De Eemswachter - Stichting Cultureel Erfgoed Delfzijl

De Eemswachter
Vrij en onverveerd
De vesting Delfzijl
Delfzijl is al sinds 1570 een vesting. Een verdedigingswerk wordt een vesting genoemd als
binnen de muren van een schans zowel militairen als burgers wonen. De Spaanse Hertog van
Alva liet in het begin van de Tachtigjarige Oorlog een bescheiden schans, de Kleine Schans,
bouwen aan de monding van de Delf. De omwalling van deze schans lag vanaf de sluis Drie
Delfzijlen, langs de Oudeschans, tot ingang bibliotheek, vandaar naar de molen. Van de molen via de Schoolstraat naar de Singel en vandaar weer naar de sluis. Barthold Entens, een
watergeus die in 1577 namens Willem van
Oranje het gezag kreeg over de vesting, versterkte de schans tot een redelijk verdedigingswerk. Entens sneuvelde in 1580 bij de belegering van de stad Groningen. Deze schans viel in
hetzelfde jaar in handen van de Spaanse bezetters. In 1591 veroverden Prins Maurits en zijn
neef Graaf Willem Lodewijk de schans. Onder
leiding van de vestingdeskundige en veldheer
Johan van den Kornput werd de schans uitgebreid en versterkt. Delfzijl werd een vestingstad
Delfzijl 1649
Kerk
Kleine Schans
Glorie en verval
In het begin van de 17de eeuw, nog tijdens de
tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam De Unie
der Zeven Verenigde Nederlanden zowel economische als cultureel tot grote bloei.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie en de
West-Indische Compagnie maakten grote winsten in de handel en transport. Joost van den
Vondel, Frans Hals, Johan van Oldenbarnevelt
en Michiel Adriaaansz. de Ruyter leefden in die
tijd, schreven gedichten, schilderden en voerden een vloot aan. De Unie voerde oorlogen om
de macht in Europa: won vaak …., maar verloor
ook; 1672 was een echt rampjaar. Twee partijen
speelden een belangrijke rol in het bestuur van
De Unie:
de Oranjegezinden, aanhangers van de Nassau’s,
en Staatsgezinden, leden van de rijkste families,
de regenten.
De Staten-Generaal, onder leiding van een
raadspensionaris, bestuurde het land. Soms was
een van de Nassau’s raadpensionaris, hij werd
Stadhouder genoemd, soms een van de Staatsgezinden, zoals Johan van Oldenbarnevelt. Stadhouder Willem III was van 1689 tot 1702 tevens
koning van Engeland, Schotland en Ierland. Omstreeks 1702 was de Gouden Eeuw voorbij. De
Unie telde in Europa vrijwel niet meer mee, de
handel viel tegen, er ontstonden grote inkomstenverschillen tussen de elite en het
“gepeupel”. De werkloosheid steeg. De Staatsgezinden waren tot 1747 aan de macht. In Friesland en Groningen bleef de stadhouder, Johan
Willem Friso, echter zitten tot zijn overlijden in
1711. Na hem nam Willem IV van Oranje Nassau
het van hem over. In 1747 werd deze vervolgens stadhouder van alle gewesten in De Republiek. Daarna ging het steeds slechter met de
Unie: oorlogen werden verloren, de koopvaardijvloot werd door de Engelsen veroverd en de
handel viel helemaal stil. Willem V, sinds 1751
stadhouder, kreeg de schuld van de slechte toestand waarin de Republiek verkeerde. Hij zou
de verkeerde mensen op de verkeerde functies
hebben gezeten en hij werd afgebeeld als een
despoot. Deze houding tegen een lid van het
Huis van Oranje werd met instemming begroet
door de regenten. Ook een nieuwe groep van
democraten (kooplui, handwerkslieden en
doopsgezinden) vond dat het tijd werd om het
bestuur zelf in de hand te nemen.
Als gevolg hiervan verschenen overal groepen
met 40 meter brede grachten, een vestingwal
met vijf bastions en singels. De zeedijk werd
voorzien van houten versperringen. De hoofdvorm van het huidige centrum en het stratenpatroon dateert uit deze tijd.
De Hervormde kerk stond buiten de vesting op
de Conijnebergh, midden in de gracht. De kerk
had een verbinding met de vesting en via het
Kerkpad met de Landstraat.
Alva zag enorme mogelijkheden van Delfzijl als
vesting en marinehaven.
