Zin en onzin over de ballenmakerij

Zin en onzin over de ballenmakerij
door Jef van Gils
Over de ballenmakerijte Goirle is
al veel geschreven.
De meesteauteurs herhalen,zonder kritisch onderzoek, steedsopnieuw de reeds
bekendefeiten, waardoor zinnige,
maar ook onzinnigemededelingen
een hardnekkig leven zijn gaan
leiden.
De eerste Goirlenaar die begon
met de beschrijvingvan de lokale
geschiedenis,
was Cornelis Rens,
geborente Goirle in 1837,van beroep
houthandelaar-"photografist".
In een handschriftbeschrijft hij de
periode 1850-1900.
Zijn opvolger
wasH.W. Janson,die reedstijdens
de 1e wereldoorlogbegon met zijn
onderzoekingen,
welke in 1953resulteerdenin zijn boek "Bijdrage
tot de geschiedenisvan Goirle",
eenpogingom de geschiedenis
van
dit dorp integraal te beschrijven.
Janson begint zijn beschrijving
over de ballenmakerij met de periode 1790-1800.
Daarnaastverschenener een aantal
artikelenover dit onderwerpin verschillendelokale kranten, geschreven door Lambert de Wijs,
A.J.A.C. van Delft en Pierre van
Beek.
J. Hoogendoornschreefin1975het
artikel "de Goirlenarenzijn ballenfrutters" in het boekje "Goirle",
naarmijn gevoelgebaseerdop aantekeningenvan Cees Robben betreffende de ballenmakerij, welke
zich bevinden in de verzameling
van de heemkundigekring "De Vy-
er Heertganghen", en op mijn artikel genaamd "een belangrijke ballenmakersfamiliete Goirle", gepubliceerd in het tijdschrift Actum
Tilliburgis.
Helaas noemt noch Janson noch
Hoogendoorn zijn bronnen. In het
boekje "Goirle" komt zelfs geen
enkele bronvermelding voor en we
vinden ze ook niet bij de aantekeninsen in het bezit van de Heemkundekring.t)
In dit artikel wil ik mijn kijk geven
op de ballenmakerij, waarbij zal
blijken dat de hulpwetenschapgen e a l o g i eo n m i s b a a rw a s . e n w a a r i n
ik de bronnen zal trachten aan te
geven waaruit de genoemde auteurs geput hebben.
De voornaamste akten
ffi;r
.tr*ffiffiffiïffi,
*::ff:;ff ',*€':i:x\3:lkáï%f
:ffiffi
*,
f;
liffi
ffi:$i,Ë.ffiËjïil#:f"'
fït'$H#;,,
ffiffïilrb*
tq r,eï>_$ J r / fo^,1 J r r.)I)'.1- & ! ó ',.
f;'rrS n I J.^n-**J
nIà ill t.r, .9. À$' à-à \'JàÍ' ? ) rJ -Ja rrga'iLà-?t
yz "il* c,ft nor.,rJetf'1r6),
tl*%r 'l;g;;*
$."!e!'
)'ea*'r
1
$in*iffi1*%e
*ïf :*"i*,*#Èï |ff -pu'n'
( ï71" a
flpat ; af./ r.S*' J ; t i $r.c.Cs.*ià Se = 0/.Ë-,..r.;
Akten die een duidelijk inzicht geven in de gang van zaken bij de ballenmakerij zijn er maar twee. De
oudste en belangrijkste dateert van
22.12.1669.') In deze akte treedt
Michiel JanssenVelsen op als lasthebber van zijn broer Gijsbrecht
Velsen en Roelandus van Edenburch uit Delft. Ter andere zijde
compareren de meester-kaatsballenmakers Gerit Goossens. Thomas en Nicolaes van Wijck, Willem
van Spaendoncq, Teunis van der
Linden, Jan van der Auderhaegen,
Jan van Beeck, Jan van Dircken,
Jan Dielis Claessen, Jacob Hendrick Cauwenberchs.Jan Jacobsen
Jan van Aelst. De ballenmakers
verbinden zich de eerstkomende
tien jaar alle ballen aan de twee
Delftenaren te verkopen die "bij
hen luyden, by yemant van den
haeren ofte op haere ordre" zullen
worden gefabriceerd (foto links).
Voornoemde Michiel Velsen was
volgens de schepenen van Goirle
"inden heerlijcheijt van
Goirle van
eerlijcke ende deuchelijcke ouders
geprocreëertende also onsen ingeboren". Michiel is op jeugdige leef"ende
tijd naar Delft verhuisd
is
aldaer woonende als factoor geïmploijeert geweest van seeckere
cooplieden van Delft, omme sich
wederom te begeven naer Goirle
ende alhier als factoor te handelen
in het negotieren van ballen, balleeiren als andersints". De schepenen verklaren in 1676 dat Michiel
"eerlijck ende deuzich te Goirle
chelijck" heeft gedragen.s;
Dat het genoemd contract, dat de
ballenmakers aan handen en voeten bond, ook weerstand opriep,
bewijst een akte uit 1672 waarin
twee ballenmakers voor de notaris
verklaren dat Cornelis van Ravels,
knecht van Gerit Goossens, gezegd
"ick wil het contract niet houheeft
den ofte teeckenen". Omdat hierdoor ook de positie van Gerit
Goossensin gevaar komt, verklaart
"ick worde borghe ende staen
deze
in voor mijnen knecht, opdat het
g e s e g tc o n t r a c ti n a l l e s i j n e p o i n t e n
werden naesecomen ende achtervolght".a)
De tweede belangrijke akte dateert
van enkele jaren later, en hierin
gaan de kooplieden Jan, Thomas
en Nicolaas van Auderhagen, Jacob van der Wegen en Heijltje van
Wijck, weduwe van Mathijs Wiemers, een overeenkomstaan, waarin zij verklaren elkaar op de hoogte
te zullen houden van hun kaatsballenproduktie en bestellingen aan
elkaar te zullen meedelen. Naar
evenredigheid van hun produktie
zullen zij dan een aantal ballen leveren. Niemand van de contractanten mag direct of indirect ballen
verkopen; alleen de handel op de
Stad Antwerpen is vrij. Ook leerknechten zullen alleen mogen worden aangenomen met goedkeuring
van allen en tegen betaling door
knecht of baas van vijf gulden, gezamenlijkte verteren.
Hoogendoorn noemt dit contract
een vroeg-socialistischegedachte;
waarschijnlijk is het slechtseen poging om nadeligeconcurrentiete
voorkomen, een poging die maar
vijf maanden zal standhouden en
d a n t e n i e t g e d a a nw o r d t . s ;
"compagnie van koopmanDeze
schap" roept eerder associaties op
met de teuten.")
De overige gegevensover de ballenmakerij te Goirle zijn, op het
kasboek van Adriaan van Besouw
na, slechts fragmenten, feitjes die
men leest tussen de resels door.
Tilburgse ballenmakers
Van het kaatsspelis bekend dat het
reeds in de middeleeuwen een populaire sport was, die ook door de
adel beoefend werd. Willem van
Oostervant, de latere Hollandse
graaf Willem VI. verloor zijn gou"tuyn" (halsketting) "up een
den
kaetsspul tot Staveren", Philips de
Schone zou gestorven zijn na het
beoefenen van zijn geliefde kaatsspel, Karel van Gelder en later
prins Maurits lieten ballen vervaardigen in Brabant.')
Uit Brabant kwamen dus de kaatsballen, maar had Goirle de hegemonie in de fabricage? Dit wordt
wel graag aangenomen,maar ik betwijfel het. Het oudst bekende gegeven betreffende een Goirlese
ballenmaker dateert uit 1552, het is
"Laureys
een schepengelofte van
die balmaecker tot Goerle".o) De
overige bekende feiten uit de 16e
eeuw hebben echter geen betrekking op Goirle, maar op Tilburg.
In 1560laat Frans Petersseneen gerechtelijke vervolging instellen tegen Jan Cornelis Geryt Hermanssoon, van wie hij twee Rijns guldens tegoed heeft, omdat hij hem
het ballenmaken geleerd heeft en
"heeft gewashem in die periode
schen ende gewrongen ende pottagie heeft gegeven". Bij deze akte
wordt geen plaatsnaam genoemd,
maar Jan Cornelis Geryt Hermanssoon vinden we in 1575terug in het
"commer
of collecteboek" van Tilburg als inwoner van de herdgang
Hoevell.e)
In 1588, het jaar waarin de hertog
van Parma tracht Bergen op Zoom
"vereyscht"
in te nemen,
Sebastiaen van Warendorp voor de genoemde hertog te Tilburg 12000
"quaetspel",
waarballen voor het
van er 6500 direct geleverd kunnen
worden.
De rendanten verzenden de ballen
"om
beters willen voor de ingesetenen van Tilborch". Ook hierbij
wordt Goirle niet genoemd, maar
J. Hoogendoorn schrijft in zijn arti"natuurlijk via
kel dat de leverantie
Goirle" gschied is. Dat is nog de
vraag, want ook in Tilburg wonen
dan verschillende ballenmakers;
genoemd is al Jan Cornelis Geryt
Hermanssoon; in hetzelfde commerboek van 1575 vinden we in de
herdgang Oerle en Broekhoven
een Korst die balmaker en onder
de herdgang Loven Peter Jaspars
die balmakeris.r0)
Een ander bewijs dat ook in Tilburg ballenmakers woonden, leveren de voogdijrekeningen van
1606, opgemaakt ten behoeve van
de voorkinderen van Jan Jan Zo'
mers te Tilburg, verwekt bij Katherijne Reijnbouts. Uit deze rekeningen blijkt dat een bedrag betaald
werd aan Jacob Jordens, omdat hij
Jan, zoon van voornoemde Jan Zomers, het ballenmaken geleerd
had. Bovendien blijkt dat Jan Zomers bij Jordens in de kost geweest
i s o m h e t a m b a c h tt e l e r e n . l l )
Ook de genoemde akte van 1669
bewijs dat elders ballen gemaakt
werden. Het contract spreekt im"op ordre
mers over de ballen die
van de comparanten soo binnen
Goirle als op andere plaetsen souden mogen werden gemaeckt".
