Paasliturgie 2014 - De Christenvrouw

Paasliturgie 2014
Thema: Ik ben
dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid.
Aanvangstekst : 1 Korinthe 15:3,4
3 Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor
onze zonden, overeenkomstig de Schriften,
4 en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,
Welkom en gebed
Zingen: Psalm 22:1
Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij,
en blijf zover, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.
Lezen: Jesaja 53:1 t/m 3
1 Wie heeft onze prediking geloofd,
en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?
2 Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,
als een wortel uit dorre aarde.
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.
3 Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen,
een Man van smarten, bekend met ziekte,
en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;
Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
Stem:
Wie wil dit woord geloven, wie kan Gods plan verstaan, aan wie maakt Hij het openbaar?
Hij kwam hier zonder luister, geen uiterlijk vertoon, Hij was geen held of redenaar,
maar Hij was een man van smarten,
verstoten en veracht, verscheurd door angst en verdriet, mishandeld en geslagen, verdroeg Hij –
zonder weerwoord - alle spot.
Hij was het lam dat werd doorstoken, zo droeg Hij onze zondeschuld
voor jou en mij werd Hij verbroken, en hierdoor werd de wet vervuld
Zingen: Gezang 49: 1 en 4 uit Ned. Herv. Bundel 1938
1
Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
die voor mij u hebt gegeven,
in de bangste zielennood,
opdat ik niet hoop’loos sterve,
maar uw heerlijkheid zou erven,
duizend, duizendmaal o Heer,
zij u daarvoor dank en eer!
Dank, mijn Heiland voor uw lijden,
voor uw bitt´re bange nood,
voor uw heilig biddend strijden,
voor uw trouw tot in de dood,
voor de wonden, U geslagen,
voor het kruis, door u gedragen
duizend, duizend maal o Heer,
zij u daarvoor dank en eer!
Gedicht: De Man van Smarten
Eens werd de Zon, die ons bestraalde,
De Vrede, die op aarde daalde,
Het Woord, dat goede boodschap bracht,
Verworpen en veracht.
Eens werd het Manna, hemels brood voor velen,
De Ichtus, vis om te verdelen,
Het Offer, tot de tempel Gods gekomen,
Niet aangenomen.
Eens werd de Hoeder van de schapen,
Die ’t lichaam stelde tot zijn wapen,
De Herder, uit de stal geweerd,
De moordenaar begeerd.
Eens werd het Teken in de Tijd,
De Zoon van God in heerlijkheid,
In ’t kleed van spot en hoon gestoken,
Door ons weersproken.
Eens werd , die in de Naam des Heren
Aan blinden het gezicht kwam leren,
Hun Redder in de nood,
Door ons gedood.
Tjeerd Taedes Meijer
2
Lezen: Lukas 23:33 en 44 t/m 46
33 Toen zij op de plaats kwamen die Schedel genoemd werd, kruisigden ze Hem daar, met de
misdadigers, de één aan de rechter- en de ander aan de linkerzijde.
44 En het was ongeveer het zesde uur en er kwam duisternis over heel de aarde tot het negende
uur toe.
45 En de zon werd verduisterd en het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
46 En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat
gezegd had, gaf Hij de geest.
Stem 2
Hij was zonder zonde, toch droeg Hij onze straf en sprak Hij:
Heer Uw wil geschied, en gaf Zijn eigen leven,
tot in de donkere dood, toen zelfs God Hem verliet.
Hij was het lam dat werd doorstoken, zo droeg Hij onze zondeschuld
voor jou en mij werd Hij verbroken, en hierdoor werd de wet vervuld.
Zingen: Joh. De Heer 801:1
O heilig Lam van God,
Gij hebt op Golgotha
heerlijk getriomfeerd,
Amen, halleluja
Gij droeg als ’t Offerlam
ons aller zondeschuld
en hebt tot aan het kruis
Gods recht en wet vervuld.
Toen riep uw liefdestem in onze nacht:
“Het is volbracht! Het is volbracht”!
Lezen: Lukas 23: 49 t/m 56
49 En al Zijn bekenden stonden op een afstand, ook de vrouwen die Hem samen gevolgd waren
van Galilea, en zagen dit aan.
50 En zie, daar was een man van wie de naam Jozef was, een raadsheer, een goed en
rechtvaardig man.
51 Deze had niet ingestemd met hun voornemen en handelwijze. Hij kwam uit Arimathea, een
stad van de Joden, en verwachtte ook zelf het Koninkrijk van God.
52 Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.
53 En toen hij het van het kruis afgenomen had, wikkelde hij het in fijn linnen en legde het in een
graf dat in een rots uitgehouwen was, waarin nog nooit iemand gelegd was.
54 En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan.
55 En ook de vrouwen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zagen het graf en hoe
Zijn lichaam eringelegd werd.
56 En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat
rustten ze overeenkomstig het gebod.