Hij had ook al een naam bedacht:
Marsburg. De mogelijkheden van de haven werden in 1665 bevestigd door admiraal M. A, de
Ruiter. In september van dat jaar kwam de Ruyter met de gehele West Indische vloot aan in de
haven van Delfzijl. Hij nam bovendien dertig
buitgemaakte schepen en een grote buit aan
goud en zilver mee.
Op 6 augustus 1672 kwam de West-Indische
Vloot, bestaande uit veertien schepen onder
bevel van Arnoud van Overbeeke de haven
binnen.
De structuur van de vesting, zoals die gebouwd
werd door Johan van den Kornput is in latere
jaren vrijwel niet veranderd.
Wel werden versterkingen
bijgebouwd zoals een ravelijn
voor de Landpoort en de
Noord Batterij voor het Holwierderbastion. Het hoornwerk aan de Farmsumerkant
van de vesting kreeg de toepasselijke naam Kostverloren:
een plaats die veel geld heeft
gekost, maar nooit is gebruikt.
Het hoornwerk is nooit bij een
strijd betrokken geweest. In
1874 werd de vestingwet aangenomen en enkele jaren later
werd de wal gesloopt en een
deel van de gracht gedempt.
Delfzijl werd een handelshaven.
De vesting Delfzijl omstreeks 1800.
mannen die oefenden in het gebruik van wapens; de vrijkorpsen. Ze noemden zichzelf
‘patriotten’. Hiertegenover stonden de Oranjegezinden, aanhangers van Willem V. De strijd
tussen deze twee groepen werd steeds heviger
en in de jaren tachtig van de achttiende eeuw
kreeg het trekken van een burgeroorlog. Willem
V vluchtte op 19 januari 1795 naar Engeland.
De Unie bezet
In Frankrijk was ondertussen ook de revolutie
uitgebroken; het volk kwam in opstand tegen de
regenten. Leider van de revolutie werd Napoleon Bonaparte, een officier in het Franse leger en
politiek leider. Tussen 1804 en 1815 was hij
keizer van Frankrijk. Hij voerde veel juridische
en grondwettelijke hervormingen door, zowel
in Frankrijk als in andere Europese landen,
waaronder Nederland. Hij werd echter veel
bekender door de grote Napoleontische oorlogen, waarmee hij een groot deel van Europa
onder Frans gezag bracht.
In de winter van 1794 - 1795 trok hij De Unie
binnen een vestigde hier de Bataafse Republiek.
De Fransen werden hier met open armen ontvangen door de patriotten.
Napoleon veroverde Duitsland, Italie, Spanje,
Oostenrijk en Rusland. Tegenstanders in Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Rusland verenigden
zich onder aanvoering van de Engelsen.
Napoleon verzamelde een leger van ruim
600.000 mensen en trok op naar Rusland. Het
begin van zijn ondergang. Hij veroverde weliswaar Moskou, maar leed grote verliezen. De
aanvoerlijnen waren te lang, de Russen vielen
steeds feller aan, veel soldaten sneuvelden, de
winterse kou deed de rest. Napoleon trok zich
terug en verloor onderweg steeds meer mensen
en materieel. Tussen 16 en 19 oktober vond bij
Leipzig de grote Volkerenslag plaats, waarin
Napoleon verpletterend werd verslagen. De
keizer trok zich vervolgens terug achter de Rijn.
Op 31 maart 1814 veroverden de Europese
legers Parijs. Napoleon werd op 6 april 1814
gedwongen afstand te doen van de troon en
werd verbannen naar Elba. De Fransen trokken
zich in november 1813 terug uit Nederland. Op
30 november keerde de oudste zoon van Willem
V terug naar Nederland. Nederland was bevrijd…. maar Delfzijl niet. De Franse bevelhebber Maufroy geloofde niet dat Napoleon was
verslagen. Hij bleef in Delfzijl en verdedigde de
vesting.
De batterijen rond Delfzijl: de roodgekleurde zijn verwoest, groen bleef gespaard.
