Cool Cat-AD - Intellectueel Eigendom Advocaten

Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 1 van 10
ECLI:NL:RBAMS:2014:526
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
Datum publicatie
11-02-2014
11-02-2014
Zaaknummer
C/13/556826 / KG ZA 13-1570 CB/MB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken Kort geding
Inhoudsindicatie
AD moet op haar website artikel over Cool Cat rectificeren. AD heeft Cool
Cat in verband gebracht met uitbuiting en kinderarbeid in Bangladesh, terwijl
deze beschuldiging onvoldoende steun vindt in het thans beschikbare
feitenmateriaal. AD heeft onvoldoende afstand gehouden tot uitingen van de
Minister en is tekort geschoten in toepassen wederhoor. De vordering tot
rectificatie in de papieren krant werd afgewezen, omdat de publicatie al van
lang geleden dateert en met aanvullende berichten de beschuldigingen in de
papieren editie voldoende zijn rechtgezet.
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/556826 / KG ZA 13-1570 CB/MB
Vonnis in kort geding van 11 februari 2014
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
COOL CAT FASHION B.V.,
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 2 van 10
gevestigd te[vestigingsplaats],
eiseres bij dagvaarding van 20 januari 2014,
advocaat mr. G.T.J. Hoff te Haarlem,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE PERSGROEP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te [plaats],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AD NIEUWSMEDIA B.V.,
gevestigd te [plaats],
3. [gedaagde 3],
in zijn hoedanigheid van hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, kantoorhoudende te [plaats],
4. [gedaagde 4],
in zijn hoedanigheid van journalist van het Algemeen Dagblad, kantoorhoudende te [plaats],
gedaagden,
advocaat mr. O.G. Trojan te ‘s-Gravenhage.
1 De procedure
Ter terechtzitting van 28 januari 2014 heeft eiseres, hierna Cool Cat, gesteld en gevorderd
overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis
heeft gewijzigd, overeenkomstig de eveneens in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte, en dat zij de
vorderingen jegens de Staat der Nederlanden (Ministerie van Buitenlandse Zaken, Minister voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) heeft ingetrokken.
Gedaagden, hierna gezamenlijk ook AD c.s. en afzonderlijk De Persgroep, AD Nieuwsmedia, de
hoofdredacteur en [gedaagde 4], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde
voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Ter zitting waren aanwezig:
aan de zijde van Cool Cat: de heren [naam 1] (hierna: [naam 1]) en [naam 2], directeur (hierna: [naam
2]), mr. Hoff en zijn kantoorgenote mr. E.L. Hoogstraate; aan de zijde van AD c.s.: de heer [naam 3],
adjunct-hoofdredacteur, [gedaagde 4], de heer [naam 4], bedrijfsjurist, mr. Trojan en zijn kantoorgenote
mr. D.H. Bremmer.
2 De feiten
2.1. De Persgroep is uitgeefster van het Algemeen Dagblad (AD), zo is althans op haar website vermeld.
Ook AD Nieuwsmedia treedt op namens AD.
2.2.
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 3 van 10
Cool Cat heeft een keten van kledingwinkels gericht op jongeren. [naam 1] staat aan het hoofd van
Cool Cat en heeft de onderneming opgericht in 1979 met één winkel in de Kalverstraat te Amsterdam.
Inmiddels heeft Cool Cat 135 winkels in Nederland, België, Frankrijk en Luxemburg.
2.3. Cool Cat koopt haar kleding in bij een aantal zelfstandige leveranciers.
Het grootste gedeelte van de kleding komt uit China, kleinere aandelen uit Turkije en Bangladesh. Bij
de kledingproductie voor Cool Cat in Bangladesh zijn
6 fabrieken betrokken.
2.4. Naar aanleiding van twee recente rampen in textielfabrieken in Bangladesh, een grote brand in de
Tzareen fabriek op 24 november 2012 en de instorting van Rana Plaza op 24 april 2013, is er veel
(media-)aandacht voor de arbeidsomstandigheden van textielwerkers aldaar. Bij deze rampen zijn
1.239 mensen omgekomen en raakten duizenden mensen gewond.
