opera House premiere, librettist
David Pountney reveals the challenges of
adapting it for the stage
When composer Ben Frost was asked by the
Bregenz Festival to create a music theatre
piece, he replied that he had always wanted to
set the late Iain Banks’s stunning 1984 debut
novel, The Wasp Factory, but that it was impossible to make a libretto out of the book.
That was all the encouragement I needed to
have a go.
In principal, Frost was right. It is impossible. For a start, whereas novels frequently
have a single narrative voice, a libretto needs
dialogue between characters that exist in
their own right. The Wasp Factory is about
95% first-person narrative in the head of the
disturbed child protagonist, Frank. Second,
there are complicated issues of gender in the
book which might work fine in a film, but as
soon as someone sings, their gender is hardly
in question. Even a countertenor is evidently
male. Third, the wasp factory itself is bound
to be a disappointment on any stage. It is an
intricate, macabre machine, like a perverted
notion of a doll’s house, with its little pots of
urine, burning match boxes, and labyrinthine
mechanisms. Again, something that could
be a lot of fun on film is too miniaturised to
be viable on stage.
Luckily, Frost had already solved the first
two problems in his mind before I started.
His musical concept was to break up the text
between three performers who take all the
roles between them, turning the book’s narrative monologue into dialogues. And he was
© Yann Mingard
12
13
not interested in the gender issue. The three
performers would be female and the division
of characters between them suggested a
highly abstract presentation, so I knew there
was no question of representing the wasp
factory physically.
My task was therefore to tell the story as
concisely and clearly as possible, and then to
find a way of giving the libretto a dramatic
structure. Being concise essentially meant
ruthlessly filleting the book, not an easy task
when the key parts of the narrative include
detailed descriptions of three murders committed by Frank. Normally this kind of circumstantial detail would be too ponderous
for a libretto, but in this case the meticulous
and calculated methods of this juvenile serial
killer defined the character.
The pace and structure of a novel is
different from that of an opera. These differences extend to sentence structure and
choice of words. Because of the way in which
music stretches out words, subclauses are
anathema – they simply become difficult to
understand. (Too bad Wagner didn’t realise
this.) Verdi had a concept he called parola
scenica (scenic word), by which he meant a
vivid utterance that made an impact on stage
by encapsulating a concentrated essence of
the situation.
In The Wasp Factory, Banks clothed
Frank’s fantasy world in an almost
Wagnerian language. (I don’t know if he
was aware of that connection, although it
did emerge after his death that he had been
composing music himself.) At one point
Frank says: “To be mastered, the world
must be named”, and goes on to itemise
his possessions: My catapult: the black
destroyer; My bicycle: gravel; My trowel:
stoutstroke; the bomb circle; the
blade corridor; the wasp factory and
so on ... All of which is not a million miles
English
from Brünhilde and her horse, Grane, or
Siegfried with his sword, Nothung. Here the
names themselves, like the use of exotic place
names in Brecht’s poetry (Alabama, Benares,
Bilbao), acquire a graphic force independent
of their meaning. Stripped of their grammar,
lists of these names can become powerful
musical statements in their own right and exactly fulfil the prerequisites of Verdi’s parola
scenica in capturing the obsessive nature of
Frank’s fantasies.
But in the end, the most important thing
was that the libretto would inspire Frost’s
connection with the very disturbing subject
matter of The Wasp Factory, without explanation getting in his way. It also had to relate
just enough of the book’s complex psychological study to enable the audience to follow
the plot. I aimed to create a verbal skeleton
on which music would be the flesh. “Leave
room for the music,” is the librettist’s motto.
This sounds as though my aspirations
for the librettist’s role are modest, and it’s
true that great literary abilities don’t always
lead to good libretti. The greatest of all time
was Mozart’s librettist Lorenzo da Ponte,
who was lucky enough to be working within
a convention that promoted a perfect balance
between the swift and unimpeded conveyance of information, and its expansion with
lyrical expression: the recitative and aria
structure.
By the end of the 19th century, literary
giants began to move in on the medium, not
always with good effect, though Arrigo
Boito, Verdi’s librettist for the revised Simon
Boccanegra, Otello and Falstaff, inspired Verdi
to new heights. Hugo von Hofmannsthal,
Richard Strauss’s librettist for many years,
is a good example of the pluses and minuses
of literary ambition in a libretto. He was a
subtle and intricate writer, and as the brutal
energy of Strauss’s early operas declined,
this became a fatal flaw. Strauss always had a
tendency to lose himself in embellishment,
and Hoffmansthal’s libretti, decorated with
allusions and literary curlicues like an art
nouveau painting, encouraged Strauss in
his worst habits. Later, Auden had brilliant
ideas, but in execution they were frequently
lost, suffering from the complexity that is
essential to a poem, but fatal in a libretto.
