SCHOOLGIDS 2013 - 14 Openbare Basisschool “De Muze”

SCHOOLGIDS 2013 - 14
Openbare Basisschool
“De Muze”
OBS DE MUZE
1
Inhoudsopgave
1. De Muze: een eerste kennismaking 4
2. Het onderwijs 5
De naam van onze school
4
Onderwijs4
Het schoolgebouw
4
Missie5
Kwaliteitskenmerken5
Ambitie6
Voornemens 2011-2015
6
Pedagogische uitgangspunten 7
Organisatie van het onderwijs 7
Groepssamenstelling7
Schoolvakken 7
Rekenen 8
Technisch Lezen 8
Begrijpend lezen 9
Taal en spellen 9
Schrijven9
Wereldoriëntatie en zaakvakken
9
Kunstzinnige vorming 9
Dans 10
Bewegingsonderwijs 10
Schoolzwemmen 10
Verkeer 10
Engels 10
Huiswerk 11
Oriëntatie op vervolgonderwijs 11
ICT12
3. Leerlingen en leerlingenzorg
13
De leerlingen 13
Leerlingenzorg op De Muze 13
Zorgprocedure13
De intern begeleider
13
Dyslexie 13
Logopedie 14
‘Rugzakkinderen’14
Excellentie 16
Doorgaande leerlijn van groep 2 naar 3
16
Het rapport
17
Tegengaan van pesten 17
Gezondheidszorg op school
18
Onderzoek van de GGD op de school
Onderzoek in groep 2
2
18
18
Schoolgids De Muze 2013-14
Onderzoek in groep 7
18
Logopedie18
Controles18
Onderzoek op verzoek
18
Schoolmaatschappelijk werk
18
School en hulp
18
Schoolverzekering 19
4. Het team
5. De ouders en verzorgers
19
20
6. De school 24
De Muze en de ouders De projectgroep
Klassencommissies De oudervereniging
De medezeggenschapsraad
De ouderbijdragen
Overblijven Ontruimingsplan Algemene klachtenregeling
Het veiligheidsbeleid
20
20
20
21
21
21
22
22
22
23
Het gebouw
24
Speelruimte 24
Stadslandgoed Limos
24
Bereikbaarheid 25
Verkeersveiligheid 25
Leerplichtwet25
Verzuimprotocol25
Verzuimregistratie25
Vrijstelling van schoolbezoek
25
Verlof bij andere gewichtige omstandigheden
25
Verzuimoverzicht26
Vakantieverlof26
Bereikbaarheid leerplichtambtenaar
26
Sponsoring 7. Praktische informatie 26
27
Schooltijden 27
Vakantierooster en studiedagen
27
Afmelden27
Leerplicht en verlof 27
Adressen28
Schoolgids De Muze 2013-14
3
1. De Muze: een eerste kennismaking
De Muze is een openbare basisschool in Nijmegen
Oost. Een school waar iedereen welkom is, ongeacht
godsdienst, levensovertuiging, cultuur, uiterlijk,
samenlevingsvorm of welke achtergrond dan ook.
Wij streven ernaar een positief klimaat te scheppen,
waarin kinderen en leerkrachten respect hebben voor
elkaar, voor anderen en hun meningen. Alleen op
basis van wederzijds respect kunnen kinderen van
elkaar, over elkaar en met elkaar leren.
De schoolleiding, de leerkrachten, en alle andere volwassenen die aan de school verbonden zijn, bewaken
dit wederzijdse respect actief.
De school wil een veilige omgeving bieden. Kinderen moeten zich veilig voelen, zowel bij de leerkrachten, in hun eigen groep, bij de andere kinderen
van de school, en ook in de directe omgeving van
de school. Om dit te bereiken voert de Muze een
actief veiligheidsbeleid. Onder meer door duidelijke
regels te stellen voor het gedrag in de school, zeer
alert te reageren op pesten, wisselende speeltijden te
hanteren, jongere en oudere kinderen met elkaar in
contact te brengen, de school en de lokalen prettig
in te richten, de school toegankelijk te maken voor
ouders en door vragen en/of problemen van ouders
en kinderen serieus te nemen. Wij willen kinderen
uitdrukkelijk aanspreken op het gebied van hoofd
(kennis), hart (emotie) en handen (expressie). Een
kind dat op deze gebieden goed functioneert, is een
kind dat lekker in zijn vel zit. Er is dan sprake van
welbevinden en betrokkenheid.
De naam van onze school
Een Muze is een inspiratiebron.
De Muzen zijn de negen godinnen van de kunsten en
de wetenschappen.
Deze naam sluit aan bij ons streven om kinderen een
evenwichtige ontwikkeling van kennis, emotie en
expressie te geven.
Onderwijs
4
In het dagelijks onderwijs wordt naast de leervakken
ook aandacht besteed aan expressie en kunstzinnige
vorming. In het kringgesprek leren kinderen zichzelf
in de groep te uiten. In de projecten, die elk jaar een
aantal keren worden georganiseerd en waarin telkens
een apart onderwerp door de hele school wordt uitgediept, komen leren, expressie en creativiteit samen.
In weeksluitingen laten de groepen aan elkaar zien
wat zij in de afgelopen periode hebben gemaakt of
ingestudeerd.
Binnen onze school trachten we zo goed mogelijk
rekening te houden met verschillen tussen kinderen.
Kinderen moeten niet onder hun niveau presteren,
en ook niet voortdurend op hun tenen lopen. De
Muze probeert zo veel mogelijk extra zorg te besteden aan kinderen die dat nodig hebben. Voor kinderen met leermoeilijkheden of gedragsproblemen
beschikken we binnen onze school over een aantal
voorzieningen. De intern begeleider ondersteunt de
groepsleerkrachten bij de begeleiding van leerlingen
die extra zorg nodig hebben. Verder vindt remedial
teaching, d.w.z. extra ondersteuning voor leerlingen
die dit nodig hebben, in de groep door de leerkracht
plaats.
De Muze wil de ouders zo goed mogelijk informeren
over de gang van zaken op school en over de ontwikkeling van hun kind(eren). Ook biedt de Muze de
ouders volop gelegenheid om direct betrokken te
zijn bij het reilen en zeilen van de school. Wij aarzelen niet om hulp te vragen bij
activiteiten op school. Ouders
kunnen deelnemen aan de klassencommissie (waarin verschillende klassenactiviteiten worden
bedacht en georganiseerd), de
projectgroep (die schoolprojecten organiseert), de ouderraad en/of de medezeggenschapsraad. Wij hechten aan een
goede band met de ouders, gebaseerd op wederzijds
respect en openheid.
Het schoolgebouw
Onze school is gelegen in het ‘Stadslandgoed Limos’.
We beschikken over twee gebouwen. In het hoofdgebouw zijn 13 groepen gehuisvest. In het bijgebouw
‘de Parel’ zijn twee onderbouwgroepen ondergebracht, en één bovenbouwgroep. Tussen de twee
gebouwen ligt een speelplaats met veel ruimte. Elke
groep beschikt over een eigen stuk tuin. De gebouwen zijn monumentale panden, voormalige kazernegebouwen en kenmerken zich door grote lokalen
(gemiddeld 60 m2) en veel extra ruimten.
In de Parel is ook een ruimte verhuurd aan ‘KION’
(Kinderopvang Nijmegen). KION biedt kinderen
buitenschoolse opvang.
Schoolgids De Muze 2013-14
2. Het onderwijs
Missie
De missie van ‘De Muze’ luidt als volgt:
Als Muze is onze grondhouding:
De Muze:
Waar ieder kind belangrijk is,
Waar gewerkt wordt aan een harmonische ontwikkeling van hoofd (kennis), hart
(emotie) en handen (expressie);
Waar uitdaging, inspiratie en plezier uitgangspunten zijn.
1.‘Wij gaan respectvol met elkaar om’. Meningen en
gevoelens van iedereen (collega’s, begeleiders, ouders
en kinderen) worden serieus genomen op ‘De Muze’.
Voor kinderen betekent dit dat zij (mede-)verantwoordelijk zijn voor zichzelf, elkaar en voor materialen, open staan voor elkaar, luisteren naar elkaar en
dat zij rekening houden met elkaar.
2. ‘Wij zorgen ervoor dat een ander zich fijn en veilig
kan voelen op onze school’.
Iedereen maakt zich er sterk voor dat leerkrachten,
begeleiders en kinderen hun spel en werk goed en
veilig kunnen uitvoeren. Iedereen maakt zich er sterk
voor dat dit op een prettige manier gebeurt. Voor
kinderen betekent dit dat je vriendelijk zegt en vraagt
wat je wilt, dat kinderen elkaar helpen en (mede-)
verantwoordelijk zijn voor de sfeer.
Deze grondhouding krijgt een vertaling in elke
groep.
Kwaliteitskenmerken
Wij hebben zes kwaliteitskenmerken benoemd, die
wij terugvinden in de school. Wij werken eraan om
ze zo goed mogelijk in school aanwezig te laten zijn.
Wij hebben ons onder andere laten inspireren door
begrippen uit het adaptief onderwijs. Wij benoemen
deze begrippen hieronder en benoemen tevens een
aantal belevingen en ervaringen van kinderen die wij
hierbij belangrijk vinden:
• Relatie: vriendschap, vrolijk zijn, samen zijn,
je lekker voelen, “Wij kunnen het samen”, “Een
ander heeft mij nodig” en “Ik heb iemand anders
nodig”.
• Competentie: ‘Ik kan het’, trots, tevredenheid.
• Autonomie: ‘Ik kan het zelf ’, ‘Ik doe het zelf ’, ‘Ik
ben ik’, ‘Ik kan kiezen’, ‘Ik durf mezelf te zijn’.
Onze kwaliteitskenmerken zijn:
1. Het pedagogisch klimaat
Het grondwoord is respect. Alle volwassenen vertonen een voorbeeldfunctie. Met het team zijn we
gekomen tot de volgende grondhouding:
a. Wij zorgen ervoor dat een ander zich fijn en veilig
kan voelen op school.
b. Wij gaan respectvol met elkaar om.
Deze grondhouding krijgt een vertaling in elke
groep.
Mede om dit te realiseren hebben wij een methode
voor sociaal- emotionele ontwikkeling gekozen.
2. Omgaan met verschillen
Het kind en zijn individuele ontwikkeling staat
centraal. We onderscheiden verschillen op cognitief,
motorisch, sociaal-emotioneel en cultureel niveau.
De verschillen die er tussen kinderen bestaan, vragen
om een benadering afgestemd op het niveau van het
kind. Hierbij denken wij aan differentiatie in instructie en verwerking. Kinderen leren door verschillen
van en met elkaar. Dit zien wij als een kans.
3. Zelfstandig werken
Wij willen kinderen de ervaring op laten doen: “Ik
kan het zelf ” (autonome component uit adaptief
onderwijs). Wij stimuleren een actieve leerhouding
en werken aan het vergroten van zelfvertrouwen bij
kinderen. Zelfstandig werken houdt behalve individueel werken ook samenwerken in. De taakweekkaart is een belangrijk ondersteunend middel. Verschillende instructiemodellen zijn essentieel. Tijdens
het zelfstandig werken wordt remedial teaching in de
groep gegeven aan individuele of aan groepjes kinderen. Dit gebeurt elke dag volgens een vast rooster.
Schoolgids De Muze 2013-14
5
4. Onderwijs gericht op betrokkenheid
De grondwoorden waar wij vanuit gaan zijn welbevinden en betrokkenheid. Wij gaan zoveel mogelijk
uit van ervaringen en belevingen van onze kinderen.
