Het Christendom

Het Christendom
Paragraaf 8
Het jodendom
•
•
•
•
-Palestina
Geloofden in een god
10 geboden in Oude testament (Tanach)
Geloofden dat God ze een grote staat zou
geven
• De Joden werden vaak overheerst door
andere volken
• Er kwam het geloof in een verlosser
Jezus van Nazareth
• Geboren in Bethlehem Palestina
• Begin op 30 jarige leeftijd te prediken
• Zei dat iedereen gelijk was en gaf ze hoop op
een beter leven na de dood
• Sommige Joden zagen hem als de verlosser
• Joodse leider klaagden hem aan
• Pontius Pilatus veroordeelde hem ter dood
En dan begint het pas…..
• Volgelingen gaven hem de naam Christus
• Volgens zijn aanhangers stond Jeuzs uit de
dood op
• 40 dagen later naar de hemel opgerezen
• Christenen geloven dat Jezus door God als
verlosser is gestuurd.
• Mensen moeten zo goed mogelijk leven tot
het tijd is voor het koninkrijk van God
• Belangrijkste volgelingen= apostelen
Christendom vastgelegd in de Bijbel
•
•
•
•
Opvattingen Christenen staan in de Bijbel
Ongeveer 200 n.C samengesteld
Oude Testamen = boek van de Joden
Nieuwe Testamen= 4 verhalen over leven van
Jezus
• Verhalen worden evangeliën genoemd.
De verbreiding van het Christendom
• Kon zich goed verspreiden tijdens Pax Romana
• Armen en onderdrukten voelden zich tot
Christendom aangetrokken
Vervolgingen van het Christendom
• Romeinse keizers waren bang dat Christenen
niet zouden gehoorzamen
• Gedroegen zich anders
De triomf van het christendom
• Christendom werd populairder
• Constantijn liet in 313 het Christendom toe
• Eind 4de eeuw besloot keizer Theodosius dat
Christendom enige toegestane godsdienst
was.
• Christenen gingen nu andere geloven
vervolgen
• Problemen tussen keizers en kerkelijke leiders