Vzr. Rechtbank Den Haag 26 mei 2014, IEF 13890 (Bloom Training

Vzr. Rechtbank Den Haag 26 mei 2014, IEF 13890 (Bloom Training tegen Hulshof)
www.IE-Forum.nl
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel - voorzieningenrechter
zaaknummer / rolnummer: C/09/465127 / KG ZA 14-521
Vonnis in kort geding van 26 mei 2014 (bij vervroeging)
in de zaak van
[X],
tevens handelend onder de naam BLOOM TRAINING,
wonend te [A],
eiseres,
advocaat: mr. T.H. Geukes Foppen te Amsterdam,
tegen
1.
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HULSHOF TCP B.V.,
tevens vennoot van TA COLLECTIEF
gevestigd te Den Haag,
2.
de maatschap
TA COLLECTIEF,
gevestigd te Rijswijk,
3.
[Y]
vennoot van TA COLLECTIEF
wonend te [B],
gedaagden,
advocaat: mr. B.Y. Pije te Amsterdam.
Partijen zullen hierna enerzijds [X] (eiseres) en anderzijds Hulshof, TA Collectief en [Y]
(gedaagden afzonderlijk) of Hulshof c.s. (gedaagden gezamenlijk) genoemd worden.
1.
De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 mei 2014, met 32 producties, waaronder een kostenspecificatie;
- de bij brief van 14 mei 2014 ontvangen aanvullende producties 33, 34 en 35 van [X];
- de bij faxbericht van 15 mei 2014 aangekondigde eis in reconventie van Hulshof c.s.;
- de mondelinge behandeling, gehouden op 16 mei 2014, ter gelegenheid waarvan de
raadslieden pleitaantekeningen hebben overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op 2 juni 2014 met mededeling aan partijen tijdens de
mondelinge behandeling dat de voorzieningenrechter indien mogelijk bij vervroeging
uitspraak zou doen in welk geval partijen hierover bericht zouden ontvangen, hetgeen is
gebeurd.
C/09/465127 / KG ZA 14-521
26 mei 2014
2.
2
De feiten
2.1.
[X] en Hulshof houden zich ieder bezig met het ontwikkelen en geven van
cursussen gericht op het bedrijfsleven. Hulshof en [Y], welke laatste eveneens werkzaam is
als trainer, vormen samen de maatschap TA Collectief. Deze maatschap is opgericht met het
oog op het verzorgen van cursussen bij Accor, een onderneming actief in de hotelbranche.
2.2.
[X] en Hulshof hebben samengewerkt vanaf 2009 op basis van mondelinge
afspraken. [X] werd, net als andere trainers als ZZP-er door Hulshof ingeschakeld voor het
geven van trainingen bij opdrachtgevers van Hulshof. Via Hulshof konden trainers voor het
geven van cursussen bij hun eigen opdrachtgevers ook andere trainers inzetten bij hun
opdrachtgevers. Facturering van de opdrachtgevers verliep via Hulshof. [X] heeft in het
kader van de samenwerking met Hulshof c.s. cursussen gegeven bij onder meer KPN, The
PhoneHouse en Accor. [X] is ook betrokken geweest bij het opstellen van cursusmateriaal
voor trainingen die bij KPN zijn gegeven.
2.3.
In 2013 hebben [X] en Hulshof gesproken over het nader (schriftelijk) vastleggen
van de afspraken met betrekking tot hun samenwerking, waarbij onder meer de verdeling
van inkomsten en de omgang met bestaande en nieuwe opdrachtgevers aan de orde is
gesteld. In dat kader hebben partijen elkaar over en weer conceptovereenkomsten
voorgelegd. Een schriftelijke overeenkomst is evenwel niet tot stand gekomen.
2.4.
[X] heeft in februari 2014 aan Hulshof medegedeeld dat zij de samenwerking
wenste te beëindigen. Hierop heeft Hulshof [X] verzocht zich te onthouden van het geven
van enige training bij accounts van Hulshof en TA Collectief waaronder KPN, The
PhoneHouse en Accor. [X] heeft vervolgens een aantal reeds geagendeerde cursussen bij
KPN waar zij training zou geven, geschrapt.
