KORTSLUITING Jaren geleden speelde ik een partij, die me nog

KORTSLUITING
Jaren geleden speelde ik een partij, die me nog lang zal heugen. Omdat er iets gebeurde wat mij later
nog vaak zou overkomen. Maar niet zo erg als toen. Mijn dame stond aangevallen door een pion. Ik
kon haar wegzetten met schaak en dan moest er een plan verzonnen worden voor het vervolg. Maar
in plaats dat ik eerst die dame wegzette en dan eens ging kijken hoe het verder moest, stelde ik mijn
zet nog even uit, in de vreemde veronderstelling dat ik daarmee mijn verdere plannen geheim hield.
Alsof het in mijn voordeel was dat ik in gedachten al een zet verder was. Niet dus, want toen ik weer
eens onmogelijk lang had nagedacht, was ik die eerste obligate zet glad vergeten. Ik deed 'm niet. Ik
sloeg 'm gewoon over. Naast mij zat iemand die het niet kon aanzien. Wat doe je nou, riep hij
spontaan. Mijn tegenstander bleef een stuk rustiger. Er is over nagedacht, wees hij de onverlaat
terecht, alvorens kalm mijn dame te slaan.
In de interne competitie van Castricum gebeurde mij afgelopen vrijdagavond iets soortgelijks. Mijn
tegenstander had mij in het middenspel overklast, maar ik was op redelijk slimme wijze, vond ik zelf,
uitgeweken naar een eindspel, weliswaar met twee pionnen minder, maar met ongelijke lopers.
Dit was remise, wist ik vrij zeker. Van de witte damevleugelpionnen zou er eentje worden afgeruild
tegen de overgebleven zwarte pion en de andere zou, voordat die kon promoveren, gearresteerd
worden door de zwarte loper. Waarbij die loper gerust verloren mocht gaan. Want de zwarte koning
zou daarna het promotieveld h8 blijven bewaken totdat wit een ons woog, met pat als het hoogst
haalbare.
Wit probeerde het nog even. Hij deed Ke5-d5. En in mijn haast om te demonstreren hoe je zoiets
gemakkelijk remise maakt sloeg ik weer eens een zetje over en speelde het diepzinnige Kg6-g7??
Ja, zo win je geen partijen. Je maakt ze zelfs niet meer remise. Wat?!, vroeg de voorzitter ontstemd,
geen remise??? Nee, sprak ik deemoedig, ik gaf een loper weg en dat kon de stelling niet verdragen.
Er is iets mis met de bedrading in mijn hoofd. Die knettert. Dat geeft soms mooie vonken, maar ook
vaak gewoon kortsluiting.