2.5. Een initiatief om de arbeidsomstandigheden in Bangladesh te verbeteren is het ‘Bangladesh Fire and
Safety Accord’ (hierna: het Veiligheidsakkoord). Dit is een bindend contract tussen kledingmerken,
internationale en Bengaalse vakbonden en NGO’s (non-gouvernementale organisatie’s) zoals de
Schone Kleren Campagne. Het Veiligheidsakkoord stelt een kader voor een uitgebreid programma van
onafhankelijke en transparante fabrieksinspecties, reparaties en verbeteringen van onveilige
werkplekken en trainingen aan kledingarbeiders over veiligheid en gezondheid. Het Veiligheidsakkoord
heeft betrekking op 1700 fabrieken in Bangladesh.
2.6. Op de website van De Gelderlander staat sinds 28 september 2013 een bericht met de kop: “Forse
kritiek Ploumen op Coolcat en Wibra.” In dit bericht staat onder meer:
“Minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel heeft forse kritiek op de
kledingketens Coolcat, Prenatal en Wibra. Zij hebben zich niet aangesloten bij het Veiligheidsakkoord
dat in het leven geroepen is om de arbeidsomstandigheden in kledingfabrieken in Bangladesh te
verbeteren. “Deze bedrijven zijn bezig een cruciale ontwikkeling te veronachtzamen.
Daarmee missen ze kansen en nemen ze tegelijkertijd enorme risico’s”, zegt Ploumen in een
opiniestuk in deze krant.”
Een artikel met gelijke strekking van de hand van de Minister stond diezelfde dag op de opiniepagina
van de krant BN/De Stem.
2.7. Op 25 en 26 november 2013 vond een internationale conferentie in Berlijn plaats met als onderwerp
'Leefbaar Loon’, georganiseerd door Duitsland en Nederland gezamenlijk. Aan deze conferentie namen
deel (onder meer) regeringsvertegenwoordigers, ondernemingen en vakbonden, zowel uit Europa als
uit productielanden in Azië. Als bewindspersoon uit Nederland was aanwezig Minister Ploumen (hierna:
de Minister). Zij is al geruime tijd actief op het gebied van verbetering van de arbeidsomstandigheden
in de textielsector in Bangladesh. Zij heeft op de conferentie een speech gehouden.
2.8. De dag vóór de conferentie heeft [gedaagde 4], die door een woordvoerder van de Minister benaderd
was met de vraag of het AD aandacht kon besteden aan de presentatie van de Minister op de
conferentie te Berlijn, de Minister geïnterviewd. Dit heeft geresulteerd in een aantal artikelen in het
AD. Een artikel is gepubliceerd op de voorpagina van het AD op maandag 25 november 2013, met als
kop: “Modewinkels op zwarte lijst” en als subkop: “Minister Ploumen eist betere beloning voor
personeel in fabrieken”. De inleiding tot dit artikel luidt als volgt:
“Minister Ploumen zet de Nederlandse kledingbedrijven Coolcat, Wibra en Prénatal
publiekelijk te kijk. Zij laten nog altijd kleding produceren in fabrieken in Bangladesh, waar
het personeel wordt uitgebuit en de omstandigheden verre van veilig zijn.” en vervolgens:
“Volgens Ploumen (…) willen de drie bedrijven geen verantwoordelijkheid nemen voor de arbeiders die
hun kleding maken. Ondanks herhaalde oproepen weigeren Coolcat, Wibra en Prénatal bindende
akkoorden te tekenen, waarin ze beloven de textielarbeiders rechtvaardige salarissen te betalen.
Ploumen vindt dat er een eind moet komen aan de uitbuiting. “Deze bedrijven staan voor de keus. Of
ze tekenen alsnog of ze verliezen hun geloofwaardigheid bij de klanten. Nu staan ze aan de verkeerde
kant van de lijn. Dat moeten ze niet willen.” (…) De drie ‘foute’ kledingbedrijven waren gisteren niet
bereikbaar voor commentaar. Ploumen bezoekt vandaag in Berlijn een conferentie over fatsoenlijk loon
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 4 van 10
waar vakbonden, overheden en bedrijven afspraken maken over het betalen van een minimumloon.