Verder zegt het contract betreffen"dat van nu voorde de knechten,
taen niemant van dien tot meester
ofte baes sal aengenomen off gemaeckt werden t' sij buyten off binnen der heerlijcheyt van Tilborch
ende Goirle ten sij hij sich selven
desen contract is onderwerpende"
en dat de bazen ook buiten de juris"niemant
eenige
dictie van Goirle
sonlaten
maecken
ballen mogen
coopers
de
voorsz.
deselve
aen
der
te leveren".l2)
Bekend is ook dat ballenmakersuit
onze streek zich in het westen vestigden. Een akte uit 1617 noemt
Antonis Wouterssoon ballenmaker
te Rotterdam en erfgenaam van
zijn grootvader Benedictus Wouterssoon te Goirle. In deze hoedanigheid verkoopt hij een cijns, die
rust op de pastorie van Goirle, aan
Jan Adriaens Verschueren, ook
ballenmaker te Rotterdam. Een
Hilvarenbeekseakte noemt in 1656
Jan Peter Otten, geboren te Goirle,
als ballenmaker te Delft. De Goirlenaar Hendrick Jacob Couwenberg is in 1729 ballenmaker te Rotterdam. Zijn weduwe, Agnees
Vosse, werd in 1737 te Goirle begraven en blijkt tamelijk gegoed.
Volgens haar dienstmeid, de kwezel Pieternel de Bont, bezat zij o.a.
twee gouden ringen, een gouden
kruisje met gouden slot, twee goud e n m a a n t j e s .e e n z i l v e r e n v i n g e r hoed. twee zilveren haarnaaldenen
een paternoster en schoengesPen
van zilver.l3)
De fabricage van ballen in de l7e en
l8e eeuw
Gegevensover de aantallen geproduceerde ballen zijn schaars,maar
de weinige gegevens die voorhanden zijn, duiden op een enorme
kwantiteit in de 17e eeuw. In 1631
compareren voor een Tilburgse notaris Hendrick Gerit Michielse, Jan
Janssoon van de Loo en Goossen
Aerts, allen inwoners van Goirle,
die onder ede verklaren "Barthelomeus Jan Joachims, voerman tot
Tilburg te hebben bestelt, om de
hierna genoemde kwantiteijt ballen
naer Maestricht te voeren ende aldaer te vercopen ende welke ballen
sij comparanten selfs hebben gemaeckt ende door hunne familie
ende werkcluijden hebben doen
maken, te weten de voors. Hendrick 7000 cleijn ballen, Jan Janssen van de Loo 3700 groote ballen
ende die voors. Goossen zoo voor
sijn selven als mede voor sijne
moeder wesende een weduwe
tsamen 5300 grote ballen ende alnoch deselve alleen 1700 cleijne
b a l l e n " .t a )
Te Hilvarenbeek koopt Cornelis
Claes van Wijck uit Goirle in 1647
6000kleine kaatsballenvan Wouter
Adriaen Kemp, "die deselve alreede heeft semaeckt ende voorierst sal maeJken". t-t)
In ieder artikel over de kaatsballennijverheid lezen we dat de produktie in de l7e eeuw geleidelijk
achteruit ging en het verloop in de
18eeeuw definitief werd. Is dat wel
zo? Natuurlijk hebben verschillende factoren een ongunstigeinvloed
uitgeoefend op deze nijverheid.
Verschillende vormen van het
kaatsspelverloren in de 18e eeuw
snel terrein, bijvoorbeeld het "jeu
de courte paume", dat gespeeld
werd op specialekaatsbanen,maar
als volkssport op het platteland
zien we in de 18eeeuw een opbloei.
In de steden werd het kolfspel populair, een gegeven waarop te
Goirle werd ingespeeld, want er
werden ook kolfballen vervaardigd.'6)
Ook de Spaanse Successieoorlog
zaait veel onrust en ellende in het
begin van de 18e eeuw, maar in het
proces van verpaupering stond
Goirle zeker niet alleen. Iedere
plaats in Staats-Brabant werd ge6
troffen door de discriminatie vanuit
de Republiek; het naburige Hilvarenbeek bijvoorbeeld, werd hierd o o r n o g z w a a r d e rg e t r o f f e n . l T )
Het verloop van deze nijverheid is
echter zeker niet definitief in de
18e eeuw: we zien perioden van opbloei na de Oostenrijkse Successieoorlog en rond 1850.
In de eerste helft van de 18e eeuw
zijn de handelscontactente Goirle
in ieder geval nog zo belangrijk,
dat de schepenenvan deze plaats in
1714Michiel Schaepsmeirdersaan"alle
stellen als bode om
brieven
ende packen te bestellen op Amsterdam, Heusden, Gorrekom, Vianen, Uijtrecht, Rotterdam, Delft,
's
Tergouw,
Hage, Leijden, Haerlem en alle andere plaetsenin Hollant liggende, verders Maestricht,
Luijck, Keulen, Aken, Leuven,
Brussel, Tienen, Diest, Breda,
's
Bosch
alle
andere
ende
plaetsen".r8)
Enige jaren later, in 7727, verklaren Jan van den Berg en Vincent
van Dun, knechten van mr. ballenmaker Francis van Wijck, dat Van
"van
Wijck
leer en haer alhier gecogt", te Goirle 7500 ballen heeft
laten maken, die attestantenin een
zak hebben geteld. Deze zak is op
een kar naar Breda gebracht en
vandaar door beurtschipper Van
der Burs naar Amsterdam vervoerd. ref
Auteur S. van de Graaff schrijft in
1807 over Goirle, "voor dertig jaar
werd hier ene verbazende menigte
kaatsballen gemaakt, die naar alle
oorden der Republiek verzonden
000 kolfbaloAA 863).
wierden".20) Ook Van Breugel
weet in 1794 te vertellen dat te
"de enige fabricq die van de
Goirle
hairballen is, welke voorheen zeer
florissant was, terwijl een groot
deel der inseseetenendaar meede
hun brood íonnen".tt;
Nog in 1769worden vanuit Amsterdam 10.000 kolfballen besteld bij
"wel geschepen Willem van Dun
maakt, schoon wit van leer". Bij
Adriana Wiemers, weduwe van Jan
van Besouw, wordt in dat jaar een
order geplaatst voor 1000 Gentse,
1000 bonte en 1000 kleine kaatsballen.22)
De handelaren
Ik durf te veronderstellen dat de
ballenmakerij pas in de loop van de
17e eeuw een echt Goirlese aangelegenheid is geworden, waarin
vooral de familie Van Wijck en hun
afstammelingeneen grote rol hebben gespeeld.In grote lijnen wil ik
dit duidelijk maken.
NiclaesAntonis van Wijck wordt in
"die
no1620genoemd als een van
tabelstegegoededie eenighenhandel, hanteringe off neeringe aldaer
(Goirle) doen".23) Zijn zoon, C)ornelis Claes van Wijck, koopman in
kaatsballen, blijkt een huis te bewonen te Goirle in de Catsheuvel
"de
coopmanen zijn goederen
schappen raeckende", vertegenwoordigen bij zijn overlijden een
waarde van 225 gulden.2a)
In 1665 worden genoemd de mr.
kaatsballenmakers Jan Claes van
Wijck, Thomas en Claes Cornelis
van Wijck. Ballennaaisterszijn dan
Lijsbeth en Catelijn Cornelis van
Wijck en de weduwe van Cornelis
van Wijck.
Thomas en Niclaes van Wijck zijn
in 1669 medeondertekenaars van
het contract met de Delftse kooplieden.
Bij de ballenmakers uit 1665 worden ook genoemd Jan Carels van
Oudenhagen en Carel Gerits van
Oudenhagen; de laatste is gehuwd
met Lijsbeth Claes van Wijck. Hun
dochter Marie huwde Jan van de
Sande, alias Van den Boer, zoon
van de in 1665 genoemde mr. ballenmaker Jan Dircx van den Boer.
Mr. ballenmaker Jacob Hendrick
Cauwenberch was gehuwd met
Neeltje Cornelis van Wijck; eerder
noemde ik ballenmaker Francisvan
Wijck. Zijn vrouw was de ballenmakersdochter Maria van der
Linden.2s)
De uit Goirle atkomstige sr. Lau"balmaeker van
rens van Wijck,
sijne ambacht, wonende tot Vianen", verklaart in 1684 dat hij aldaar in augustus 1682 een partij
zwart koeiehaar heeft verkocht aan
sr. Baltasar Schaepsmeerders,oudburgemeesterte Tilburg. Het haar
werd, verpakt in drie zakken, naar
Tilburg gezonden.26)
In Vianen woont ook ballenmaker
Jan Jan Hosemans uit Goirle, die
sehuwd was met Marie van
Wiick.'')
Uit de familie Van Wijck stammen
ook de ballenhandelaren die bekend zijn uit de 1Be en 19e eeuw.
De eerder genoemde Adriana Maria Wiemers, weduwe van schepenkerkmeester Jan van Besouw, was
een kleindochter van Heijltje van
Wijck, ook koopvrouw in kaatsballen. Haar grootvader van moederszijde was mr. ballenmaker Adriaen
Spapens. De Van Besouws waren
van oorsprong geen ballenmakers
of handelaars.De oudste leden van
dit uit Tilburg afkomstige geslacht
geneerden zich met de landbouw,
de zonen van Adriana Maria Wiemers waren timmerman en metselaar van beroep.28)
De tweede handelaarsterin kaatsballen die we kennen uit de eerste
helft van de 18e eeuw was de vrouw
van Adriaan van Dun. Marie van
der Linden. Zij werd in 1673 te
Goirle gedoopt als dochter van Antonis Willem van der Linden en Catelijn Cornelis van Wijck. Bij haar
tweede huwelijk in 1722 met zeeldraaier/tavenierJan van der Flaes
uit Hilvarenbeek, blijkt volgens de
t o e n o p g e m a a k t ei n v e n t a r i sa a n w e zigaan leer, haar en gemaakte ballen voor een waarde van 200 gulden. Er is een tegoed van75 gulden
"van verscheijdenen
coopluijden
weegens geleverde ballen" en bij
de schulden vinden we een bedrag
van 30 gulden voor gekocht leer.