Geel duidt de Engelse vloot aan bij de Bocht van Watum
Oorlogsslachtoffers
Al in 1812 ging het slecht met de Franse legers
die in Oost Europa vochten. Ze veroverden
weliswaar Moskou, maar hanteerde de tactiek
van de verschroeide aarde: terugtrekkken,
alles ontruimen en niets achterlaten. Bij het
bereiken van Moskou vonden de Fransen een
lege stad, die bovendien in brand stond. De
Russen hadden zelfs het brandblusmateriaal
meegenomen of vernietigd. De Fransen hadden toen al meer dan de helft van hun bijna
700.000 manschappen verloren. Delfzijl waren de gevolgen zichtbaar: af en toe voerden
transportschepen versterkingen voor het front
aan; andere schepen vervoerden gewonden
van het oostfront. Een stroom van schepen met
vluchtelingen, voornamelijk vrouwen en kinderen, deden eveneens de haven aan. De nederlaag kondigde zich aan en de Fransen dachten na over versterking van de Nederlandse
noordkust. Gedacht werd aan Delfzijl of Termunterzijl als versterkte haven. Eerder hadden
de Fransen al een tweelingvesting Delfzijl Farmsum op de tekentafel liggen. Het bleef bij
versterken van de vesting Delfzijl.
Vrij en onverveerd
De Blokkade
Maufroy, de Franse commandant van de vesting
Delfzijl, kondigt op 13 november 1813 de staat
van beleg af. Delfzijl wordt volledig van de buitenwereld afgesloten: de poorten gaan dicht, de
bastions worden volledig bemand en van kanonnen voorzien.
Marcus Busch, kolonel van de schutterij
(Nationale Garde), krijgt opdracht de vesting
Delfzijl te veroveren op de Fransen. Hij legt
versterkingen (batterijen) aan rond Delfzijl in:
Oterdum, Weiwerd, Geefsweer, Amsweer, Tuikwerd, Biessum, Uitwierde en Naterij. Ook bij
Appingedam worden versterkingen ingericht.
De schutterij van Marcus Busch stelt weinig
voor: de soldaten hebben nauwelijks wapens,
zijn ongeoefend, ongedisciplineerd, slecht gekleed en hebben van oorlog voeren geen verstand. De batterijen zijn nog niet goed ingericht.
Marcus Busch krijgt wel steun van onder andere
Kozakken en Pruisen. Uit Oost-Friesland komt
de Pruisische officier Friccius met 700 vrijwilligers, ongeoefend en bewapend met pieken en
lansen,. De batterijen worden verbeterd, versterkt en voorzien van zwaarder kanonnen.
Marcus Busch betaalt zelf een deel van de kleding voor zijn manschappen. Bij de Bocht van
Watum ligt een aantal Engelse oorlogsschepen.
Het moraal gaat omhoog… maar Delfzijl blokkeren en ontzetten gaat nog niet zo goed.
In december 1813 beschikt Marcus Busch over
een leger van ongeveer 4000 man. Begin januari
1814 heeft hij een troepenmacht van 5264 manschappen rond Delfzijl liggen.
In Appingedam liggen 1332 man, Opwierde 227,
Marsum-Biessum 219, Meedhuizen-Amsweer
350, Holwierde-Uitwierde 226, Tuikwerd 208
bij dde boerderij van Dethmers, Solwerd 117,
Bierum-Hoogwatum 140, Krewerd 87, Oterdum
Plunderingen
Maufroy ontdekt dat er erg weinig voedsel binnen de vesting is: slechts zeven koeien, weinig
zout en geen wijn. Dat laatste is vooral voor
Maufroy een probleem…… . Het weet dat buiten
de vesting veel valt te halen…..
De bezetters plunderen en brandschatten de
omliggende dorpen, een aantal mensen wordt
vermoord.
Er wordt veel vee en hooi van de landerijen en
uit de schuren van de agrariers gestolen. In
Biessum en bij Tuikwerd worden schuren in
band gestoken. Een van de boeren is daarbij
zelfs gedood zijn. Scheepswerf Concordia is
meerdere keren in brand gestoken om te voorkomen dat het aanwezige materiaal in handen
van de Nationale Garde zou vallen. Het nieuwe
huis bij de werf stond bovendien in het schootsveld. Ook de molen aan de zuidkant van het
Damsterdiep ter hoogte van Ringenum brandt
af.
Bij een stooptocht op 16 november door twee
colonnes (100 man) uit de vesting langs de dorpen Biessum, Holwierde, Spijk en Losdorp verzet een molenaarsknecht zich zodanig dat hij
terstond door een der commandanten wordt
veroordeeld en doodgeschoten. De militairen
komen terug met 200 stuks hoornvee, 100
schapen en een boot vol wijn.
