Opzet docentenhandleiding

Docentenhandleiding ‘Toveressen in Ruermonde’
De expositie is nog te bezoeken t/m 31 augustus 2014.
Het Historiehuis is gevestigd in de Bibliotheek bibliorura,
Neerstraat 11 – 13, 6041 KA Roermond
0475 – 359 102
www.historiehuis.nl
Voor de exacte openingstijden kunt u terecht op de website van de bibliotheek:
http://www.bibliorura.nl/jom/
Doelgroep:
Basisonderwijs: groep 7 en 8
Voortgezet onderwijs: onderbouw VMBO en brugklas HAVO / VWO
Doelstelling:
- Leerlingen maken kennis met de historische gebeurtenis in Roermond.
- Leerlingen leggen een link tussen de historische heksenvervolging en het huidige
pesten.
- Leerlingen kennis geven over pestgedrag.
Heksen en heksenprocessen in Roermond van oktober 1613 – november 1614.
De reeks heksenprocessen van 1613-1614 in en om Roermond is de grootste die op het
gebied van het huidige Nederland bekend is. In één jaar tijd werden in Roermond tientallen
heksen tot de brandstapel veroordeeld en op de Galgenberg, achter de kapel van Onze
Lieve Vrouw in ´t Zand, verbrand. Deze heksenprocessen hebben in die tijd, maar ook later
veel indruk gemaakt.
Ontstaan van de heksenwaan
Het is tegenwoordig moeilijk te begrijpen waarom men heksen aanwees en deze mensen
door verbranding om het leven bracht. Toch werd in de middeleeuwen hekserij gezien als
een reëel maatschappelijk en religieus probleem. Dat heeft te maken met een verzameling
van oorzaken, namelijk:
-
-
-
In die tijd geloofde mensen echt in toverij, heksen werden gezien als een ketterse
sekte van duivelsaanbidders. Een heks had namelijk een verdrag met de duivel; ze
kon met zwarte magie schade toebrengen aan mensen, gewassen en bezittingen; ze
kon zichzelf veranderen in dierlijke wezens zoals bokken en weerwolven; en ze vloog
met een bezem naar nachtelijke bijeenkomsten om de duivel te vereren. Door dit
geloof in toverij werd bij een misoogst of de dood van een mens niet gezocht naar
een verklaring, maar vormde aanleiding tot het zoeken van een zondebok. Door al
deze gevaarlijke kwesties was toverij een zeer ernstig misdrijf tegen God en de kerk.
Geschriften zoals Malleus Maleficarum (de heksenhamer) beschreven een nieuw
kwaad, namelijk dat van de duivel, die door hekserij de wereldheerschappij wilde
overnemen. Hierdoor werd er aan de heksenwaan nog een gevaarlijk element
toegevoegd, namelijk een extreme vrouwenhaat, waardoor vooral vrouwen het
slachtoffer zouden worden.
De dreiging van dit enorme gevaar rechtvaardigde een nieuw rechtsproces. Een
aanklacht van hekserij was moeilijk te bewijzen, omdat het gebaseerd was op
bijgeloof. Er werden daarom heksenproeven bedacht om erachter te komen of
iemand een heks was of niet. Ook was een bekentenis van de beklaagde al
voldoende om hem of haar te veroordelen. Beschuldigingen van anderen waren niet
voldoende voor een veroordeling. De bekentenis werd afgedwongen door folteringen
met de wipgalg. De verdachte mocht verder tijdens het verhoor alleen met ja of nee
antwoorden op de vragen van een vooraf opgestelde vragenlijst. Hoe deze vorm van
rechtspraak werkte, is te lezen in de expositie van het Historiehuis.
Mogelijke verklaring van de procesreeks in Roermond
Het kerkelijke en later ook het wereldlijke gezag was in Roermond contrareformatorisch:
streng en recht in de leer. De besluiten van het concilie van Trente werden in acht genomen.
Het volk en de katholieke priesters moesten in het gareel. De priesters moesten ijverig,
gehoorzaam en celibatair zijn. Nonnen mochten het klooster niet uitgaan. Ketterse
(protestantse) boeken werden verbrand op de markt in Weert en er werden rozenkransen
aan het volk uitgedeeld. Ook was overspel en ongehuwd samenleven streng verboden.
