Friese economie krabbelt overeind

Regiovisie Friesland
ING Economisch Bureau
Friese economie krabbelt
overeind
Zuiden herstelt eerder dan noorden
Langzaam maar zeker kruipt de Friese economie
uit het dal. In 2014 is de achteruitgang (-0,2%) een
stuk lager dan in de twee jaren ervoor. Daar staat
tegenover dat voor geheel Nederland dit jaar een
groei van 0,5% wordt voorzien. Dit verschil komt
voornamelijk door de achterblijvende prestaties
van Noord-Friesland, de grootste economische regio. Vanwege de prominente rol van de krimpende
publieke en zorgsector krimpt de economie in deze
regio bijna 1%. In het zuidelijk deel van de provincie trekt de economie sneller en sterker aan. De
groei van 0,7% dit jaar ligt een fractie boven de nationale groei. Dit is te danken aan een gunstiger
sectorsamenstelling. Sectoren als agrifood, elektrotechnische, machine- en transportmiddelenindustrie zijn goed vertegenwoordigd en profiteren
van de positieve uitvoerverwachtingen.
In 2015 volgt ook herstel in de meeste andere sectoren en komt de groei in alle Friese subregio’s uit op
0,8%. Door de dominantie van de ook volgend jaar
slinkende sectoren overheid en zorg en welzijn,
blijft de groei achter bij de landelijke (1,3%). Ook
de relatief hoge werkloosheid in Friesland, oplopend naar circa 10% dit jaar, drukt het herstel vanwege de hierdoor achterblijvende groei in de op
consumenten gerichte sectoren.
1. Het herstel van de economie zet dit jaar in. Gaan
ondernemers in Friesland daar al wat van merken?
In mindere mate en later dan in de rest van Nederland. Het
Nederlandse BBP is in 2012 en 2013 twee jaar op rij gedaald
met circa 1% en 2009 en 2010 waren ook slechte jaren. Al
met al is de economie sinds 2008 circa 3% in omvang afgenomen. Maar dit jaar lijkt houdbaar economisch herstel zich
eindelijk in te zetten. Toch is de verwachte groei voor de Nederlandse economie met 0,5% in 2014 nog erg beperkt en
blijven de effecten van de mindere conjunctuur merkbaar.
De landelijke economie startte in het eerste kwartaal van
2014 met een 1,4% krimp ten opzichte van een jaar geleden
slecht, een gevolg vooral van de warme winter. Er is fors
minder aardgas afgenomen en dat drukte zowel de con-
sumptiecijfers (-2,0% jaar-op-jaar) als de export. Mede hierdoor houdt ING Economisch Bureau ook voor 2015 rekening
met een geringe economische groei (1,3%).
De belangrijkste stimulans komt in 2014 van de export, maar
dit is ook het jaar dat bedrijven weer langzaam meer gaan
investeren (tabel 1). Ondernemers die met het buitenland
handelen of zaken doen met exporterende bedrijven merken
waarschijnlijk al een verbetering. De consumptie blijft ook dit
jaar nog terugvallen (-0,5%) en zal na zes jaren van krimp (de
minimale plus van 2010 kwam uitsluitend door aardgasconsumptie) pas in 2015 voorzichtig weer iets groeien (+0,7%).
Winkeliers en andere vooral op consumenten gerichte sectoren zullen daarom nog weinig van het herstel merken.
Mede door genoemde forse afname van aardgas wordt voor
Friesland een lichte krimp verwacht, terwijl de Nederlandse
economie dit jaar licht groeit (0,5%). Pas in 2015 kan de regionale economie profiteren van aantrekkende export en investeringen. De economische groei zal met 0,8% echter lager zijn dan nationaal (figuur 1). In Friesland voorkomen ook
de in gang gezette bezuinigingen in de publieke en zorgsec-
Figuur 1 Economische groeiverwachtingen 2014 en
(2015) in Friesland
-0,9% (+0,8%)
-0,2% (+0,8%)
+0,7% (+0,8%)
Bron: ING Economisch Bureau
+0,7% (+0,8%)
Tabel 1 Raming Nederlandse economie (% groei joj)
2013
2014
2015
-0,8
0,5
1,3
Economische groei (BBP)
-2,1
-0,5
0,7
Particuliere consumptie
-0,2
0,4
-0,1
Overheidsconsumptie*
-4,8
3,4
2,1
Bedrijfsinvesteringen
1,4
2,2
3,6
Uitvoer
Bron: ING Economisch Bureau *inclusief zorg **percentage van beroepsbevolking, CBS definitie
tor dat de provinciale economie al in 2014 uit de rode cijfers
komt. De in deze provincie sterk gefundeerde elektrotechnische, machine-, transportmiddelen- en voedingsmiddelenindustrie zijn als exportgerichte sectoren wel de groeimotoren
die de economie in de loop van dit jaar weer bij de hand zullen nemen.