Worst of all, it is now hard to avoid craning
our necks to read all this unnecessary verbiage on the surtitle screens.
The greatest 20th-century librettist
was a composer: Janácˇek. The energy and
zest with which he vandalised his textual
sources can be seen quite graphically in the
vigour of his pen strokes as he cut extremely
intractable material down to operatic size, in
Dostoevsky’s From the House of the Dead, for
example. His transformation in The Cunning
Little Vixen of a newspaper cartoon into a
profound and simultaneously comic meditation on nature and the cycle of life and death
is an outstanding demonstration of a librettist’s art – a complete Wagnerian worldview
achieved in only 90 minutes.
By contrast, Benjamin Britten chose a
gruesome succession of third‑rate writers to
create his libretti, who wrapped up devastating subjects of intolerance, exploitation and
cruelty in etiolated, precious, euphemistic
language for which “arty‑farty” is far too
kind an expression. I suspect this was
deliberate. Britten was a closet character par
excellence, and he could only confront the
violence and cruelty of his subjects through
music. He chose writers whose tiptoeing
round the subject masked its true nature,
which Britten scarcely wanted to admit
to himself. Perhaps he was right to do so:
society at the time could probably not have
accepted an outspoken version of what he
was actually saying.
14
But Britten’s operas prove that great music
will always triumph over weak words, and if
a librettist can give a composer a robust skeleton to work on, it may help to inspire great
music. It would be nice to be able to claim
that the libretto grew out of lengthy and
intimate exchanges with “Banksie”, as Iain
Banks signed himself. In fact, I had one email
from him questioning one or two details,
which I did my best to address, and which
produced the following rather unsensational
sign-off from the great man:
“Well, fair enough; David Pountney is obviously thinking about all this, so I’m happy
enough to have made the points I did and
know they’ve been considered. I think that’s
as far as I want to take things; in the end this
is his and Ben Frost’s show and I’m happy to
let them get on with it.
Lots of love, Banksie”
David Pountney
The Guardian, Saturday 21 September 2013
15
English
The Hurt Creature
a conversation with ben frost
and prof. dr. reinhard haller
Ben Frost (BF): How rare are instances of
children who commit murder?
Prof. Dr. Haller (H): They are actually
extremely rare especially in the way they are
depicted in the novel where a child murders
more than one person. However, the story
does feature a whole range of psychological
and psychodynamic material that would be
typical for the development of a serial killer.
This is the story of an autistic person. His
mother has abandoned the family, his father
has withdrawn because he is insane and
Frank lives in a fashion we would associate
with autism. In his teenage years he will probably develop borderline autism disorder.
BF: There is a grey area when it comes to
the diagnosis of autism. There is no obvious
physical manifestation as with Down’s
syndrome, it’s something quite abstract,
it’s ... it’s at least somewhat subjective.
H: Yes. But what’s important here is the psychopathological aspect: An autistic person is
someone who withdraws completely into his
own world. In the novel this is symbolized
by the closed off island that Frank defends
against the outside, where he assumes the
role of absolute dictator. He doesn’t allow
anyone else in.
BF: It’s not so much the differences in the
way Frank interacts with his world that I find
most shocking, it’s actually in the ways he
is very similar to me and my experience of
childhood. I remember very vividly believing
I was at war with the natural world – home­
made explosives, weapons fashioned out
of tree branches, lighting fires, elaborate
fantasy, slingshots, blowing up mailboxes...
There was this place in the back garden of
my grandmother’s house where my brother
and I would put our bicycle helmets on and
go to war with these territorial gulls that
lived out the back- armed with hand made
spears and bows and arrows, covered head
to toe in filth. When I read this book for the
first time there were so many aspects of the
way in which Frank interacted with his world
that I really connected with personally...
H: At the core of The Wasp Factory are
aspects, which could be interpreted on a
deeper psychological level and other aspects,
which could be understood on a symbolic
or archaic level. There are several cases of
schizophrenia or delusions in Frank’s family,
paranoia so to speak. Frank shows the same
risk factors that are common in most serial
killers.
BF: Yes, exactly, and that is my point, I am
not a serial killer. My family is not without
its – shall we say – “unique characters”, and
both my parents were very high ranking
police officers, both entangled in the investigation of some very serious crimes, often involving homicides and some very dark sexual
abuse cases – I was inadvertently exposed
to some very inappropriate shit as a kid – so
where is that line? And what stops someone
like me from crossing that line?