Voor Bangladesh is net afgesproken dat het salaris van 28 euro naar 50 euro per maand zal stijgen om
de meest noodzakelijke levensbehoeften te kunnen betalen. Aanleiding voor het verdrag is de
fabrieksbrand in Bangladesh in april waarbij 1100 textielarbeiders om het leven kwamen. Niet alleen
prijsdumpers, maar ook gewilde kledingmerken lieten daar voorheen hun kleding maken.(…)”
Op pagina 2 en 3 van het AD van diezelfde dag staat een (vervolg-)artikel van [gedaagde 4] met de
kop: “Waarschuwing Minister roept consument op om bewuster te winkelen. PLOUMEN: Weg met de
uitbuiting!” en vervolgens de inleiding:
“Kinderarbeid, lage lonen, instortende fabrieken: de kledingindustrie in Bangladesh vertoont ernstige
misstanden. Drie Nederlandse miljoenenbedrijven blijven er zaken mee doen, tot woede van minister
Ploumen. En dus gaan de drie aan de schandpaal.” In het artikel staat voorts:
“Er is voorlopig afgesproken dat het minimumloon 50 euro moet zijn, een hoopgevende eerste stap,”
zegt Ploumen. “De Nederlandse textielbedrijven die zich wél verantwoordelijk voelen voor de
arbeiders, zijn ook bereid dit te betalen. Dat is mooi.”
Een dramatisch ongeval ging aan de ontwikkelingen vooraf. (…) Ploumen maakte
in de nasleep van die ramp overal afspraken om de leefomstandigheden van de vaak vergeten groep
arbeiders te verbeteren. (…) Met Nederlandse en andere westerse textielbedrijven werden ook
bindende afspraken gemaakt. (…) Toch negeerden Coolcat, Wibra en Prénatal tot dusver alle oproepen
van de minister. Alleen Coolcat zou nu inmiddels ‘overwegen’ om de gedragscode voor fatsoenlijk
ondernemen te ondertekenen’. (…)”.
Ingekaderd bij de artikelen is een foto van de Minister en afbeeldingen van de merknamen van
Coolcat, Wibra en Prénatal met de tekst:
“Ploumens zwarte lijst Drie textielketens – Prénatal, Wibra en Coolcat – negeren tot nu toe de
oproep van de minister om alleen zaken te doen met fabrikanten die hun arbeiders een eerlijk loon
geven.”
De artikelen zijn ook te vinden op de website van het AD.
In een latere editie van (de papieren editie) van het AD van maandag 25 november 2013 is
voornoemde tekst in het kader met de foto van de Minister vervangen door de volgende tekst:
“Coolcat razend
Topman [naam 1] van Coolcat is razend dat Ploumen zijn bedrijf op haar zwarte lijst heeft
geplaatst.
“De minister begint te slaan zonder zich bij ons te informeren.” De werkelijkheid is volgens [naam 1]
dat Coolcat alleen met kleine fabrieken in Bangladesh werkt en die nauwgezet controleert. “Daarvoor
hebben wij zes eigen mensen ter plekke.”
[naam 1] stelt dat hij het slachtoffer is van de organisatie Schone Kleren die lobbyt bij Ploumen. “Die
organisatie dropt een akkoord op ons bureau dat ik binnen 3 dagen moet tekenen met de eis even snel
een half miljoen euro over te maken. Tja, zo werkt het niet.”
2.9. Op de website van het AD is op 25 november 2013 een bericht ‘Door Redactie/ANP’ geplaatst met de
kop: ‘Coolcat gaat convenant Bangladesh tekenen’.
