OPERA IN DE NEGENTIENDE EEUW

OPERA IN DE NEGENTIENDE EEUW
!
!
[Terug]
A. Richard Wagner en het Gesamtkunstwerk
B. Overige opera’s in de negentiende eeuw / operagebouwen
!
!
A. Richard Wagner en het Gesamtkunstwerk
!
Het begrip ‘gesamtkunstwerk’ oftewel ‘totaalkunstwerk’ wordt doorgaans met Wagner
verbonden. Toch bestond ‘mutimediale’ kunst al veel langer. Ook opera’s in de
hofcultuur waren een combinatie van toneel, literatuur, muziek en soms ook dans.
Waarin verschilt het concept van Wagner dan mogelijk met zijn voorgangers?
Het gaat Wagner om de volgende artistieke disciplines
!
!
•
•
•
•
De tekst
De muziek: het vocale (gezongen tekst) en het instrumentale aandeel
De dramatische handeling (het spel van de acteurs)
De niet geacteerde visuele elementen
Deze disciplines moeten volkomen versmelten en daardoor een gevoel van eenheid
en grenzeloosheid oproepen. Dit idee is sterk geïnspireerd door filosofie en gestaltpsychologie uit zijn tijd, waarin onze waarnemingen, gedragingen en ervaringen
vooral als eenheid worden beschouwd. Ook Wagner’s eigen operahuis in Bayreuth
en zelfs de wandeling er naar toe vormen een deel van de gewenste totaalervaring
(afbeelding 1). Tijdens uitvoeringen wordt de zaal verduisterd waardoor het publiek
compleet wordt ondergedompeld in het grootse en meeslepende totaalkunstwerk.
Wagner gebruikt nogal bijzondere metaforen om zijn totaalkunst te beschrijven: hij
beschrijft muziek als een vrouw die bevrucht wordt door de dichterlijke rede (de
man). Wagner ziet de harmonie van het orkest als een oceaan en de melodie als het
golvende oppervlak. De melodie en de verzen maken de gevoelsinhoud preciezer.
Leitmotieven (herkenningsmelodieën) functioneren als gevoelswijzers die ons door
het drama leiden (ook in de romantische balletten worden leitmotieven gebruikt). Het
orkest is de ‘oneindige melodie’ die het oneindige vertolkt, de ‚ziel’ van het drama.
Gebaar en beweging (kunst voor het oog) en orkest en melodie (kunst voor het oor)
worden samen op de handeling afgestemd.
!
!
!
1. Bayreuth Festspielhaus
Tristan en Isolde
!
Het verhaal van deze opera: Tristan en Isolde zijn verliefd op elkaar geworden maar
kunnen daar niet aan toegeven. Tristan doodt de verloofde van Isolde in een oorlog.
Tristan moet Isolde begeleiden naar haar toekomstige echtgenoot, koning Marke. Zij
drinken een beker met vergif in de overtuiging dat alleen de dood hen kan verenigen.
Zij weten niet dat Brangäne voor hen een liefdesdrank heeft bereid. Isolde, inmiddels
met koning Marke getrouwd, heeft een laatste ontmoeting met Tristan. Samen kiezen
zij voor de dood als ultieme uiting van hun liefde. Maar koning Marke ontdekt de
vermeende bedriegers. Tristan verwondt zichzelf opzettelijk en keert naar zijn
geboorteland terug om daar te sterven. Hij ijlt en in zijn visioenen waant hij de
aanwezigheid van Isolde. Zij zijn met elkaar verenigd in de “Liebestod”, in liefde die
ook na de dood in stand blijft.
!
Tekst van het luisterfragment* uit Tristan en Isolde:
1
5
10
!
Mild und leise
Wie er lächelt
Wie das auge
Hold er öffnet
Seht ihr’s, Freunde?
Seht ihr’s nicht?
Immer lichter
Wie er leuchtet
Stern-umstrahlt
Hoch sich hebt?
Sehts ihr’s nicht?
Wie das herz ihm
Mutig schwillt,
Voll und hehr
Im busen ihm quillt
(…)
* [Terug]
Hoe zacht en fijn
glimlacht hij
hoe teder opent
hij zijn ogen
Zien jullie het , vrienden?
Zien jullie het niet?
Hoe hij steeds
lichter schijnt
zich hoog verheft
Tussen de stralende sterren?
Zien jullie het niet?
hoe zijn hart
trots opzwelt
groots en verheven
in zijn borst klopt
(…)
De gezongen tekst vertoont talloze klankeffecten zoals de aliteraties leise-lächelt,
lichter-leuchtet, hoch-hebt en de rijmklanken schwillt-quillt in de verder rijmloze tekst.