H: This is the key question, for which we still
don’t have an answer. There are approximately four hundred known cases of serial
killers worldwide and there are one hundred
twenty that still haven’t been caught yet.
We can’t say for sure what made them do
it exactly. What we do know are the risk
factors: the missing mother, an uncaring
16
upbringing, the burden of mental disorders
and the behavioural disorders which occur in
childhood such as torturing animals, arson,
running away from home. And another
important factor is a syndrome, which is
characteristic in serial killers: malignant
narcissism as described by the New York
psychoanalyst Otto Kernberg. He said that
this is a personality disorder which is shared
by all serial killers. This is certainly true for
all the cases which I have analysed. They are
sadists, meaning they obtain sexual pleasure
by torturing others. As children they torture
animals, like Frank does. This in an indication for severe sadism: obtaining sexual
pleasure through the torture of other human
beings. That’s the first element described by
Banks in the novel.
The second is the absolute lack of empathy:
the autistic aspect. The third is the desire to
exercise power over others, the wish to dominate, to decide someone’s faith, to decide
whether a person lives or dies. That’s why
Frank has created his own special world.
ging in the air throughout the story. Then
Eric arrives on the scene with a loud bang
and that symbolically articulates the decisive
moment: whether Frank will actually become
insane or get a grip on things.
BF: It’s interesting to me that you read Eric
as a symbol. When I first read the book,
I assumed that Eric was not a real person,
that he is just this kind of manifestationThere is one crucial line in the book where
I think Banks gives that idea away to the
reader- Eric is on the phone to Frank and
says “nobody has to sleep, I never sleep now,
that way I can keep watch and make sure
they don’t creep on you”. The use of you as
opposed to me changes everything.
H: Yes, I agree. Eric symbolizes the looming
insanity.
BF: How often do you come across a case,
where these characteristics are entangled in
issues of sexual identity or gender?
H: In reality this is a rare phenomenon.
Among the 400 cases I have studied there
were maybe two or three cases in which the
gender issue you mentioned was relevant.
BF: Frank justifies all of these acts. He
recognizes that killing a three-year-old innocent girl is not a good thing, but he justifies
it through the belief system that he created.
the wasp factory is his religion.
H: Yes, I would also interpret it that way.
Frank was a typical autist as a child; the
secluded island is clear indicator for that. But
later on he developed something typical in
autism: borderline personality disorder. And
that is a central theme in the novel: Is Frank
still normal or has he gone insane, is he
already schizophrenic? Frank’s half brother
Eric is a symbol for the illness, the insanity,
which is bound to get to Frank. Eric escapes
from the mental institution and that is han17
In terms of a deeper psychological interpretation the story is one of finding one’s identity.
In that way it’s similar to Richard Wagner’s
Parsifal. Now Frank is, genetically speaking,
a woman. And despite having been castrated
chemically, at the core he remains a woman.
He tried to compensate for his lost genitalia
by using weapons, setting up traps, building
fuel bombs, by attacking people with slingshots. I think this story is about a person
who has not found his identity, symbolized
by the wrong gender, about a person who has
to find his way through this psychoanalytical
English
maze full of sadism, cruelties and negative
fantasies. He himself calls his acts, the torturing of animals, the murders, as a phase in
his development. He says that he will never
kill another human again.
The malignant narcissist, the serial killer, is
paranoid. He is extremely distrustful which
is why he meticulously plans his actions and
tries to safeguard himself – just like Frank
does by patrolling the island. This is what
makes him so hard to catch. He doesn’t act
on impulse and doesn’t make mistakes, but
rather thinks everything through, plans very
thoroughly, like a spy in a foreign city who
expects every one to be an enemy. That’s
what makes him so dangerous.
BF: The whole trajectory of human evolution
is to move further and further away from our
animal self, from something that is connected to the earth, to nature, which is somehow
brutal and uncaring and without empathy. Is
the future without murder?
is a feeling of exclusion. These people feel
that they’re not being taken seriously, or are
not respected. And then for one moment
they want to be important: they will show the
world what they’ve got. They want the big
“net” to hold its breath for a moment. They
want to claim their fifteen minutes of fame.
Prof. Dr. med. Reinhard Haller is a psychiatrist
and psychotherapist and one of the most renowned
forensic psychiatrists in Europe. He has served as
an expert on various national and international
court cases and written opinions in celebrated
cases such as the sexual murderer Jack Unterweger,
the Austrian ‘Unabomber’ Franz Fuchs, and
the school shooting in Winnenden. He also
investigated the incest offender Josef Fritzl in
Amstetten. He has spoken to more than 300
murderers. Reinhard Haller was president of the
Society for Criminology, the scientific association
of German, Austrian and Swiss criminology.
