Brief - HollandBIO

Aan de woordvoerders biotechnologie van de Vaste Commissie voor Economische Zaken
Betreft: Algemeen Overleg Biotechnologie en kwekersrecht 20 februari 2014
Datum: 17 februari 2014
Geachte heer, mevrouw,
HollandBIO informeert u graag over een aantal van onze aandachtspunten die op het
Algemeen Overleg Biotechnologie op 20 februari 2014 aan de orde zullen komen.
Sterke en brede Nederlandse biotechnologiesector
HollandBIO vertegenwoordigt de Nederlandse biotechnologiesector. Deze sector bestaat
uit ruim 1150 bedrijven, kennisinstellingen en organisaties (1). Veel
biotechnologiebedrijven zijn gevestigd op gespecialiseerde science- & businessparken,
waar tienduizenden hoogopgeleide werknemers en onderzoekers werken. Daarbij wordt
intensief samengewerkt tussen bedrijven, kennisinstellingen en universiteiten. Het
vergroten van de gezondheid van mens en dier en het verduurzamen van de agro-food
keten en industriële productie zijn belangrijke maatschappelijke doelstellingen waar de
biotechnologiesector aan werkt.
Biotechnologie is een sleuteltechnologie die de basis vormt voor tal van kansrijke
innovatieve producten in de topsectoren Agro-Food, Life Sciences & Health, Chemie &
Biobased Economy en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Daarbij heeft Nederland een
unieke uitgangspositie, omdat in ons land in alle deelgebieden van de biotechnologie
vooraanstaande wetenschappers en toonaangevende bedrijven actief zijn. Biotechnologie
heeft de mogelijkheden om verder uit te groeien tot één van de voornaamste pijlers van
een gezonde, duurzame, op hoogwaardige kennis gebaseerde Nederlandse samenleving
en economie. Een bedrijfstak die veel banen en bedrijvigheid genereert, een belangrijke
economische factor.
Biotechnologie als gereedschapskist voor een duurzame landbouw
Biotechnologie levert een belangrijke bijdrage aan het verbeteren en verduurzamen van
de landbouw en het vergroten van voedselzekerheid en voedselveiligheid. Biotechnologie
is een zeer innovatieve technologie die in de landbouw tot belangrijke verbeteringen heeft
geleid, zoals verhoogde opbrengsten en verbeterde resistentie tegen ziekten en plagen.
Biotechnologie is veel breder dan alleen genetische modificatie. Zo wordt in de
plantenveredeling veel gebruik gemaakt van merkergestuurde veredeling of genomics
onderzoek. Daarnaast zijn nieuwe veredelingstechnologieën ontwikkeld die de veredeling
van nieuwe rassen aanzienlijk versnellen. Een aantal van deze nieuwe technieken is in
Nederland ontwikkeld, zoals cisgenese. Hierdoor lopen Nederlandse bedrijven voorop in
de plantenveredeling, ondermeer op het gebied van aardappel- en groenteveredeling en
het veredelen van gewassen voor de biobased economy. Een voorbeeld hiervan is het door
de overheid gefinancierde DURPH-project waarin een Phytophthora-resistente aardappel
is veredeld met behulp van cisgenese.
Het is daarom belangrijk om snel helder te krijgen dat deze technieken niet onder de
huidige GMO-wetgeving beoordeeld moeten worden. Volgens HollandBIO moet
deregulatie het uitgangspunt zijn, omdat de nieuwe veredelingstechnieken of gelijk zijn
aan reeds vrijgestelde technieken of leiden tot producten die ook via klassieke veredeling
gemaakt kunnen worden. De EFSA heeft inmiddels geoordeeld dat cis-genese even veilig
is als traditionele veredelingsmethoden (2). Voor de toekomst pleit HollandBIO dan ook
voor een benadering waarbij niet alleen gekeken wordt naar de technieken die gebruikt
zijn, maar meer naar een beoordelingssysteem waarin de eigenschappen van het
organisme worden beoordeeld. Cisgenese is daarvan een goed voorbeeld: in de
beoordeling moet niet de technologie leidend zijn, maar het feit dat met cisgenese
eindproducten gemaakt worden die niet verschillen van producten gemaakt via
traditionele veredeling.
Wettelijke beoordeling moet ‘science based’ zijn
HollandBIO is van mening dat biotechnologie in de landbouw een duidelijke meerwaarde
biedt en dus gebruikt moet kunnen worden, mits het veilig is voor mens en milieu. Daarbij
moet de wetenschappelijke beoordeling door de EFSA en de COGEM leidend zijn bij de
positiebepaling van het Nederlandse Kabinet. HollandBIO roept ook het Nederlandse
Parlement met klem op dit uitgangsprincipe te hanteren.