We kiezen er voor dit in groep 1 t/m 3 nadrukkelijk
uitgangspunt van ons onderwijs te laten zijn. Vanuit
beginnende geletterdheid werken wij met ‘het boek
van de maand’.
Omdat de Muze op creatief gebied soms een voort
5. Projectonderwijs
Drie keer per jaar werkt de hele school gedurende
tweeënhalve week aan één thema. De projectgroep
(bestaande uit ouders en leerkrachten) bedenkt in
overleg met het team een rode lijn, een inspirerende
projectopening en -sluiting. Een kenmerk hiervan
is een grote betrokkenheid van kinderen en ouders.
Er wordt wereldoriënterend (zaakvakoverstijgend)
gewerkt. De creatieve vakken worden hierbij nadrukkelijk betrokken.
6. Cultuuronderwijs
Cultuuronderwijs is het zesde kwaliteitskenmerk van
de Muze. Er is veel aandacht voor creatieve vakken, ook voor de esthetische beleving hiervan. We
zien deze vorming in samenhang met alle onderwijsgebieden, en ook bij
de weeksluitingen en het
projectonderwijs. Voor dans
hebben wij een vakleerkracht
aangetrokken.
Voor cultuureducatie hebben we een plan van aanpak
geformuleerd, met daarbinnen “beeldende vorming” als
speerpunt.
6
Omdat de Muze op creatief
gebied soms een voortrekkersrol vervult, worden we wel eens benaderd of op
school tijdens lessen bijvoorbeeld een voorlichtingsfilm of foto’s gemaakt mogen worden.
Hierbij maken we per situatie een afweging of we
hier op in gaan, waarbij we vooral kijken naar het
algemeen belang en in hoeverre het belastend is voor
de school en de kinderen.
Het betekent ook dat wanneer we hier op in gaan, we
geen aparte toestemming aan ouders hiervoor vragen. Mocht u er bezwaar tegen hebben dat uw kind
eventueel hiervoor gefilmd of gefotografeerd wordt,
verzoeken wij u dit aan het begin van het schooljaar
aan te geven bij de bouwcoördinator of directeur,
zodat wij ervoor kunnen zorg dragen dat dit niet
gebeurt.
Ambitie
Openbare basisschool ‘De Muze’ wil een school zijn
waar kinderen graag naar toe gaan.
Kinderen vinden het prettig als de sfeer op school
goed is en als zij aangesproken worden op een breed
onderwijskundig en pedagogisch terrein.
Wij spreken kinderen aan op hun mogelijkheden
betreffende hoofd, hart en handen (zie missie).
‘De Muze’ vraagt aan ouders, kinderen en zichzelf of
deze doelstelling wel wordt behaald. In het voorjaar
2011 is er een tevredenheidonderzoek gehouden
onder ouders. Dit is een vervolg van het tevredenheidonderzoek van oktober 2007.
‘De Muze’ is uitgegroeid tot een school met (op dit
moment) 5 heterogene onderbouwgroepen (d.w.z.
groep 1 en 2 samen) en vervolgens elke homogene
jaargroep dubbel. Onze ambitie is dit te handhaven.
Voornemens 2011-2015
Een aantal externe factoren (o.a. inspectiebezoek,
oudertevredenheidsonderzoek) en interne factoren
(o.a. opbrengsten uit studiedagen) hebben geresulteerd tot beleidsvoornemens voor de jaren 2011-2015.
Deze voornemens zijn vastgelegd in het schoolplan.
Met betrekking tot onze zes kwaliteitskenmerken zijn
de volgende keuzes gemaakt.
Pedagogisch klimaat
• We streven er naar dat alle kinderen zich veilig
voelen op de Muze. We willen ook in de groepen
1 en 2 een toetsinstrument aanschaffen om de
sociaal emotionele gesteldheid van kinderen te
kunnen toetsen.
• De komende jaren zullen we ons anti- pestbeleid
volgens de methode ‘No Blame’ uitvoeren.
Omgaan met verschillen:
• • Het werken met groepsplannen volgens de
1-Zorgroute wordt ingevoerd
• Er is een beleidsplan gemaakt op het gebied ‘Excellentie’ (meer- en hoogbegaafde leerlingen). Dit
wordt het komend jaar uitgevoerd
• Leerlingen met een eigen leerlijn hebben vanaf
groep 6 een ontwikkelingsperspectief
• Esis B digitaal dossier is gedeeltelijk ingevoerd
Schoolgids De Muze 2013-14
Onderwijs gericht op betrokkenheid
• We gaan een visie ontwikkelen op onderwijs gericht op betrokkenheid voor de groepen 4 t/m 8.
Onze voornemens met betrekking tot de vakgebieden, kunt u vinden in het hoofdstuk ‘schoolvakken’.
Pedagogische uitgangspunten
Op onze school kijken wij niet alleen naar leerprestaties, maar letten wij op de brede ontwikkeling van
kinderen. Leren doe je niet alleen met je hoofd, maar
ook met je lichaam en je gevoel. Er moet daarom ook
aandacht zijn voor het lichamelijke welbevinden van
kinderen en voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Hoe jonger het kind, hoe sterker hoofd, lichaam
en gevoel samengaan. Ook voor oudere kinderen
geldt, dat zij pas echt lekker in hun vel zitten, wanneer hoofd, lichaam en gevoel alle kans krijgen zich
positief te ontwikkelen. Doet een kind het op een
van deze gebieden minder, dan gaat dat veelal ten
koste van de leerprestaties. Zorg aan kinderen op
onze school wordt daarom niet alleen gegeven bij
leerproblemen, maar ook aan de sociaal-emotionele
ontwikkeling van de kinderen.
In de ochtend bestaat tussen 8.30 en 8.45 uur de
mogelijkheid van de ‘inloop’. Ouders mogen met hun
kind meekomen om samen met hun kind te kijken
naar hun werk, of om bijvoorbeeld even samen een
In kringgesprekken kunnen kinderen leren zich in
de groep beter te uiten. In de gezamenlijke weeksluitingen, maar ook tijdens verschillende vieringen
(zoals verjaardagen) benadrukken wij de onderlinge
saamhorigheid en het wederzijdse respect. Als team
hebben wij hierin een voorbeeldfunctie. Wij stralen
dit uit naar de kinderen.
Het team van de Muze streeft naar een goede verstandhouding met de kinderen. Zij aarzelt echter niet
om in te grijpen bij ongewenst gedrag. Een goede en
veilige sfeer in de groep en op school is belangrijk
voor ieder kind. Er wordt daarom alert gereageerd op
eventueel plaag- en pestgedrag.
Organisatie van het onderwijs
Voor kinderen en leerkrachten staat de dagelijkse
praktijk in de groep centraal. Op ‘De Muze’ wordt
gewerkt met heterogene en homogene groepen. Heterogene groepen worden geformeerd in de groepen
1/2 en als hoofdlijn homogene groepen vanaf groep
3. Heterogene groepen blijven echter mogelijk afhankelijk van omstandigheden. Binnen de homogene
groep kunnen wij de
gewenste aanpak van elk kind beter realiseren.
Daarnaast zijn er ook gezamenlijke activiteiten waar
de hele school of meerdere klassen bij betrokken zijn.
Daarbij moet worden gedacht aan de weeksluiting,
de jaarlijkse open podiumdag (waar verschillende
groepen of kinderen voor de hele school optreden
ter afsluiting van het schooljaar), het schoolreisje, de
jaarlijkse sportdag en de verschillende projecten.
De school is verdeeld in bouwen:
• De onderbouw: groepen 1 tot en met 4
• De bovenbouw: groepen 5 tot en met 8
Binnen elk van deze bouwen werken leerkrachten
intensief samen. Zo bepalen ze gezamenlijk onderwijskundige thema’s en stemmen ze het onderwijs op
elkaar af. Iedere bouw heeft een bouwcoördinator.
Groepssamenstelling
boek te lezen. Op deze manier bevorderen we het
contact tussen kind, ouder en school. Het kind heeft
ook de gelegenheid om zijn creatieve en leervorderingen te laten zien.
Een belangrijk uitgangspunt is dat kinderen ook met
en van andere kinderen kunnen leren. Dit wordt
uitdrukkelijk gestimuleerd.
Voor de exacte samenstelling van de groepen verwijs
ik u naar het laatste Muzejournaal van het schooljaar
(tweewekelijkse nieuwsbrief voor ouders).
Wat de omvang van de groepen betreft is de Muze,
net als iedere andere basisschool, gebonden aan de
bestaande regelgeving.
Schoolvakken
In de wet op het basisonderwijs wordt een aantal eisen gesteld aan het aanbod van schoolvakken waaraan
Schoolgids De Muze 2013-14
7
iedere basisschool moet voldoen. Daarnaast geeft het
Ministerie van Onderwijs ook concrete adviezen over
de lesurenverdeling. De lesurenverdeling op de Muze
komt overeen met deze adviezen.
Voor alle leervakken (rekenen, lezen, taal en spelling,
schrijven, begrijpend lezen, biologie, aardrijkskunde,
geschiedenis, wereldoriëntatie en Engels) gebruiken
we specifieke leermethoden. Ook voor de creatieve
vakken (dans, beeldende vorming en muziek) hebben we de beschikking over een methode en diverse
bronnenboeken.
Alle methoden zijn afgestemd op de kerndoelen die
sinds een aantal jaren gelden voor het basisonderwijs. Ook kunnen de methoden worden gebruikt in het
intercultureel onderwijs. De verschillende methoden
zullen hieronder bij de afzonderlijke schoolvakken
kort worden beschreven.
Rekenen
Al in de onderbouw worden de kinderen vertrouwd
gemaakt met aantallen en hoeveelheden.
In de op betrokkenheid ingerichte hoeken in de
groep kunnen de kinderen bijvoorbeeld verschillende weegschalen vinden. Ze kunnen dan eindeloos
wegen met materialen als zand, water, klei, meel,
enz. Ook kan er een winkelhoek worden ingericht,
waarin spullen onder meer op lengte (van groot naar
klein) en naar soort (plastic, steen) gesorteerd kunnen worden. Het rekenen is dus vooral gericht op
de eigen directe ervaring van kinderen. De oudste
kleuters krijgen vanuit ons leerlingvolgsysteem te
maken met de Cito-toets ‘ordenen’ halverwege het
schooljaar.
Vanaf groep 3 werken de kinderen met de methode Pluspunt. Er is een compact- programma voor
kinderen die sneller door de stof heen kunnen. Ons
voornemen is het verder ontwikkelen van verrijkingsprogramma’s.
8
Technisch Lezen
Bij het leren lezen is het belangrijk dat wordt uitgegaan van de individuele ontwikkeling van het kind.
Zo zullen sommige kinderen al in de kleuterjaren
toe zijn aan lezen en kunnen kinderen desgewenst
hiermee starten. In de onderbouw is er veel aandacht
voor. We werken in de groepen 1 en 2 met ‘het boek
van de maand’. Dit boek komt voort uit de belevingswereld van de kinderen of sluit aan bij een thema.
Het boek zelf kan ook een thema worden. Allerlei
talige activiteiten komen hieruit voort: rijmen, lied,
toneel, poppenkast enz. Vanaf groep 1 werken we
met de methode ‘Leeslijn’. Hieruit wordt één thema
per week gedaan.
Hieraan gekoppeld is: ‘Beginnende geletterdheid’.
Een onderwerp dat regelmatig in onze bouwvergaderingen aan de orde komt en een stevige plek heeft
verworven in ons onderwijs (zie voor een uitwerking
het schoolplan).