Agrarische sector, industrie, maar vooral publieke
sector en zorg oververtegenwoordigd in Friesland
De Friese economie is de omvangrijkste van de drie noordelijke provincies, althans als we de gaswinning – die domineert in Groningen – buiten beschouwing laten. De Friese
economie heeft een omvang van € 16 miljard. NoordFriesland is met een aandeel van 55% groter dan de regio’s
Zuidoost (31%) en Zuidwest-Friesland (14%) tezamen.
2. Hoe staan de verschillende Friese deelregio’s er
precies voor?
Matig, ook al was in Nederland de teruggang van de economie in de periode 2008-2013 groter dan in de drie Friese
subregio’s (tabel 2). In Noord-Friesland was de achteruitgang
zelfs maar de helft van de nationale. Dit komt echter vooral
door de oververtegenwoordiging van delfstoffenwinning en
zorg, twee sectoren die in genoemde periode bovengemiddeld presteerden. In 2014 zullen deze sectoren echter krimpen, wat ongunstig uitpakt voor Noord-Friesland (krimp
0,9%) en voor de gehele provincie. Voor zuidelijk Friesland
wordt wel een groei voorzien, van 0,7%. Dit is vooral te danken aan de sterke aanwezigheid van de transportmiddelenindustrie, groothandel en transport in Zuid-Friesland en van
de machine-industrie in het zuidwestelijk deel en de elektrotechnische industrie in het zuidoostelijk deel. Ook de bouw,
in 2014 eindelijk weergroeisector, is in het zuidelijk deel van
Friesland bovengemiddeld sterk vertegenwoordigd.
De daling van de huizenprijzen was in deze regio vrijwel gelijk als in Nederland, maar in het zuidelijk deel van de provincie was de teruggang groter. De gemiddelde vermogenspositie heeft zich hierdoor slechter ontwikkeld, wat in combinatie met de hogere werkloosheid in het grootste deel van de
provincie heeft geleid tot nog meer neerwaartse druk op de
consumentenbestedingen dan elders in het land.
Tabel 2 Stand van de economie in 2013 vergeleken
met het pre-crisisniveau van 2008
Economische krimp
Huizenprijzen
Werkloosheids-%
Noord-Friesland
-1,5%
-15,2%
4,5% → 10,2%
Zuidwest-Friesland
-2,8%
-18,0%
3,4% → 8,1%
Zuidoost-Friesland
-2,2%
-16,7%
3,9% → 8,6%
NEDERLAND
3,8% → 8,3%
-2,9%
-15,4%
Bron: CBS en NVM. Bewerking ING Economisch Bureau.
3. Dit jaar komt de groei opnieuw vooral van de export.
Kunnen ondernemers in de regio hiervan profiteren?
Minder dan gemiddeld in Nederland. Friesland heeft een
exportwaarde van circa € 4,3 mrd, maar kent het op één na
laagste exportaandeel (1,3%) en de geringste exportgerichtheid van bedrijven (1 op de 11 bedrijven). De goederenuitvoer vertegenwoordigt in Friesland 19% van de economie
(Nederland: 21%). Voor deze provincie is het dus extra belangrijk dat de export, na de beperkte groei in 2013, verder
aantrekt. ING verwacht voor 2014 een toename van het Nederlandse handelsvolume met het buitenland van ruim 2%,
gevolgd door een verdere groei van 3,6% in 2015. Met name
industrie, groothandel en transport en logistiek profiteren van
de stijgende uitvoer. De laatste twee sectoren zijn echter in
het noorden minder sterk vertegenwoordigd dan elders in
ons land.