H: On a global level we can actually see a
decline in the number of murders committed
annually. For example, sex killings involving
children have become very rare, only 1% as
compared to the number of cases in 1950.
BF: But the nature of the crimes has
changed?
H: The modern murderer is no longer the
sadist, the sexually abnormal being nor the
psychopath. Today it is the hurt creature.
Humans are very easily hurt, emotionally,
a fact we tend to overlook. To be “cool”,
meaning to be without emotion appears
to be a contemporary trend. But in reality
we humans are extremely vulnerable. If we
take serial killers or “school shooters” as an
example, we know that the main risk factor
18
Biographies
Ben Frost composer, director
Born in 1980 in Melbourne,
Australia, Ben Frost relocated
to Reykjavík Iceland in 2005
and working together with close
friends Valgeir Sigurðsson
and Nico Muhly, formed the
Bedroom Community record
label/collective. His albums,
including Steel Wound (2003),
Theory of Machines (2007), BY
THE THROAT (2009) and
A U R O R A (2014), fuse
intensely structured sound
art with militant post-classical
electronic music, shape-shifting
physical power with immersive
melody, concentrated minimalism with fierce, rupturing dark
metal. In 2010 he was chosen by
Brian Eno as part of the Rolex
Mentor and Protegé program for
a year of collaboration, one of the
outcomes of which was Sólaris; a
re-scoring of the Tarkovsky classic for Poland’s Sinfonietta
Cracovia. Eno and Frost
continue to work together on a
range of projects.
Frost regularly works with other
musicians and artists; in the
production of studio albums
such as Tim Hecker’s Ravedeath,
1972 and Virgins, Swans’ The Seer,
Colin Stetson’s New History
Warfare and on various Bedroom
Community releases. On the
stage Frost has produced scores
for choreographers including
Wayne McGregor|Random
Dance, Akram Khan, Chunky
Move, and German director Falk
Richter.
In film, he composed the score
for the Palme d’Or nominated
Sleeping Beauty by Julia Leigh,
and Djúpið by Icelandic director
Baltasar Kormákur (with Daníel
Bjarnason, for which the pair
won the Icelandic film award for
best score in 2013). And in the
visual arts, where, with artist
Richard Mosse, Frost travelled
deep beyond the frontlines of
war-torn Eastern Congo to
produce The Enclave; a multichannel video and sound installation that premiered at the Venice Biennale in 2013. 2013 also
marked the première of Frost’s
first Opera, based on Iain Bank’s
infamous 1984 novel The Wasp
Factory. The project also marked
his debut as a director.
These various collaborations
and alliances underline Frost’s
continuing fascination with
finding ways of juxtaposing
music, rhythm, technology, the
body, performance, text, art –
beauty and violence – combining
and coalescing the roles and
procedures of various artistic
disciplines in one place.
www.ethermachines.com
David Pountney was educated
in his hometown of Oxford
and at Cambridge. As Director
of Productions at the English
National Opera (1983-1993) he
directed more than 20 operas
including Dr Faustus, Rusalka,
Hansel and Gretel, The Fairy Queen
and Lady Macbeth of Mtsensk. He
was Intendant of the Bregenz
Festival until 2013. Pountney
is Chief Executive and Artistic
Director of the Welsh National
Opera since 2011. He has directed over ten world premieres,
including Die Passagierin and
three by Sir Peter Maxwell
Davies for which he also wrote
the libretto. He has translated
many operas into English from
19
Russian, Czech, German and
Italian. In 2013 saw the third
world premiere of an opera by
Philip Glass – Die Spuren der
Verirrten – after Satyagraha in
Rotterdam and The Voyage at the
Metropolitan Opera in New
York. David Pountney is the
director of the production on the
lake at the Bregenz Festival of
The Magic Flute in 2013.
After completing her studies
in dramatic arts in London,
Mirella Weingarten studied
fine arts in Hamburg and Edinburgh; her teachers included
Marina Abramović. In 1998
she received a masters degree
in stage and costume design
from the Slade School of Art
in London. Since 1996 she has
worked as a professional theatre
designer and director as well
as choreographer. In 1999 she
founded her own dance theatre
company “tanztheater mirella
weingarten”. After realising productions in the UK she returned
to Germany and began a continuous extensive collaboration
with the Zeitgenössische Oper
Berlin (Berlin Contemporary
Opera), designing many of their
productions. Within the last
years her work as a director and
designer has been seen throughout Europe, including at the
Lucerne Opera in Switzerland,
the Expo Zaragoza in Spain,
the Komische Oper Berlin, the
Salzburger Festspiele in Austria,
as well as the Venice Biennale in
Italy. Her choreographic works
were presented at the Kunstfest
Weimar, KKL Lucerne, Zurich,
the Leipzig Opera House, the
Davos Festival among others.