2.5.
Overleg tussen [X] en Hulshof c.s. over de beëindiging van de samenwerking heeft
niet tot afspraken geleid.
2.6.
Op 24 april 2014 hebben Hulshof en TA Collectief de voorzieningenrechter van
deze rechtbank verzocht verlof te verlenen om conservatoir beslag te leggen op een
bankrekening en een onroerende zaak (het woonhuis) van [X], alsmede op vorderingen van
[X] op The PhoneHouse, de Belastingdienst en Hulshof zelf.
2.7.
Aan het verzoek hebben Hulshof en TA Collectief ten grondslag gelegd dat [X]
heeft gehandeld en dreigt te handelen in strijd met een tussen partijen overeengekomen
relatiebeding. Dit beding heeft blijkens het verzoekschrift de strekking dat [X] zich er van
zal onthouden om relaties en/of opdrachtgevers van Hulshof - direct of indirect - te
benaderen en/of op welke manier dan ook zaken met hen te doen en/of contacten te
onderhouden. De beslagen dienen ter bewaring van de verhaalsmogelijkheden ter zake van
de door Hulshof c.s. te lijden schade als gevolg van de niet-nakoming door [X] van het
relatiebeding, zo stellen Hulshof en TA Collectief in het verzoekschrift. Die schade is door
hen begroot op € 335.520,-- aan winstderving.
2.8.
Op 25 april 2014 is het verzoek toegestaan, met begroting van de vordering op
€ 432.624,--. Hulshof en TA Collectief hebben vervolgens ten laste van [X] conservatoir
beslag tot afgifte doen leggen op de genoemde verhaalsobjecten.
C/09/465127 / KG ZA 14-521
26 mei 2014
3.
3
Het geschil
in conventie
3.1.
[X] vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover
mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de op 25 april 2014 gelegde beslagen opheft, althans
Hulshof c.s. beveelt die beslagen op te heffen op straffe van een dwangsom, en Hulshof c.s.
verbiedt opnieuw conservatoir beslag te leggen op dezelfde gronden, alsmede Hulshof c.s.
verbiedt handelingen te verrichten die [X] beperken in haar werkzaamheden voor The
PhoneHouse, KPN en Accor, beide eveneens op straffe van een dwangsom, Hulshof c.s.
veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 54.150,-- als voorschot op de vergoeding van
de door Hulshof c.s. veroorzaakte inkomstenderving van [X], Hulshof c.s. verbiedt gebruik
te maken van door [X] ontwikkeld cursusmateriaal op straffe van een dwangsom en Hulshof
c.s. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 100.000,-- als voorschot op de vergoeding
van de door [X] geleden schade door de inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrechten,
met veroordeling van Hulshof c.s. in de door [X] werkelijk gemaakte juridische kosten
overeenkomstig artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna:
Rv), alsmede in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
[X] voert aan dat er gronden zijn voor opheffing van de beslagen. Primair bestrijdt
zij dat tussen Hulshof en haarzelf het aan de beslagen ten grondslag gelegde relatiebeding is
overeengekomen, althans stelt zij de op dit punt gemaakte afspraken niet te hebben
geschonden en betwist zij de onderbouwing door Hulshof c.s. van de gestelde schade als
gevolg van niet-nakoming van dat beding. Subsidiair stelt [X] dat als er al sprake zou zijn
van enige noodzaak tot beslaglegging het beslag op haar woonhuis al voldoende zekerheid
biedt voor de vordering van Hulshof c.s. Ten slotte voert zij aan dat een belangenafweging
ertoe zou moeten leiden dat de beslagen (deels) worden opgeheven nu zij door de
beslaglegging onnodig schade lijdt.
3.3.
