Empyeem: pus in de ruimte tussen de longvliezen

Longgeneeskunde
Empyeem: pus in
de ruimte tussen de
longvliezen
www.catharinaziekenhuis.nl
Patiëntenvoorlichting: [email protected]
LON029 / Empyeem: pus in de ruimte tussen de longvliezen / 21-07-2014
2
Empyeem: pus in de ruimte tussen
de longvliezen
U bent opgenomen op verpleegafdeling Longgeneeskunde
omdat u pus heeft in de ruimte tussen de longvliezen. Dit
noemen we empyeem. In deze folder leest u wat empyeem
is, hoe het ontstaat, wat de symptomen zijn en wat de
behandelmogelijkheden zijn. Voor u persoonlijk kan de
situatie anders zijn dan hier is beschreven. Als dit zo is,
dan informeert uw arts u hierover. Heeft u na het lezen
van deze folder nog vragen, stel ze dan gerust aan een
verpleegkundige of uw behandelend arts.
De aandoening
Wat is empyeem?
De longen zijn omgeven door twee pleurabladen. Dit zijn dunne,
flexibele vliezen. Eén vlies bekleedt de longen en noemen we
het longvlies. Het andere vlies bekleedt de binnenkant van de
borstkaswand, dit is het borstvlies. De ruimte tussen deze vliezen wordt
de pleuraholte genoemd en is luchtdicht afgesloten. In deze pleuraholte
bevindt zich een kleine hoeveelheid pleuravocht, dat de vliezen glad
maakt. Hierdoor glijden de vliezen tijdens de ademhaling soepel langs
elkaar.
Bij empyeem bevindt zich pus in de pleuraholte. Dan kunnen de vliezen
zich minder soepel bewegen.
3
Longen met pleurabladen en pleuraholte
Symptomen en verschijnselen
De symptomen van empyeem lijken op die van een longontsteking:
zweten, verminderde eetlust, pijn op de borst, vermoeidheid, koorts,
ophoesten van slijm (met een spoortje bloed), moeilijk ademen en
gewichtsverlies. De symptomen kunnen geleidelijk toenemen of
plotseling ontstaan.
Oorzaken
Empyeem ontstaat wanneer er bacteriën in de pleuraholte terecht
komen. De meest voorkomende oorzaak daarvan is een longontsteking
waarbij ook het longvlies is ontstoken. Er kan dan pus in de pleuraholte
komen.
Empyeem kan ook ontstaan door: een operatie van de borstholte, een
abces (een holte gevuld met pus) dat doorbreekt vanuit de long in de
pleuraholte, of een fistel (een holle verbinding waardoor vloeistof de
pleuraholte in kan komen) vanuit bijvoorbeeld de slokdarm.
Diagnose
Met behulp van een longfoto of eventueel een CT scan kan worden
vastgesteld of er vocht in de pleuraholte zit. Als dit zo is dan haalt de
arts pleuravocht uit de pleuraholte. Dit noemen we een pleurapunctie.
4
Dit gebeurt via de huid. U krijgt dan een plaatselijke verdoving. Het
pleuravocht wordt onderzocht op de aanwezigheid van bacteriën.
Mogelijke behandelingen
De volgende behandelingen zijn mogelijk:
• Medicijnen. De arts kan u antibiotica voorschrijven, meestal via een
infuus in de arm. U wordt dan een aantal dagen opgenomen in het
ziekenhuis.
• Het plaatsen van een drain. Over het plaatsen van een drain vertellen
we in het volgende hoofdstuk meer.
• Operatie (Empyeemuitruiming). Bij deze operatie wordt de
pleuraholte schoongemaakt. U gaat dan onder narcose. Als u een
operatie nodig heeft, dan zal uw arts u hierover voorlichten.
Plaatsen van een drain
De arts plaatst, via de huid, een drain (een dun slangetje) om pus uit de
pleuraholte te kunnen verwijderen. De huid wordt dan eerst plaatselijk
verdoofd. Het plaatsen van de drain duurt ongeveer een half uur en
vindt plaats op de behandelkamer van de longafdeling. De drain wordt
aan de huid vastgehecht. Na het plaatsen wordt een röntgenfoto
gemaakt om te kijken of de drain goed zit. De drain wordt aangesloten
op een zuigsysteem zodat pus wordt weggezogen. Omdat de drain niet
nat mag worden, kunt u tijdens de opname niet onder de douche.