Mirella Weingarten is currently
English
artistic director of the music
festival Schlossmediale Werdenberg in Switzerland. Mirella
Weingarten lives in Berlin.
The half-German, half-Iranian
designer Boris Bidjan Saberi
launched his eponymous label in
2007 and ever since developed
his creations in his studio in
Barcelona. Over the years,
Boris Bidjan Saberi’s work has
matured to an emblematic urban
menswear label, reflecting his
unique take on contemporary
handcrafted ready- to-wear.
Quoting street culture as one
of his main influences, his label
is distinctive for its meticulous
sophistication and functional
dimension, whilst still giving a
nod to urban references.
Boris Bidjan Saberi is also a
talented alchemist when it comes
to reinterpreting common
materials. Experimentation is
key in the designer’s work, who
sets himself constant challenges
of innovation, playing with
body-conscious garments and
customizing natural materials and leathers with metals,
natural gum, plastic, tar, wax
and even blood. His clothes are
sold internationally in exclusive
multi-brand boutiques. The Wasp
Factory is Saberi’s first venture
as a costume designer for the
theatre.
The British lighting designer
Lucy Carter won the Knight of
Illumination Award for Dance
2008 for Chroma. Recent Opera
productions include: Grimes on
the Beach (Aldeburgh Festival
2013), Lohengrin (Welsh National
Opera and Warsaw), Maria
Stuarda and The Adventures of
Mr Broucek (Opera North and
Scottish Opera), Parthenogenis
(ROH2, directed by Katie
Mitchell), SUM (ROH2 with
director Wayne McGregor).
Carter’s many collaborations
with the choreographer Wayne
McGregor include: Borderlands
(San Francisco Ballet), FAR
and Entity (Random), Ravengirl
(2013), Live Fire Exercise, Limen,
Infra, Chroma, Qualia (Royal
Ballet, London), Dido and Aeneas,
Acis and Galatea (Royal Opera/
Royal Ballet), Outlier (New
York City Ballet), Dyad 1909
(Australian Ballet), Kirikou and
Karaba (musical), L’Anatomie de
la Sensation, Genus (Paris Opéra
Ballet), Skindex and Renature
(Netherlands Dance Theatre),
Dyad 1929, Entity, Amu, Digito1,
AtaXia and Nemesis (Random
Dance), 2 Human (ENB), Yantra
and Nautilus (Stuttgart), Chroma
(Bolshoi, Canadian National
Ballet, San Francisco Ballet,
Royal Danish Ballet), Infra
(Joffrey Ballet, Chicago).
In 2014 Lucy Carter will light
La finta giardinera for Glyndebourne Festival, directed by
Frederick Wake Walker.
Daniel Rejmer is an Australian music producer, mixer and
sound engineer based in Stockholm, Sweden. Working in London for many years his dynamic
approach to sound has spanned
a wide variety of collaborations
with bands like Foals, The Kills,
Billy Bragg as well as producing and mixing for film scores
such as Way of the Morris by
Adrian Corker. In a partnership
reaching back to Melbourne
Australia, Rejmer and Frost have
worked together for over a dec20
ade, as the live sound engineer
and sound designer of the vast
majority of projects including
School of Emotional Engineering,
Theory of Machines, Sólaris and
Frost’s recent LP A U R O R A
(2014).
the Second German Television
(ZDF) as well as starring in an
episode of the TV-Series Ein
starkes Team. Jördis Richter is currently working on a new feature
film together with the actors
Edgar Selge and Iris Berben.
Lieselot De Wilde is a creative, multifaceted, vocalist and
performer from Belgium. At
the start of her singing career,
she concentrated on renaissance
polyphony, mainly as a member
of the all-female quartet
Encantar. De Wilde has a growing interest in contemporary
music theatre and has recently
enjoyed working with composers and stage directors on new
works with Dominique Pauwels
& Inne Goris (Muur, 2011),
Frank Nuyts (Tongval, 2012),
Pieter De Buysser & Thomas
Smetryns (Meneer Afzal, 2013).
She has performed in productions by the two major Belgian
ensembles for contemporary
music theatre LOD and Muziektheater Transparant, as well
as at the Vlaamse Opera and
Rotterdam Opera Days, among
others. De Wilde is a member of
the ensemble Psallentes (plainchant). Her own baroque trio Bel
Ayre is increasingly gaining an
international reputation.