Aan haar overige vorderingen legt [X] ten grondslag dat zij schade lijdt door het
beëindigen van de samenwerking onder meer nu zij door toedoen van Hulshof bij een aantal
klanten geen trainingen meer kan verzorgen. Voorts wordt zonder haar toestemming door
(trainers) van Hulshof nog gebruik gemaakt van cursusmateriaal waarvan de intellectuele
eigendomsrechten bij haar berusten, aldus [X].
in reconventie
3.4.
Hulshof c.s. vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor
zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [X] veroordeelt tot betaling aan Hulshof c.s. van
een bedrag van € 75.000,-- als voorschot op schadevergoeding, met veroordeling van [X] in
de proceskosten, waaronder de kosten van de beslagen en de nakosten.
3.5.
Hulshof c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat de niet-nakoming door [X]
van het mondeling overeengekomen relatiebeding zal leiden tot schade, onder meer door
verlies van omzet. In de – inmiddels door haar aanhangig gemaakte – bodemprocedure heeft
Hulshof c.s. de schade begroot op € 335.520,--.
3.6.
Partijen voeren over en weer, in conventie en in reconventie, gemotiveerd verweer.
C/09/465127 / KG ZA 14-521
26 mei 2014
4
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.
De beoordeling
in conventie
Spoedeisend belang
4.1.
[X] heeft, gelet op de aard en omvang van de gelegde beslagen, onder meer op een
bankrekening, het vereiste spoedeisend belang bij haar vordering tot opheffing. Ook bij de
overige vorderingen heeft [X] voldoende (spoedeisend) belang, nu deze zien op het
beëindigen van (voortdurend) inbreukmakend of anderszins onrechtmatig handelen.
Opheffing beslagen
4.2.
Krachtens artikel 705 Rv wordt opheffing van een beslag onder meer uitgesproken
bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van
de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van
het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze
vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.
4.3.
In het kader van een opheffingskortgeding als het onderhavige is het aan eiser om
aannemelijk te maken dat zich een opheffingsgrond voordoet. De voorzieningenrechter kan
bij de beoordeling daarvan alle door partijen ingenomen stellingen betrekken.
4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat tussen partijen niet langer in
geschil is dat [X] en Hulshof (mondeling) een afspraak hebben gemaakt over de omgang
met bestaande en nieuwe opdrachtgevers. Die afspraak luidt, zakelijk weergegeven, dat [X]
en Hulshof zich over en weer zullen onthouden van het benaderen van klanten van de ander.
Partijen hebben geen termijn aan die afspraak verbonden. Dat Hulshof gewoonlijk een
dergelijke afspraak pleegde te maken met trainers (ZZP-ers) met wie zij samenwerkte, vindt
bevestiging in een aantal door Hulshof c.s. in het geding gebrachte verklaringen van andere
trainers. In de door [X] in het geding gebrachte verklaring van mevrouw [Z], een collegatrainer die eveneens met Hulshof heeft samengewerkt, bevestigt [Z] enerzijds weliswaar de
lezing van [X] dat Hulshof geen formeel concurrentiebeding of relatiebeding aanging met
haar trainers, maar anderzijds verklaart zij dat wel sprake was van de afspraak dat de trainer
die een klant inbrengt in het netwerk van Hulshof bepaalt wat er gebeurt bij deze klant en
wie daar komt. Dat laatste heeft [X] tijdens de mondelinge behandeling ook erkend.
4.5.
Partijen verschillen echter van mening over de precieze betekenis van de afspraak,
met name wat betreft de definitie van ‘klant’. Kort gezegd, stelt Hulshof c.s. dat een
opdrachtgever klant is van degene die het eerste contact (de lead) met die partij tot stand
heeft gebracht terwijl [X] stelt dat een opdrachtgever klant is van degene die met die partij
tot definitieve afspraken komt (de klant binnenhaalt) ongeacht wie het eerste contact heeft
gelegd.
4.6.