3
Zingen: psalm 21: 4 en 5
4 Hij heeft, o God, van U begeerd
Het onvergank'lijk leven;
Gij hebt het hem gegeven;
Zo zijn de dagen hem vermeerd;
Zo leeft de vorst altoos;
Zo leeft hij eindeloos!
5 Hoe groot en schitt'rend is zijn eer,
Door 't heil, aan hem bewezen!
Hoe is zijn roem gerezen,
O alvermogend' Opperheer!
Wat glans, wat majesteit
Hebt Gij dien vorst bereid!
Gedicht: de lange weg naar Pasen
Waarom moest Hij
de lange weg
van lijden gaan.
De zware weg,
die sinds de zondeval
al was ontstaan.
Waarom ging Hij de weg
door de woestijn.
De weg van ongemak,
van moeite
en van pijn.
Waarom trof Hem dit lot,
Hij, de geliefde Zoon
van Vader God?
Omdat God Hem
bij name riep
nog voor de wereld was
en God de aarde schiep.
Omdat Hij toen al wist
als in een visioen,
‘ Hier ben ik, Vader,
Om uw wil te doen”.
4
Omdat Hij toen al wist
wat van Hem werd verwacht:
De zware weg naar ’t kruis,
tot aan
“Het is volbracht”
Jelly Verwaal
Schriftlezing: Mattheüs 28 1 t/m 6
1 Laat na de sabbat, toen het licht begon te worden op de eerste dag van de week, kwamen
Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf te kijken.
2 En zie, er vond een grote aardbeving plaats, want een engel van de Heere, die uit de hemel
neerdaalde, ging erheen, rolde de steen van de opening weg en ging erop zitten.
3 Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
4 De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden.
5 Maar de engel antwoordde en zei tegen de vrouwen: U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet
dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was.
6 Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar de Heere
gelegen heeft.
Stem 3
Ja, de dood kon Hem niet houden, voel hoe ze op haar grondvest beeft.
Hij verbrak de sterkste banden, want Jezus leeft, ja Hij leeft.
God heeft Hem uit de dood bevrijd, en Hem alle macht gegeven, Hij regeert in eeuwigheid!
Hij heeft het koningschap verkregen, bekroond met macht en majesteit
Jezus Uw Naam zij hoog geprezen,
U brengt ons naar Uw vrederijk.
Zingen: In het vroege morgenlicht,vers 1, 2, 4
Melodie: Liedboek van de kerken 436 Jezus neemt de zondaars aan.
In het vroege morgenlicht komt Gods boodschap tot de zijnen,
Engelenmond brengt het bericht dat de droefheid doet verdwijnen.
Wat beloofd werd, is voldaan! Onze Heer is opgestaan!
Uitverkoren kerk van God, wil voor satans macht niet beven.
Veilig, zeker blijft uw lot, Christus heeft de dood verdreven.
Ook uw morgenstond breekt aan, Sions Vorst is opgestaan.
O, die dag van heil en loon, dag van jubel, dag van glorie.
Wie ontsliepen in Gods Zoon, zullen opstaan in victorie.
’t Eeuwig licht is opgegaan. Onze Heer is opgestaan!
Lezen: Mattheüs 28 vers 7 tm 10
5
En ga haastig heen en zeg tegen Zijn discipelen dat Hij opgewekt is uit de doden; en zie, Hij gaat u
voor naar Galilea; daar zult u Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd.
8 En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het
Zijn discipelen te berichten.
9 Toen zij weggingen om het aan Zijn discipelen bekend te maken, zie, Jezus kwam hun tegemoet
en zei: Wees gegroet! Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem.
10 Toen zei Jezus tegen hen: Wees niet bevreesd; ga heen, bericht Mijn broeders dat zij naar
Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.
Gedicht: De nieuwe mens
Christus ging als eerste
Waar het water stond,
Waar de diepte heerste
Schiep Hij vaste grond.
Christus trok als eerste
Door de doodsjordaan
Wat als scheiding heerste
Kan niet meer bestaan.
Christus staat als eerste
Mens voor Gods gezicht,
Waar de doodsnacht heerste
Wenkt en lacht het licht.
Al wat wij misdeden
Is met Hem vergaan,
Die gelooft is heden
Met Hem opgestaan.
Inge Lievaart
Schriftlezing: 1 Korinthe 15 : 20 t/m 23
20 Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die
ontslapen zijn.
21 Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een
Mens.
22 Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
23 Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn
komst.
Zingen:
Wees gegroet, gij eersteling der dagen
6
Uit: Op Toonhoogte 111
Wees gegroet, gij eersteling der dagen,
Morgen der verrijzenis.
bij wiens licht de macht der hel verslagen
en de dood vernietigd is!
Heere Jezus, trooster aller smarten,
zon der wereld schijn in onze harten,
deel ons zelf de voorsmaak mee
van der zaal’-gen sab-bats-vree!