Aanvankelijk alleen en later met
haar zoon Willem van Dun, heeft
Marie van der Linden de handel
voortgezet tot 1739. In dat jaar verkoopt zij haar gehele inboedel
"naer
rijpelijkcke overweging met
De Ketsheuvel rond 1900, nu Kerkstraat. De Ketsheuvel lag in de herdgang Kerk, met een
aantal van 46 huizen rond 1800 de dichtst bevolkte buurtschap van Goirle en ook de buurtschap met de meeste armen. In de Ketsheuvel woonden voornamelijk wevers, spintrcrs cn
ballenmakers. Rond 1830 was alleen de westzijde bebouwd, tle bebouwing aan de oostzijde
hield op bij de plaats waar op de ansicht de zijgevel te zien is van het kanÍoor van de firma Vart
Enschot (de zijgevel met het raam en een vrouw met kind er voor). Het begin van de Ketsheuvel, vlak bij de kerk, was vanouds bestemd als woongebied vottr de nolabelen. Rechts wttortde
achter cle kerk vlashandelaar Schouíen, Iinks ballenhandelaar Willem van Dun, schoolmeester
Laurens van Dun en linnenfabrikant Van Besouw. In het eerstehuis links woonde rond 1900
fabrikant Gerard van Besouw, in het huis er naast zijn zoon Peter van Besouw (Joto toll.
schrijver)
nijverheid. Volgens mij is hierbij
door veel auteurs te weinig rekening gehouden met politieke en andere in- en externe factoren, die
hierbij een rol hebben gespeeld.
Juist in deze periode woedt de Oostenrijkse Successieoorlog (17401748), die een felle aanslagdeed op
de toch al smalle basisvan de Goirlese economischetoestand, Tilburg
en omgeving werden bovendien getroffen door epidemieën (17407741), 07a5-l7aU; in de zomer
van 174l heerste er een langdurige
droogte en in 1750 ging de hele
Meierij gebukt onder de gevolgen
van een slechte oogst.3l)
De regeerdersvan Goirle verklaren
"de
inwoonders door
in 1748 dat
deesetroubles seer veel hebben geleden bij het doormarcheeren van
d e t r o u p e s . l e g e r d i e n s t e n .i n q u a r tierinsen en duurte van levensmiddelen;.32;
Deze oorlog heeft ook zeker stagNeergang en korte opbloei
nerend gewerkt op de handel,
De berichten betreffende Goirle in waarvan ook de ballenmakers afde tijd dat de weduwe Van Besouw hankelijk waren. In de eerste helft
en Willem van Dun ballenhande- van de 18e eeuw zien we ook een
laar zijn, zijn niet erg gunstig, maar structurele wijziging die in het
van welk Brabants dorp is dat het voordeel werkte van de genoemde
geval in de 18e eeuw? In de jaren handelaren.
1740-1750lezen we dan ook over Veel ballenmakers geven hun zelfeen instorting van de kaatsballen- standig bestaangeleidelijk weer op
haere naesten bestaenden". inclu"hair,
sief
ballen en gereedschap
tot het balmacken behoorende"
voor 700 gulden aan haar zoon Willem, die haar dan reeds vijf jaar
"haer
heeft bijgestaan en
comparante boedel merckelijck hadde bevoordeelt door de coopmanschappe van balle".2e)
De kaatsballenhandelheeft Willem
van Dun, gehuwd met de Tilburgse
bierbrouwersdochter
Catharina
Beris, zeker geen windeieren gelegd. In 1744is hij een van de weinigen in Goirle die hun belasting
kunnen betalen, hij verhoogt zijn
aanzien als regerend armmeester
en schepenvan de heerlijkheid Tilburg en Goirle en ook door zijn
huisvesting heeft hij zeker boven
de meeste Goirlenaren uitgestoken. Hij bewoont namelijk het
Hooghuijs in de Ketsheuvel.30)
in de 18e eeuw en worden knechten
van de ballenhandelaren, bij wie
ook de orders voor de produktie
geplaatstworden.33)
huwt te Goirle in 1186 Maria van
Dun, dochter van ballenhandelaar
Willem van Dun en Catharina
Beris.
Gerard van Besouw behoort in
Na de Oostenrijkse Successieoor- 1808te Goirle tot de hoogst aangelog zien we een kortdurige opbloei
slagenen in de belasting, herhaalgezien de bestellingen die bij de
delijk treedt hij op als geldschieter
handelaren gedaan worden en volen in 1820wordt hij genoemd bij de
gens de berichten van Van Breugel
notabelste inwoners
van
het
en Van de Graaff.3a)
dorp.38) Hij overleed te Goirle als
De plaatselijke regenten verklaren particulier in 1829.Over zijn aktiviin 1776dat er een einde is gekomen teiten als ballenhandelaaris weinig
aan deze opbloei, "nog niet veele bekend, mogelijk in verband hierjaaren geleden was de balle fabricq
mee wordt in 1807 een paspoort
het bestaanen de negotie van Goirverstrekt aan de vijfenvijftigjarige
"groot
le, waarin omtrent 60 personen de
Gerard van Besouw,
5 voet
kostvoorhunhuijshoudenwonnen". 6 duijm, blauwe oogen en dragende
In 7776 zijn er niet meer dan 10 een bruine paruik", voor het on"die
daar meede nau- dernemen van een reis naar Frankballenmakers
l i j c x d e k o s t k o n n e nw i n n e n " . r s )
rijk.3e)
Meer weten we over zijn zoon AdToch blijven de handelaren actief. riaan van Besouw, gedoopt te
Bij de uitgaande brieven van de
Goirle 76.7.1791 en aldaar ongeGoirlese burgemeester vinden we
huwd, ab intestato, als particulier
hierover geen mededelingen, maar overleden 26.9.1831.
in de statistiek van de Nederlandse Van hem is het bekende kasboek
nijverheid staat dat er zich in 1819 bewaard gebleven, waaruit blijkt
te Goirle twee balmakerijen bevon- dat hij de grondstoffen voor de balden, die werk verleenden aan vier
lenfabrikagevoornamelijk kocht in
personen en waarin een gemiddeld de omgeving, Goirle, Hilvarendagloon werd verdiend van 50 cent.
beek, Diessen, Oisterwijk, ValDe afzet van de produktie vond
kenswaard en Gilze. Leveranciers
plaats in het binnenland, waarbij
uit Tilburg waren M. Castelijns,
dan ook de Zuidelijke Nederlan- Van Son, A. Mutsaerts op het
den behoren, maar de toestand was Leijnsheijken, L. Lombarts op het
kwijnend, omdat de vraag naar Goirken en A. Smulders aan de
kaatsballenniet groot was.36)
Reijt, die haar had opgeslagen"op
De gebieden waar de kaatssport de zolder van de Hasselsecapel".
populair was, blijken dan ook
Volgens dit kasboek, dat loopt van
steeds kleiner te worden. Volgens 1816 tot 1830, verkoopt hij in die
p e r i o d e 2 2 . 8 5 6b a l l e n . I n 1 8 1 6v i n J.J. Kalma werd deze sport in het
begin van de 19e eeuw boven de den we een grote order van eenzegrote rivieren alleen nog bedreven kere heer Kistemakers, die 2000
in de veendorpen van Zuid-Holbonte, 100 witte en 1000 gemene
land, Rijn- en Delfland, het gebied ballen bestelt. De andere leverantussen Enkhuizen en Medemblik
ties vermeld in dit kasboek belopen
e n e n k e l e g e b i e d e ni n F r i e s l a n d . r T . ; steeds maar enkele tientallen of
honderdtallen; de afnemers komen
De handelaren in de l9e eeuw
uit Noord-Brabant en de Belgische
plaatsen Turnhout, Arendonk en
Wie waren de handelaren in de 19e Retie. Van contacten met Noordeeuw? In ieder geval niet Peter van Nederland blijkt niets uit dit boek.
De enige bestelling uit Tilburg is
Diessen, die als zodanig in alle publikaties betreffende dit onderwerp
die van de weduwe Van Spaangenoemd wordt.
donk. die in \824 100 bonte en 100
Als eerstevinden we rond 1800Ge- grote Friese ballen bestelt.
rardus van Besouw, zoon van bal- Als voerlieden van de aanvoer van
grondstoffen en het vervoer van
lenhandelaarster Adriana Maria
Wiemers, die in 1798 als hoofdbe- ballen, voornamelijk naar Breda en
's-Hertogenbosch,
r o e p n o g t i m m e r m a no p g e e f t .m a a r
worden C. Lombarts en Jan Oerlemans sein latere akten meestal koopman of
noemd.ao)
negotiant genoemd wordt. Hij
8
Overigens heeft Adriaan van Besouw ook inkomsten genoten uit
andere activiteiten. Hij noemt zich
looier van beroep als hij in 1819
wordt benoemd tot voogd over de
kinderen van zijn buurman Peter
Storimans, hij blijkt ook te verdienen aan de handel in haar. dat ook
gebruikt werd bij de hoedenfabrikage en de verkoop van lijmvlees.