De voorzieningenrechter stelt voorshands vast dat er van kan worden uitgegaan dat
tussen [X] en Hulshof een afspraak ter zake het al dan niet benaderen van elkaars klanten is
C/09/465127 / KG ZA 14-521
26 mei 2014
5
gemaakt, maar dat, gelet op de op dit punt uiteenlopende stellingen van partijen en de
beperkingen die een kort geding met zich brengt, de exacte inhoud van die afspraak thans
niet met enige zekerheid is vast te stellen. Dit brengt mee dat ook niet met enige zekerheid
vast te stellen is of KPN en The PhoneHouse dienen te worden beschouwd als klant van
Hulshof dan wel [X], waarover zij van mening verschillen. [X] stelt niet dat Accor haar
klant is.
4.7.
Dit betekent voorshands oordelend dat de vordering van Hulshof en TA Collectief
terzake van niet-nakoming van het overeengekomen relatiebeding niet zonder meer als nietserieus is aan te merken, ook als met [X] moet worden aangenomen dat de becijfering van
de schade in twijfel is te trekken. Daarbij weegt de voorzieningenrechter mee dat [X] heeft
aangegeven dat zij in de komende periode nog trainingen bij The PhoneHouse en Accor zal
geven. Bij deze stand van zaken luidt het voorlopig oordeel dat [X] er niet in is geslaagd
summierlijk de ondeugdelijkheid van het door Hulshof en TA Collectief ingeroepen recht
aannemelijk te maken zodat de primair door [X] aangevoerde opheffingsgrond door de
voorzieningenrechter wordt verworpen.
4.8.
De subsidiair aangevoerde grond voor (partiële) opheffing slaagt evenwel.
4.9.
Hulshof c.s. heeft niet betwist dat zij met het beslag op het woonhuis van [X]
voldoende verhaalsmogelijkheden heeft. Ook heeft zij niet toegelicht waarom het belang
van [X] bij opheffing van de overige beslagen zou moeten wijken voor haar belang bij
(extra) zekerheid met betrekking tot de in de bodemprocedure vast te stellen schade, terwijl
[X] gemotiveerd heeft gesteld schade te lijden door de beslaglegging op de bankrekening,
onder The PhoneHouse, de Belastingdienst en Hulshof. Naar voorlopig oordeel zijn de
beslagen onder de bank en onder voornoemde crediteuren dan ook onnodig.
4.10.
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vordering tot opheffing
van de beslagen toewijzen voor zover het de beslagen onder de bank en de crediteuren van
[X] betreft. Het beslag op het woonhuis van [X] blijft in stand. De alternatief gevorderde
veroordeling tot opheffing op straffe van een dwangsom behoeft in het licht van de
opheffing geen nadere bespreking.
Herhaling van beslag
4.11.
Voor het gevorderde verbod op herhaling van conservatoire beslagen op dezelfde
gronden is naar voorlopig oordeel door [X] onvoldoende aangevoerd. [X] heeft niet
aannemelijk gemaakt dat ook na een – voor Hulshof c.s. ongunstig – oordeel van de
voorzieningenrechter op dit punt enige dreiging bestaat dat Hulshof c.s. opnieuw en op
dezelfde gronden zal verzoeken om verlof tot het leggen van conservatoir beslag. Deze
vordering van [X] zal om die reden worden afgewezen.
Verbod op handelingen die [X] beperken
4.12.
Na het beëindigen van de samenwerking tussen [X] en Hulshof heeft Hulshof haar
relaties en voor haar werkzame trainers van die beëindiging op de hoogte gebracht. In het
licht van de afspraak over het niet benaderen van elkaars klanten – waarvan de exacte
strekking in het kader van dit kort geding niet is vast te stellen, zoals hiervoor reeds is
overwogen – heeft [X] voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze handelingen
C/09/465127 / KG ZA 14-521
26 mei 2014
6
van Hulshof c.s. als onrechtmatig moeten worden aangemerkt. Ook van anderszins
onrechtmatig handelen is onvoldoende gebleken om tot toewijzing van de in algemene
bewoordingen geformuleerde verbodsvordering over te gaan. Deze vordering zal eveneens
worden afgewezen.
Inbreukverbod
4.13.