Één keer per dag wordt de pleuraholte gespoeld via de drain, dit duurt
ongeveer twintig minuten. Tijdens het spoelen kunt u binnen in de
borstkas een koud gevoel ervaren. Soms ook een drukkende pijn. Er
wordt dan ook pleuravocht opgevangen voor onderzoek.
Als drie dagen na elkaar geen bacteriën in het pleuravocht gevonden
worden wordt de drain verwijderd. Het onderzoeken van pleuravocht
duurt minimaal vijf dagen. Dit betekent dat u na het plaatsen van een
drain minimaal acht dagen opgenomen blijft. Na het verwijderen van de
drain wordt er een röntgenfoto gemaakt om te kijken of de longen goed
ontplooid zijn. U krijgt bij ontslag een controleafspraak mee voor de
polikliniek Longgeneeskunde.
5
De hechtingen worden verwijderd op de vijfde dag na het verwijderen
van de drain. Als u al thuis bent, kunt een afspraak maken op de
verpleegafdeling Longgeneeskunde of u kunt hiervoor een afspraak
maken bij uw huisarts.
Risico’s en complicaties
Aan het plaatsen en verwijderen van een drain zijn risico’s verbonden.
Na de plaatsing kan een bloeding, of klaplong ontstaan. Om dit uit te
sluiten wordt na de plaatsing een röntgenfoto gemaakt.
Het komt voor, dat wanneer het empyeem is verdwenen, de long niet
goed ontplooit. Als dit zo is dan zal de drain langer moeten blijven zitten
en duurt de opname op de verpleegafdeling langer.
Soms treedt er schotvorming op. Er ontstaat dan een soort honingraat,
in het vocht. Daardoor kan een drain maar een klein gedeelte van het
pleuravocht bereiken. Als dit gebeurt worden, via de drain, medicijnen
in de borstholte gebracht om de schotvorming te laten verwijderen. Als
dit niet lukt, dan is een operatie noodzakelijk.
Als u een drain heeft wordt uw bewegingsvrijheid beperkt. Hierdoor
kan trombose ontstaan (een bloedprop in een bloedvat). Om dit te
voorkomen krijgt u dagelijks een injectie met bloedverdunnende
medicijnen (Fragmin).
Leefregels na het plaatsen van een drain.
Het is belangrijk dat u de eerste zes weken voorkomt dat er druk op de
longen ontstaat. Houdt u zich daarom de eerste zes weken, na ontslag
aan de volgende leefregels:
• niet sporten;
• geen zware huishoudelijke taken uitvoeren;
• niet zwaar tillen;
• niet vliegen;
• niet diepzeeduiken (daarna alleen nog ná overleg met uw longarts);
• roken wordt sterk afgeraden, roken belemmert het herstel van de
longen.
6
Wanneer neemt u contact op
Bij onderstaande klachten neemt u direct contact op de
verpleegafdeling Longgeneeskunde of uw huisarts (tijdens kantooruren)
buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp.
• Als u koorts krijgt boven de 38,5º.
• Als het wondje gaat bloeden.
• Als het wondje rood is, opzwelt of warm aanvoelt.
• Als u ondanks de voorgeschreven pijnstillers toch veel pijn heeft.
Tijdens kantooruren neemt u contact op met verpleegafdeling
Longgeneeskunde. U kunt ook bellen met uw huisarts.
Buiten kantooruren neemt u contact op met de Spoedeisende Hulp. Vragen
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op
met de verpleegafdeling Longgeneeskunde.
Contactgegevens
Catharina Ziekenhuis
Telefoon 040 - 239 91 11
www.catharinaziekenhuis.nl
Spoedeisende Hulp
040 - 239 96 00
Verpleegafdeling Longgeneeskunde
040 - 239 83 00
Routenummer(s) en overige informatie over de afdeling
Longgeneeskunde kunt u terugvinden op www.catharinaziekenhuis.nl/
longgeneeskunde.
7
Michelangelolaan 2 – 5623 EJ Eindhoven
Postbus 1350 – 5602 ZA Eindhoven