Hierin is onder meer het volgende vermeld:
“Kledingketen Coolcat gaat het veiligheidsakkoord voor kledingbedrijven die hun waar in Bangladesh
laten produceren alsnog tekenen. Dat meldt de baas van Coolcat [naam 1] aan tijdschrift Quote. (…)
Eerder vandaag noemde [naam 1] de uitingen van Ploumen nog ‘schandalig’. “Je hoort niet iemand
aan de schandpaal te nagelen, als je zelf niet zonder zonden bent’, (…). [naam 1] meent dat een deel
van de verantwoordelijkheid ook bij de Europese Unie ligt. ‘De EU heeft Bangladesh een invoervrije
status gegeven. Als ik goederen uit India koop, moet ik 12 procent invoerrechten betalen. Bij goederen
uit Bangladesh niet. Laat ze dat maar eens veranderen’, zei hij tegen persbureau ANP.”
2.10. In andere media, bijvoorbeeld op NOS.nl en in (artikelen op de websites van) NRC, de Volkskrant,
de Telegraaf zijn de berichten uit het AD, met de strekking dat Ploumen felle kritiek uit op Cool Cat,
Wibra en Prénatal omdat zij zouden weigeren het Veiligheidsakkoord te tekenen, overgenomen, met
vermelding van de namen van de betrokken kledingbedrijven (productie 11 van Cool Cat).
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 5 van 10
2.11. Bij brief van 2 december 2013 heeft Cool Cat de hoofdredacteur aangeschreven, aansprakelijk
gesteld voor de door de berichtgeving in het AD door Cool Cat geleden en te lijden schade en
rectificatie verzocht van de artikelen,
aangezien deze feitelijk onjuist en onrechtmatig jegens Cool Cat zouden zijn.
2.12. Bij brief van 13 december 2013 heeft [naam 3] namens AD Nieuwsmedia Hoofdredactie aan Cool Cat
meegedeeld geen reden te zien voor rectificatie, aangezien het AD zou hebben mogen afgaan op
mededelingen van de minister, deze de publicatie heeft geautoriseerd en het weerwoord van Cool Cat
dezelfde dag nog in de krant is opgenomen.
2.13. Cool Cat heeft zich op 18 december 2013 aangesloten bij het Veiligheidsakkoord. Op de website van
het AD en in andere media (zoals BN/De Stem, dagblad Spits en de nieuwssite NU.nl) is daar aandacht
aan besteed.
2.14. Partijen (inclusief de Minister) hebben in de maand december 2013 getracht de kwestie in der minne
op te lossen, wat met de Staat (de Minister) is gelukt, maar tussen Cool Cat en het AD c.s. niet.
2.15. In (de papieren editie van) het AD van 23 januari 2014 staat in een berichtje op de voorpagina, met
de kop “Ploumen blij met Coolcat en Prénatal”:
“Minister Ploumen (…) is verheugd dat de bedrijven Prénatal en Coolcat hun handtekening hebben
gezet onder het Bangladesh-akkoord. Dat moet de arbeiders in de plaatselijke textielindustie een
veilige werkomgeving bieden. In een interview met Nu.nl noemt Ploumen Coolcat en Prénatal zelfs
‘een voorbeeld voor de sector.’ Ploumen neemt daarmee afstand van de kritiek op Prénatal en Coolcat
die zij eerder uitte in een interview in het AD van 25 november.” En op pagina 4 van het AD van
dezelfde dag staat onderaan de pagina een vervolgartikel met, naast het hiervoor vermelde, voor
zover hier van belang, de volgende inhoud:
“(…) Volgens de PvdA-minister stonden Coolcat, Prénatal en ook Wibra, in deze krant aangeduid als de
zwarte lijst, ‘aan de verkeerde kant van de lijn’ in Bangladesh. Daar zou het personeel worden
uitgebuit en zouden de omstandigheden verre van veilig zijn. Dit tot grote woede van Coolcat dat de
kritiek van de minister meteen van de hand wees. Volgens de Coolcat-directie had ze het akkoord nog
niet getekend omdat er ‘nog een aantal losse eindjes waren’. Later zette het kledingbedrijf alsnog de
handtekening. In de gehele wereld hebben inmiddels meer dan 160 bedrijven dat gedaan, waaronder
een groot deel van de Nederlandse kledingbedrijven. Volgens Coolcat had dat niets te maken met de
forse kritiek van Ploumen. Het bedrijf was toen naar eigen zeggen al in onderhandeling met de
internationale organisatie achter het akkoord. (…) In het AD-artikel (…) wordt gesuggereerd dat
Coolcat zich ook schuldig heeft gemaakt aan kinderarbeid. Minister Ploumen heeft zich daarover niet
uitgelaten. De minister lijkt destijds zaken door elkaar te hebben gehaald. Er was sprake van een
veiligheidsakkoord voor Bangladesh, naar aanleiding van de ramp. Op het gebied van rechtvaardige
salarissen en andere arbeidsomstandigheden lagen geen bindende akkoorden ter ondertekening.”