Verder verhuurt hij een woning
aan Peter de Kroon, verpachl hij
"gemeenen"
dijk en
turf aan de
treedt hij op als geldschieter. Mogelijk is hij ook winkelier, gezien
"winkeltooglrande aankoop van
ken" in 1818.1t)
Zijn nalat"enschapwordt na zijn
overlijden, samen met de nalatenschap van zijn vader gewaardeerd
op / 3585,-. De waarde van het
meubilair. samen met de voorraad
leer en de gemaakte kaatsballen is
f 215,-. Deze goederen komen, samen het ouderlijk huis aan de Ketsheuvel bij de kerk, in handen van
zijn broer Jan van Besouw, die als
koopman/winkelier ook de handel
in kaatsballenzal overnemen.a2)
Jan van Besouw blijkt haar voor de
vulling van de ballen o.a. betrokken te hebben van de Goirlese leerlooier/schoenmaker Jan Baptist
van der Foelaert. In 1843 levert hij
aan Van der Foelaert drie bunclels
garen nr. 40 ter waarde van
f 13,75. Dit bedrag wordt voldaan
door de leverantie van koeiehaar.
Van der Foelaert vordert in 1848
een bedrag van Jan van Besouw
voor geleverdhaar en gerepareerde
s c h o e n e n . a 3B) i j z i j n o v e r l i j d e n , i n
1861, wordt de nalatenschap geschatop een waarde van / 13.800,-.
Zijn weduwe, de Woenselse voermansdochter Maria Petronella de
Groot, zal daarna nog een tietttal
jaren kaatsballenblijven verkopen,
daarbij gesteund door haar zoon
Gerard van Besouw.aa)
Als tweede handelaar in kaatsballen vinden we Laurens van Dun.
geboren te Goirle in 7742,zoon van
Willem van Dun en Catharina Beris en gehuwd in l17l met Ida van
Besouw, dochter van Jan van Besouw en Adriana Maria Wiemers.
Naast handelaar in kaatsballen is
Laurens school-, kerk- en brand"debitant
meester.
à tabac" en winkelier. Bij het mutueel testament
d a t L a u r e n s e n I d a i n 1 8 1 0m a k e n .
nig werknemers, lage daglonen en
geheel overvleugeld door de linHet feit dat de ballenmakerij in nennijverheid.
1819een kwijnend bedrijf werd ge- Kwijnend is het bedrijf in de jaren
noemd en de bewering van alle 1850-1860zeker niet. Uit deze jaschrijvers over dit onderwerp, dat ren bestaanwel bewijzen dat gelede produktie in de 19e eeuw niets verd werd aan Friesland, met name
meer voorstelde, riep bij mij de de aan Van de Veer te Harlingen, en
vraag op waarom er dan toch tot mogelijk heeft de opbloei te maken
ongeveer 1870 twee handelaren met het feit dat de kaatssport in
hun bedrijf bleven voortzetten. En Friesland een geweldige bloei kent
waarom komt er rond 1870 plotse- na de oprichting in 1853 van de
"Directie van de jaarlijksche
ling een einde aan deze nijverheid?
2.tt.1872.
Was de ballenmakerij wel een ne- groote kaatspartij te Franeker",
Van zijn aktiviteiten als ballenhan- venbedrijf van alle Goirlese linnen- voorloper van de kaatsbond.aT)
delaar is zo goed als niets bekend.
wevers? Op dit laatste kom ik later Juist in dat jaar wordt in het gemeenteverslag van Goirle verZijn beroep wordt alleen genoemd terug.
klaard, dat de kaatsballenmakerij
bij het overlijden van Adriaan van
Osch. Een van de aangeversvan dit
Uit het onderzoek blijkt dat de in deze plaats de enige is in Nedersterfgevalis Laurens Naaijkens, 52
kaatsballenmakerijin de 19e eeuw land en zich nog steeds handjaar oud, van beroep kaatsballenfa- inderdaad nog maar een kleinscha- haaft.a8)
brikant.a6)
l i g e b e d r i j v i g h e i di s . m e t m a a r w e i - In 1855 staat in het voornoemde
verslag dat de linnenfabriek - er
staan dan te Goirle 220 weefgetouwen - een groot gedeelte van het
jaar in kwijnende toestand heeft
"doch dat van pellen en
verkeerd,
kaatsballen heeft geregeld deszelfs
werkzaamheden voortge zeÍ" .ae)
Een jaar later verzoekt de burgemeestervan Goirle aan de ministcr
van financiën het traktement van
de bestelhuishouderte verhogen en
het bestelhuiste verheffen tot hulppostkantoor. Door het vervroegen
van de vertrektiiden van de diligence van Tilburg naar Turnhout. blijven de brieven voor Goirle biina
een etmaal in Tilburg liggen, als de
bestelhuishouder niet zelf iederc
dag te voet in Tilburg de post gaat
halen. Dit is echter niet vol te houden door de toenemende handel in
Hendrik Eijsermans met zijn tweede vrouw en de kinderen uit zijn tweede huwelijk.
l i n n e ne n k a a t s b a l l e n . s " ;
Hendrik, geboren te Goirle 10.12.1811, was een zoon van ballenmaker Francis Eijsermans en
Adriana van der Zande, halfzuster van overgrootvader Van der Zande. Hendrik was linnenOok het gemeenteverslagvan 18-58
wever en gal les aan kinderen in de Mechelse kuthecismus. Hij kreeg hiervoor per communiverklaart dat de twee kaatsballencant 5 stuivers of goederen in natura. Er wordt van hem gezegd, dat hij de laatste ballenmaker
makerijen onafgebroken werkzaam
van Goirle was, maar in 1893 is in zijn inventaris niets meer te vinden, wat wijst op de
z
ijn geweest.sr)
hallenmakerij. In zijn woning aan tle Bergstraat staan dan I breed en 2 smalle weefgetouwen
verklaren zij gegoed te zijn beneden de 1000 gulden. Laurens van
Dun overleed te Goirle in 1821.
Zijn weduwe, die waarschijnlijk de
handel in kaatsballen heeft voortgezet, overleed aldaar in 1831.4s)
Zij werd opgevolgd door haar
kleinzoon Laurens Naaijkens, geboren te Goirle in 1811 als zoon
van de Hilvarenbeekse bakker
Hendrik Josef Naaijkens en Johanna van Dun. Laurens overleed te
Goirle ongehuwd en zonder beroep
Het ballenfrutten in de l9e eeuw
en 2 spoelgetouwen.
Dit woonhuis met grond was door Hendrik in 1874 gekocht van Johanna Hesselmansweduwe
van Elias de Jong. De grond verkocht Hendrik later aan Hendrik van Puyenbroek, voor de
uitbreiding van diens fabriek.
Hendrik Eijsermans huwde te Goirle 27.4.1868 Helena Mariu van lersel en hertrouwde te
Goirle 26.11.1894 Anna Maria de Rooij, weduwe van Peter Cornelis van Dun. Uit dit tweede
huwelijk werden zes kinderen geboren.
Op de foto van links naar rechts zittend; Gerarda Eijsermans geb. Goirle22.l1.1898, woont te
Hilvarenbeek en huwt J. Bressers, Hendrik Eijsermans, zijn tweede vrouw Anna Maria de
Rooij en Huberta Catharina Eijsermans, geb. Goirle 20.8.1900 huwt Hendrikus van Beurden
uit Poppel.
Staande van links naar rechts; Petrus Johannes Eijsermans, geb. Goirle 6.2.1904, huwt Paulina van de Zilver te Tilburg, Helena Cornelia Eijsermans geb. Goirle 24.12.1901 woont te
Hilvarenbeek en huwt A.A. Kluijtmans, Hendricus Adrianus Eijsermans, geb. Goirle
16.10.1895 huwt J.M.M. Klaassen en Catharina Maria Josephina Eijsermans geb. Goirle
1 7 . - 1 . 1 8 9 7h, u w t P . H . G . v a n P u y e n b r o e k .
De foto zal gemaakt zijn kort voor het overlijden van het echtpaar Eijsermans-De Rooij.
Beiden overleden in 1926 (foto coll. schrijver).
De weduwe van Jan van Besouw
schrijft in 1869aan Van de Veer in
Harlingen, dat ballen van de gewenste kwaliteit niet direct geleverd kunnen worden. Zij kan wel
de gewone soorten leveren, want
die zijn in voorraad. Waarschijnlijk
heeft deze brief de stelling opgeroepen, dat er geen ballen meer gemaakt werden en dat alle-gnnog uit
voorraad geleverd werd.-")
Er werden dus nog wel ballen gemaakt in dat jaar, maar lang heeft
het niet meer geduurd. In 1870
wordt in het gemeenteverslagnog
een kaatsballenfabriek genoemd,
in 1872 blijkt ook deze te zijn geliquideerd.")
Het vrij plotseling verdwijnen van
deze oeroude Goirlese nijverheid
heeft verschillende oorzaken. Uit
de correspondentievan G. van Besouw blijkt dat er moeilijkheden
zijn ontstaan met Van de Veer uit
Harlingen; door de toenemende
populariteit van de kaatssport in
Friesland gaan aldaar wonende
schoenmakers kaatsballen maken
volgenshet Goirlese procédé, en te
Goirle werden de lonen van de linnenwerversin deze jaren steedshoger, maar die van de ballenmakers
lager. In 1859 is het maximumdagloon dat in de ballennijverheid verdiend kan worden nog 75 cent. ln
1861 maar 50 cent. De maximumdaglonen welke in 1859 in de linnennijverheid vediend konden
worden lagen tussen de / 1,- en
r 1,20.
Ook de leeftijd van ballenhandelaars en -makers heeft waarschijnlijk een rolmeegespeeld. De weduwe van Jan van Besouw was in 1870
al 74 jaar oud. Haar zoon Gerard
wijdt in deze periode al zijn krachten aan de expansie van zijn bedrijf; in 1875 begon hij met zijn
zwager P.W. van de Lisdonk een
machinale weverij. Haar concurrent, Laurens Naaijkens, overleed
"fullte Goirle in 1872. De laatste
Mijn overgrootvader Willem van tler Zande,
kleinzoon van balmaker Jan van der Zande.