De tekst drukt een verheven en bewogen inhoud uit. Het is gemakkelijk te volgen hoe
de zangstem de gevoelsinhoud van de tekst benadrukt.
Enkele voorbeelden:
De zangstem is
zacht en fijn in r.1
is teder in r.3-4
houdt aan bij öffnet in r.4
is licht teleurgesteld bij ‘seht ihr’s nicht?’ in r.6
verbreedt enorm in ‘leuchtet-Stern umstralht’ in r.8-9
gaat sterk omhoog bij ‘hoch’ in r.10
zwelt aan bij ‘schwillt’ in r.13
!
Het orkest voegt daar een machtige muzikale stroom aan toe.
!
!
Der Ring des Nibelungen
!
Wagner is zowel musicus als schrijver en ontwerpt bovendien zijn eigen operahuis in
Bayreuth. Hij wil Shakespeare en Beethoven overtreffen. In ‘De Ring’ weet hij zijn
ideeën over het Gesamtkunstwerk volledig vorm te geven. Het werk duurt 15 uur
(een middag en drie avonden) en wordt meestal gerealiseerd met behulp van drie
orkesten. Deze beroemdste opera van Wagner is enigszins te vergelijken met de
trilogie ‚Lord of the Rings’ van Tolkien. Het verhaal gaat over een magische ring, over
vervloeking, de macht van het kwade en de verlossing. Het libretto (= tekst van een
opera) is ingewikkeld en gebaseerd op Germaanse en Noorse sagen en ademt een
sfeer van Germaanse suprematie (later misbruikt door de nazi’s). Het gaat over
gemoedstoestanden en lotsbestemmingen van mensen en goden en het noodlot dat
hen boven het hoofd hangt. Wagner’s opera moest een wedergeboorte zijn van de
Griekse tragedie en een poging om de hele wereld, de oneindigheid en
grenzeloosheid en nutteloosheid van alles uit te drukken. De première vindt in 1876
in Bayreuth plaats als een nationaal-politieke gebeurtenis.
!
Het verhaal bestaat uit vier delen:
!
1.
!
2.
!
3.
!
4.
!
De schepping
het stelen van het goud van de Rijndochters (Rheingold) verstoort de
balans in de natuur. Er is sprake van een vloek; het goud geeft absolute
machten oneindige kracht maar wie de ring bezit zal sterven.
De god Wotan steelt ook weer de ring, laat die bewaken door een draak en
vestigt zo goddelijke heerschappij.
Die Walküre (afbeelding 2)
Intriges in de godenwereld; godendochter Brünhilde kiest voor liefde in
plaats van gehoorzaamheid aan de wil van haar vader Wotan. Zij wordt
beroofd van haar goddelijkheid en opgesloten in vlammen. Alleen de
ultieme held zal haar kunnen bevrijden.
Siegfried
Deze half mens- half god smeedt een nieuw zwaard, verslaat de draak,
bevrijdt Brünhilde en breekt de macht van Wotan.
Götterdämmering
Siegfried keert terug op aarde en schenkt (!) de ring aan Brünhilde. Een
duivelse list van ene Hagen zorgt toch weer voor onheil en ontrouw. Deze
duivelse Hagen ontdekt het geheim van de kracht van Siegfried en doodt
hem.
Brünhilde bouwt een grafmonument voor Siegfried en verenigt zich met
hem in de dood.
Het Walhalla (de Germaanse hemel) gaat in vlammen op en de Rijn treedt
buiten haar oevers.
De Rijndochters krijgen het gestolen goud én de ring terug.
De wereld is weer in balans en verlost van de banvloek.
!
!
2. ’Die Walküre’ uit Der Ring des Nibelungen
!
Kenmerken van ‘Der Ring’
! •
•
•
•
•
•
•
•
Het hoofdbestanddeel is de melodie.
De personages worden gesymboliseerd door Leitmotieven die opgenomen
worden in een oneindige klank (het orkest). Zie ook Tristan en Isolde.
Het orkest functioneert als symbolische onderstroom en ‚commentaar’
Eenheid handeling/sfeer/plaats (zee, natuurgeweld, brand)
Groots en meeslepend! (afbeelding 1)
Geseculariseerde gedachte van Christelijke verlossing (dat kom je
bijvoorbeeld ook tegen in de filmtrilogie van The matrix!!!)
Verheerlijking van de Middeleeuwen, ridderwereld, vergane glorie
Gebruik van alle oude operaschema’s: aria, koor, finales, intochtmarsen enz.
!
De kernbegrippen van de Romantische kunst:
!
Betovering = nadruk op het vreemde, afwijkende, karakteristieke, typische,
originele, ook het zwarte en demonische
Subjectiviteit = het kunstwerk als uitdrukking van de ziel van de
kunstenaar; bijv. muziek die de zielsgesteldheid van de componist zelf
weergeeft. De kunstenaar als gekweld genie met een bijzondere intuïtie en
verbeeldingskracht. Er ontstaat een ‘cultus van het ego’ en haar innerlijke
conflicten.