2.16. Onder de gedingstukken (productie 1 Cool Cat) bevindt zich een zogenoemde “Code of Conduct”,
beleidsregels met betrekking tot de onderneming van Cool Cat. Hierin staat onder meer:
“Legal minimum and/or industry standards are paid
Wages paid for regular working hours, overtime and overtime surcharges must comply with, or be
more than, the statutory minimum wages and/or sector standards for the relevant country. (…) In
situations in which the statutary minimum wage does not cover cost of living and some extra
spending, companies should aim to pay their employees an adequate remuneration to cover these
needs. (…)
Working hours are compliant with national laws and do not exceed “48+12 hours”
(…)
The workplace is safe and healthy
(…)
Child labour is prohibited!
Child labour is prohibited, as stipulated in the ILO and UN Conventions and/or national laws and
regulations. Of these rules, the strictest will be complied with. All forms of exploitation of children are
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 6 van 10
forbidden. Working conditions reminiscent of slavery or that are harmful to children’s benefit are
prohibited (…)”
2.17. Op 24 januari 2014 heeft [gedaagde 4] een schriftelijke verklaring afgelegd over de totstandkoming
van de artikelen. Daarin staat onder meer dat hij had verzocht namen van bedrijven te noemen en dat
de Minister toen met de namen Cool Cat, Prénatal en Wibra kwam. Voorts is in de verklaring vermeld
dat [gedaagde 4] op de zondag van het interview via researchers van het AD heeft getracht iemand
van Cool Cat te traceren voor het geven van weerwoord, dat er slechts één telefoonnummer te
achterhalen viel op de webiste van Cool Cat, maar dat daarop niemand bereikbaar was. [gedaagde 4]
heeft verder verklaard dat hij op dat nummer op zondagmiddag 24 november 2013 wel nog een
voicemailbericht heeft ingesproken, met de mededeling dat het belangrijk was diezelfde dag nog terug
te bellen. Ter zitting heeft [gedaagde 4] verklaard bij zijn schriftelijke verklaring te blijven.
2.18. Op 24 januari 2013 is een Persbericht verschenen op de website www.rijksoverheid.nl met onder
meer de volgende inhoud:
“Ploumen: ‘Inspanningen CoolCat belangrijk voor kledingsector Bangladesh’
Minister (…) Ploumen (…) en eigenaar [naam 1] van modeketen CoolCat hebben met elkaar gesproken
over de arbeidsomstandigheden in de textielindustrie in Aziatische productielanden, in het bijzonder
die in Bangladesh. Aanleiding was een interview met minister Ploumen in het AD van 25 november
2013. CoolCat heeft de minister uitgenodigd om hun gevoerde beleid en nieuwe initiatieven toe te
lichten.