Vóór 1600 had het jaren zeer veel geregend en waren er overstromingen geweest. Het
gevolg was een ernstige ecologische en economische crisis: met o.a. mislukte oogsten, de
pest, vee sterfte, hongersnood en inflatie. De bevolking schreef al deze ontwikkelingen toe
aan toverij, naar andere verklaringen werd niet gezocht.
Verder speelde er een oorlog tussen de Staatse (de Protestanten) en de Spanjaarden (de
Katholieken). Roermond behoorde tot het Hertogdom van Gelre, terwijl het nabijgelegen dorp
Melick deel uitmaakte van Hertogdom Gulik.
In 1609 begon het Twaalfjarig Bestand, waardoor het in 1613 (tijdens de processen) op
politiek en militair gebied betrekkelijk rustig was. Ondanks ook het herstel op sociaal en
economisch vlak, leefde de inwoners van Roermond nog steeds in grote armoede. Deze
periode van betrekkelijke politieke en economische rust maakte het voor de autoriteiten
mogelijk om geschillen met vijanden uit te vechten.
Een van die vijanden was het nabijgelegen Gulik, waar de mensen vrijzinniger leefden. De
tactisch gekozen locatie van de Galgenberg bij Kapel in het Zand, aan de grens met Melick,
was dan ook de aangewezen plek om de heksen te verbranden. Na afloop werden de
verkoolde lichamen niet opgeruimd, maar bleven als ‘voorbeeld’ voor anderen zichtbaar.
Deze twist tussen Gelre en Gulik zou in de regio van Eygelshoven later ook leiden naar de
jacht op de vermeende bokkenrijders.
Het begrip hekserij
In een heksenproces werd er dus afgeweken van de normaal geldende rechtsprocedure.
Hekserij werd als zo kwaadaardig beschouwd dat een heks zich niet hoefde te verdedigen.
Een heksenproces was voornamelijk gebaseerd op getuigenverklaringen. Er werden alleen
getuigen met belastende verklaringen gehoord. Er was geen sprake van een eerlijk proces.
Onder het begrip hekserij viel alles wat samenhing met de duivel, geheimzinnigheid,
verdorvenheid, verschrikking en het verdrag met de duivel. D.m.v. zwarte magie kon een
heks schade toebrengen aan mensen, dieren, gewassen en bezittingen. De heksensabbat,
de verering van de duivel in de gestalte van een bok en daarmee samenhangend de
verloochening van God, Christus en zijn kerk, vormde voor de kerkelijke rechtbank die was
belast met geloofsdwalingen (de inquisitie) aanleiding tot een strenge heksenvervolging.
Heksenproeven
Er bestonden diverse proeven om vast te stellen of iemand een heks was.
- De vragenlijst. In 1594 werd een vragenlijst samengesteld die gebruikt werd bij de
ondervraging van een van hekserij verdachte persoon. Deze vragenlijst is te zien in het
Historiehuis Roermond.
- De waterproef. Voor de waterproef werd de aangeklaagde van zijn kleding ontdaan en aan
handen en voeten gebonden in het water gegooid. Het water werd beschouwd als een door
Christus´ doop geheiligd element en zou de heks daarom uitstoten, zodat deze bleef drijven.
Zonk ze, dan was ze niet schuldig aan hekserij.
- Het stigma Diaboli of Paddenpoot. Dit was een teken of plekje op het lichaam van de
vermeende heks, waar ze onkwetsbaar zou zijn en waaruit geen bloed zou vloeien als er met
een naald in werd geprikt.
- Het gewicht van een verdachte. Een heks zou, door haar relatie met de duivel en door het
vliegen op een bezem, minder lichaamsgewicht hebben. Iemand met een laag gewicht werd
eerder als heks beschouwd.
Meer informatie over heksen is te vinden via: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heks_(persoon)
De heksenvervolgingen en het huidige pesten
Het doel van de exposities in het Historiehuis zijn het tonen van de Roermondse
geschiedenis, dus ook de gebeurtenissen van 1613 – 1614. Verder moeten ze verduidelijken
waarom dit kon plaatsvinden in de stad Roermond. Ook is het maatschappelijk aspect
belangrijk. Het fenomeen “heksen”, “zondebokken” kan in de huidige context gerelateerd
worden aan pesten en vervolging. De expositie in het Historiehuis is daarom speciaal
ingericht voor schoolklassen.