The Swedish singer Mariam
Wallentin is internationally
recognized for her deep and
powerful voice and her uncanny
ability to feel at home in different musical genres. She is one
half of the drum/vocalduo
Wildbirds & Peacedrums,
which has released three highly
acclaimed albums to date.
Wallentin draws her inspiration
from minimal music, blues and
experimental music creating music for theatre, for choirs as well
as for varied ensembles – such
as a group of twenty drummers.
She is active in the international
free jazz scene and regularly
collaborates with improvisers as
well as musicians from the rock
and alternative scene.
Future projects include a
new album with Wildbirds &
Peacedrums, a song cycle written
together with New York-based
composer Mikael Karlsson, and
collaboration with the Copenhagen Philharmonic Orchestra.
Mariam Wallentin recently
released her first soloalbum as
Mariam the Believer.
The young actress Jördis
Richter from Berlin made
her professional debut in 2011
at the Schaubühne. A classically trained singer, she also
performed prior to this in various experimental music theatre
productions at the Sophiensaele
in Berlin. In 2012 she played a
major role in the television film
Nur eine Nacht, a production of
Led by artistic director and bassist Borgar Magnason, the
Reykjavík Sinfonia draws together Iceland’s brightest young
talent to explore and promote
new music. Woven into the
fabric of the Bedroom Com­munity, Valgeir Sigurðsson’s
carefully curated record label,
the ensemble specializes in
working collaboratively with
some of the most inspiring musicians and composers of their
generation. Their inaugural
2013-14 season launches with
two large-scale composer-driven
projects; Ben Frost’s The Wasp
Factory and Over Light Earth an
album of new chamber works
by composer Daníel Bjarnason
whose virtuoso works showcase
the technical skill and musical
ingenuity of the ensemble.
Sasha Milavic Davies is a
director and writer. She trained
at École Jacques Lecoq (20062008) and was a founding
member and artistic associate
of The Yard Theatre in London
(2011-2012). Her work has
appeared in London, France,
Serbia, and Germany.
She has worked as a movement
director for the Young Vic (The
Human Comedy) and Opéra de
Lyon (Von Heute auf Morgen and
Sancta Susanna) and as an assistant director for Complicite (The
Master and Margarita, directed
by Simon McBurney) and Sonia
Friedman Productions (Betrayal,
directed by Ian Rickson). Her
play San Letnje Noci, made in
2010 in Belgrade, won three
awards at Festic Festival Belgrade. Recently she was invited
to be part of Festival d’Avignon’s
Voyages de Kadmos programme
for emerging young directors.
21
HOLLAND FESTIVAL 2014
directie
Pierre Audi, artistiek directeur
Annet Lekkerkerker, zakelijk
directeur
bestuur
Martijn Sanders, voorzitter
Ben Noteboom, waarnemend
penningmeester
Mavis Carrilho
Joachim Fleury
Renze Hasper
Marjet van Zuijlen
Het programma van het Holland
Festival kan alleen tot stand
komen door subsidies, bijdragen
van sponsors en fondsen en door
de gewaardeerde steun van u, ons
publiek.
subsidiënten
Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap
Gemeente Amsterdam
Het Holland Festival is lid van
Réseau Varèse, Europees netwerk
voor de creatie en promotie van
nieuwe muziek, gesubsidieerd
door het Culturele Programma
van de Europese Commissie.
hoofdbegunstiger
SNS REAAL Fonds
sponsors, fondsen,
instellingen
VandenEnde Foundation,
Stichting Ammodo, Rabobank
Amsterdam, Clifford Chance
LLP, DoubleTree by Hilton,
Westergasfabriek /
MeyerBergman, Kempen & Co,
Automobielbedrijf Van Vloten,
Stichting Dioraphte, Turing
Foundation, Prins Bernhard
Cultuurfonds, The Brook
Foundation, Fonds Podium­
kunsten, Ernst von Siemens Music
Foundation, Ambassade van
Pakistan, Dr. Hofstee Stichting,
Gemeente Amsterdam/Stadsdeel
Oost, Regionale Regering van
Koerdistan, Goethe-Institut,
Ambassade van de Verenigde
Staten van Amerika, Gravin
van Bylandt Stichting, Institut
Français des Pays-Bas, Ambassade
van de Bondsrepubliek Duitsland/
Den Haag, Pro Helvetia
hf business
Beam Systems, De Nederlandsche
Bank, Double Effect, G&S
Vastgoed, ING Groep, Ten Have
Change Management, TNT
express, WPG Uitgevers
mediapartners
NTR, VPRO
board of governors
De genereuze, meerjarige verbintenis van de Governors is van groot
belang voor de internatio­nale
programmering van het Holland
Festival.