Zowel [naam 1] als Ploumen spreken over een ‘verhelderend overleg met toekomstperspectief’. Beiden
vinden het een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat werknemers in Azië hun werk kunnen behouden
en dat zij hun werk onder fatsoenlijke omstandigheden kunnen doen. Minister Ploumen herhaalt dat er
helemaal geen sprake is van een zwarte lijst met daarop CoolCat, zoals in eerdere berichtgeving in de
media wel is gesuggereerd. ‘Ik betreur de verkeerde suggesties die zijn gewekt, het is goed van de
heer [naam 1] te horen dat CoolCat verantwoorde inkoop serieus neemt,’ aldus Ploumen. (…) Voor een
optimale samenwerking heeft CoolCat in Azië eigen inkoopkantoren onder Nederlands management
met eigen controleurs die dagelijks de fabrieken bezoeken. CoolCat hanteert sinds jaar en dag ook
effectief haar Code of Conduct, die kinderarbeid en uitbuiting pertinent verbiedt. (…) CoolCat is verder
lid van BSCI (Business Social Compliance Initiative), die in lijn met haar Code of Conduct
onafhankelijke controles uitvoert of leveranciers voldoen aan internationaal aanvaarde conventies en
richtlijnen. Inzet is het structureel verbeteren van de arbeidsomstandigheden. (…) Minister Ploumen
heeft daarnaast positief gereageerd op het recente besluit van CoolCat om zich aan te sluiten bij het
veiligheidsakkoord voor Bangladesh. (…)
Ploumen: ‘CoolCat schaart zich hiermee bij de bedrijven van Nederlandse bodem die hebben
ondertekend en ik zie het als een aansporing voor andere bedrijven. Met de handtekening van [naam
1] is er nu een tiental Nederlandse bedrijven dat voorop loopt.’
3 Het geschil
3.1. Cool Cat vordert – samengevat en na wijziging van eis – veroordeling van AD c.s., op straffe van een
dwangsom, om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis, althans binnen een door de
voorzieningenrechter te bepalen termijn, een rectificatie te plaatsen op de voorpagina van het AD en
op de website van het AD bij het artikel van25 november 2013, met de tekst als vermeld in het
(gewijzigde) petitum van de dagvaarding, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen tekst;
dan wel een voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt.
Voorts vordert Cool Cat om AD c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
3.2. AD c.s. voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 7 van 10
4 De beoordeling
4.1. Uitgangspunt is dat de toewijzing van de vorderingen van Cool Cat
een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de
Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht op vrijheid van
meningsuiting van AD c.s. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij de wet is
voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de
goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is
voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van AD c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162
van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije
meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt,
moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.
4.2. Het belang van AD c.s. is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en
waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van Cool
Cat is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan beschuldigingen die haar reputatie
kunnen aantasten. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te
geven, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer van belang is of de
beschuldigingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.
4.3. Volgens Cool Cat zijn de publicaties onrechtmatig jegens haar, kort gezegd omdat de publicaties
ongefundeerde ernstige beschuldigingen jegens CoolCat bevatten, omdat AD c.s., in strijd met de voor
haar geldende onderzoeksplicht kritiekloos is afgegaan op uitingen van de Minister, omdat ten tijde
van de publicatie geen wederhoor is toegepast en omdat met het naderhand geplaatste weerwoord de
eerdere beschuldigingen onvoldoende zijn rechtgezet. Cool Cat heeft de vorderingen tegen de Minister
(de Staat) ingetrokken, nadat een gesprek heeft plaatsgevonden tussen haar en [naam 1], wat heeft
geresulteerd in het onder 2.18 genoemde persbericht.
4.4. Voor wat betreft de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst – bezien vanuit het
algemeen belang – van de misstand die de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, wordt het
volgende overwogen.
4.5. Achtergrond van de in het geding zijnde publicatie(s) zijn initiatieven tot verbetering van de
arbeidsomstandigheden in de textielindustrie in Bangladesh, na recente gebeurtenissen waarbij
onveilige arbeidsomstandigheden in fabrieken aldaar vele levens hebben geëist. Niet in geschil is dat
het gaat om ernstige misstanden, die onderwerp vormen van publiek debat, mede omdat veel
Europese bedrijven kleding laten produceren in Bangladesh. Evenmin is in geschil dat betrokkenheid
van (Nederlandse) ondernemingen bij dergelijke misstanden, als een ernstige beschuldiging kan
worden gekwalificeerd.
De directe aanleiding tot de publicaties in het AD is de conferentie in Berlijn, waaraan Minister
Ploumen heeft deelgenomen, en het door brancheorganisaties, vakbonden en andere betrokken niet gouvernementele organisaties opgestelde Veiligheidsakkoord dat inmiddels door een aantal in Europa
gevestigde modeketens is ondertekend.