Vanaf groep 3 bouwen de kinderen voort op het
niveau dat ze hebben bereikt in de eerste twee
schooljaren. Kinderen leren lezen op basis van hun
eigen woordenschat en van woorden die voor hen
belangrijk zijn. Vanuit een eerste letterkennis leren
ze nieuwe woorden maken. Vervolgens leren ze er
nieuwe letters bij. In groep 3 krijgt het kind een aanbod dat zoveel mogelijk op maat zal zijn.
Vanaf groep 3 werken de leerkrachten toe naar con-
crete minimumdoelen die per leeftijdsgroep aan het
eind van het schooljaar moeten worden behaald. Om
te bekijken welk niveau een individueel kind heeft
bereikt, maken we gebruik van de AVI- toetsen. Dit
zijn wetenschappelijk gefundeerde toetsen, die een
goed beeld geven van de leesprestaties. Met behulp
van deze toetsen kan duidelijk worden vastgesteld
hoever een kind is gevorderd. Zo moet aan het einde
van groep 3 AVI niveau 1 worden gehaald en aan het
einde van groep 6 AVI niveau 9. Extra individuele
aandacht wordt gegeven aan kinderen die achterop
zijn geraakt en die moeite hebben om het AVI niveau
van dat jaar te halen. Kinderen die verder zijn, kunnen juist een of meerdere niveaus vooruit werken.
Het lezen wordt extern getoetst met het CITO- leerlingvolgsysteem.
Klassenabonnementen op de bibliotheek moeten het
leesplezier en de leesvaardigheid van kinderen verder
stimuleren en ontwikkelen. (Over een mogelijkheid
om boeken in de buurt te blijven lenen wordt nog
Schoolgids De Muze 2013-14
onderhandeld). Daarnaast lezen kinderen regelmatig
voor aan andere kinderen. In de midden- en bovenbouw houden de kinderen ook regelmatig boekbesprekingen.
Begrijpend lezen
Op de basisschool wordt veel aandacht besteed aan
begrijpend lezen. De kinderen worden getraind om
zo goed mogelijk de juiste betekenis van een tekst te
achterhalen.
Al in de onderbouw vindt dit plaats door middel van
allerlei taal- en luisteractiviteiten. We spreken hier
eerder van begrijpend luisteren en van het stimuleren
van het denkproces. Een belangrijk uitgangspunt is
dat kinderen zo vroeg mogelijk een ruim taalaanbod
moeten krijgen, waardoor achterstanden voorkomen
kunnen worden.
Vanaf groep 4 wordt gewerkt met de methode ‘Goed
Gelezen’. Deze methode leert kinderen de betekenis
of de bedoeling van teksten te achterhalen. Ook leren
zij hoe ze zo nauwkeurig mogelijk een tekst kunnen
bestuderen. Het onderwijs is een afwisseling van
instructielessen en zelfstandig werken. De kinderen
worden regelmatig binnen de methode zelf getoetst,
maar daarnaast ook met behulp van het CITO- leerlingvolgsysteem.
Taal en spellen
Onze taal- en spellingsmethode ‘Taal in beeld en
Spelling in beeld’ zijn op elkaar afgestemd. Kinderen
krijgen gedurende een periode van twee weken een
woordpakket aangeboden. Dit woordpakket komt
zowel bij de taallessen als bij de spellingslessen terug.
Het taalonderwijs is hier bedoeld in de brede zin van
het woord. Het gaat om luisteren, spreken, antwoorden, het onder woorden brengen van je mening, de
ontwikkeling van de woordenschat, foutloos schrijven, het zelf teksten maken enzovoort.
Voor taal en spellen geldt ook dat er binnen de methode en met het CITO- leerlingvolgsysteem getoetst
wordt.
Schrijven
Vanaf groep 1 hebben wij aandacht voor de motorische ontwikkeling van kinderen met betrekking
tot het schrijven. In groep 1 wordt dit proces door
middel van spel gestimuleerd. Wij werken in de
groepen 1 en 2 met de methode ‘Schrijfatelier’. In
deze groep gaat het om voorbereidende schrijfoefeningen, vanaf groep 3 komen schrijfletters aan bod.
Daar wordt gewerkt met de methode ‘Pennenstreken’.
Wereldoriëntatie en zaakvakken
We maken hierbij een onderscheid tussen de meer
specifieke zaakvakken biologie, aardrijkskunde en
geschiedenis enerzijds en wereldoriëntatie anderzijds. Onder wereldoriëntatie verstaan we allerlei
kennis en vaardigheden die betrekking hebben op
de eigen directe leefwereld van kinderen en op de
samenleving waarin zij leven. In groep 3 wordt nog
geen onderscheid gemaakt tussen wereldoriëntatie en de overige zaakvakken. Vanaf groep 4 wordt
dit onderscheid wel gemaakt. De vakken biologie,
aardrijkskunde, geschiedenis hebben elk een aparte
methode: ‘Natuniek’, ‘De blauwe Planeet’ en ‘Bij de
Tijd’. Het vak wereldoriëntatie wordt vooral gegeven
in de vorm van projecten. Jaarlijks worden er op ‘De
Muze’ vier projecten gekozen en verder uitgewerkt
door de projectgroep, die uit ouders en leerkrachten
bestaat. Thema’s voor de projecten worden onder
andere gehaald uit de genoemde methodes. De projecten duren ruim twee tot drie weken. Alle groepen
nemen er op hun eigen niveau aan deel. Gedurende
deze drie weken wordt het gewone onderwijs voortgezet. Er is meer aandacht voor het project tijdens de
expressievakken (drama, dans, beeldende en muzikale vorming en tekenen), de lessen wereldoriëntatie
en tijdens de weeksluiting. Ook tijdens het kringgesprek kan er ruimte zijn voor het project.
Soms wordt er ook een excursie georganiseerd, of
bezoeken ‘ervaringsdeskundigen’ de school. Binnen
de projecten wordt ook regelmatig aandacht besteed
aan geestelijke stromingen en interculturele thema’s.
Kunstzinnige vorming
‘De Muze’ werkt met een aparte methode voor kunstzinnige vorming: ‘Moet je doen’. Dit is een methode, die goed aansluit bij onze vorm van onderwijs.
‘Moet je doen’ richt zich op de vakken drama, beel-
Schoolgids De Muze 2013-14
9
dende vorming, muziek, dans en tekenen.
De school beschikt over een vakleerkracht dansante
vorming. Deze vorm van onderwijs is vooral gericht
op dansexpressie. Dansante vorming wordt gegeven
aan de groepen 1 tot en met 6. Voor de groepen 7 en
8 worden projecten op het gebied van kunstzinnige
vorming binnengehaald via de consulenten van het
regionale steunpunt kunstzinnige vorming. Een bevoegde leraar uit het voortgezet onderwijs geeft wekelijks tekenlessen aan kinderen uit de bovenbouw.
Tijdens de weeksluitingen laten de kinderen kleine uitvoeringen (dans, muziek, poëzie, drama) of tentoonstellingen aan elkaar zien.
Dans
Op onze school maken de kinderen kennis met kunstuitingen. Dans hoort daarbij. Het levert een bijdrage
aan de sociale ontwikkeling van een kind, aan de
acceptatie van zichzelf en van het eigene van anderen.
Het kan een geschikt middel zijn gêne die kinderen
kunnen hebben te overwinnen. Samen dansen op
spannende, grappige en/of swingende muziek sluit
aan bij de natuurlijke drang tot bewegen van kinderen.
mogelijkheden. De lessen zijn gebaseerd op de vier
danselementen: lichaam, tijd, ruimte en kracht. Bij
de structurering van deze elementen wordt uitgegaan van tegenstellingen zoals hoog- laag, recht- rond, vlug- langzaam en zwaar- licht. De rijke
fantasie en de spontane bewegingsdrang van kinderen bieden ook tal van mogelijkheden voor een
les die aansluit bij de belevingswereld van kinderen.
Denk daarbij bijv. aan sprookjes, dieren, geluiden
en klanken, verhalen en bewegingen van dieren.
Bewegingsonderwijs
Voor de kinderen van de onderbouw (groepen 1/2)
staat beweging elke ochtend en middag op het programma. Bij mooi weer wordt er buiten gespeeld.
Bij slecht weer kan op bepaalde dagen gebruik
worden gemaakt van de speelzaal. Op dinsdag hebben de groepen 1/2 gymles volgens een methode
in de speelzaal van ‘de Parel’. De groepen 3 t/m 8
hebben twee keer per week gymlessen in sporthal
Hengstdal.
Er is een spelles en een toestelles. Om een goede
en systematische ontwikkeling van het bewegingsonderwijs te waarborgen, maken wij gebruik van
de methode ’Basislessen Bewegingsonderwijs’.
Schoolzwemmen
De afgelopen jaren nam de Muze deel aan het
schoolzwemmen. De gemeente heeft het
schoolzwemmen met ingang van het nieuwe
schooljaar 2012-2013 beëindigd. Hiervoor komen
zogeheten ‘arrangementen zwemvaardigheid’ in
de plaats. Deze worden niet meer door de school
georganiseerd.
Verkeer
In de groepen 1 t/m 4 wordt door middel van spel
aandacht besteed aan het verkeer. Wij gebruiken hiervoor de methode ‘Rondje Verkeer’.Vanaf groep 5
wordt er gewerkt met de Schoolverkeerskrant. Deze
sluit goed aan bij het verkeersgedrag van kinderen
vanaf ongeveer 9 jaar. In groep 7 worden de kinderen voorbereid op het nationale verkeersexamen
dat in dat schooljaar gaat plaatsvinden.
Door alleen of samen met anderen opdrachten uit te
voeren leren kinderen ervaringen, gevoelens, situaties
en gebeurtenissen via dans te uiten en vorm te geven.
Zo krijgen ze greep op hun eigen beweging- en dans-
10
Engels
De groepen 7 en 8 krijgen Engels. In deze lessen
worden de basisprincipes van het Engels op een
speelse wijze aangeleerd. De kinderen doen rollenspellen, leren eenvoudige gesprekken te voeren
Schoolgids De Muze 2013-14
en leren zingen in het Engels. Ook leren ze enkele
grammaticale regels. We maken daarbij gebruik van
de methode ‘Hello World’.
klappers worden door de school verstrekt. In groep 8
vragen wij de kinderen/ouders zelf een agenda aan te
schaffen.
Huiswerk
De leerlingen van groep 7 en 8 krijgen huiswerk. Het
gaat daarbij om taken die door de leerlingen thuis
gemaakt of geleerd moeten worden en die op een vast
tijdstip worden nagekeken of overhoord. Het betreft
de vakken taal, rekenen, wereldoriëntatie, aardrijkskunde, biologie of geschiedenis.
Oriëntatie op vervolgonderwijs
Het bezig zijn met de keuze van het vervolgonderwijs is een spannende en ingrijpende fase voor de
leerlingen van groep 8 en hun ouders. We vinden het
belangrijk dat zij hierin goed begeleid worden.
In de groep zal in de loop van het laatste schooljaar
tijdens speciale lessen aandacht besteed worden aan
vragen als: welke schooltypen zijn er na de basisschool, wat houden deze schooltypen in, wat kun je er
later mee, voor welk soort leerlingen zijn de verschillende schooltypen geschikt?
De kinderen kunnen op eigen gelegenheid de avondmarkt van POVO (Primair Onderwijs Voortgezet
Onderwijs) bezoeken. Hier zullen alle scholen voor
voortgezet onderwijs van Nijmegen aanwezig zijn
om de kinderen en de ouders te informeren over hun
school.