De bemanning van een kanonneerboot komt
terug van een strooptocht langs de kust tussen
Delfzijl en Nieuweschans met een buit van onder andere: 2575 kilo gerst, vele kruiken wijn
en ruim 20.000 kilo huisbrandolie.
Op 17 november is Appingedam aan de beurt.
Nu is de buit: verscheidene beesten en enkele
schepen met graan, hooi, wijn, olie en turf.
Steenbakkerij Concordia van de heer J.J. Vos
wordt in brand gestoken. De volgende dag
wordt alsnog zijn vee gestolen, waaronder: ne-
Wapenstilstand
Tijdens de blokkade van Delfzijl is er vaak contact tussen de strijdende partijen.
Hun afgevaardigden overleggen in de vesting,
soms in Appingedam of Groningen of bij een
van de buitenwachten van de geallieerden. Op
22 maart 1814 vergaderen de partijen bijvoorbeeld bij de buitenwacht Valom (aan de
Farmsummerweg tussen Blijksteen en Vlietoven).
De Oostfriese/Pruisische kolonel Friccius en de
Engelse vlootcommandant Davon eisen al in
december 1813 van Maufroy dat hij zich overgeeft.
De Franse garnizoenscommandant blijft trouw
aan zijn eens afgelegde eed aan Napoleon en
aanvaart van niemand opdrachten en zeker niet
de opdracht zich over te geven.
Koning Willem I bezoekt Appingedam, hoort
van de chaos onder de geallieerde troepen en
herstelt Marcus Busch in zijn functie. Bezetters
-Termunterzijl 197 Pruisen, bij Delfzijl 52 cavaleristen, Termunten 92 en de Oosterhoek dorpen 697 mannen van de Pruisische landweer.
Bij Wagenborgen lagen nog ruim 1300 Pruisische landstormers.
Allemaal vrijwilligers, ongeoefend, ongedisciplineerd, slecht gekleed en zonder echte wapens.
De beloning van de Nederlandse soldaten zou
tien stuivers per dag zijn…., ze kregen geen enkele stuiver…, velen vertrokken. Er zou versterking komen van 450 echte soldaten en 11 officieren…. . Ze kwamen naar Groningen, maar
hadden niets: geen wapens, geen sokken, geen
schoenen, zelfs geen hemden. 272 werden gekleed en van een wapen voorzien, de rest vertrok weer.
Bezetters
Ook de bezetters van de vesting hebben zo hun
problemen, evenals de bewoners.
Het garnizoen bestaat bij het begin van de blokkade op 13 november 1813 uit ruim 1600 militairen. Binnen de vesting wonen omstreeks
1000 burgers. Vele burgers kregen te maken
met inkwartiering; het verplicht opnemen van
vreemden in hun woning tot soms wel 10 personen.
Op 25 november 1813 trekt een colonne van
550 douanen (grensbewaking), politiemannen
en leden van de Zwitserse Garde de vesting
binnen. De bevolking krijgt te maken met inkwartiering. De burgers krijgen bovendien de
opdracht binnen 24 uur te zorgen voor voedsel
voor tenminste drie maanden.
Binnen en buiten de vesting wordt het schootsveld voor het geschut vrijgemaakt: scheepswerk
Concordia wordt gesloopt, bomen worden gekapt en zelfs de schepen moeten hun masten
neerhalen of kappen.
gen runderen, drie paarden en zes schapen. In
de daaropvolgende dagen scharrelen wat Kozakken rond in het gebied tussen de batterijen
en de vesting. Dit is voor de Fransen aanleiding
de molenaar van de pelmolen Koveltemp tussen
Farmsum en Weiwerd met een bezoek te vereren, diens huisraad kapot te slaan en om alles
wat bruikbaar is te stelen. Het buitgemaakte vee
gaat naar de vesting.
Bij een landbouwer in Geefsweer wordt alles
wat bruikbaar is, meegenomen waaronder vee,
tarwe, bonen en werktuigen. Zijn boerderij blijft
gespaard. In de eerste maanden van de blokkade worden ontzettend veel varkens, runderen,
geiten en schapen naar de vesting gehaald. Het
vee wordt voorlopig op een van de lijnbanen
gestald. Maufroy dronk een groot deel van de
wijn op.