Het menselijk tekort = het onvervulde verlangen, de verloren eenheid met
de natuur, het bovennatuurlijke, het verhevene, lang vervlogen tijden, het
verlies van de geliefde,.
Romantische ironie of tegenstrijdigheid: wentelen in smachtend verlangen
en lijden wordt beschouwd als een kwellend genot (“ De wellust van het
wee”)
De kernbegrippen toegepast op de opera’s van Wagner:
!
Betovering: de opera’s van Wagner zijn nadrukkelijk gebaseerd op mythen en
sagen. Het gaat voortdurend over betovering, vervloeking, sprookjesachtige helden,
kwade machten.
Subjectivisme: Wagner profileert zich zeer nadrukkelijk als kunstenaar-genie met
een bijzondere ‘visionaire’ verbeeldingskracht en de tomeloze ambitie om al zijn
voorgangers te overtreffen.
Het menselijk tekort: de opera’s tonen een enorm verlangen naar oneindigheid (ook
in de vorm), naar een verloren eenheid met de natuur, naar het verhevene, en een
voorbij heroïsch verleden (Middeleeuwse ridders enz.)
!
!
B. Overige opera’s in de negentiende eeuw / operagebouwen
!
De opkomst van de burgerij in de 18e eeuw en de afnemende macht van de adel
zorgden ervoor dat de opera veranderde. Opera werd toegankelijker voor een breed
publiek. Les Hugeneots (1836) van Giacomo Meyerbeer, een zogenaamde Grand
Opéra met een historisch onderwerp, grootschalig uitgevoerd met briljante
zangpartijen, weelderige kostuums en spectaculaire toneel- en orkesteffecten werd
wel 1000 keer opgevoerd. De grote operazalen zoals het Opéra Garnier in Parijs, de
Weense staatsopera en het Teatro Massimo te Palermo zijn in de negentiende eeuw
gebouwd. Verschillende sociale lagen van de bevolking, waaronder burgerij en
aristocratie, ontmoetten elkaar bij de opera en er vond uitwisseling plaats van idealen
en overtuigingen. De brede trappenhuizen (afbeelding 3) en extravagante foyers
werden oogverblindende plekken om elkaar te zien en ook gezien te worden.
!
!
!
!
3. Trappenhuis in de Opéra Garnier, Parijs
!
Opera kreeg naast een inhoudelijke ook een belangrijke politieke functie door de
verspreiding van nationalistische gevoelens in o.a. Duitsland en Italië. Zo herkenden
Italianen uit het Noorden, destijds deel van Oostenrijk, zich in het slavenkoor Va
Pensiero uit de opera Nabucco van Verdi. Het werd een soort volkslied voor de
hereniging van Italië. Er ontstonden publieke operahuizen waarin opera's in de
volkstaal werden gezongen.
In de Italiaanse opera’s van de negentiende eeuw was vooral sprake van de
belcantostijl (mooi zingen) waarin de zangmelodie centraal stond. De opera's van
Verdi waren het meest succesvol. De libretto's (tekst) zijn overwegend beïnvloed
door nationale literatuur, maar ook door de romantiek en William Shakespeare. De
opera's zijn vaak gebaseerd op innerlijke bewegingen van de personages,
hartstochtelijke liefdesverhalen en tragische acties uit jaloezie, ambitie en wraak. De
voor de romantiek kenmerkende nadruk op het mythische en exotische zie je
bijvoorbeeld in Verdi’s opera Aïda, een verhaal dat zich in het oude Egypte afspeelt
en ook voor het eerst in Caïro werd uitgevoerd.
!
In de negentiende eeuw ontstaat ook het begrip veristische opera oftewel
realistische opera (veritas= waarheid). De term "verisme" doet wellicht nogal vreemd
aan, omdat opera’s in het algemeen juist geen realistische indruk maken. In een
opera wordt alles gezongen en veel hoofdfiguren zijn verre van alledaags. De term
heeft dan ook vooral betrekking op de onderwerpen; deze gaan over het leven van
"gewone" mensen, in tegenstelling tot eerdere opera’s over historische of
mythologische onderwerpen. De bekendste veristische opera is ‚Cavaleria Rusticana’ een verhaal over liefde,
jaloezie en moord dat zich afspeelt in een bergdorp in Sicilië. Deze opera komt voor
in The Godfather deel 3, opgenomen in Teatro Massimo te Palermo (afbeeling 4).
!
!
4. Scène uit ’Cavaleria Rusticana' in The Godfather part 3
!
EINDE
[Terug]