Het gaat bij dit huiswerk niet om nieuwe stof, maar
om de verwerking van wat al in de klas aan de orde
is geweest. Het voornaamste doel van huiswerk is
het bevorderen van een goede werkhouding, doorzettingsvermogen, werkdiscipline en van het leren
plannen.
Op een vast tijdstip in het lesrooster besteedt de
leerkracht aandacht aan het thema huiswerk. Daarbij komen aan de orde: hoe maak je huiswerk, wat is
een goede plaats om huiswerk te maken, hoe zorg je
ervoor dat het op tijd af is (plannen). De leerkracht
controleert het gemaakte huiswerk.
In groep 7 wordt vanaf de herfstvakantie gestart met
huiswerk. De leerlingen krijgen één keer per week
huiswerk opgegeven, waaraan ze 15-20 minuten
moeten werken. Groep 8 krijgt na de herfstvakantie
twee keer per week huiswerk. Per taak moet ongeveer
30-40 minuten worden besteed. Per week gaat het
dus om 60-80 minuten.
De kinderen noteren het huiswerk in een huiswerkklapper (groep 7) of in een agenda (groep 8). De
Tijdens de informatieavond van groep 8 die aan het
begin van het schooljaar plaatsvindt, worden de ouders geïnformeerd over:
• De activiteiten met betrekking tot het komen van
een schoolkeuze
Schoolgids De Muze 2013-14
11
• De verschillende schooltypen in het voortgezet
onderwijs
• Het tot stand komen van het schoolkeuzeadvies
• De procedure van aanmelding van kinderen voor
leerwegondersteunend onderwijs in het voortgezet onderwijs
• De rol van de CITO- eindtoets basisonderwijs
Vóór de afname van de Cito-toets hebben deze
kinderen hun advies voor het voortgezet onderwijs
gekregen. De Cito-toets bevestigt onze verwachting
met betrekking tot de opbrengst van ons onderwijs.
Schooladvies
VWO
HAVO/VWO
HAVO
VMBO T/HAVO
VMBO T
VMBO K/T
VMBO K
VMBO B/K
VMBO B
SVO
2012-13
(n=50)
28%
10%
14%
10%
30%
0%
4%
0%
4%
0%
2013-14
(n=51)
25%
10%
14%
12%
21%
8%
4%
4%
2%
0%
ICT
ICT ter ondersteuning van het onderwijs op de Muze
Het gebruik van computers en het internet door
kinderen en leerkrachten, wordt op De Muze gecoördineerd door een leerkracht. Voor die taak is hij een
dag in de week vrij geroosterd. Het systeembeheer
wordt geregeld via onze stichting ‘Conexus’. Het gebruik van de computer en internet zal op onze school
steeds meer toenemen. De leerkrachten richten zich
de komende jaren op hun didactische en organisatorische vaardigheden toegespitst op de praktijk in de
groep. Er is een ict-plan met daarin de leerdoelen per
jaar, de algemene doelen en de middelen. Er wordt
gebruik gemaakt van bij de methoden behorende
software. Voor rekenen is dit Pluspunt, voor spelling
is dat Taalactief. In de groepen 1-4 wordt voor lezen
gebruik gemaakt van het programma Leeswijzer. We
gebruiken ook niet-methode gebonden software.
In de groepen 1-2 is dat o.a. het rekenprogramma
‘Alles telt’. Alle groepen kunnen werken met drie
programma’s van Okido: ‘Construct’, ‘Lexi’ en ‘Duo’.
Naast deze software gebruiken we Ambrasoft, voor
12
het automatiseren van o.a. tafels en Type Basic, een
‘type’ cursus voor wie wil leren typen.
De kinderen van groep 4 en 5 werken met het tekstverwerkingsprogramma ‘Creative writer’.
Het bijhouden van vorderingen van kinderen gaat
via het LVS (leerlingvolgsysteem) en Esis b. Dit is een
computerprogramma waarin de Cito-toets gegevens
verwerkt kunnen worden. Voor remedial teaching
is het programma Maatwerk, voor rekenen, aangeschaft.
Aan het einde van groep 5 maken de kinderen kennis met Windows, internet, e-mail, Power Point en
Word. In de groepen 6, 7 en 8 leren ze daar steeds
meer en beter mee werken. Deze kinderen gaan op
hun eigen niveau verder met het ontwikkelen van
hun computervaardigheden. De leerlingen leren met,
door en over ICT van elkaar, ouders en leerkrachten.
In de klassen hangt bij de computers een lijst met
afspraken waar de leerlingen zich voor hun eigen
veiligheid aan moeten houden. De leerkrachten hebben duidelijke afspraken met elkaar gemaakt over
het gebruik van computers. Er is een computerlokaal
met 30 computers, beamer en netwerkprinter. In de
groepen staan 3/4 computers waar leerlingen op kunnen werken. Alle computers hebben toegang tot het
internet. Het omgaan met computers is, in eerste instantie, geen doel op zich op onze school. ICT wordt
vooral ondersteunend ingezet. De kinderen komen
tot het maken van werkstukken en bijbehorende
presentaties en gebruiken daar de mediatheek en het
internet voor.
Iedere groep kan verslag doen van wat er in de klas
gebeurt via ‘De Webkrant”. Dit is de website van de
klas. Er staat een link naar alle ‘kranten’ op www.
demuze.scholen.net.
In de groepen 3 t/m 8 hangen digiborden. Deze zijn
Schoolgids De Muze 2013-14
ondersteunend in ons onderwijs. Digitale software
wordt komend jaar verder ingevoerd voor de digiborden. Ook wordt een keus gemaakt voor welke digitale
vorm er gekozen wordt in de groepen ½.
•
•
3. Leerlingen en leerlingenzorg
De leerlingen
Bij aanvang van het schooljaar 2012-2013 telt de
Muze 406 leerlingen. De meeste kinderen komen uit
Hengstdal, een gemêleerde wijk in Nijmegen- Oost.
Met de andere basisscholen in Nijmegen- Oost zijn
afspraken gemaakt over het aannamebeleid. Zo is
afgesproken dat een eventuele overstap van de ene
naar de andere basisschool in principe alleen aan
het begin van een nieuw schooljaar mogelijk is. In
principe worden kinderen uit één gezin niet bij elkaar
in de groep geplaatst.
Leerlingenzorg op De Muze
•
•
van een groepsplan zijn dat erop gericht is dat een
leerling weer gaat profiteren van het groepsplan.
Wij bieden de zorg zoveel mogelijk binnen de
klas.
De intern begeleider begeleidt de leerkrachten
bij het uitvoeren van de stappen uit 1- zorgroute,
volgt de voortgang, houdt groepsbesprekingen
samen met de bouwcoördinatoren en leerkrachten en leerlingenbesprekingen in school.
Het kind wordt actief betrokken bij de stappen
die in de zorg worden gezet. Wij gaan met het
kind in gesprek. Kinderen kunnen zelf informatie
geven over wat goed gaat, wat minder goed gaat,
wat ze willen leren en waar zij de hulp van ons bij
nodig hebben.
Goede communicatie, afstemming en samenwerking met de ouders is belangrijk. Zij kennen
hun kind immers als geen ander.
Zorgprocedure
Het doel van de zorg op De Muze is passend onderwijs bieden, waarin alle leerlingen zich wel bevinden
en hoog betrokken zijn zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen op basis van hun mogelijkheden en
talenten. In het schooljaar 2009-2010 zijn we gestart
met de invoering van de 1-zorgroute.
Hiermee willen we bereiken dat wij in staat zijn om
in onze groepen het onderwijs af te stemmen op
de onderwijsbehoeften van de kinderen. We werken
handelingsgericht en gaan planmatig om met
verschillen in onderwijsbehoeften tussen kinderen.
De uitgangspunten van de 1-zorgroute zijn:
• Leerlingen verschillen in onderwijsbehoeften.
Deze verschillen worden gerespecteerd. We
werken en denken vanuit onderwijsbehoeften in
plaats van het benoemen van tekorten of defecten
die een kind heeft.
• In plaats van ons te richten op ‘uitvallers’ proberen wij vroegtijdig leerlingen te signaleren die
extra aandacht nodig hebben en het onderwijsaanbod af te stemmen op deze leerlingen.
• We richten ons voortdurend op de positieve
kwaliteiten en mogelijkheden van het kind.
• We werken met groepsplannen om om te kunnen
gaan met de verschillende onderwijsbehoeften
van kinderen. In het groepsplan geven wij aan
hoe wij de komende periode met de verschillende
onderwijsbehoeften in de groep omgaan. Een
individueel handelingsplan kan een onderdeel
Hieronder ziet u het stroomschema van onze leerlingenzorg. Voor verdere informatie verwijzen we naar
ons zorgplan.
De intern begeleider
Ad van Lith is de interne begeleider. Hij begeleidt
de leerkrachten bij het uitvoeren van de stappen uit
1-zorgroute, volgt de voortgang, houdt groepsbesprekingen en leerlingenbesprekingen in school.
De intern begeleider heeft taken op de volgende
gebieden: zorgcoördinatie, coaching van leerkrachten
en onderwijsinnovatie ten behoeve van zorgverbreding.
Dyslexie
De laatste jaren horen en lezen we veel over kinderen
met dyslexie. Onze school hanteert een protocol
dyslexie, waarbij wij de kinderen zo goed mogelijk
ondersteunen en volgen. De school vergoedt geen
dyslexieonderzoeken.
Weer samen naar school (WSNS)
In sommige gevallen is het voor ouder(s) en kind
verstandig om te kiezen voor een speciale school
voor basisonderwijs. Een andere school kan juist die
kwaliteiten of mogelijkheden hebben, die van belang
zijn voor een kind. Als er sprake is van een verwijzing naar een andere school wordt dat eerst intern
besproken. Daarbij worden ook de ouders vanaf de
aanvang betrokken.
Schoolgids De Muze 2013-14
13
Voor deze kinderen met bepaalde leer- en/of gedragsproblemen kan Weer Samen Naar School van nut
zijn. WSNS is een samenwerkingsverband tussen
de basisscholen en de speciale scholen voor basisonderwijs. Het doel is om leerlingen met problemen
zoveel mogelijk op de basisschool te houden. Indien
betrokken partijen vinden dat een andere school
beter is voor het kind, kan een verwijzing volgen
naar een speciale school voor basisonderwijs. De
Muze neemt deel aan een samenwerkingsverband
in Nijmegen-Oost. In dit verband doen alle basisscholen uit Nijmegen-Oost mee en een school voor
speciaal basisonderwijs. Binnen dit samenwerkingsverband worden leerlingen aangemeld bij het
ZAT-team (Zorg Advies Team). Dit is een adviserend
orgaan dat beoordeelt of de hulpvraag juist gesteld is
en bij welke instantie aangeklopt kan en mag worden.
De PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg)
14
geeft daarna eventueel een beschikking af die recht
geeft op een plaats in het speciaal basisonderwijs. De
ouders van het kind bepalen of het kind daar ook
daadwerkelijk naar toe gaat. Daarnaast kunnen ook
andere externe instanties of hulpverleners worden ingeschakeld, zoals het RIAGG, logopedisten, vertrouwensartsen, huisartsen, het schoolmaatschappelijk
werk, enzovoort.
Logopedie
Sinds afgelopen jaar is het mogelijk om tijdens
schooltijd logopedie ‘Woordenschat’ te krijgen voor
tweetalige leerlingen. De procedure loopt via de intern begeleider en huisarts.