Op 25 november bracht een groep van 200 militairen een “bezoek” aan het gebied tussen Weiwerd en Termunterzijl. De opbrengst was overvloedig. In het dorp Weiwerd werd een boer
gearresteerd die een Pruisische vlag met zich
meevoerde alsmede 18 koebeesten, een sjees
beladen met een groot zwaar levendig varken,
worst, ham, spek, enige kazen en een kwart ton
boter. Alles is veilig opgeborgen: het varken en
de 18 koebeesten op de lijnbaan, de levensmiddelen in het voedselmagazijn, de boer achter de
wacht.
Rond kerstmis 1813 worden bij Delfzijl de boerderij van P.J. Bos (Bingenum) en S.R. Bos
(Betingeheem) geplunderd en in brand gestoken. De plunderingen gingen ook door in de
eerste maanden van 1814.
Maufroy kon tot april 1814 vrijwel ongehinderd strooptochten naar de omliggende dorpen
ondernemen en daarbij voldoende voedsel verzamelen voor het garnizoen. Op 14 april lijdt
Maufroy zijn eerste (en laatste) verlies. Zijn
aanval op het blokhuis bij Naterij mislukt.
en belegeraars onderhandelen daarna. Maufroy
is niet overtuigd van het feit dat Napoleon op 6
maart al is afgezet.
Berichten hierover weigert hij te geloven. Hij
wil een opdracht van Napoleon. Een aanbod om
een Franse officier naar Frankrijk te sturen om
zich te overtuigen van de situatie daar accepteert Maufroy wel. Deze officier, genaamd Gamin, is inderdaad naar Den Haag gereisd en wil
verder naar Parijs. Dit wordt hem verboden en
op 26 mei keert hij terug in Delfzijl.
Iedereen wil eigenlijk wel stoppen met deze
oorlog en dit beleg.
Op 5 mei 1814 wordt een wapenstilstand gesloten en overleggen de partijen over de voorwaarden die leiden tot beeindiging van de strijd.
Op 20 mei gaat Maufroy accoord met de voorwaarden. Hij staakt de strijd, dat wil zeggen “hij
sluit vrede” en geeft zich dus niet over. Hij bedingt dat zijn troepen met volle militaire eer,
pelotonsgewijs, met vaandel en tromgeroffel
Delfzijl en Nederland mogen verlaten, hetgeen
op 23 mei 1814 gebeurt.
De Eemswachter
Aan de weg van Delfzijl naar Farmsum worden
gebouwen gesloopt, waaronder twee villa’s.
Op 29 november 1813 valt het eerste schot van
de belegeraars. De bezetters van de vesting reageren direct; een paar van de 200 kanonnen
vuren terug.
Maufroy laat weten dat de batterijen niet dichterbij moeten komen. Hij overweegt de sluizen
open te zetten, waardoor het land ten zuiden
van Delfzijl onder water zal komen te staan. Hij
probeert dat later daadwerkelijk in een dronken
bui. De kettingen waarmee hij de sluisdeuren
vastzet schieten los, de deuren vallen dicht.
oorlogsvloot bestaande uit acht brikken, acht
kanonneerboten en wat kleinere schepen.
Maufroy verdedigt de vesting met veel succes.
De belegeraars weten eigenlijk niet hoe ze een
vesting kunnen innemen.
Toch worden ook de geallieerde aanvallen heviger. Steeds vaker komen 24-ponders , kogels uit
een kanon (kartouw) neer binnen de vesting.
Uitvallen
De blokkade is in het begin van 1814 nog zo
slecht georganiseerd, dat de Fransen tamelijk
grootschalige uitvallen kunnen doen. Marcus
Busch en Friccius kunnen niet goed samenwerken en zijn het vaak niet met elkaar eens over
de te volgen strategie. En ze hebben eigenlijk
geen soldaten die kunnen vechten. Maufroy
merkt dat en ondanks het feit dat de belegeraars nog steun krijgen van 400 landstormers
uit de omgeving van Winschoten, valt hij een
aantal batterijen aan. Op 30 november wordt
de boerderij van Dethmers, waarin een buitenwacht Tuikwerd van de geallieerden was gevestigd, in brandt gestoken.
Op 5 februari valt hij Batterij Naterij aan en
verwoest deze. ‘s Middags valt hij de batterijen
bij Holwierde en Appingedam aan. Deze aanval
wordt afgeslagen. ‘s Avonds valt hij Geefsweer,
en Weiwerd aan en vernietigd de batterijen.