Zowel hij als zijn moeder, Maria Smultlers
uit Tilburg, werden bedeeld door het armbestuur. Bij de benoeming vun zijn voogden in
1858 was zijn halfbroer balmaker Francis
Eijsermans aanwezig (foto coll. schrijver)
10
time" ballenmaker, Francis Eijsermans, overleed aldaar in 1871.54)
t & *
lJirl roor
De opkomst van de gummiballen,
omstreeks 1860, richtte de kaatsballenproduktie in Goirle niet te
gronde. De ballen die voor het
kolfspel gebruikt werden, kregen
wel een elastieken kern, maar de
kaatsballen worden nog steeds op
de oude wijze gemaakt. Nog in
"Het
1972schrijft J.J. Kalma:
dode
machinale produkt zal her, ook al
doordat de behoefte aan ballen betrekkelijk klein is. nooit winnen
van het handgemaakte produkt."
In het begin van de 20e eeuw werd
door de kaatsbond wel contact opgenomen met de Vredestein-rijwielbandenfabriek om te komen
tot machinale produktie, maar alle
e x p e r i m e n t e nl i e p e no p n i e t su i t . s s ;
De fabrikage
Alvorens iets te vertellen over de
kaatsballenmakers eerst in grote
lijnen het produktieproces,waarbij
vooral de vulling belangrijk was.
Bij voorkeur werd hiervoor kalverof hokkelingshaar gebruikt. Dit
haar zette bij vochtigheid uit, terwijl het leer inkromp, zodat de bal
door de grote spanning veerkrachtig werd. Bij het spelen werd zonodig zelfs een mondvol bier over de
bal gespuwd. Voor de vulling geschikt was voor gebruik, moest ze
eerst worden gezuiverd, gewassen
en gedroogd. Zo blijkt uit het kasboek van Adriaan van Besouw, dat
het haar geleverd door Mutsaars
aan de Hasselt "voor 4 deel zant is
geweest". Het gedroogde haar
w e r d v e r v o l g e n si n e e n t r o g v o r m i ge bak gelegd die alleen aan de lange zijkanten een opstaande rand
had. In de lengte liepen over de
bak een twaalftal koorden. een
pink dik, aan het ene einde op gelijke afstandenvan plm. 5 cm vastgehechten aan het andere einde samengebundeld en bevestigd aan
een handgreep. Door het voortdurend krachtig neerslaan van de
koorden werden de klitten in de haren losgewerkt. Dit haarslaan en
haarsnijden kende men ook bij de
hoedenfabrikage en was zo'n zwaaÍ
werk dat het door volwassenmannen gebeurde.s6)
Het omhulsel bestond uit zes, met
pekdraad, voornamelijk door de
Tr'Jitet
da li*rL vt
F F A T O I S C U SE I J $ E B T A I I S ,
gctrare* íe Goarle
dn
ou*leáes
ah/6ar &a
la ro0t tr.Erall!
li
78fitr,
ía*wti
137 L ;
3 idi
trrll$vÀíuq
Y À ï D u Í t z , r } - t } l :,
ÁnI{IAíÁ
íaq gli S?ll,tetft 18lii,
!/tt'o/tN b tlaorlr
l\\i"
orcrlalrr *hla,v irn ?3 Jaw*i
Ëetr* cerckroln zlir de lrrnge ,ilrr:1, die
op rl* r'*;;*rn dor gerer'lrtigltritl gevondcn
lipr. líi; itl.
worllcr.
Werkr,**rn *r ,!ct zor5 hecllí zii lwr|
rlageu <loorgelnacht; hnrr: ttak tcrvultl, rbn
larc looplutrtt rolíaosdíllr striid gtxtrttlur.
'llin. .1.
brat:lt|, hr:t grlutí'br:wnrud. Job I. ll
Hiinc kindcrnr: lleninf rlkrrnrkr', hr:1.i;
ll, Jcan.
hel grl*d v*rr dr:n lli:cr.
llebt nrt'deliidon met rtij , rlir u in mijre rr
xr,hoot heb gedrxgnr, dicr r gr:voctl cn rrpgcbra'
lt ht.h.
:J llu h. 5 : ',iï.
'11.t:l1tt
n:ii rltrt nrvc gclrrlm iut Uod.
,
Rom. IY : 3o.
ïnr:
tltuï
! rs llatrÀ , {ws {uí, Ítrotrl}!;.
{11í1Í tl o g r t djrla a t.\
n.
lllj ?itovÀt
l.
vll
r.
l}r:r.e,r,
Coorb.
Bidprentje van balmaker Francis Eijser'nans
(coll. schrijver)
vrouwen aan elkaar genaaide, segmenten van zacht schapeleer.Een
segment bleef gedeeltelijk open en
dan volgde het belangrijkste wr:rk,
het vullen van de ballen met het
voorbewerkte haar. Aan een van
de zijkanten van een bank waren
hiertoe drie gaten geboord, waarin
metalen vormpjes pasten die onderling in afmeting verschilden.De
halfgevulde ballen kwamen in zo'n
vormpje te liggen en werden dan
door de ballenmaker verder opge"balbak"
met hamer en
vuld. Zo'n
priem, wordt genoemd in de nalatenschap van ballenmaker Dirck
van der Flaas, halfbroer van handelaar Willem van Dun. De waarde
was 10 stuivers.sT)
De bal mocht niet te hard en el'enmin te vast gestopt worden, er
moest rekening gehouden worden
met het feit dat de ballen door het
liggen zachter werden en bij de beoefening van de kaatssport van
vorm veranderden. De fabrikage
van één bal kostte ongeveer een
uur. Daarna volgde voor somrnige
soorten nos een rood of blauw verfbad.58)
"ballenfrutten" goed te leOm het
ren was een proeftijd nodig als
knecht bij een meester ballenmaker. Dit is dan ook de eeuwen door
gebeurd, al vinden we ook hierover
weinig bewijzen. Eerder zijn al
twee akten genoemd waarin Tilburgers verklaren als leerling bij een
baas in de kost te zijn geweest. In
de overeenkomst met de Delftse
handelaren staat dat niemand baas
kan worden, voordat hij binnen
Goirle twee jaar het ballenmakers"omme
ambacht heeft uitgeoefend
't
voorschreve ambacht beter te
doen floreren".se)
Jan de Wits wordt genoemd in 1656
en Cornelis van Ravels in 1672 als
ballenmakersknechtbij mr. ballenmaker Gerit Goossens;ot')aan ballenmaker Adriaan van de Sande
wordt in 1753 vijf gulden betaald
't
"voor 't
naijen leren van onmondigh kint van wijlen Jan Laurijs
Schapen"."')
Hoofdverdachte van de pesterijen
van de Goirlese, mank lopende
schoolmeesterQuirijn Roovers, in
1768,is Jan van Dun, leerling bij de
ballenmakers Peter en Anthony
Alewijns.62)
Bàllenmakers en schoenmakers
In slappetijden hielden de Goirlese
linnenwevers zich bezig met het
maken van ballen, een veel gehoorde stelling. De plaatselijke bevolking kon van de landbouw alleen
niet bestaan en bijverdienste was
bittere noodzaak. Van oudsher
werden deze additionele inkomsten
gevondenin het weven van grof linnen en het frutten van balien, beweert L. ten Horn van Nispen in
inventaris een weefgetouw en ook
bedeling door het armbestuur komt
in deze groep zelden voor. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat
voor de boeren de toestandenrooskleurig waren. Juist zij werden in
de loop van de 18e eeuw geconfronteerd met de zwaar drukkende
belastingen, de veel voorkomende
runderpest en de misoogsten. Te
Goirle heeft dit tot gevolg dat de
Al vroeg bestond een groot deel groep autochtone landbouwers
van de Goirlese beroepsbevolking steedskleiner wordt. ln 1803wordt
niet uit landbouwers. Volgens het verklaard dat de gemeente onder"quohier tot den opheff van een ca- hevig is aan"zigtbaar verval en ver"derpitale schattinge" uit 1665 blijken mindering", omdat wevers en
"capitalisten" te gelijke" de plaats hebben ingenoin het dorp vijf
wonen en 217 personen en families men van de gegoede ingezetenen
"veele acgegoed onder de 2000 gulden. die landbouwer waren,
Slechts 85 mensen van deze groep kers en groes zijn tot bosch ge"als teulluijden te ne- maakt".t'n)
blijken zich
geren met lantbouwerije. soo oP
henne eijgene als gehuerde goede- Van de Goirlese beroePsbevolking
r e n " . V e r d e r v i n d e n w e o . a . 1 9 w e - is in 1798 30o/owerkzaam in de texvers, 1 sajetspinner, 21 spinsters, tielnijverheid, 88 mannen worden
26 ballenmakers,4 ballennaaisters, vermeld als wever, spinner of we9 schoenmakers,4 kleermakers en versknecht.6T)
Dat al de mensen uit deze groeP
6 k r a m e r se n v o e r l i e d e n . o s )
zich als bijverdienste bezighielden
met het maken van ballen is onzin.
In het begin van de 18e eeuw blijken juist de boeren in Goirle te be- Ook hier is het omgekeerd: de ballenmakers hielden zich in slaPPe
horen tot de groep die geen addititijden bezig met het weven van linonele bijverdienste nodig heeft, zij
behoren tot de groep die wel geheel nen, maar waren ook werkzaam in
of gedeeltelijk belasting kan beta- andere beroepen.