‘Rugzakkinderen’
Sinds zes jaar kunnen kinderen die zeer specifieke
ondersteuning nodig hebben aangemeld worden bij
Schoolgids De Muze 2013-14
een REC (Regionaal Expertise Centrum). Kinderen
die een indicatie krijgen van een REC worden ook
wel kinderen met een “rugzakje”genoemd. Zij kunnen op hun eigen basisschool blijven met bijvoorbeeld ambulante begeleiding, of zij kunnen naar een
school voor speciaal basisonderwijs. Dit alles gebeurt
in overleg met ouders en school.
De wet biedt ouders van gehandicapte leerlingen
de mogelijkheid te kiezen voor gewoon of speciaal
onderwijs. De wet komt tegemoet aan de toenemende vraag naar integratie van gehandicapte kinderen. Verder wordt via de wet de positie van ouders
versterkt door hun recht van vrije onderwijskeuze
vast te leggen.
Het wettelijk recht op keuzevrijheid betekent niet
dat kinderen automatisch toegang krijgen tot iedere
school. Een basisschool mag een kind weigeren als
daar goede redenen voor zijn aan te geven. De aanmelding bij een speciale school voor basisonderwijs
verloopt via de toelatingsprocedure die binnen het
samenwerkingsverband is vastgesteld.
Als uitgangspunt voor de basisschool geldt:
Op grond van wetgeving hebben basisscholen een
wettelijke opdracht om gedifferentieerd onderwijs te
geven en om in te spelen op de behoeften van zor-
gleerlingen. De aard en zwaarte van de handicap en
feitelijke onmogelijkheden maken het mogelijk niet
te voldoen aan een plaatsingsverzoek van ouders.
Op grond van bovenstaand uitgangspunt zal over
elke leerling die wordt aangemeld op school een
individueel besluit worden genomen. Bij aanmelding
dient duidelijk te zijn of er van de school een extra
zorginvestering gevraagd wordt.
Hiervoor heeft onze school een procedure opgesteld
die er in hoofdlijnen als volgt uitziet:
a. De school heeft een oriënterend gesprek met de
ouders.
b. De school verzamelt informatie bij de vorige
school en/of instantie.
c. De intern begeleider overlegt met de betrokken
leerkrachten bij wie het kind in de klas zou komen
d De intern begeleider formuleert een voorstel en
legt dit voor aan de directie
e. De directie neemt een besluit.
f. Het besluit wordt formeel schriftelijk gemeld aan
de ouders.
Uiteraard kunnen ouders, nadat het besluit in een
gesprek is toegelicht, bezwaar aantekenen bij het
bevoegd gezag. Hiervoor geldt een procedure die op
school in te zien is.
Schoolgids De Muze 2013-14
15
Excellentie
In schooljaar 2011-2012 is een beleidsplan excellentie ontwikkeld. Landelijk gezien is 20% van alle
leerlingen meer- of hoogbegaafd. We vinden het heel
belangrijk dat ook deze leerlingen passend onderwijs
krijgen.
We gaan hierbij uit van de volgende 4 thema’s:
1. Uitdaging in de zone van de naaste ontwikkeling.
Excellente leerlingen, denken vaak op een andere
manier dan leeftijdgenoten en zijn in geestelijke
ontwikkeling veel verder. Wat ze nodig hebben is
uitdaging in hun zone van naaste ontwikkeling.
Ook kunnen ze al reflecteren op zaken die leeftijdgenoten in het geheel niet bezig houden en vragen
stellen met een diepgang die niet gewoon is voor
kinderen van deze leeftijd.
2. Uitdaging krijgen door hogere denkstrategieën
in te zetten.
Excellente leerlingen hebben het nodig aangesproken
te worden in deze mogelijkheden om zich verder te
ontwikkelen.( Concreet: hierbij zijn de hogere denkstrategieën sleutelbegrippen. Zoek het bij hoogbegaafden niet in gesloten opdrachten, of meer van
hetzelfde maar dan moeilijker, maar zoek naar open
opdrachten, materialen die op vele manieren kunnen
worden ingezet, waar mee kan worden geëxperimenteerd, vernieuwd, gecreëerd, gebouwd, geconstrueerd, ontworpen).
3. Omgang met leeftijdsgenoten.
Emotioneel gezien zijn excellente leerlingen net als
andere leerlingen kinderen die graag met andere kinderen willen spelen: thuis, op school en op straat.
16
Emotioneel gezien blijft dus behoefte aan omgang
met leeftijdgenoten.
Dat betekent voor de Muze dat de activiteiten van het
hart, voor deze kinderen hard nodig zijn. De Muze
heeft de 6 kwaliteitskenmerken die daarvoor kunnen
worden ingezet: het pedagogisch klimaat; onderwijs
gericht op betrokkenheid; projectonderwijs en cultuureducatie.
4. Uitdagende leeromgeving: verrijkingsprogramma.
Hoogbegaafde leerlingen hebben ook passend onderwijs nodig, dat wil zeggen een uitdagende leeromgeving waar zij zich in eigen tempo en vanuit hun
eigen niveau kunnen ontwikkelen. Opdrachten die
een beroep doen op de hogere denkstrategieën zijn
uitdagend, de omgeving wordt uitdagend als ze hier
ruimte voor biedt, gelegenheid voor geeft, de uiterlijke kenmerken herbergt die het mogelijk maken dit
soort opdrachten te maken.
Indien passend onderwijs gegeven wordt in de vorm
van een verrijkingsprogramma zou dit moeten gaan
over zaken waar kinderen hun hele leven plezier van
kunnen hebben ( ook hier weer met in gedachten de
rijke leefomgeving, de hogere denkstrategieën): de
wereldtalen (Engels, Spaans, Chinees), leren leren en
leren ondernemen, zingeving van de wereld (filosofie), communicatieve vaardigheden, wetenschap en
techniek, onderzoek kunnen doen, zich een objectieve mening leren vormen. Daarnaast is een creatieve invulling van kunst, literatuur, muziek en sport
heel belangrijk voor de voeding van het hart.
Hoogbegaafden willen en hebben het nodig, zoals
alle kinderen, erbij te horen. Bovenstaande zijn zaken
waar alle kinderen baat bij hebben en waar de Muze
vanuit haar kwaliteitskenmerken kan voortborduren
en zo onderwijs te geven waar iedereen van profiteert.
Bij dit alles kan de maatschappelijke omgeving en het
bedrijfsleven een belangrijke rol spelen. Via gastlessen, excursies, mentorship van leerlingen, gezamenlijk
opzetten van projecten enz. kan hiervan gebruik
worden gemaakt.
Komend jaar zullen we een start maken met de uitvoering van het beleidsplan.
Doorgaande leerlijn van groep 2 naar 3
De inspectie heeft duidelijk gemaakt dat kinderen
Schoolgids De Muze 2013-14
die tot 1 januari zijn geboren, na ongeveer anderhalf
jaar kunnen doorstromen naar groep 3 zonder dat
er sprake is van versnelling. Dat betekent dat deze
kinderen instromen in groep 1 en na ongeveer een
half jaar in groep 2 zitten en uiteindelijk na ongeveer
anderhalf jaar naar groep 3 doorstromen.
Omgekeerd betekent het dat kinderen die wel tweeen-een-half jaar in groep 1/2 blijven, een extra jaar
aan hun schoolloopbaan toevoegen.
Wij onderbouwen dit op de volgende manier:
a. De leerkracht observeert het kind maandelijks met
behulp van de kijkpuntenwijzer.
b. De leerkracht heeft overleg met de intern begeleider. Samen komen ze tot de conclusie dat het kind
een langere leertijd nodig heeft.
c. Tijdens het eerste oudergesprek wordt met ouders
besproken dat een langere leertijd tot de mogelijkheden behoort. De intern begeleider is hiervan op de
hoogte.
d. Tijdens het tweede gesprek wordt aan de ouders
een advies gegeven. Dit is mede onderbouwd door de
observaties/bevindingen van de intern begeleider.
. Vóór de zomervakantie moet het besluit of het
kind een langere leertijd in groep 2 krijgt, genomen
worden in een gesprek tussen ouders, leerkracht en
intern begeleider.
Het rapport
In de onderbouw (de groepen 1/2) vinden drie keer
per jaar oudergesprekken plaats. Daarbij wordt
gebruik gemaakt van kijklijsten. Dit zijn lijsten met
verschillende aandachtspunten, die zowel door de
leerkracht als door de ouders worden ingevuld. Deze
lijsten zijn een goed hulpmiddel voor het voeren van
oudergesprekken. Bij de eerste gesprekken in groep 2
wordt gebruik gemaakt van een observatielijst, deze
dient tevens als overdrachtformulier naar groep 3.
De tweede gesprekken in het jaar zijn facultatief. Bij
het derde gesprek wordt een verslag aangeboden. Dit
verslag is samengesteld met behulp van de maandelijkse kijkwijzer.
Met ouders van nieuwe leerlingen wordt na ongeveer
één week een intakegesprek gevoerd. De leerkracht
nodigt de ouders voor dit gesprek uit. Centraal
hierin staat de geschiedenis van het kind .In groep
3 krijgen de kinderen twee keer een rapport. Vanaf
groep 4 wordt er drie keer per jaar een rapport aan
de kinderen meegegeven. Voordat het mee naar
huis gaat, wordt het rapport eerst met de leerlingen
doorgesproken. Na het rapport volgt er een ouder-
gesprek. Ook hier is het tweede gesprek facultatief.
In het rapport wordt gebruik gemaakt van een
schaalnormering: bij ieder onderdeel geeft de leerkracht een beoordeling op basis van een schaal met
vijf niveaus. Daarnaast beschrijft de leerkracht ook
de algemene indruk die hij heeft van de leerling.
Ook kan de leerkracht in het rapport per onderdeel
opmerkingen noteren.
Voor ouders die daaraan behoefte hebben, bestaat er
altijd de mogelijkheid om een extra gesprek te voeren
met de leerkracht.
Tegengaan van pesten
Als kind moet je je veilig kunnen voelen op school.
Het is belangrijk dat elk kind weet dat pesten niet
kan en dat de school direct in actie komt als pesten
toch voorkomt. Wij vinden het belangrijk dat er
duidelijke regels zijn die gebruikt worden als pesten
toch voor mocht komen, zodat er zo effectief mogelijk kan worden opgetreden.
Onze uitgangspunten zijn:
• We erkennen dat pesten ook op onze school voor
kan komen.
• We streven ernaar pesten te voorkomen. Onder
andere door veel aandacht te schenken aan de
sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen
en door hen op school goed te volgen (preventieve aspect).
• Als er sprake is van pesten dan willen we dat ac-
Schoolgids De Muze 2013-14
17
tief aanpakken. Bij die aanpak kiezen we voor een
positieve insteek: we hebben het niet over schuld
bij pester(s) en gepeste(n), maar over gedrag
(curatieve aspect).
• De precieze aanpak moet goed op de concrete
situatie worden afgestemd.
In het schooljaar 2009-2010 zijn we dieper ingegaan
op de actieve aanpak wanneer er sprake is van pes-
ten. Dit deden we tijdens een drietal studiemomenten voor het team.
Gezondheidszorg op school
Voor de gezondheidszorg op school is de GGD Regio
Nijmegen verantwoordelijk. De hier opgenomen
tekst is verzorgd door de GGD.
Onderzoek van de GGD op de school
De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD
Regio Nijmegen volgt alle 0 tot 19- jarigen in hun
ontwikkeling. Daardoor is het mogelijk gezondheidsrisico’s op te sporen en gezondheidsproblemen
vast te stellen. Om gezondheidsproblemen te voorkómen, richt de GGD haar aandacht niet alleen op individuele kinderen, maar ook op groepen leerlingen.