G.J. van den Bergh en C. van
den Bergh-Raat, R.F. van den
Bergh, W.L.J. Bröcker, J. van
den Broek, Jeroen Fleming,
J. Fleury, V. Halberstadt, H.J. ten
Have en G.C. de Rooij, J. Kat en
B. Johnson, Irina en Marcel van
Poecke, Ton en Maya MeijerBergmans, Sijbolt Noorda en
Mieke van der Weij, Robert Jan
en Mélanie van Ogtrop-Quintus,
Françoise van RappardWanninkhof, A. Ruys en M. Ruysvan Haaften, M. Sanders,
A.N. Stoop en S. Hazelhoff,
Tom de Swaan, S. Tóth, Elise
Wessels-van Houdt, H. Wolfert en
M. Brinkman
hartsvrienden
Kommer en Josien Damen, S. van
Delft-Vroom, H. Doek, Tex
Gunning, Wendy van Ierschot,
22
Frans Koffrie, K. Kohlstrand,
J. en M. Kuiper-Gerlach,
Monique Laenen en Titus Darley,
M. Plotnitsky, P. Voorsmit, P. van
Welzen en C. Lafeber
beschermers
Lodewijk Baljon en Ineke
Hellingman, A. van de Beek en
S. van Basten Batenburg, S. Brada,
Frans en Dorry Cladder-van
Haersolte, J. Docter en E. van
Luijk, L. Dommering-van
Rongen, E. Flores d’Arcais,
E. Granpré Moliere,
M. Grotenhuis, E.H. Horlings,
J. Houwert, Luuk H. Karsten,
R.Katwijk, R. Kupers en H. van
Eeghen, J. Lauret, A. van der
Linden-Taverne, H. en I.
Lindenbergh-Sluis, F. Mulder,
G. van Oenen, H. Pinkster,
H.Sauerwein, R. van Schaik en
W. Rutten, C.W.M. Schunck,
K.Tschenett, Wolbert en Barbara
Vroom, P. Wakkie, R.R. Walstra,
A. van Wassenaer, O.L.O. en
Tineke de Witt Wijnen-Jansen
Schoonhoven
begunstigers
M. Beekman, E. Blankenburg, Co
Bleeker, A. Boelee, K. de Bok, Jan
Bouws, E. Bracht, G. Bromberger,
Rachel van der Brug, D. de
Bruijn, M. Daamen, J. Dekker,
M. Doorman, Chr. van Eeghen,
J. van der Ende, Ch. Engeler,
E. Eshuis, E. Goossens-Post, E. de
Graaff-Van Meeteren,
F. Grimmelikhuizen, D. Grobbe,
J. Haalebos, J. Hennephof, G. van
Heteren, L.D.M.E. van Heteren,
B. van Heugten, S. Hodes, Herma
Hofmeijer, J. Hopman, A. Huijser,
E. Hummelen, G. van der Hulst,
Yolanda Jansen, P. Jochems, Jan de
Kater, J. Keukens, A. Ladan, M. Le
Poole, M. Leenaers, K. Leering,
T. Liefaard, A. Ligeon, T. Lodder,
A. Man, D. van der Meer, E. van
der Meer-Blok, A. Mees-
Lubberman, A. de Meijere,
J. Melkert, E. Merkx, Jaap
Mulders, H. Nagtegaal, La Nube,
Kay Bing Oen, E. Overkamp en
A. Verhoog, C. van de Poppe,
P. Price, F. Racké, H. Ramaker,
S. van de Ree, Wessel Reinink,
L.M. Remarque-Van Toorn,
Thecla Renders, B. Robbers,
G. Scheepvaart, A. Schneider,
H. Schnitzler, G. Scholten,
C. Schoorl, E. Schreve-Brinkman,
Steven Schuit, P. Smit, G. Smits,
I. Snelleman, A. Sonnen,
K. Spanjer, C. Teulings,
H. Tjeenk Willink, A. Tjoa,
Y. Tomberg, J. van Tongeren,
H.B. van der Veen, R. Verhoeff,
R. Vogelenzang, F. Vollemans,
F. Voorsluis-Spanhoff, P. Vos,
A. Vreugdenhil, A. Wertheim,
M. Willekens, M. van Wulfften
Palthe, M. Yazdanbakhsh, P. van
der Zant, P. van Zwieten en
N. Aarnink
jonge begunstigers
Kai Ament, Ilonka van den
Bercken, Maarten Biermans,
Maarten van Boven, Rolf Coppens,
Tessa Cramer, Susan Gloudemans,
Jolanda de Groot, Marte
Guldemond, Nynke de Haan,
Hagar Heijmans, Anna van
Houwelingen, Daan de Jong,
Judith Lekkerkerker, Marije
Mulder, Boris van Overbeeke,
Teartse Schaper, Gijs Schunselaar,
Farid Tabarki, David van Traa,
Frank Uffen, Helena Verhagen,
Merijn van der Vlies, Danny de
Vries, Marian van Zijll Langhout
anonieme schenkers
Ook dankt het Holland Festival
anonieme schenkers.
liefhebbers
Het Holland Festival dankt 708
Liefhebbers voor hun steun en
bijdrage.