De expositie in het Historiehuis legt een link tussen het fenomeen ‘heks en zondebok’ en het
huidige (digitale) pesten. Aan de hand van een zestal thema’s wordt uitgelegd, hoe en wie
als vermeende heks (toveres) werd aangemerkt, hoe dit werd getoetst, hoe het vonnis en de
strafmaat tot stand kwamen, waar en hoe de terechtstelling plaatsvond en wat er daarna
gebeurde met de nazaten en bezittingen van de terechtgestelde. De rode draad in de
presentatie vormt het artikel over de Roermondse heksenvervolgingen, van Gerard van de
Garde en Charlotte Ruijs. Het artikel ‘kroniek van het ‘heksenjaar’ 1613 – 1614 is te lezen op
www.historieroermond.nl.
Opzet museumbezoek:
Een museumles begint altijd met een korte inleiding door een museumdocent. De leerlingen
gaan daarna met kijkopdrachten in groepjes aan het werk in de expositie en de vaste
presentatie. Een bezoek duurt ongeveer een uur. De maximale groepsgrootte is 25
leerlingen per groep. Minimaal 2 begeleiders (leerkracht, ouder, opa of oma) zijn
noodzakelijk om de leerlingen te helpen met de opdrachten.
De kosten voor een museumbezoek in het Historiehuis zijn 20 euro. Voor het boeken van
een museumles kan contact worden opgenomen met het Historiehuis via 0475 – 359 102 of
[email protected].
Voorbereiding op school:
Als minimale voorbereiding op de museumles is nodig:
- De klas moet opgedeeld zijn in 6 groepen
- Afspraken met de leerlingen over het gedrag buiten school.
Lessuggesties:
Voorbereiding op het museumbezoek:
Leerlingen beginnen aan dit project met wat ze al weten over heksen en tovenaars. En
verzamelen foto’s van moderne heksen uit de media, boeken (van sprookjes tot moderne
hekserij). Dit vormt het vertrekpunt voor het historische beeld van de heks in de vroeg
moderne tijd.
Het museumbezoek:
De expositie doet dienst als ‘buitenschoolse’ leerplek. Leerlingen komen hier in contact met
originele archiefmaterialen. En leren dat de motieven voor de heksenjacht uiteenlopend zijn,
complex en voor veel aspecten nog onopgehelderd. Toch kennen we de belangrijkste: angst
en wanhoop. Mensen hielden heksen en hun hekserij verantwoordelijk voor rampen, ziektes,
dood en natuurfenomenen die hun verstand te boven gingen. Tijdens het bezoek zullen
leerlingen begrijpen dat angst en onzekerheid ook vandaag nog vernietigende en agressieve
reacties kunnen uitlokken. Hopelijk zien ze zo in dat het belangrijk is een eigen mening te
vormen op grond van rationeel denken en dat men soms moet vasthouden aan zijn eigen
mening, tegen de stroming in. En ontstaat er een idee van het belang van wetten voor een
samenleving en van verdraagzaamheid tegenover mensen die anders handelen of zijn.
Afronding in de klas:
- Een slotgesprek: in een klassikaal slotgesprek kunnen de volgende vragen aan bod
komen:
o Hoe zijn de massale vervolgingen kunnen gebeuren?
o Hoe gaan we vandaag om met mensen die anders zijn?
- De film ‘Spijt’ n.a.v. het gelijknamige boek van Carrie Slee: de film en het
bijbehorende lesmateriaal leggen een duidelijk link met pesten. Op aanvraag kan
deze film vertoond worden in de ECI Cultuurfabriek.
- Ook verwijs ik graag door naar de educatiefolder van het Heksenjaar 2014. Hierin
vindt u een volledig overzicht van initiatieven die inhaken op het themajaar. De folder
is digitaal te vinden op www.heksenjaarroermond.nl.
Bronnen:
Lesbrief gemeentearchief
Wikipedia
Artikel Gerard van de Garde en Charlotte Ruijs.
Erfgoed in de klas – een handboek voor leerkrachten.