[X] vordert een verbod op het gebruik door Hulshof c.s. van door haar ontwikkeld
cursusmateriaal waar zij intellectuele-eigendomsrechten op heeft, waarmee zij, zo begrijpt
de voorzieningenrechter, auteursrechten bedoelt. Hulshof c.s. verweert zich onder meer door
erop te wijzen dat [X] niet heeft gespecificeerd waar dit intellectuele eigendom uit bestaat.
Daarnaast stelt Hulshof c.s. dat het materiaal waarop [X] wellicht doelt, is ontwikkeld in
samenwerking met Hulshof, zodat moet worden betwijfeld of [X] (de enige) rechthebbende
is op die rechten en een verbod kan vorderen. Tot slot betwist Hulshof c.s. dat zij enig
materiaal dat afkomstig is van [X] gebruikt.
4.14.
Met Hulshof c.s. is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat [X] niet
althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Hulshof c.s. inbreuk maakt op enig aan
[X] toekomend auteursrecht. Ook deze vordering van [X] zal derhalve worden afgewezen.
Voorschotten schadevergoeding
4.15.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat in kort geding een voorschot op
schadevergoeding kan worden toegewezen, maar dat gelet op het restitutierisico
terughoudendheid op zijn plaats is. Voor het verkrijgen van een voorschot in kort geding
gelden derhalve zware eisen, deels wat betreft het spoedeisend belang, deels wat betreft de
motivering. Er dient aan drie voorwaarden te worden voldaan: i) het bestaan van een
vordering dient voldoende aannemelijk te zijn, ii) er moet sprake zijn van onverwijlde spoed
die een onmiddellijke voorziening vereist en iii) in de afweging van de belangen van
partijen dient mede te worden betrokken de vraag naar het risico van onmogelijkheid van
terugbetaling.1
4.16.
In de onderhavige zaak moeten beide vorderingen tot betaling van een voorschot
reeds worden afgewezen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het bestaan van
vorderingen op Hulshof c.s. vanwege onrechtmatig handelen en vanwege inbreuk op
auteursrechten niet aannemelijk geworden.
Proceskosten
4.17.
[X] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden
veroordeeld. Een volledige proceskostenvergoeding overeenkomstig artikel 1019h Rv is
door Hulshof c.s. niet gevorderd. De voorzieningenrechter begroot de kosten in deze
procedure volgens het liquidatietarief aan de zijde van Hulshof c.s. op € 816,-- aan salaris
advocaat te vermeerderen met € 868,-- aan griffierecht, in totaal derhalve op € 1.684,--.
1
HR 29 maart 1985, NJ 1986/84 (M’Barek/Van der Vloodt), r.o. 3.
C/09/465127 / KG ZA 14-521
26 mei 2014
7
in reconventie
4.18.
Met inachtneming van de hiervoor in 4.15 besproken zware eisen die worden
gesteld aan toewijzing van een voorschot op schadevergoeding in kort geding en gelet op
het ontbreken van enige onderbouwing door Hulshof c.s. van de spoedeisendheid van de
reconventionele vordering, concludeert de voorzieningenrechter dat aan deze eisen niet is
voldaan, zodat de reconventionele vordering zal worden afgewezen.
4.19.
In de procedure in reconventie zal Hulshof c.s. als de in het ongelijk gestelde partij
in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten in de procedure in reconventie aan de
zijde van [X] worden, gelet op de geringe omvang van het geschil in reconventie, begroot
op nihil.
5.
De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
heft op de door Hulshof en TA Collectief op 25 april 2014 ten laste van [X]
gelegde conservatoire beslagen, met uitzondering van het conservatoire beslag op de
onroerende zaak gelegen aan het adres [C], te [A];
5.2.
wijst het meer of anders gevorderde af;
5.3.
veroordeelt [X] in de proceskosten in conventie, tot dit vonnis aan de zijde van
Hulshof c.s. begroot op € 1.684,--;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
5.5.
wijst de vordering af;
5.6.
veroordeelt Hulshof c.s. in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van [X] tot
op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.M. Loos en in het openbaar uitgesproken op 26 mei
2014.