Onderzoek in groep 2
Het team nodigt u en uw kind, als het 5 jaar is, uit
voor een lichamelijk onderzoek door de schoolarts en de doktersassistent. Daarnaast vindt er een
gesprek plaats over de algemene ontwikkeling van
uw kind met vragen zoals: ‘Hoe gaat het met uw
kind thuis en op school? Vindt uw kind het leuk op
school? Wat doet het graag? Is het erg moe, prikkelbaar?’
Onderzoek in groep 7
De sociaalverpleegkundige kijkt samen met u naar de
18
ontwikkeling van uw zoon of dochter. Uw kind wordt
gemeten en gewogen, er wordt gekeken naar de
lichaamshouding en op verzoek kan het horen en het
zien worden getest. Daarnaast wordt er gepraat over
bijvoorbeeld voeding, slapen, seksuele ontwikkeling,
sporten, spelen en de omgang met andere kinderen.
Logopedie
De logopedist haalt de kinderen van 5 jaar uit de
groep en onderzoekt ze op spraak- taalontwikkeling,
stem, mondgewoonten en gehoor. De resultaten van
het onderzoek krijgt u thuis gestuurd. Het kan zijn
dat de logopedist u naar aanleiding daarvan uitnodigt voor een gesprek op school of voor een uitgebreider onderzoek op de GGD.
Controles
Het kan noodzakelijk zijn dat uw kind nog eens
gecontroleerd wordt. We spreken dan met u af, dat
uw dochter of zoon hiervoor op een later tijdstip uit
de groep wordt gehaald. Op verzoek kunt u hierbij
aanwezig zijn.
Onderzoek op verzoek
Als u het prettig vindt dat de schoolarts of verpleegkundige tussendoor nog eens naar uw kind kijkt, kan
dat. Soms zal de arts, logopedist of leerkracht dat ook
zelf voorstellen. Wilt u een afspraak hiervoor maken,
dan kunt u contact opnemen met de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD regio Nijmegen.
Voor bovenstaande onderzoeken krijgt u, met uitzondering van de controles, een uitnodiging. We
gaan van toestemming uit, tenzij u zelf actie onderneemt en bezwaar maakt tegen de onderzoeken.
Schoolmaatschappelijk werk
Onze school beschikt over een schoolmaatschappelijk werker, Els Beaumont. Zij kan u helpen met
allerlei zaken die te maken hebben met het opvoeden
van uw kind. Opvoeden is een hele taak, vooral als
niet alles naar wens verloopt. U kunt bij haar terecht
als u zich zorgen maakt of een vraag heeft. Via de
leerkracht of intern begeleider kunt u een afspraak
maken.
School en hulp
Voor individuele kinderen met problemen is ‘School
en hulp’ voorhanden. Hierbij werken de school, het
schoolgezondheidsteam, het bureau Jeugdzorg, GGD
en maatschappelijk werk samen om problemen te
Schoolgids De Muze 2013-14
voorkomen en kinderen te begeleiden en te verwijzen
naar de reguliere hulp. Wanneer uw kind tijdens een
bijeenkomst van dit team wordt besproken zal aan u
toestemming worden gevraagd. Samen met u wordt
bekeken op welke manier hulp kan worden geboden.
Coördinatoren
Onderbouw: Tasja Kroon
E-mail:[email protected]
Bovenbouw: Jan van Schayk
E-mail:[email protected]
Vragen?
Hebt u vragen, dan kunt u contact opnemen met de
afdeling Jeugdgezondheidszorg:
GGD regio Nijmegen. telefoon 024 3297111.
E-mail: [email protected]
Groep 1-2 A Riet van Dorst
Daphne Veefkind
Groep 1-2 B Lumi de la Torre y Rivas
Cathelijne Smit
Groep 1-2 C Tilly Jansen
Ingrid Koorneef
Schoolverzekering
Grope1-2 D Mischa van Mossel
Voor alle kinderen van de Muze is een collectieve
Joyce Rutgers
scholierenongevallenverzekering afgesloten. Deze
Groep 3 A
Sem Tahalele
geldt alleen tijdens de schooluren. Ook bij uitstapGroep 3 B
Tinke Feddema
jes en excursies zijn de kinderen en hun begeleiders
Luuk van Merwijk
verzekerd.
Groep 4 A
Lizette van den Brink
Christien Mullink
Groep 4 B
Esther van Casteren
Tasja Kroon
4. Het team
Groep 5 A
Ineke Smulders / Ilse Baauw
Groep
5
B
Eliska Groenewald
Op de Muze werken op dit moment 32 personen: 1
Groep 6 A
Annelies Kolenbrander
conciërge, 27 leraren, 1 intern begeleider, 2 bouw
Sientje van den Heuvel
coördinatoren en 1 directeur.
Groep 6 B
Thijs Bongaerts
De directeur voert de dagelijkse leiding over de
Luuk van Merwijk
school. De twee bouwcoördinatoren, een voor de
Groep
7
A
Ada de Metz / Jan van Schaijk
onderbouw (groep 1 t/m 4) en een voor de bovenCatelijne Smit/Thea Aarts
bouw (groep 5 t/m 8), zijn het directe aanspreekpunt Groep 7 B
Groep
8
A
Adrie Meijer / Luuk van Merwijk
voor leraren in hun bouw en zijn o.a. verantwoordeliGroep 8 B
Janneke Colsen/Leo Hermans
jk voor coaching en begeleiding van leraren m.b.t.
klassenmanagement en veranderonderwerpen. De
bouwcoördinatoren vormen samen met de directeur
het managementteam van De Muze. De intern begeleider heeft hierin een adviserende taak met betrekking tot de leerlingenzorg. De bouwcoördinatoren
vervangen de directeur bij diens afwezigheid.
De intern begeleider coördineert de leerlingezorg,
begeleidt leerkrachten bij de uitvoering van de
leerlingenzorg en vertegenwoordigt de school in het
ICT-coördinator
Marcel Rijkschroeff
samenwerkingsverband ‘Weer Samen Naar School’.
[email protected]
Voor de ontwikkeling van het gebruik van computers beschikken we over een activiteitencoördinator
Intern begeleider:
Ad van Lith
Informatie en Communicatie Technologie.
E-mail:[email protected]
Tekenen
Frank Tarenskeen
De teamsamenstelling in 2012-2013 is als volgt:
Directeur:
Marleen Blok
E-mail:[email protected]
Internet :
Schoolgids De Muze 2013-14
www.demuze.scholen.net.
19
5. De ouders en verzorgers
De Muze en de ouders
Op ‘de Muze’ wordt grote waarde gehecht aan een
goede relatie met de ouders. Ouders kunnen op verschillende manieren hun steentje bijdragen aan het
reilen en zeilen binnen de school. Zo wordt aan de
ouders regelmatig gevraagd hulp te bieden bij activiteiten in de groep of op school. Daarbij kan het gaan
om het meelopen naar de zwemles, het meehelpen in
de schooltuin, het assisteren bij handvaardigheid of
het inzetten van specifieke deskundigheid (bijvoorbeeld bij het werken met computers).
Daarnaast kunnen ouders meedoen aan verschillende werkgroepen en vormen van overleg: de projectgroep, de klassencommissie, de oudervereniging, de
medezeggenschapsraad, of de overblijfgroep. Al deze
activiteiten worden hieronder kort beschreven.
Voor een goede relatie tussen de school en de ouders
is een goede informatievoorziening belangrijk. Allereerst moeten de ouders goed worden geïnformeerd
over de ontwikkeling van hun kind binnen de school
en tijdig op de hoogte worden gesteld, wanneer er
zich problemen
voordoen (zie hiervoor het hoofdstuk Leerlingenzorg). Elke twee weken verschijnt het Muzejournaal,
waarin de ouders geïnformeerd worden over alle belangrijke ontwikkelingen in de school. Ook ontvangen de ouders de notulen van de klassencommissie,
zodat ze altijd op de hoogte zijn van de verschillende
activiteiten in de groep van hun kind en daaraan
eventueel ook een bijdrage kunnen leveren. Ook
deze schoolgids wil ertoe bijdragen, dat ouders een
duidelijk beeld krijgen van de verschillende aspecten
van het schoolleven.
Voor veel ouders is een goede opvang van hun kind
buiten de schooltijden om van groot belang. Voor de
kinderen van de Muze is er zowel een overblijfregeling voor tussen de middag als een
mogelijkheid voor buitenschoolse opvang. De
buitenschoolse opvang wordt verzorgd door de
Stichting KION en Struin. De tussenschoolse opvang
(het overblijven) wordt georganiseerd door Stichting
SOOS www.stichtingsoos.nl .
De betrokkenheid van ouders kan verder worden
versterkt door een open klimaat binnen de school.
De leerkrachten en de directie streven er dan ook
naar om voor alle ouders gemakkelijk toegankelijk te
zijn. Wanneer zich problemen voordoen, willen wij
20
dit in een open sfeer bespreken, waarbij het vinden
van een goede oplossing centraal staat. Mocht er
toch ontevredenheid blijven bestaan, dan kunnen de
ouders gebruik maken van de klachtenregeling (zie
verderop in dit hoofdstuk).
Er wordt ernaar gestreefd jaarlijks een algemene ouderavond te houden die deels wordt verzorgd door de
medezeggenschapsraad, de oudervereniging, de overblijfgroep en het team van de school. Een inhoudelijk
onderwerp staat vaak centraal. In het schooljaar
2007- 2008 is een aantal workshops georganiseerd,
zodat ouders meer zicht konden krijgen op een scala
aan onderwerpen waar hun kinderen op school mee
te maken hebben (o.a. omgaan met computers, zorg
op school, een dansworkshop, taal bij kleuters).
De projectgroep
De voorbereiding van de verschillende projecten
die tijdens het schooljaar georganiseerd worden, is
in handen van de projectgroep. Deze projectgroep
bestaat zowel uit leerkrachten als ouders. In overleg
met het team worden de thema’s voor de projecten
vastgesteld. De projectgroep bedenkt de opening,
de sluiting en de versiering van de projectweek. De
kinderen geven aan welke richting het centrale thema
van het project uitgaat.. De projectgroep bereidt ook
de kerstactiviteit voor.
Klassencommissies
Iedere klas heeft een klassencommissie. Deze bestaat
meestal uit vier tot zes ouders. De belangrijkste taak
van de klassencommissie is om op grond van suggesties van de kinderen de projecten in de klas een
concrete invulling te geven. Samen met de leerkracht
Schoolgids De Muze 2013-14
wordt nagedacht over de uitvoering van suggesties.
Dit betekent niet automatisch dat de leden van de
klassencommissie ook altijd zelf actief moeten meewerken aan de uitvoering van de projecten.
Hiervoor kunnen ze andere ouders benaderen.
De oudervereniging
Iedere ouder van een kind dat op de Muze naar
school gaat, is automatisch lid van de oudervereniging. Eenmaal per jaar, tijdens de algemene ledenvergadering, kunnen alle ouders meepraten over zaken
die voor de school, de kinderen en de ouders van belang zijn. Ook wordt zonodig (maximaal eenmaal per
jaar) een ouderkring georganiseerd. De ouderkring is
een bijeenkomst op school. Tijdens deze bijeenkomst
heeft elke ouder de mogelijkheid vragen te stellen,
knelpunten aan te geven of suggesties te opperen.
De oudervereniging stelt zich als taak om de samenwerking en communicatie tussen ouders onderling
en tussen ouders en team te bevorderen. Informatie
vanuit de verschillende werkgroepen, commissies,
het team en van ouders komt samen in de oudervereniging. Met die informatie denkt de oudervereniging mee over allerlei zaken die op school spelen.