Een aan het ballen maken nauw
len: slechtszelden vinden we in hun
haar proefschrift, handelend over
Jan B.M. van Besouw.Ór)
Ik ben het niet helemaal eens met
deze stellingen. Te Goirle was de
landbouw een additionele bijverd i e n s t ev o o r d e l i n n e n w e v e r se n i n
het begin van de 19e eeuw zelfs nog
voor de fabrikanten. niet omgekeerd, en voornamelijk gericht op
produktie voor eigen gebruik.6o)
()ereedschap gebruikt bij de fabrikage van kaatsballen en een niet afgewerkte kaatsbal (foto coll. schriiver)
verwant beroep was namelijk de
schoenmakerij.In Frieslandzijn het
juist de schoenmakers,die zich volgens J.J. Kalma door het verdwijnen van de Goirlese ballennijverheid voor de taak gesteldzagen om
wedstrijdballen te leveren. Zo
werd schoenmaker Jabik Sjoks uit
Bozum rond 1870 ballenfabrikant;
rond 18i10waren in Friesland vooral de zogenaamde Witmarsumer
ballen zeer in trek. Zij werden vervaardigd door schoenmaker Wopke Meter.68)
Ook te Goirle is het opvallend dat
leerlooiers en schoenmakersbijna
allen geparenteerdzijn aan ballenhandelaars. In 1798 worden genoemd de schoenmakersJan Baptist van der Flaas en zijn zonen Mat h i a s . A r n o l d u s e n J a n F r a n c i s .J a n
Baptist was een stiefzoon van Maria van der Linden. de moeder van
Willem van Dun. De moeder van
looier/schoenmaker Jan Baptist
van der Foelaert was Johanna van
der Flaas. Schoenmaker van beroep zijn ook Michiel en Antoni
van Dun, zonen van voornoemde
Willem van Dun. Antoni wordt
zelfs balmaker genoemd in 1814,
bij de aangifte van het overlijden
van ziin buurvrouw Henrica van
Ravels.
B a l l e n h a n d e l a a rA d r i a a n v a n B e souw wordt een keer looier gen o e m d . D e i n 1 8 1 8t e G o i r l e g e b o ren Jan van Besouw. zoon van ball e n h a n d e l a a rJ a n B a p t i s t v a n B e souw en Maria Petronella de
Groot. was leerlooier te Oisterwijk.6'r)
De laatste ballenmakers
Anders dan voor de ballenhandelaaantal
jaar
1855
1856
1857
1858
1859
1860
1861
1862
1863
1864
1865
1866
1870
ballenmakerijen
ren in de 18e en 19e eeuw, was de
positie van de ballenmakers. ln
1744 behoren de dan bekende ballenmakers bijna allen tot de groep
"huijshoudens
van 68
off menagiën" die, ofschoon zij niet van de
arme leven, toch niet in staat zijn
om hun belastingte betalen. Enkele ballenmakers behoren zelfs tot
de bedeelden door de H. Geest
armen.T(')
Een akte uit dat jaar zegt dan ook
dat "het getal der ingesetenendat
in de caatsballen is werckende,
daar meede maar met veel moeijten den soberen cost voor haar ende hare familie winnen" en dat bij
"alsoo
hen niets te bekomen is
haare meuble ordinair soo al maer
een gulden acht á tien waardig sijn
't
en bij meestegeval van dien niets
te vinden is als bedroefde aÍmoede".7l)
Hierna zien we een korte opleving
in de produktie, maar in 1116 is
h u n a a n t a l t e r u g g e l o p e nt o t n i e t
meer dan tien personen.
"ellendige"
Acht
ballenmakersblijken nog werkzaam in 1798, twintig
jaar later zijn er in Goirle nog twee
balmakeriien met vier werknemers.72)
J.J. Kalma schrijft dat een ballenmaker in Friesland een jaarproduktie heeft van zo'n 2000 ballen. Gezien de omzet van handelaar Adriaan van Besouw, kan deze nijverheid dus maar aan enkele mensen
werk hebben verschaft in de 19e
eeuw.73)
Uit onderstaandelijst blijkt dat het
aantal werknemers gehele 19e
eeuw klein is gebleven, zodat de
stelling dat alle linnenwevers als
ballenmaker biiverdienden zeker
niet opgaat.Ta)
aantal werknemers
mannen
vrouwen
Na 1866wordt geen aantal werknemers meer genoemd en vanaf 1872
geen ballenmakerij. De daglonen
liggen in 1857 tussen de 20 en 75
cent, het minimumdagloon in 1859
is 25 cent, een maximumdagloon
van 50 cent wordt genoemd in
1 8 6 1 .H e t w e e k l o o n i s i n 1 8 6 6m i n i maal / 2,50 en maximaal f 4,-. Deze lonen liggen beduidend lager
d a n i n d e G o i r l e s el i n n e n n i i v e r h e i d
van die tijd.
Zoals bij de handelaars en de
schoenmakers,zien we ook dat de
meesteballenmakersaan elkaar geparenteerd waren.
De lijst van 1798 noemt als ballenmakers de 25-jarige Peter van de
Laak, de 74-jarige Adriaan van E,nschot en de 20-jarigeNorbert Roestenborg. De laatsteis bij zijn huwel i j k i n 1 8 0 3m e t T h e r e s i aS m u l d c r s
uit Tilburg, arbeider van beroep.
Hij overleed te Goirle als ballenm a k e r 2 4 . 1 0 . 1 8 4 8O
. p d e z e l f d el i j s t
vinden we ook Peter Alewijns. te
Goirle als ballenmaker overleden
Aldaar
overleed
2.I2.1811.
8 . 5 . 1 8 1 5 ,o p 3 1 - j a r i g el e e f t i j d A n tonij Alewijns, ballenmakerzoals
zijn vader en grootvader. De ander e b a l l e n m a k e r si n d e 1 9 e e e u w
stammen af van de in 1699genoemde mr. ballenmakerJan Dircken.
alias Van de Sande, of zijn verwant
aan diensafstammelingen.
Ballenmaker Jacobus Vromans
overleed te Goirle 1.1.1822. Htj
werd geboren te Utrecht als zoon
van Cornelis Jacobus Vromans.
Zijn grootmoeder van vaderszijde
was Pieternel Jacob Jan Dirck van
de Sande.Ts)
De in 1798genoemdeballenmakers
Peter en Jan van de Sande waren
broers. zonen van ballenmaker Adr i a a n v a n d e S a n d e .d i e e e n k l e i n zoon was van mr. ballenmaker Jan
Dircken en wiens tweede vrouw
stamde uit het ballenmakersges l a c h tV a n O u d e n h a g e n . ' " )
Peter van de Sande overleed te
5 .a a r n az i j n w e G o i r l e 1 0 . 1 2 . 1 8 0w
duwe met haar kinderen verhuisde
naar Tilburg. Zijn broer Jan overleed te Goirle als ballenmaker
12.5.1822.Aldaar was hij in 17ilt)
gehuwd met Helena van Diessen,
zuster van ballenmaker Jan van
Diessen.
D e z e J a n v a n D i e s s e n .9 . 6 . 1 8 1 7t e
Goirle als arbeider overleden. was
van der Zande. linnenwever en
waarschijnlijk ook ballenmaker,
zoon van ballenmaker Jan van de
Sande en Helena van Diessen.Te)
Dan zijn er nog de leden van het,
o o k u i t T u r n h o u t a f k o m s t i g e .g e slachtEijsermans. De belangrijkste
ballenmaker uit dit geslacht was
Francis Eijsermans, geboren te
Goirle in 1802 als zoon van kleerm a k e r J a n B a p t i s t E i j s e r m a n se n
Jacoba Spapens.Van zijn uiterlijk
weten we dat hij klein was, gebrekkig was aan zijn linkerbeen en litteUit het huwelijk van Jan van de
kens had op zijn linkerhand.80)
Sandeen Helena van Diessen werd
in 1781 een dochter Adriana gebo- Als ballenmaker huwde hij te Goirle in 1827 Cornelia Sebregts. Zijn
ren, die in 1808huwde met Willem
d e V o l d e r . D e z e W i l l e m w i e n s v a - beroep was ook ballenmaker, toen
hij in 1839 hertrouwde met Adriader afkomstig was uit Turnhout,
"tissage- na van der Zande, dochter van
had in 1812 te Goirle een
voornoemde Cornelis van der Zanranderie". Bij het huwelijk van zijn
de bij diens eerste vrouw Gertrudis
zoon Peter in 1832 was hij wever,
Versteden en dus ook een kleinmaar bij zijn overlijden te Goirle
3 . 1 . 1 8 4 1b a l l e n m a k e r .T w e e z o n e n dochter van ballenmaker Jan van
de Sande. Francis Eijsermans overvan Willem de Volder hebben ook
leed te Goirle als ballenmaker
nahet laatsteambacht uitgeoefend
3.7.1811. Enkele maanden eerder
overlemelijk Jan, als ballenmaker
echter werd hij als erfgenaam van
P
e
t
e
r
,
e
n
den te Goirle 9.9.1835
Anna Maria Versteden. linnenweh
i
j
9
.
3
.
1
8
7
3
t
o
e
n
v
a
n
b
e
r
o
e
p
wever
te Goirle overleed, maar ballenma- ver van beroep genoemd.8l)
ker toen hij in 1857 aangifte deed
Een tante van Francis was de ongevan het overliiden van een kind van
huwde Elisabeth Eijsermans, die te
Cornelis Sneli.Ts)
Goirle bij de kerk woonde, samen
De vierde ballenmaker uit het ge- met haar zuster. de kwezel Cornelia Eijsermans. In 1820werd Elisaslacht De Volder was Cornelis de
"balnaaijster" genoemd, volVolder. broer van voornoemde beth
Willem. Hij werd te Goirle gebo- gens haar testament, gemaakt in
"voorheen balnaaijren in 1790en is aldaar als linnen- 1821, was zij
.. a).
ster .'-I
wever gestorven 30.7.1851. Hij
geDe laaíste ballenmaker te Goirle
werd ballenmaker van beroep
zou
Hendrik Eijsermans geweest
als
1822
optrad
noemd, toen hij in
zijn, zoon van Francis en Adriana
getuige van het huwelijk van Maria
Smulders uit Tilbure met Cornelis van der Zande. seboren in 1841.
de vader van ballenmaker Peter
van Diessen, die 4.3.1812te Goirle
"paoverleed. Zijn beroep was
nier".