Op 3 maart vallen de Fransen met 600 man met
paarden, wagens en kanonnen opnieuw Geefsweer en nu ook Amsweer aan. De batterijen
worden verwoest en de dorpen in brand gestoken. Op de Eems beschikt Maufroy over een
Vertrekkers
Men kan slechts de poort in– of uit als men over
een pasje beschikt. Mensen die in absolute nood
verkeren kunnen mondjesmaat vertrekken,
zoals op 10 december 1813. Op die dag vertrekken tenminste twee schuiten met aan boord
burgervrouwen en kinderen naar Appingedam.
De volgende dag vertrekt een boot met aan
boord een moeder met haar twee dochters, en
een boot vol vrouwen en kinderen richting Appingedam. Een burger krijgt zelfs toestemming
om zijn vrouw en twee kinderen en enig huisraad naar Emden te brengen. Steeds meer mensen krijgen toestemming om te vertrekken.
Deserteurs
Onenigheid
In deze oorlog is het aantal gesneuvelden betrekkelijk laag. Toch verliest Maufroy een groot
deel van zijn manschappen doordat zie tijdens
de plundertochten deserteren. Ook matrozen
van de kanonneerboten deserteren. Op 14 december 1813 lopen 3 marine officieren en 18
matrozen met hun schepen over naar de geallieerden. Volgens Maufroy gaat het altijd om
andere soldaten dan de Franse. Op 15 januari
1814 is de gracht dichtgevroren., deserteurs
kunnen via deze weg de vesting verlaten. Bijzonder zuur is het lot van een soldaat van de
Zwitserse Garde. Hij deserteert met drie collega’s maar zakt door het ijs, wordt “gered” en
teruggebracht naar de vesting. Daar wordt hij
echter door alle afdelingscommandanten in een
“zeer plechtige bijeenkomst onder de blote
hemel” unaniem veroordeeld en in het Holwierder bastion doodgeschoten.
Merkwaardig is dat ook burgers als deserteurs
werden beschouwd. Zo wordt melding gemaakt
van een boer die deserteerde “meenemende
een paard en wagen”.
Marcus Busch, Friccius en de Engelse vlootcommandant willen de vesting bestormen,
daarover zijn het eens. De Nederlandse provinciale commandant Luitenant-generaal Otto van
Limburg Stirum blijkt echter tegenstander te
zijn van een aanval. Hij verbiedt de Nederlandse troepen mee te doen. Marcus Busch krijgt
opdracht een brief te schrijven aan Maufroy
met het vriendelijke verzoek zich over te geven. De legerleiders zijn het met een dergelijke
inhoud niet eens en weigeren aan te vallen
zonder de Nederlandse Nationale Garde. Marcus Busch wordt gearresteerd wegens dienstweigering. Waarschijnlijk is het besluit van
Otto van Limburg Stirum een gevolg van besluiten die elders, mogelijk door Willem I, zijn genomen. Bekend is dat overal, zeker in Friesland, Franse officieren, ambtenaren, vrouwen
en kinderen op een “prettige wijze onder bescherming“ naar Frankrijk zijn gebracht.
Marcus Busch was hiervan sinds 19 november
1813 op de hoogte.
Krijgsgevangenen
Door zowel de bezetters als de geallieerden
worden krijgsgevangenen gemaakt.
De geallieerden worden gevangen gezet op het
fregat “Comtesse Marie”, dat in de haven ligt.
Ook een kapitein van de Nationale Garde wordt
met tien van zijn mannen gearresteerd en opgesloten. Maar krijgsgevangenen hebben is
lastig: ze moeten worden bewaakt en ze eten
mee. Ze worden dan ook meestal snel weer
vrijgelaten; vaak de volgende dag al. Hun straf
is merkwaardig te noemen: het verbod om
gedurende een jaar + een dag te vechten tegen
de Fransen.
Marcus Busch
Op 23 mei 1814 , ’s morgens om vijf uur vertrekken vijf schepen met Fransen vrouwen en kinderen naar Antwerpen. Maufroy en zijn manschappen verlaten Delfzijl om zeven uur.
Om tien uur trekken de geallieerden de vesting binnen.
Zestig jaar later maakt de Vestingwet een einde aan de vesting Delfzijl. De stad kan aan haar
opbouw als handels– en havenstad beginnen.