De Europese Commissie heeft sinds 1982 300 miljoen Euro geïnvesteerd in onderzoek naar
veiligheid van genetisch gemodificeerde gewassen (ggo) en uit dit onderzoek blijkt dat
ggo’s veilig zijn (3). Toch levert het Europese toelatingssysteem voor genetisch
gemodificeerde gewassen en producten grote vertragingen op bij het op de markt
toelaten van nieuwe ggo’s. Buiten Europa groeit het areaal genetisch gemodificeerde
gewassen elk jaar gestaag. Afgelopen week presenteerde de ISAAA de cijfers over het
gebruik van ggo’s in 2013: het totale areaal genetisch gemodificeerde gewassen is 175
miljoen hectare; in 27 landen maken 18 miljoen boeren gebruik van de technologie (4).
HollandBIO is dan ook voorstander om de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen in
Europa en Nederland toe te staan en de toelatingsprocedures voor teelt en import van
ggo’s aanzienlijk te versnellen.
Dialoog over groene biotechnologie cruciaal
Drie jaar geleden heeft HollandBIO samen met een aantal andere stakeholders het
Informatieplatform Groene Biotechnologie opgezet. In dit platform wisselen deelnemers
onder leiding van een onafhankelijke voorzitter en secretaris met inachtneming van de
Chatham House Rules informatie en kennis uit op het gebied van de biotechnologie, met
als doel om elkaar tijdig te informeren. Deelnemers zijn vertegenwoordigers van
ketenpartijen, NGO’s, overheid en genodigde sprekers. HollandBIO hecht aan de
continuering van dit platform, omdat het van groot belang is de dialoog over het
onderwerp biotechnologie in de landbouw te blijven voeren.
HollandBIO verwelkomt International Licensing Platform
Een sterk octrooisysteem is cruciaal voor de biotechnologiesector. Juist in deze sector zijn
producten geënt op uitvindingen waar kostbaar en langdurig onderzoek aan vooraf is
gegaan. Belangrijker nog, goede octrooibescherming is een vereiste om het benodigde
kapitaal aan te trekken om kansrijke uitvindingen door te kunnen ontwikkelen tot nieuwe
vermarktbare producten en diensten. Om de kennis achter de uitvindingen te kunnen
delen met andere onderzoekers is het octrooisysteem ideaal: in ruil voor een tijdelijke
bescherming van de uitvinding wordt de kennis waarop de uitvinding is gebaseerd publiek
gemaakt. Hierdoor kunnen andere onderzoekers voortbouwen op de geoctrooieerde
uitvinding, terwijl de octrooihouder zijn investeringskosten kan terugverdienen als het
product op de markt komt. Dit versnelt het innovatiesysteem en voorkomt onnodige
geheimhouding. Geheimhouding maakt samenwerking praktisch onmogelijk en zorgt
voor stagnatie. Het octrooisysteem daarentegen maakt de opgedane kennis fluïde en
zorgt voor transparantie.
Op het gebied van het octrooirecht zijn internationaal grote veranderingen doorgevoerd.
In Europa is het Unitair Octrooi na tientallen jaren onderhandelen ingevoerd, inclusief een
beperkte veredelingsvrijstelling. In de Verenigde Staten is het octrooisysteem van ‘first
inventor’ naar ‘first to file’ overgegaan. Daarnaast loopt een continu proces waarin door
middel van jurisprudentie en aanscherping van het octrooisysteem invulling wordt
gegeven aan het principe van ‘Raising the Bar’.
In Nederland is de laatste jaren een debat gevoerd over de balans tussen het octrooirecht
en het kwekersrecht in de plantenveredeling. HollandBIO is van mening dat met de
invoering van een beperkte veredelingsvrijstelling, zowel nationaal als ook Europees in het
Unitair Octrooi, in combinatie met de invoering van het recent aangekondigde Licensing
Platform beide systemen prima in balans zullen zijn. HollandBIO pleit dan ook voor rust op
het gebied van de octrooiwetgeving. Het is beter om nu eerst de uitwerking van
bovengenoemde veranderingen in te laten werken op het systeem en te zien wat daarvan
het resultaat is.
Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze brief, dan zijn wij graag beschikbaar
voor een nadere toelichting.
Met vriendelijke groeten,
Annemiek Verkamman
Directeur
Irma Vijn
Senior Beleidsadviseur
Referenties:
1. Rapport Open Innovation in Life Sciences, BioSkyline reports 2012.
2. Scientific opinion addressing the safety assessment of plants developed through cisgenesis and
intragenesis, EFSA Journal 2012;10(2):2561
3. A decade of EU-funded GMO research 2001-2010) EU Commission
4. ISAAA Brief 46, Global Status of Commercialized Biotech/GM Crops: 2013