4.6. Cool Cat heeft terecht gesteld dat zij door de publicaties in het AD in verband wordt gebracht met
uitbuiting van textielarbeiders in Bangladesh en kinderarbeid, waarbij met name kan worden verwezen
naar de volgende passages:
“Kinderarbeid, lage lonen, instortende fabrieken: de kledingindustrie in Bangladesh vertoont ernstige
misstanden. Drie Nederlandse miljoenenbedrijven blijven er zaken mee doen, tot woede van minister
Ploumen. En dus gaan de drie aan de schandpaal. (…) Minister Ploumen zet de Nederlandse
kledingbedrijven Coolcat, Wibra en Prénatal publiekelijk te kijk. Zij laten nog altijd kleding produceren
in fabrieken in Bangladesh, waar het personeel wordt uitgebuit en de omstandigheden verre van veilig
zijn.”
Weliswaar staat hier niet letterlijk rechtstreeks dat de fabrieken met wie Cool Cat zaken doet zich aan
dit soort praktijken schuldig maken, maar Cool Cat heeft terecht betoogd dat aannemelijk is dat de
gemiddelde lezer de tekst wel als zodanig zal opvatten. Uitgangspunt is dan ook dat de artikelen
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 8 van 10
ernstige beschuldigingen bevatten aan het adres van Cool Cat. Voorts is aannemelijk – AD c.s. heeft
dat op zichzelf ook niet betwist – dat dat reputatieschade (en mogelijk omzetschade) voor Cool Cat tot
gevolg kan hebben, mede omdat het AD een serieus te nemen landelijk dagblad is, met een groot
lezerspubliek, en omdat de publicaties ook in andere media zijn overgenomen.
4.7. Volgens Cool Cat zijn de beschuldigingen onjuist en vinden zij geen steun in de feiten.
Cool Cat heeft niet betwist dat zij zaken doet met Bangladesh en dat zij het Veiligheidsakkoord ten
tijde van de publicaties nog niet had getekend. Voor zover de publicaties daarop betrekking hebben,
worden zij voorshands dan ook niet als onrechtmatig jegens Cool Cat aangemerkt. Dat ten onrechte
melding wordt gemaakt van ‘bindende akkoorden’ (meervoud) (terwijl alleen sprake is van het
Veiligheidsakkoord) en dat wordt verwezen naar akkoorden over rechtvaardig loon, terwijl het
Veiligheidsakkoord betrekking heeft op andere arbeidsomstandigheden, is weliswaar niet correct, maar
lijkt voor de aantasting van de reputatie van Cool Cat van ondergeschikt belang.
4.8. Cool Cat heeft er voorts met nadruk op gewezen dat zij sinds 2003 een ‘Code of Conduct’ hanteert,
die uitbuiting en kinderarbeid pertinent verbiedt en dat zij lid is van BSCI (Business Social Compliance
Initiative), die in lijn met de Code of Conduct controleert of leveranciers voldoen aan internationaal
aanvaarde conventies en richtlijnen. Cool Cat zou enkel samenwerken met kleine fabrieken waarop
door haar eigen inspecteurs toezicht wordt gehouden. Bovendien had Cool Cat in haar visie goede
redenen om het Veiligheidsakkoord aanvankelijk niet te tekenen, onder meer omdat daaraan enerzijds
een onduidelijke en hoge financiële bijdrage voor de ondertekenaars was gekoppeld, terwijl anderzijds
vraagtekens konden worden geplaatst bij de effectiviteit ervan. Een en ander is door haar besproken
met een lid van de stuurgroep van het Veiligheidsakkoord, die adviseerde de stuurgroep vergadering
van eind november 2013 af te wachten aangezien daarop een aantal relevante besluiten zou worden
genomen.
