KERST – SPROOKJE ?

KERST – SPROOKJE ?
INLEIDING – Een beetje warmte
Een beetje warmte
in dit soms kille bestaan,
een beetje licht om verder te kunnen gaan.
In een oud verhaal gehoord: een inspirerend woord.
Een beetje vrede
in dit soms harde bestaan,
een beetje hoop om verder te durven gaan.
Uit een oud verhaal gedacht: een toekomst die toelacht.
SAMEN BIDDEN
Elke dag zijn we bezig
met van alles en nog wat.
We lachen, genieten,
we maken plezier
en gunnen elkaar het beste:
Heer, ontferm U…
Elke dag zijn we bezig
met van alles en nog wat.
We lossen de problemen op
die opgelost moeten worden
en helpen elkaar zoveel als kan:
Heer, ontferm U…
Een jaar lang zijn we bezig
met van alles en nog wat,
maar op deze bijzondere dag
staat het leven even stil
voor een ander verhaal:
Heer, ontferm U…
Mensgeworden God,
iedereen viert kerstmis
op zijn eigen manier en met zijn eigen gedachten.
Wij bidden U: dat iedereen die hier aanwezig is
zich weer in het kerstgebeuren herkent,
en dat iedereen zich geroepen voelt
om zijn of haar eigen manier
mens voor mensen, mens van U te zijn.
Amen.
www.meerstemmig.nl
1
VERHAAL – Kerstsprookje
(vrij naar een verhaal van Lou Andreas-Salomé)
Ik was naar de stad gegaan om kerstboodschappen te doen. Met de spullen in mijn tas
liep ik de stad weer uit op weg naar huis. De lucht was grijs en het sneeuwde licht. Voor
me zag ik iemand met de capuchon van zijn mantel diep over zijn hoofd getrokken. Een
grote, oude man met veel wit haar en borstelige, witte wenkbrauwen. Hij zat op een
bank, maar ik kon me niet herinneren daar ooit een bank te hebben gezien. Ik vond het
raar, en wilde zo snel mogelijk doorlopen. Maar toch kon ik het niet laten om even te
stoppen en hem aan te kijken. ‘Ik wist niet dat hier een bank stond,’ zei ik tegen hem.
‘Die staat er normaal gesproken ook niet,’ zei hij, ‘Die staat er alleen vandaag en voor
mij.’ Mijn angst maakte plaats voor nieuwsgierigheid. Wie was deze man?
‘Weet U waarom mensen kerstmis vieren?’ vroeg de oude man me. Zijn vraag verbaasde
me niet eens en ik antwoordde meteen, alsof ik deze vraag had verwacht: ‘Natuurlijk
weet ik dat. Ik ken het kerstverhaal over een kind dat in een stal geboren is, omdat er
geen plaats voor hem was in de herberg.’
‘Dat is lang geleden, dat is erg lang geleden,’ zei de man. ‘Sinds die dag zijn er veel
kinderen geboren. Elk kind heeft zijn eigen geboortedag. Kerstmis is volgens mij niets
anders dan de algemene kinderverjaardag, de grote levensdag.’
Hij stond op en ik liep met hem mee. Hij vertelde me, dat hij het zo druk had, maar dat
hij het helemaal niet erg vond. ‘Ik maak me wel zorgen,’ zei hij, ‘Ik maak me zorgen dat
de mensen straks in niets meer geloven.’ Ik kreeg medelijden met de oude man en ik zei
tegen hem: ‘Ik kan me best indenken, dat deze kerstdagen vermoeiend en moeilijk zijn.
Ik denk dat ik ook begrijp waarom u denkt dat men binnenkort niets meer zal geloven.’
Hij antwoordde niet. Ik keek naast me, omdat ik verbaasd was dat hij niet antwoordde.
En ik ontdekte, dat er helemaal niemand naast mij liep: ik was alleen. Was hij een
andere weg ingeslagen? Of had ik mij de kerstman alleen maar ingebeeld, en had ik
gewoon in mezelf lopen praten?
En opeens begreep ik mijn kerstman. Ik begreep dat hij alleen maar een naam was voor
alles wat vriendelijk is in ons leven, voor al het vriendelijke dat in ons of door ons
gebeurt. Omdat er elke dag wel wensen worden vervuld en niet alleen onder de
kerstboom met geschenken, is hij zelf helemaal niet meer te zien.
En nu wist ik ook waarom ik op weg naar huis de kerstman ontmoette. Toen ik de stad
verliet met mijn kerstboodschappen, was ik gelukkig en hoopte ik dat iedereen een fijne
kerst zou hebben. Nu weet ik, dat goede wensen altijd zichtbaar kunnen worden.
www.meerstemmig.nl
2
GELOOFSBELIJDENIS – Rondom een kribbe
Rondom een kribbe
verdwijnen verschillen
in rijkdom en faam.
Rondom een kribbe
is iedereen arm
en even voornaam.
A.
Ik geloof dat iedereen
bijzonder is en bijzonder hoort te zijn.
En toch zijn wij gelijk aan elkaar.
Rondom een kribbe,
daar tellen de rangen
en standen niet meer.
Rondom een kribbe
wordt iedereen klein.
Kom, kniel naast me neer.
A.
Ik geloof dat iedereen
belangrijk is en de moeite waard.
Niemand is meer dan de ander.
Rondom een kribbe
krijgt God die zo groot is
een menselijk gezicht.
Rondom een kribbe,
waar weerloos en klein
een mensenkind ligt.
A.
Ik geloof dat God
niet ver van mensen is:
God is dichterbij dan we vaak vermoeden.
Rondom een kribbe
daar tellen de minsten
het meeste nu mee.
Rondom een kribbe
is iedereen vrij
en niemand alleen.
A.
Ik geloof dat God bij ons is
vooral op die momenten
dat we denken helemaal alleen te zijn.
Rondom een kribbe
staan wij en wij zingen
van vrede op aard’.
Rondom een kribbe
blijft Gods mooie droom
voor altijd bewaard.
A.
Ik geloof dat het mogelijk is:
een aarde waar alle mensen
thuis zijn bij zichzelf en thuis zijn bij elkaar.
www.meerstemmig.nl
3
VOORBEDE
Een beetje warmte
voor mensen die het deze dagen nodig hebben:
God, dat wij elkaar een handje helpen.
Vrede op aarde, vrede voor mensen:
zuiver van hart, goed van wil.
Vrede op aarde, vrede voor mensen:
zuiver van hart, goed van wil.
Een beetje licht
voor mensen die in het donker moeten leven:
God, dat wij elkaar niet uit het oog verliezen.
Vrede op aarde, vrede voor mensen…
Een beetje vrede
voor mensen die in onrust leven:
God, dat wij elkaar niet vergeten.
Vrede op aarde, vrede voor mensen…
Een beetje hoop
voor mensen die veel tegenslagen tegenkomen:
God, dat wij elkaar het leven verlichten.
Vrede op aarde, vrede voor mensen…
GEDICHT – Stille nacht
Stille nacht, fluister zacht.
Niets verstoort deze nacht.
Mensen leggen hun wapens nu neer.
Ook wie niet gelooft, heeft geen verweer
tegen de lach van een kind
dat ons in vrede verbindt.
Stille nacht, fluister zacht.
Niets verstoort deze nacht.
Mensen zwerven, op zoek naar wat vuur.
Haal ze binnen dit nachtelijk uur.
Zo zijn wij licht voor elkaar:
God, wat een machtig gebaar!
Stille nacht, fluister zacht.
Niets verstoort deze nacht.
www.meerstemmig.nl
4