Figuur 2 Bestemmingen export Friesland
17%
Duitsland
België
Italië
10%
50%
Frankrijk
VK
4%
7%
3% 4%
6%
China
VS
Rest van de wereld
Bron: CBS, bewerking ING Economisch Bureau, cijfers 2012
Friesland heeft exportspecialisatie in agrifood en industrie
Gunstig is wel dat de Friese uitvoer van alle provincies het
meest verspreid is over de diverse exportlanden (figuur 2).
De uitvoerwaarde is in 2013 bovendien sterk gestegen en dit
is vooral te danken aan de sterke vraag naar zuivelproducten
vanuit Azië. Bijna de helft van de uitvoerwaarde betreft food.
Friesland is daarmee verreweg de belangrijkste exporteur
van voedingsmiddelen: “Fryslan feeds the world”. De verhoudingsgewijs kleine provincie scoort met de uitvoerwaarde van zowel landbouw als de voedingsmiddelenindustrie
ook in Europa hoog (16e respectievelijk 28e van de 256 regio’s). Tweede Friese exportmotor is de machine-, elektronische en transportmiddelenindustrie, met een aandeel van
17% in de exportwaarde.
4. De Nederlandse arbeidsmarkt lijkt nog niet te herstellen. Wat zijn hiervoor de regionale vooruitzichten?
Qua werkloosheid scoort Friesland vanouds hoger dan het
Nederlandse gemiddelde. In 2013 bedroeg de werkloosheid
9,3%, in Nederland 8,3%. Dit verschil van 1,0%-punt was er
ook in 2011 en 2012. Tot en met 2010 was het verschil echter
groter. De langjarige trend is dus positief, in die zin dat de
verschillen kleiner worden. Dit komt door een langzamerhand evenwichtiger productiestructuur en een stap voor stap
beter opgeleide beroepsbevolking. Met de terugkeer van de
recessie in 2012 en 2013 is de positieve tendens stopgezet.
De oorzaak hiervoor is het banenverlies in de zorg- en publieke sector. Deze in Friesland bovengemiddeld vertegenwoordigde sectoren krimpen in 2014 in economische omvang èn in arbeidsvolume. Bezuinigingen op de welzijnszorg
en de nieuwe Participatiewet tikken hard aan in het noorden.
ING verwacht dat de gemiddelde werkloosheid in 2014 nationaal oploopt naar 9% en in Friesland naar 10%. In de daaropvolgende jaren zullen bij blijvend herstel de werkloosheidspercentages weer langzaam opschuiven naar het Nederlandse gemiddelde.
In Noord-Friesland bedroeg de werkloosheid vorig jaar al
meer dan 10%. Openbaar bestuur en overheidsdiensten,
onderwijs en financiële dienstverlening hebben recent veel
banen verloren zien gaan en juist deze sectoren zijn in Leeuwarden sterker vertegenwoordigd dan elders in de provincie. Het aantal banen in Leeuwarden is recent dan ook veel
sterker dan gemiddeld gedaald. De feitelijke kans op werk in
de omgeving, zoals gedefinieerd door de Atlas voor Gemeenten 2014, is voor inwoners van de Friese hoofdstad erg
laag. Dit ligt niet aan het opleidingsniveau en de participatiegraad, want die liggen beide boven het Nederlands gemiddelde, maar aan de lagere vraag vanuit de genoemde sectoren.
5. De komende jaren blijven uitdagend voor Friese
ondernemers. Hoe blijft de economie gezond?
De kansen liggen vooral in de sectoren, die al sterk vertegenwoordigd zijn en waar volop is en nog wordt geïnvesteerd: de agrarische sector, de food- en maakindustrie en
watertechnologie. Vooral in de intensivering van samenwerking en de verdere uitbouw van de internationale focus liggen kansen. Bij samenwerking moet niet alleen worden gedacht aan het verbinden van de sterke punten van de verschillende sectoren en bedrijven. Ook is betere samenwerking op regionaal niveau wenselijk en blijven kruisverbanden
tussen overheids- en onderwijs- en kennisinstellingen van
belang.