Op Uw woord, o Leven van ons leven,
werpen wij het doodskleed af!
Door de kracht uws Geestes uitgedreven
treden w’uit ons zondaarsgraf.
Leer ons daag’lijks, leer ons duizendwerven,
in Uw kruisdood, meegekruisigd sterven;
en herboren – opgestaan,
achter U ten hemel gaan!
In Uw hoede zijn wij wél geborgen,
en schoon eerlang ’t oog ons breek’,
open gaat het op de grote morgen
na deez’aardse lijdensweek.
Welk een dag der ruste zal dat wezen,
als w’ onsterflijk, uit de dood verrezen,
knielen voor Uw dankaltaar!
Amen, Jezus, maak het waar!
Gedicht: Opstanding
Dit is de hoogste dag:
Hij is uit 't graf verrezen.
Nu stroomt, op zijn gezag,
de blijdschap door ons wezen.
Dit is de hoogste kracht:
De steen is weggeschoven.
De schuld is weggebracht.
Dit sterkt ons in 't geloven.
Dit is het hoogste feest:
Wij mogen eeuwig leven.
Waarom nu nog gevreesd?
De dood is nu verdreven!
7
Dit is het hoogste Woord:
De Heer heeft overwonnen!
Wij trekken met Hem voort.
De toekomst is begonnen.
Jelly Verwaal
Schriftlezing: Joh. 1:29
29 De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, dat de
zonde van de wereld wegneemt!
Zingen: Halleluja, lof zij het Lam, liedboek voor de kerken 259
Halleluja, lof zij het Lam,
die onze zonden op zich nam,
wiens bloed ons heeft geheiligd;
die dood geweest is, - en Hij leeft;
die ’t volk, dat Hij ontzondigd heeft
in eeuwigheid beveiligt.
Aanbidt de Vader in het woord!
Aanbidt de Zoon, aan ’t kruis doorboord!
Aanbidt de Geest uit beiden!
Van Zijn gemeenschap, Zijn gena,
Zijn liefd’en trouw, halleluja
zal ons geen schepsel scheiden.
Schriftlezing: Romeinen 8 :1, 2; 34 t/m 39
1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees
wandelen, maar naar de Geest.
2 Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van
de zonde en van de dood.
34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is,
Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.
35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of
honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?
36 (Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden
beschouwd als slachtschapen.)
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.
38 Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch
krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,
39 noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van
God in Christus Jezus, onze Heere.
Gedicht: naar Romeinen 8
8
Door Jezus zijn wij vrijgemaakt,
De zonde heerst niet meer.
In Christus Jezus, Zoon van God,
Kwam de genade weer.
De zonde is voorgoed gedood,
Hij bracht haar aan het Kruis.
Wij wandelen in gerechtigheid,
Gods Geest brengt veilig thuis.
Wie in het vlees blijft zondigt weer,
Het vlees leidt naar de dood.
Maar wie Gods welbehagen heeft,
Vindt liefde, eindeloos groot.
Wil Geest van Leven in ons zijn,
Wek dat voortdurend op
Woon in ons hart, woon er steeds meer,
En voer ons naar Uw top.
Want zo door U geleid als zoon
En dochter, door Uw Geest
Roepen wij: Abba, Vader, Hemel Heer,
U geeft om ons het meest.
Wij mogen erfgenamen zijn,
Van ’t slavenjuk bevrijd.
Geen vlees meer dat ons zuchten doet,
Wij zien Uw heerlijkheid!.
Frits van der Made.
Zingen: U zij de glorie
Uit Op Toonhoogte 110
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immer meer.
Uit een blinkend stromen, daald’een engel af,
Heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
Hij brengt al de Zijnen in Zijn armen weer.
9
Weest dan volk des Heren, blijd’en welgezind,
en zegt telkenkere: Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer
U zij de victorie, nu en immermeer.
Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?
In Zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Schriftlezing: Openbaring 1:17, 18a
17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei
tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste,
18 en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.
Zingen: evangelische liedbundel 125
Geprezen zij de Heer, die eeuwig leeft.
Die vol ontferming ieder troost
en alle schuld vergeeft.
Die heel het aards gebeuren vast in handen heeft.
Refrein:
Hem zij de glorie, want Hij die overwon,
Zal nooit verlaten wat zijn hand begon.
Halleluja, geprezen zij het Lam,
Dat de schuld van zondaars op Zich nam
Verdreven is de schaduw van de nacht.
En wie Hem wil aanvaarden
Wordt eens veilig thuisgebracht.
Voor hem geldt ook dit wonder: alles is volbracht.
Refrein:
Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht
Dat uitstraalt van het kruis
Dat eens voor ons werd opgericht.
En voor ons oog verrijst een heerlijk vergezicht.
Refrein:
10
Maartje Bac/Gerda van Leeuwen
11