H.W. Jansonnoemt hem als de ballenhandelaardie zijn zaak te kooP
aanbood aan Hendrik Eijsermans.
Dit is onmogelijk. Peter van Diessen was geen handelaar en bovendien werd Eijsermans pas geboren
in 1841, bijna dertig jaar na het
o v e r l i j d e nv a n V a n D i e s s e n . " )
De ballen.frutterij in de kunst, ruam van glazenier Cox uit Maasniel (foto coll. schriiver)
Zijn activiteiten als ballenmaker
moet hij dan ontplooid hebben
voor zijn huwelijk, in ieder geval is
er zeker een einde aan gekomen in
de jaren 187011871.
Hendrik huwde te Goirle in 1i168
als linnenwever met Helena Maria
van Iersel. In de inventaris die
werd opgemaakt in 1894, bij zijn
tweede huwelijk met Anna Maria
de Rooij, is niets meer te vinden
dat herinnert aan de ballenmakerii.
Wel genoemd worden twee sPoelgetouwen, een breed getouw en
iwee smalle weefgetouwen.s3)
Tenslotte blijkt uit de rekeningen
van het armbestuur, dat ook in de
19eeeuw de werknemers in dit laag
betaalde beroep herhaaldelijk ondersteund moesten worden. De ouders en weduwe van ballenmaker
Jan de Volder waren zo aÍm, dat zi1
de reparatiekostenvan de militaire
kleding die Jan als fuselier tijdens
de Belgische opstand had gedragen, niet konden betalen. Dokter
Raupp uit Bergeijk ontving van het
armbestuur 12 gulden voor het verstrekken van medicijnen aan Francis Eijsermans, en de weduwen van
Jan de Volder en Cornelis van der
Zande werden bedeeld door dit bestuur, dat later ook de kosten zou
dragen voor het uitbestedenvan de
weeskinderen van voornoemde
Van der Zande.sa)
Noten
"De
l) Verzameling heemkundekring
"Ecnige
t
e
G
o
i
r
l
e
'
Vyer Heertganghen"
a a n t e k e n i n g e no m l r c n t d e n v o o r u i l gang der bevolking, der industric. der
verschillendeinrichtingen' instcllingen
enz. zoowel op stoffclijk als geestelijk
gebiedin de GemeenteGoirlc. vanaf 3l
d e c e m b e r 1 8 5 ( )t o t 3 l D e c c m b c r l 9 ( X ) "
door C. Rens: H.W. Janson' (ioirlt',
o p s t e lg e d a t e e r d1 .1 l . l 9 l U , i n b e z i t v a n
schriiver; H.W. Janson. Biidrage tot de
geschiedenis van Golrle (Voorhout.
"De
Goirlena1 9 5 3 ) ;J . H o o g c n d o o r n .
i
n
: Coirle (Brcb
a
l
l
e
n
f
r
u
t
t
e
r
s
"
,
ren zijn
"Het
maken van
d a , 1 9 7 5 ) ;L . d e W i j s ,
'n
bijdragc tot cle
k a a t s b a l l e nt e G o i r l e .
economische geschiedenis van Brabant", Nleawc Tilburgsche Courant,
1 6 . 4 . 1 9 3 0e n 9 . 7 . 1 9 3 0 :A . J . A . C . v a n
"Uit
Goirle kwamen de kaatsbalDelft.
len". Het Nieuwsblad van hel Zuiden'
"Goirle
w a s v r o c g er
1 9 5 6 1P . v a n B e ek .
centrum van de kaatsballenindustrie"'
Het Nieuwsblad van het Zuiden, 1969l'
"Uit
G o i r l e k w a m en k a a t s b a l l e n " .
Goirles Belang, 1966; Verzamcling
"De
Vyer Hcertgangheemkundekring
"Aantekeningen betrefhen" te Goirle,
i3
fende de ballennijverheid".
2 ) G e m e e n t e - a r c h i e fT i l b u r g ( G A T ) , T i l burg Rechterlijk-archief (R) 37{). fol.
4 1 9 , 2 2 . 1 2 . 1 6 6 9.
3 ) G A T . R 6 1 - 5 o, n g e Í b .l . 1 . 1 0 . 1 6 7 6 .
: Í ) G A T , N o t a r i e e l - a r c h i e Í( N o t . ) 1 6 , f o l .
l 3 u . 1 . 3 . 16 7 2 .
. s ) G A T . N o t . - 5 u .f o l . 1 9 5 , 1 - 5 . - 5 . 1 6 Ui d6e: m
f o l . 19 6 . 1 6 .1 0 .l 6 t t 6 .
"Inleidende
6) H. Mandos,
beschouwing
ovcr het probleem der teuten". in: De
Teuten, huitengaanders van tle Kempen
(E,indhovcn,1974).
7) Johanncs Lolkama, Perken, pailuren en
koningen (Akkrum, 1983);J.J. Kalma,
Kautsen in Friesland (Franeker, 1972).
l3) GAT. R 387,ongefol.,28.6.1-552.
9 ) G A T , R 1 4 , o n g e f o l . , 4 . 1 1 . 1 5 6 0G; A T ,
O u d - a d m i n i s t r a t i e fa r c h i e f ( O A A ) 2 1 2 ,
"Commcr
of collccteboek", fol. 27,
24) GAT, R voogdijrekeningen
l66l nr. 3.
en De Voldcr.
2.5)GAT, OAA 380 IV, 1665;GAT, Not. 4 4 ) G A T , N o t . 4 2 7 . a k r e 1 0 7 . 1 3 . t t . 1 u 6 6 1
1 6 .f o l . 1 3 8 ,4 . 3 . 1 6 7 2N: o t . 6 5 , a k t e9 0 ,
Not. 3,12,akte 265,5.12.lu6lJ.
9 . 4 . 1 7 2 7N; o r . 6 6 , a k r e 6 - 5 .1 7 . 1 . 1 7 3 1 ; 4 5 ) G A T . N o t . 2 2 - 5I . a k t c 5 6 . 3 . 3 . l u l 9 l
GAT, R 436,fol. 108,2..5.1744;
GAT,
N o t . 1 3 5 ,a k t e2 1 1 2 5 . 2 . 1 2 . 1 t 1J1. v0 a: n
N o t . ó 6 , a k t e 1 4 - 51, . 9 . 1 7 3 3N; o t . 7 5 .
Gils, "E,enbelangrijkeballenmakersfaakte136,6.6.1'741;
RAH, Hilvarenbeek
milie te Goirlc".
R 6 4 , f o l . 1 4 1 / 1 , { l v1,6 6 0 .
46) GAT, Not. 332, akïe 247. l9.tt.lt362;
26) GAT, Not. 5U,Íbl. 85, 22.8.16{J4.
N o t . 3 3 2 ,a k t e2 4 8 / 2 5 81. 9 . I J . 1 U 6G2c;2 7 ) G A T , N o t . 5 9 ,f o l . 1 1 4 , 2 3 . 7 . 1 6 9N2o; t .
meenteGoirle.BurgcrlijkcStand(BS),
5 9 , f o l . 3 1 4 ,2 4 . 4 . 1 6 e 6 .
Ovcrlijdensregister
I t163.
28) J. van Gils, "Spapenis de zoonvan de
17) J.J. Kalma. Kaatsenin Frieslund.
Paap", De BrabantseLeeuw, jrg. 29 48) GAG. Gemeenteverslag
1853.
(1980)nr. 2,|'tlz.571'
GAT, Not. 58,fol. zl9)Idcm .l855;GAG 10U,5.2.18-55.
40v,sept.1683;GAT, R 472,fol. 243v, 50) GAG 93, Uitgaandebrieven burge26.7.1727;GAT, Not. 14.1.akte .{7.
m e e s t e r. .+ . 8 . 1 8 5 6 .
29.11.1795; Not. 147, akre 28. 5 1 ) G A G 1 0 8 ,2 6 . 2 . 1 1 1 5 8 .
1-5.-5.
1798; GAT R 479. fol. I I .
52) CollectieF. Mes. Brievencopicbock
G.
2 4 . 3 . 1 7 6 1G: A T . N o t . 7 4 , a k t e 1 0 7 .
van Besouw.
2.2.1739;GAT, R ,136, fol. 123v. -53)GAG, Gemeentcvcrslagcn
ltt70-1t372.
157-s.
11.7.1744;
R. 436,fol. 171v,27.1.1745, 51) J.J. Kalma. Kaalscnin Frieslund;Gcl 0 ) G A T , O A A 3 9 5 ,o n g e Í b l .7. . 3 . 1 5 | t t ;
GAT, OAA 1286.24.t.t799.
meenteGoirle,BS; Zie verdernoot 52.
J.H. van Heurn, Hlslorie der Stad en
2 9 ) G A T , N o t . 6 6 , a k t e 6 5 , l ' / . 1 . 1 7 3 1 ; 55) J.J. Kalma, Kaatsenin F-rieslund.
's
Melterye van
Hertogenbosch, dl. Il
G A T . R 4 7 5 ,f o l . 2 l v , 1 . 6 . 1 7 . {R
0 ;4 9 9 , -56)CollectieF. Mes,Kasboekvan Adriaan
(Utrecht, 1776) blz. 185; GAT OAA
f o l . 1 2 l v , 2 . 1 0 . 1 1 2 2R: 1 7 4 , f o l . 2 5 1 ,
van Besouw;J.J. Kalma. Kautsanin
2 1 2 .[ o l . 3 e n 3 0 , 1 5 7 5 .
2 1. 9. t 7 3 9 .