De oudervereniging heeft contact met de directie,
het team en de medezeggenschapsraad. Zo worden
onderwerpen aangekaart en opgelost, adviezen
opgesteld en vragen doorgespeeld. Concrete onderwerpen waar de oudervereniging zich de afgelopen
jaren o.a. mee bezig heeft gehouden: de verkeersveiligheid, de veiligheid op het schoolplein en in de
school, hygiëne, de klachtenregeling, oudergesprek-
ken, schoolgids e.d. Het email adres van de oudervereniging is: [email protected]
De medezeggenschapsraad
Goed overleg tussen alle betrokkenen van de school
is belangrijk. Gezien de omvang van de school is het
niet mogelijk, dat iedere ouder en elk personeelslid persoonlijk wordt benaderd om hun mening te
geven of vragen te stellen. Om ervoor te zorgen dat
de mening van ouders en het team toch zo goed
mogelijk wordt gehoord, beschikt de Muze over een
medezeggenschapsraad (MR). Deze raad bestaat uit 5
ouders en 5 teamleden. De oudergeleding wordt door
openbare verkiezingen gekozen voor een periode van
twee jaar.
De medezeggenschapsraad richt zich vooral op beleidsmatige zaken. Veelal gaat het om zaken waarin
advies wordt uitgebracht, zoals bij de regeling van
de schoolvakanties. In sommige gevallen, zoals bij
de schoolbegroting of het schoolplan, heeft de medezeggenschapsraad instemmingsrecht. De taken
en bevoegdheden van de raad staan beschreven in
het Reglement voor de medezeggenschapsraad van
basisschool ‘De Muze’. Binnen de raad komen veel
onderwerpen aan bod; de taken worden daarom
onder de leden verdeeld. Wanneer u vragen of problemen heeft die met het schoolbeleid te maken hebben, dan kunt u de leden van de medezeggenschapsraad aanspreken. Ook kunt u een briefje deponeren
in het postvak van de medezeggenschapsraad in de
keuken van de school. De medezeggenschapsraad
vergadert ongeveer één keer per maand. De vergaderingen zijn in principe openbaar. Ook doet de MR
in het ‘Muzejournaal’ jaarlijks verslag van de vergaderingen en activiteiten. De medezeggenschapsraad
houdt aan het begin van het schooljaar verkiezingen.
Zo gauw deze geweest zijn, komt de lijst met MRleden in het eerstvolgende Muzejournaal te staan.
De ouderbijdragen
Er zijn allerlei activiteiten op school, die niet uit het
reguliere schoolbudget kunnen worden bekostigd.
Om deze activiteiten te kunnen betalen, wordt er
voor ieder kind een ouderbijdrage gevraagd. De
(vrijwillige) ouderbijdrage bedraagt op dit moment
€ 25,00 en wordt geïnd door de oudervereniging. De
belangrijkste activiteiten waarvoor de ouderbijdrage
nu wordt gebruikt zijn:
sport- en speldag, Sinterklaas, kerstfeest, projecten,
klassencommissies, open podiumdag en afscheid
Schoolgids De Muze 2013-14
21
groep 8. Daarnaast is er het schoolreisje. Tegelijk
met de ouderbijdrage wordt voor de groepen 1 t/m 7
een bijdrage voor het schoolreisje geïnd. ( € 15,00).
Groep 8 gaat aan het einde van het jaar op kamp. De
bijdrage hiervoor wordt afzonderlijk geïnd.
Buitenschoolse opvang (KION)
De Muze werkt samen met KION en Struin om
voorschoolse en naschoolse opvang aan te bieden.
Voor meer informatie kunt u terecht op school.
Overblijven
Vanaf augustus 2007 wordt het overblijven op De
Muze georganiseerd door de Stichting Samen Overblijven Op School (SOOS). Deze Stichting organiseert de tussenschoolse opvang ook op 17 andere
basisscholen in Nijmegen.
Op de Muze is het mogelijk om op maandag, dinsdag, donderdag (alle groepen) en op vrijdag (alleen
de groepen 5 t/m 8) over te blijven. De overblijftijd is
van 12.15 – 13.00 uur. De kinderen eten allemaal in
hun eigen lokaal onder begeleiding van één of twee
vaste overblijfkrachten. De kinderen kunnen na het
eten onder begeleiding buiten spelen op het schoolplein, in het bos of op het grote veld. Ook kunnen
ze terecht in de speelzaal waar ze kunnen knutselen,
spelletjes doen en lezen.
De kosten voor het overblijven (vaste dagen) bedragen: Euro 1,70 per kind per dag. Incidenteel overblijven kost: Euro 2,40 per kind per dag.
Het overblijfteam (bestaande uit alle overblijfkrachten en de coördinator) wordt begeleid door een
groepje ouders, de overblijfcommissie. Zij geven advies en ondersteunen het overblijfteam indien nodig.
Voor vragen en/of opmerkingen kunt u bellen naar
de overblijfcoördinator, Boukje Grundmeijer, tel: 06232 79949.
22
E-mail: [email protected]. Zij is
aanwezig op maandag, dinsdag en donderdag van
11.30 – 13.30 uur.
Ontruimingsplan
De school beschikt over een ontruimingsplan.
Bij brand of andere calamiteiten kan de school binnen enkele minuten ontruimd zijn. De leerkrachten
en de overblijfkrachten kennen dit plan. Jaarlijks
wordt er twee keer een oefening gedaan. De eerste
keer wordt er aangekondigd dat er in een bepaalde
periode een ontruiming
gaat plaatsvinden. De tweede keer wordt de oefening niet aangekondigd. De Muze beschikt over vier
gecertificeerde bedrijfshulpverleners.
Algemene klachtenregeling
Het team van de Muze wil de gang van zaken op
school goed laten verlopen. In een grote school met
veel leerlingen en teamleden kan er natuurlijk wel
eens iets gebeuren waarover u ontevreden bent. De
teamleden van de Muze maken in dat geval tijd vrij
voor een gesprek en proberen de problemen op te
lossen. Met het oog op mogelijke klachten is een
`klachtenregeling’ opgesteld. Deze regeling zit als
volgt in elkaar:
Stap 1 Ga na wat voor soort probleem het is.
Gaat het over de gang van zaken in de groep? Gaat
het over de aanpak van de leerkracht? Gaat het over
het onderwijs of over de begeleiding van uw kind?
Stap 2 Zoek contact met de eigen leerkracht(en). Hij
zal altijd tijd vrij maken om een klacht te bespreken.
De leerkracht wil het liefst meteen een reactie op uw
klacht geven. Als dat niet lukt, krijgt u dit binnen een
week.
Stap 3 Als u niet tevreden bent over de behandeling
van uw klacht door de leerkracht, kunt u contact
zoeken met de directie van de school. U kunt dit ook
doen, als u het lastig vindt de klacht met de leerkracht te bespreken. Ook de directie streeft ernaar
meteen een antwoord op uw klacht te geven, dan wel
uiterlijk binnen een week. Een schriftelijke klacht
wordt altijd schriftelijk beantwoord. Hiervoor geldt
een termijn van maximaal twee weken.
Stap 4 Als de klacht in uw ogen niet voldoende is afgehandeld, kunt u dit voorleggen aan het bestuur van
Conexus, waar de Muze deel van uitmaakt.. Wanneer
er sprake is van ernstige klachten over machtsmisbruik, is een zorgvuldige afhandeling zeer belangrijk.
In sommige gevallen moeten daarbij onafhankelijke
Schoolgids De Muze 2013-14
externe deskundigen worden ingeschakeld. Als een
ouder, leerling of leerkracht een klacht heeft over
machtsmisbruik kan het beste eerst contact worden
opgenomen met de interne contactpersoon.
Meldpunt Vertrouwensinspecteur:
Bij de vertrouwensinspecteur kunt u terecht met
klachten over seksuele intimidatie, machtsmisbruik,
discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering, extremisme e.d. Wordt u binnen, of in relatie tot, onze school geconfronteerd met
dergelijke signalen, dan kunt u contact opnemen met
één van onze vertrouwensinspecteurs.
Deze zal met u bekijken op welke manier u hiermee
om kunt gaan. De vertrouwensinspecteur kan met u
zoeken naar de meest wenselijke aanpak.
Het Meldpunt Vertrouwensinspecteurs is te bereiken
via 0900 – 1113111 (werkdagen van 8.00 tot 17.00).
gericht op ouders
• agressie, intimidatie en geweld (klachtenregeling, gedragscode, pest
protocol, ongewenste omgangsvormen)
• contact- en vertrouwenspersoon
De uitwerking van deze onderdelen is terug te vinden in het Arbo- beleidsplan 2012 en de daaronder
liggende beleidsstukken en protocollen.
Deze documenten zijn ter inzage bij de directeur van
de school.
Het veiligheidsbeleid
Het veiligheidsbeleid van de school is een integraal
onderdeel van het school- (en stichting)beleid.
Het veiligheidsbeleid is uitgewerkt op verschillende
terreinen:
(bouw)technische zaken
• 4 jaarlijkse Risico Inventarisatie en Evaluatie
• gebruiksvergunning (brandveiligheid, ontruimingsplan, blusmiddelen)
• veiligheidscontrole speeltoestellen
gericht op leerlingen
• agressie, intimidatie en geweld
• registratie ongevallen
• toelating, schorsing, verwijdering van leerlingen
• leerlingenzorg (rt, verwijzing)
• periodieke evaluatie pedagogisch klimaat
• bedrijfshulpverlening
gericht op het personeel
• taakbeleid
• agressie, intimidatie en geweld
• verzuimbeleid en procedure bij ziekte
• personeelszorg, Pago, arbozorg, contact- en vertrouwenspersoon
• integraal personeelsbeleid (mobiliteit, professionalisering, loopbaanperspectief)
Schoolgids De Muze 2013-14
23
kleutergroepen spelen tijdens slecht weer. In een deel
van dit gebouw is de buitenschoolse opvang ondergebracht.
6. De school
Het gebouw
Sinds 1996 is de Muze ondergebracht in het voormalige opleidingsgebouw van de luchtmacht op
het Limos- terrein. In 1991 is dit gebouw volledig
gerenoveerd, zodat het begin 1996 met beperkte
bouwkundige aanpassingen geschikt gemaakt kon
worden voor het basisonderwijs. Het
gebouw telt 14 grote lokalen, een ruimte voor remedial teaching, kantoren voor de directie en bouwcoördinatoren, een keuken, en bij iedere twee lokalen
een praktische berging. De ruime zolder is geschikt
gemaakt als computerlokaal.
Sinds januari 2000 beschikt de school over de Parel
(G-gebouw, het gebouw met de boogjes), dat naast de
school ligt. In dit gebouw bevinden zich drie lokalen
en een grote aula. In deze aula vinden de weeksluitingen plaats, wordt gegymd en gedanst en kunnen de
24
Speelruimte
Tussen het hoofd- en bijgebouw van de school ligt
een ruim plein, waar de kinderen tijdens de pauzes
en speeltijden kunnen spelen. Er staan verschillende speeltoestellen en er ligt een grote zandbak. Op
verschillende plekken staan bankjes. Voor de oudere
kinderen staan er baskets en een tafeltennistafel.
Stadslandgoed Limos
Stadslandgoed Limos is een rustgevend autovrij park
in Nijmegen Oost.
In de directe omgeving van de school liggen vele
groenstroken met bomen en struiken. Tijdens het
overblijven kunnen kinderen onder toezicht spelen
op een groot grasveld. Ook naast de school kunnen
kinderen onder leiding van hun leerkracht in het nabijgelegen natuurpark op excursie, bijvoorbeeld met
een opdracht voor de biologieles. Ook wordt er wel
Schoolgids De Muze 2013-14
eens gepicknickt of een spel gedaan..
voor een geldige reden is, als dit niet met de school is
overlegd, of als de schooldirecteur de aanvraag heeft
afgewezen, zijn de ouders van de leerling strafbaar.