Er is en wordt volop gebouwd aan de toekomst van de Friese
economie. Alleen al in de zuivelindustrie is voor honderden
miljoenen geïnvesteerd: onder meer nieuwbouw door FrieslandCampina in Leeuwarden en door A-Ware en Fonterra in
Heerenveen. Ook op het gebied van kennisinfrastructuur
worden nieuwe stappen gezet. De WaterCampus in Leeuwarden – actief op het gebied van watertechnologie – krijgt
een nieuw gebouw en de Dairy Campus krijgt de nieuwe
stallen van Wageningen Livestock Research, ook in de Friese
hoofdstad. In Zuidoost-Friesland timmert het Innovatiecluster
Drachten aan de weg. Dit is een samenwerkingsverband tussen negen hightech bedrijven en de gemeente Smallingerland.
ING draagt op het gebied van kennisuitwisseling haar steentje bij. Samen met VNO NCW, MKB-Noord en de provincie
Friesland is ING onlangs een partnership aangegaan om
kennisoverdracht tussen (oud) ondernemers en MKB bedrijven in Noord-Nederland te stimuleren. Het project ‘Ondernemer Coacht Ondernemer’ streeft ernaar de continuïteit en
de winstgevendheid van startende en bestaande MKB bedrijven in het noorden te bevorderen.
Er zijn tal van succesvolle, innovatieve bedrijven in Friesland,
die door steeds meer omzet, export en banen te genereren
het fundament verstevigen voor de Friese economie op middellange termijn. Zo is Olijve Metaal uit Oosterwolde een snel
groeiend bedrijf in de maakindustrie, dat onlangs de Jonge
Ondernemersprijs van het Noorden 2014 won. In de MT Top
100 van succesvolle maakbedrijven wordt Friesland vertegenwoordigd door twee bedrijven: Stertil en Paques. Stertil
uit Kootstertille ontwikkelt, fabriceert (in Nederland en de VS)
en verkoopt (via vestigingen in Europa en Brazilië) producten
voor de docks van logistieke distributiecentra. Paques uit
Balk levert anaerobe waterzuiveringssystemen, die energie
uit afvalwater produceren en tegelijkertijd het water zuiveren
en hergebruik van water mogelijk maken. Ook andere bedrijven in de watersector vormen de kurk waar de Friese
economie op drijft: van recreatie en jachtenbouw tot bedrijven als Van Heck uit Noordwolde, dat waterpompen maakt,
en Berghof Membrane Technology, dat membraanfilters
produceert voor zuivering van afvalwater.
Op het gebied van samenwerking met andere regio´s zijn
nog meters te maken. De investeringsagenda “Wurkje foar
Fryslân” is wat dat betreft een gemiste kans. De provincies
Groningen en Drenthe of het nabij gelegen Duitsland, waar
volop werk is, worden niet genoemd. Grenzen verleggen
geeft een push aan de economische groei en verhoogt de
kans op werk voor de inwoners van Friesland. Zo zouden
mismatches op de arbeidsmarkt ook kunnen worden opgelost door samen met een Groningse onderwijsinstelling en/of
een Drentse werkgever een nieuwe opleiding te starten of
bijvoorbeeld stageplaatsen aan te bieden. Door kennis en
plannen te delen kan je je kansen op economische en banengroei vermenigvuldigen.
Meer weten?
Kijk op ING.nl/zakelijk
Of bel met
Henk van den Brink
Regio-econoom
Noord-Nederland
020 56 39 506
Gert-Jan Winkeler
Rayondirecteur MKB
Friesland
06 23 14 43 12
G
Cees Hendriks
Regiodirecteur Instellingen
Noord Oost Nederland
06 55 74 64 10
Klaas Jan Hutten
Districtsdirecteur Grootbedrijf
Noord-Nederland
06 54 36 77 46
Wilt u nieuwe publicaties per e-mail ontvangen?
Ga naar ING.nl/kennis
Disclaimer
De informatie in dit rapport geeft de persoonlijke mening weer van de analist(en) en geen enkel deel van de beloning van
de analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen
in dit rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door
hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. Deze publicatie is opgesteld namens ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. ING Bank N.V. is onderdeel van ING Groep N.V.
Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. ING Bank N.V. betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijk zorg betracht om er voor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in dit rapport heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING Bank N.V. geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of
compleet is. De informatie in dit rapport kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. ING Bank N.V. noch
één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of
schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Overneming
van gegevens uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd
bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.
De tekst is afgesloten op 12 juni 2014.