Friesland;H.W. Janson,Bijdragetot de
11) GAT, R boedelrekeningen 1606 nr. 6
30) J. van Gils, "Een belangrijkeballenmageschiedenis
van Goirle, blz. 90.
(mededeling van de archivaris van de
kersfamiliete Goirle". Actum Tillibur- 5 7 ) G A T , R 5 0 t 3f,o l . 6 6 . 7 . 1 1 . 1 7 u 3 .
g e m e e n t eT i l b u r g G . J . W . S t e i j n s ,w a a r gr, jrg. 3 (1972)nrs. 2 en 3.
58) Zie noot 56.
voor hartelijk dank).
3l) H.P.H. Jansen,Kalendurium,Geschie- 59) Zie noot 2.
12) Zie noot2.
denis van de lage landen in jaartallen 6 0 ) G A T , N o t . 1 8 . a k t e 5 , 9 . 2 . 1 6 - 5N
6 ;o t .
1 3 ) G A T , R 3 5 0 , f o l . 2 v , 1 0 . 1 . 1 6 1 7R; 4 2 8 ,
(Utrecht/Antwerpen,l971); A. Ple1 6 .f o l . 1 3 8 ,4 . 3 . 1 6 7 2 .
f o l . 3 - 5 , 2 2 . 5 . 1 7 0 0 l 'R 4 2 9 , f o l . 1 2 1 v ,
voets, "Armenzorg en armoedein Til61) GAT, Not. ti6, akre 104.20.'t.1753.
2 6 . 2 . 1 7 0 1 :R 4 3 , 1 ,f o l . 1 7 1 , 1 6 . 7. 1 7 3 4 ; R
burgvoor 1800",in: De Lindeboom,Yl 62) GAT, R 634,ongefol..23.12.1168.
4 3 4 , Í o l . 2 2 1, 8 . ' 7. 1 7 3 5 ;R , 1 3 4 ,f o l . 2 3 0 v ,
(Tilburg,1982).
63) L.C.W.J.M. ten Horn van Nispcn,Jnn
1 2 . 9 . 1 7 3 5R; 4 3 4 . f o l . 3 0 6 v .8 . 3 . 1 7 3 7 R
;
32) GAT. OAA 863.rr. 1748.
B.M. van Besouw(Tilburg,l97l).
4 3 4 , f o l . 3 3 6 v , 2 0 . 1 2 . 1 7 3 7R
1 434, fol.
33) Zie noot 22 en 29.
6 4 ) G A G 9 8 ,1 6 . 1 1 . 1 8 1 r i .
337, 20.12.1737; R 433, fol. 290.
34) Zie noot 20 en 21.
65) GAT, OAA 380 IV, 166-s;Idem 971.
8 . 1 2 . 1 7 3 0 ;R 5 ( X ) ,o n g e f o l . , 8 . 1 1 . 1 7 3 7 ; 3 5 ) G A T . O A A 8 6 4 .1 7 7 6 .
1665.
Rijksarchief in Noord-Brabant te
36) Statistiekenvan de NederlandseNijver6
6
)
G
A T , O A A t i 6 l , 2 4 . 1 0 . i 7 U 6I;d e m
's-Hertogenbosch
(RAH),
Hilvarenheid uit de eerstehelft van de I9e eeuw,
1 2 8 61
, 8.4.1803.
b e e k R 5 5 , f o l . , 1 1 ,d e c . 1 6 5 6 .
uitgegeven
door I.J. Brugmans('s-Gra- 67) J. van Gils, "Staatvan de Goirlesebe14) GAT, Not. 6, fol. 69,4.4.1631.
venhage,1956)deel I 1816-1843.
Supvolking rond 1800",At'tum Tilliburgis,
15) RAH, Hilvarenbeek R 313, ongefol.,
plementuitgegeven
j r g . 9 ( 1 9 7 8n) r . l .
door J. Damsma,J.
t . 1 t . 1 6 4 7.
de Meere en L. Noordegraaf('s-Gra- 68) J.J. Kalma, Kaatsenin Friesland.
l 6 ) J . J . K a l m a , K n a l s e ni n F r i e s l a n d ; G A T ,
venhage,1979).Idem deel II. Volgens 69) GAT, OAA 1286;GemeenteGoirle,
OAA ti63, brief aan Willem van Dun
dezestatistieken
bestaatin 1819in AmBS.
d.d.27 1.n69.
sterdameen kolfballenmakerij.
In 1843 70) GAT, OAA 864, 174.+
"De
l7) J. van Gils,
s l a c h t o f f e r sv a n d e g r o zijn er kolÍbalmakerijen
te Utr,:chten 71) GAT, OAA U60,fol. 59v, 17;14.
te branden te Hilvarenbeek, De BraRotterdam.
72) GAT , OAA 1290,l7 .2.1796;
IdemtJ6zl.
b a n t s eL e e u w , j r g . 3 0 ( 1 9 8 1 ) n r s . 5 e n 6 ;
37) J.J. Kalma, Kaatsenin Frieslarul.
7'176;Zie noot 36.
"De
J. van Gils,
gemeijnt en het bouw38) Gemeente-archief
Goirle (GAG) 201, 73) J.J. Kalma, Kaatsenin Friesland; Colland te Hilvarenbeek in de l8e eeuw",
1 8 . 1 1 . 1 8 0e8n 1 5 . 6 . 1 8 2 0G; A T , N o t .
lectieF. Mes,KasboekvanAdriaanvan
in: Hildewaren Beke (Hilvarenbeck,
231 II, akre 96,24.6.1826;
Not. 225 I,
Besouw.
1 9 8 1 ) ;H . J . v a n X a n t e n e n A . M . v a n
a k t e5 6 , 3 . 3 . 1 8 1 9N;o t . 2 2 4I , a k t e1 4 8 , 74) GAG, Gemeenteverslagen
1ll5-5-1t170:
"Poll-tax
der Woude,
and population in
2 1 . 7 . 1 8 1N8 o; t . 2 2 4I , a k t e2 , 6 . 1 . 1 8 1 8 ;
Verslagenvan den toestandder provinthe bailiwick of Bois-le-Duc about
N o t . 2 2 4I I , a k t e2 5 0 ,1 5 . 1 2 . 1 8 1N
8o
; r.
cie Noord-Brabant, I 860-l870.
1700". in: A.A.G. Bijdragen, 13, afd.
224lI, akte244,5.12.1818:Not. 225II,
75) GAT, OAA 1290;GemeenteGoirle,
Agrarische Geschiedenis Landbouwhoa k t e 1 6 7 ,3 . 8 . 1 8 1 9N; o t . 1 5 5 ,a k t e 4 9 ,
BS.
g c s c h o o l( W a g e n i n g e n , 1 9 6 - 5 ) .
12.t1.1806;Nor. 159, akre 88, 7 6 ) G A T , R 4 7 5 , f o l . 2 1 l v , 1 4 . 61. 7 4 3 ;R
18) GAT. OAA U60, 17.4.1714.
1 0 . 1 0 . 1 8 1N0o; r . 1 5 8 ,a k t e4 5 ,8 . 7 . 1 8 0 9 ;
437, fol. 80,9.11.1747;R. 437,fol. I05,
1 9 ) G A T , R 6 2 - 5 ,o n g e f o l. , 1 3 . 5 . 1 7 2 1 .
N o t . 2 2 2 I I , a k t e 9 7 , 1 8 . 1 0 . 1 8 1N
6 ;o t .
12.2.1748;
R 436,fol. 142,27.10.1744.
20) S. van de Graaff, Historisch-Statistische
130.akte9. 26.3.1805.
77) H.W. Janson,Bijdragetot de geschiedeBeschrijving van het Koninkrijk Hol39) GAT. OAA 1143.
nis van Goirle, blz. 89.
land, deel I tlepartment Braband (Am40) Collectie F. Mes te 's-Hertogenbosch, 78) GemeenteGoirle,BS.
s t e r d a m , 1 t 3 0 7 ) ;E e n d e e l v a n d e b e KasboekAdriaan van Besouw.
79) Idem.
schrijving van Van de Graaff wordt her4 1 ) G A T , N o t . 2 2 5 I , a k t e 2 4 , 2 8 . 1 . 1 8 1 9 ; 80) Idem, Huwelijksbijlagen1839.
haald in: A.J. van der Aa, AardrijksNot. 234, akte 28, 2.3.1829;Zie verder 81) GAT, Not. 348, akre 1ó6, 117en 182,
kundig Woordenboek der Nederlanden,
noot 40.
1 7 . 51. 8 7 1 .
4e deel (1843).
42) GA-t, Not. 235 II, akte 70, 15.9.1831; 82) GAT, Not. 173, akte 85, 28.7.1820;
"Beschreeve
21) C. van Breugel,
staat van
Not. 237I, akte64, 17.4.1833.
Not. 174,akte 57, 11.7.1821l,
Not. 169.
de Meijerije (1794)", in: Historia Agri43) Collectie F. Mes, Boek met gegevens
a k t e7 2 , 3 0 . 7 . 1 8 1 6N; o t . 1 6 6 ,a k t e 9 1 ,
culturae, VIII (Groningen, 196-5).
betreffendede uitgifte van garens,o.a.
13.8.1813.
22) GAT, OAA ti63, brieven verzonden in
aan thuiswevers
1839-1851.
Volgensdit 8 3 ) G A T , N o r . 4 7 4 ,a k t e6 8 , 1 1 . 1 2 . 1 8 9 4 .
1767169aan Willem van Dun en de weboek leverdeVan Besouwook garens 8 4 ) G A G 6 1 8 ,1 8 4 9n, r . 9 5 , 5 . 2 . 1 8 3 ó
I d; e m
duwe Jan van Besouw.
aan de families. waaruit ballenmakers
615.
23) GAT. OAA 107.22.6.t620.
stammen,nl. Eilsermans.
Van Diessen
t4