Bereikbaarheid
De school is bereikbaar via de Limoslaan, en via de
ingang op de hoek van de Gelderselaan-Postweg. Op
beide plaatsen is parkeerruimte aanwezig.
Verkeersveiligheid
De verkeerssituatie direct om het schoolgebouw heen
is veilig. Het park is autovrij. De bereikbaarheid van
het park is niet altijd even veilig. De hoek van de
Postweg en de Gelderselaan is een gevaarlijk punt.
Vrijstellingsaanvragen voor meer dan 10 dagen moeten bij de leerplichtambtenaar worden in-gediend.
Aanvraagformulieren voor een vrijstelling kunt u
verkrijgen bij de directeur van de school van uw
kind. Het ingevulde en ondertekende formulier kunt
u samen met de benodigde verklaringen inleveren op
school.
School meldt ongeoorloofd verzuim
Ongeoorloofd verzuim is verzuim zonder geldige
Leerplichtwet
reden. Een geldige reden is bijvoorbeeld overmacht,
Vanaf vijf jaar is uw kind leerplichtig. Uw kind mag al
een gewichtige omstandigheid of ziekte.
naar school als het 4 jaar is. Ouders van kinderen die
vanaf de maand mei 4 jaar worden adviseren we hun
Verlof bij andere gewichtige omstandigheden
kind niet meer voor de zomervakantie naar school te
Onder ‘andere gewichtige omstandigheden’ vallen
laten gaan.
situaties die buiten de wil van de ouders en/of de
leerling liggen en waarmee een kennelijk onredelijke
Verzuimprotocol
situatie kan worden voorkomen. Voor bepaalde omIn Nijmegen is een verzuimprotocol opgesteld waarin
standigheden kan vrij worden gevraagd. Hierbij moet
de gemeente met de schoolbesturen in het Primair
gedacht worden aan:
Onderwijs afspraken heeft gemaakt over de wijze
• een verhuizing van het gezin (ten hoogste 1 dag)
waarop invulling wordt gegeven aan de uitvoering
• het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanvan de Leerplichtwet.
verwanten tot en met de 3e graad (ten hoogste 2
dagen)
Verzuimregistratie
• ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten tot en
De school moet van alle ingeschreven leerlingen de
met de 3e graad (altijd in overleg met de direcaan- en afwezigheid bijhouden. Als een leerling van
teur)
de basisschool verzuimt, waarschuwt de school de
• overlijden van bloed- of aanverwanten in de 1e
leerplichtambtenaar. In het verzuimprotocol staat
graad (ten hoogste 4 dagen), bloed- en aanververmeldt wanneer de schooldirecteur verplicht is om
wanten in de 2e graad (ten hoogste 2 dagen),
schoolverzuim te melden. Wanneer de leerplichtambbloed- of aanverwanten in de 3e of 4e graad (1
tenaar een melding van de school ontvangt, zoekt
dag)
hij vervolgens uit waarom een kind niet op school is
• viering van een 25-, 40- of 50-jarig ambtsjubiverschenen of regelmatig afwezig is.
leum en het 12½-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig (huwelijks)jubileum van ouders of grootouders (ten
Vrijstelling van schoolbezoek
hoogste 1 dag)
Voorbeelden van momenten waarop een leerling niet
• voor het voldoen aan een wettelijke verplichtnaar school hoeft zijn:
ing, een en ander voor zover dat niet buiten de
• een officiële religieuze feestdag;
lesuren kan geschieden;
• een huwelijk in eerste of tweede lijn;
• bij bevalling van de moeder, voogdes;
• een begrafenis in eerste of tweede lijn.
• bij calamiteiten, zoals brand (altijd in overleg met
Om hiervoor vrij te krijgen moeten de ouders een
de directeur).
vrijstelling van schoolbezoek aanvragen bij de
schooldirecteur. Deze beoordeelt tot maximaal 10
De volgende situaties zijn geen ‘andere gewichtige
schooldagen, en waar nodig in overleg met de leeromstandigheden’:
plichtambtenaar, of er een gewichtige reden is voor
• familiebezoek in het buitenland
verzuim. Als een leerling verzuimt zonder dat hierSchoolgids De Muze 2013-14
25
• vakantie in een goedkope periode of in verband
met een speciale aanbieding
• vakantie onder schooltijd bij gebrek aan andere
boekingsmogelijkheden
• een uitnodiging van familie of vrienden om buiten
de normale schoolvakantie op vakantie te gaan
School moet ongeoorloofd verzuim melden vanaf 16
uur lesuren binnen 4 aaneengesloten lesweken. Voor
het basisonderwijs geldt dat 16 uur ongeveer overeen
Als de school een verzuimmelding doet, moet zij
ervoor zorgen dat de leerplichtambtenaar het verzuimoverzicht van de betreffende leerling ontvangt.
In dit verzuimoverzicht is duidelijk aangegeven voor
welk soort verzuim de melding gedaan wordt.
Vakantieverlof
In verband met de specifieke aard van het beroep
van de ouders kan een verzoek om verlof buiten de
reguliere schoolvakanties worden ingediend. Uit
dit verzoek moet blijken dat in geen enkele reguliere schoolvakantie het gezin gezamenlijk 2 weken
vakantie kan houden. Bij dit verzoek moet een
werkgeversverklaring worden bijgevoegd waaruit
de specifieke aard van het beroep blijkt. Het betreft
doorgaans beroepen in de toeristische industrie.
Bereikbaarheid leerplichtambtenaar
Bij de gemeente Nijmegen zijn meerdere leerplichtambtenaren werkzaam. Zij zijn bereikbaar via
telefoonnummer 14024 of per e-mail via leerplicht@
nijmegen.nl.
Woont u in Groesbeek of Millingen aan de Rijn dan
kunt u eveneens met de Nijmeegse leerplichtambtenaar contact opnemen. Woont u in Beuningen,
komt met 5 dagdelen
Wijchen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar of
Ubbergen dan kunt u de leerplichtambtenaar telefoLuxeverzuim, de officiële benaming voor vakantienisch ook via 14024 bereiken. Indien u mailcontact
verlof, wordt altijd aan de leerplichtambtenaar gemeld. wenst kunt u het beste de website van uw woongeHet maakt daarbij niet uit of het om 1 uur of enkele
meente raadplegen voor het e-mail adres. Ook voor
dagen gaat.
contact met een leerplichtambtenaar buiten de
regio Nijmegen verwijs ik u naar de website van uw
Frequent te laat komen: school meldt regelmatig te
woongemeente. Vragen kunnen zijn:
laat komen bij de leerplichtambtenaar als een leer• eerder vertrek of latere terugkeer in verband met
ling regelmatig te laat komt, ook na herhaaldelijk
(verkeers)drukte
aanspreken van ouders door school. Mocht een leer• verlof voor een kind, omdat andere kinderen uit
ling 16x of meer te laat komen in een periode van
het gezin al of nog vrij zijn
4 weken, dan valt dit verzuim onder de wettelijke
meldplicht.
Sponsoring
Frequent ziekmelden: school kan regelmatig ziekDe Muze volgt met betrekking tot sponsoring een
melden van een leerling als zorg melden aan de
afspraak die is gemaakt tussen organisaties in het
leerplichtambtenaar of aan de schoolarts. Als ouders
onderwijs en het ministerie van Onderwijs en
weigeren naar de schoolarts te gaan bij frequent ziek- Wetenschap. Deze afspraak luidt: “Sponsoring moet
teverzuim dan is school verplicht dit aan de leerpliverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijschtambtenaar te melden. Onder frequent ziekmelden kundige taak en doelstelling van de school. Er mag
wordt verstaan 4 keer of meer per schooljaar. Een
geen schade worden berokkend aan de geestelijke
melding wordt alleen gedaan als het ziekteverzuim
en/of lichamelijke gesteldheid van leerlingen. Sponniet conform het ziektebeeld is.
soring moet ook in overeenstemming zijn met de
goede smaak en het fatsoen
Verzuimoverzicht
26
Schoolgids De Muze 2013-14
Studiedagen: maandagmiddag 13 januari vanaf 12.15 uur
woensdag 14 mei 2014 hele dag
woensdag 18 juni 2014 hele dag
7. Praktische informatie
Schooltijden
Groepen 1/m 4: woensdag
08.45 uur - 12.15 uur 13.00 uur - 15.00 uur
08.45 uur - 12.30 uur
De woensdag- en vrijdagmiddag zijn deze leerlingen
vrij.
Groepen 5 t/m 8: woensdag
08.45 uur - 12.15 uur
13.00 uur – 15.00 uur
08.45 uur - 12.30 uur
Vakantierooster en studiedagen
Samen met de andere scholen in Nijmegen, Arnhem en omgeving houden we ons aan de regionale
afspraken betreffende de vakanties.
Herfstvakantie
Kerstvakantie
Voorjaarsvakantie
2e paasdag
Meivakantie
Pinkstervakantie
2e pinksterdag
Zomervakantie 14 t/m 18 oktober 2013
23 dec t/m 3 januari 2014
3 t/m 7 maart 2014
21 april 2014
28 april t/m 5 mei 2014
26 t/m 30 mei 2015
9 juni 2014
14 juli t/m 22 augustus 2014
Afmelden
Wij verwachten dat uw kind in geval van afwezigheid wordt afgemeld tussen 8.15 voor 8.40 uur via
024- 3604519. Eventueel verzuim wordt geregistreerd. Als uw kind niet wordt afgemeld, nemen wij
contact op.
Leerplicht en verlof
Elk kind vanaf 5 jaar is leerplichtig. Dit betekent dat
kinderen vanaf 5 jaar verplicht zijn om elke schooldag naar school te komen. Voor 4-jarigen geldt
deze plicht niet. Wij verwachten bij afwezigheid een
afmelding, ook van de 4-jarigen. Alleen in dringende
situaties kan verlof worden gegeven. Dit geldt dus
niet voor vakanties of uitstapjes.
Verlof voor een periode tot 10 dagen moet bij de
directie van de school worden aangevraagd. Dit kan
alleen schriftelijk met een verlofformulier, dat u aan
de conciërge kunt vragen of digitaal via het formulier op de website. Verlof dat 10 dagen of langer duurt,
moet worden aangevraagd bij de leerplichtambtenaar. (Bureau Leerplicht maandag t/m vrijdag van
9.00 - 10.00 uur, tel. 024- 3299000, per mail: [email protected] )
Schoolgids De Muze 2013-14
27
Adressen
Notities
De Muze
Limoslaan 25
6523 RZ Nijmegen
Telefoon: 024- 3604519.
Directeur Marleen Blok
E-mail: [email protected]
Coördinator onderbouw: Tasja Kroon
E-mail: [email protected]
Coördinator bovenbouw: Jan van Schayk
E-mail:[email protected]
Intern begeleider: Ad van Lith
E-mail:a.vanlithobsdemuze.nl
Bestuur van de school:
Conexus
Panovenlaan 1
6525 DZ Nijmegen.
tel. 024- 3733960
www.conexus.nu
Inspectie van het Onderwijs
[email protected]
www.onderwijsinspectie.nl
Tel: 0800- 8051 (gratis)
Meldpunt vertrouwensinspecteur:
Externe vertrouwenspersoon: 0900 – 1113111
Mevr. Els Beaumont (NIM) Tel. 024- 3232751
Internet: www.demuze.scholen.net
28
Schoolgids De Muze 2013-14