Het Holland Festival
heeft ook uw steun
nodig: word Vriend
komen we u graag op speciale
gelegenheden en geven u een blik
achter de schermen.
Als Vriend draagt u actief bij aan
de bloei van het Holland Festival.
geefwet
Sinds 1 januari 2012 is het nog
aantrekkelijker om het Holland
Festival te steunen vanwege de
Geefwet die tot 1 januari 2018 van
kracht is. De Geefwet houdt in dat
giften aan culturele ANBI’s met
25% verhoogd mogen worden tot
een maximum aan schenkingen
van € 5.000 per jaar. Schenkt u
meer dan € 5.000, dan kunt u het
resterende bedrag voor het reguliere percentage (100%) aftrekken
van de inkomsten­belasting. De
voordelen van de Geefwet gelden
voor alle belastingplichtigen (particulieren en bedrijven) en zijn van
toepassing op zowel eenmalige als
periodieke schenkingen.
liefhebber
Vanaf € 45 per jaar bent u al Liefhebber. U ontvangt dit programmaboek gratis, u heeft voorrang bij
de kaartver­koop en u krijgt korting
op tickets.
begunstiger
Vanaf € 250 per jaar (of € 21 per
maand) bent u Begunstiger.
Uw bijdrage komt rechtstreeks
ten goede aan de internationale
programmering van het Holland
Festival. Als Begunstiger heeft
u recht op vrijkaarten en andere
aantrekkelijke privileges.
jonge begunstiger
Vanaf € 250 per jaar (of € 21 per
maand) ben je Jonge Begunstiger.
Laat jij je inspireren door internationale podiumkunsten? Wil je
meer weten over de kunstenaars
die je in het Holland Festival mee
op avontuur nemen en in vervoering brengen? Sluit je dan nu aan!
beschermer
Vanaf € 1.500 per jaar (of € 125 per
maand) bent u Beschermer. Als
dank voor uw aanzienlijke bijdrage
aan de internationale programmering van het Holland Festival
ontvangt u een uit­no­di­­g ing voor
de openingsvoorstelling en voor
exclusieve bijeenkomsten, naast
vrijkaarten en andere privileges.
hartsvriend
Vanaf € 5.000 per jaar bent u
Hartsvriend. Als Hartsvriend van
het Holland Festival nodigen we
u uit om dichter bij de makers te
komen. Met gelijkgestemden en
gasten van het festival verwel-
23
voordeel van een periodieke
schenking
Een eenmalige gift is beperkt
aftrekbaar voor de belasting. Het
totaal van de giften op jaarbasis
dient hoger te zijn dan 1% (drempel)
en kan tot maximaal 10% (plafond)
van het inkomen worden afgetrokken. Een periodieke gift is een gift
waarbij voor een periode van ten
minste vijf opeenvolgende jaren
een gelijke uitkering wordt gedaan,
vastgelegd in een periodieke akte.
De gift is volledig aftrekbaar zonder aftrekdrempel of aftrekplafond.
Wilt u ook Vriend van het
Holland Festival worden? Ga
voor meer informatie en een
aanmeldformulier naar
www.hollandfestival.nl / steun HF
of neem vrijblijvend contact op
met Leonie Kruizenga, hoofd
development op 020 – 788 21 18.
colofon / colophon
Holland Festival
Piet Heinkade 5
1019 br Amsterdam
tel. +31 (0)20 – 7882100
[email protected]
www.hollandfestival.nl
redactie / editing
Frederike Berntsen
vertalingen / translation
Margriet Agricola, Jane Bemont
eindredactie en opmaak /
editorial and lay-out
Holland Festival
ontwerp omslag / design cover
Maureen Mooren
druk / printing
Tuijtel, Hardinxveld-Giessendam
© Holland Festival, 2014
Niets uit deze uitgave mag op
welke wijze dan ook worden
vermenigvuldigd en/of openbaar
gemaakt zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van het
Holland Festival.
No part of this publication may be
reproduced and/or published by any
means whatsoever without the prior
written permission of the Holland
Festival.
Hoofdbegunstiger
24
25