4.9. AD c.s. heeft de bij 4.8 vermelde stellingen van Cool Cat op zichzelf niet betwist. Zij heeft met name
als verweer gevoerd dat de publicaties niet onrechtmatig zijn, omdat deze vrijwel geheel zijn
gebaseerd op uitlatingen van de Minister, die getrouw en correct zijn weergegeven en waarop een
journalist moet kunnen afgaan zonder zelf nader uitgebreid onderzoek te hoeven doen. Daarnaast stelt
AD c.s. te hebben getracht wederhoor toe te passen, wat volgens haar buiten haar schuld voorafgaand
aan de publicaties niet is gelukt, omdat niemand van Cool Cat bereikbaar was en op een ingesproken
voicemailbericht niet is gereageerd. Naderhand en zodra het weerwoord beschikbaar was, heeft AD
c.s. naar haar mening daaraan voldoende aandacht besteed.
Dienaangaande wordt het volgende overwogen.
4.10. De in het geding zijnde artikelen zijn grotendeels gebaseerd op uitlatingen van de Minister. Vast
staat dat AD c.s. de publicaties aan haar heeft voorgelegd en
dat deze door (de woordvoerder van) de Minister zijn geautoriseerd. Niet gesteld of gebleken is dat de
Minister verkeerd geciteerd zou zijn. AD c.s. heeft terecht aangevoerd dat het haar vrij staat
uitlatingen van een gezaghebbend ambtenaar/politicus te publiceren en ook dat zij in beginsel op die
uitlatingen mag afgaan, waarbij slechts een beperkte onderzoeksplicht geldt. Bovendien waren
soortgelijke uitlatingen al eerder in de media verschenen (zie 2.6). Dat neemt niet weg dat wanneer
dergelijke uitingen ernstige beschuldigingen bevatten, de zorgvuldigheid zich ertegen kan verzetten
dat de journalist deze uitlatingen als vaststaande feiten presenteert, zeker als daarbij geen wederhoor
is toegepast. De journalist heeft daarin ook een eigen verantwoordelijkheid.
4.11. De bezwaren van Cool Cat zijn met name gericht op het verband dat wordt gelegd tussen haar
onderneming en uitbuiting, onveilige arbeidsomstandigheden en kinderarbeid, alsmede op het gebruik
van de term ‘zwarte lijst’.
Voor wat betreft dat laatste staat vast dat de Minister Cool Cat heeft geplaatst in een rijtje van ‘foute
bedrijven’ die zaken doen met Bangladesh en het Veiligheidsakkoord nog niet hadden getekend. Dat
het AD c.s. dit heeft gekwalificeerd als ‘Ploumen plaatst CoolCat op zwarte lijst’ kan tegen die
achtergrond niet als onjuist of onrechtmatig worden aangemerkt, ook al heeft de Minister de term
‘zwarte lijst’ zelf niet gebruikt.
4.12.
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 9 van 10
Dit is anders waar het de termen ‘kinderarbeid’ en ‘instortende fabrieken’ betreft. Niet in geschil is dat
deze woorden door de Minister in relatie tot Cool Cat niet zijn gebruikt, maar dat deze afkomstig zijn
uit de koker van AD c.s. zelf. Door het gebruik van deze termen suggereert AD c.s. op zijn minst dat
(al dan niet ook volgens de Minister) kinderarbeid en onveilige situaties voorkomen in de fabrieken
waarmee Cool Cat samenwerkt, terwijl dergelijke beschuldigingen geen steun vinden in de thans
beschikbare feiten. AD c.s. heeft op dit punt niet alleen onvoldoende afstand genomen van de uitingen
van de Minister, maar, integendeel, er zelf een schepje bovenop gedaan. Daarnaast heeft AD c.s. bij
het artikel een foto geplaatst van een fabriek in Birma, een land waarmee Cool Cat niets te maken
heeft, waarop te zien is dat jonge meisjes in een naaiatelier aan het werk zijn. Dit alles valt onder
verantwoordelijkheid van AD c.s. en kan niet op conto van de Minister worden geschreven. Ook als in
aanmerking wordt genomen dat koppen van krantenartikelen vaak ongenuanceerder zijn dan de
artikelen zelf en dat de toon van het AD in de regel populair van aard is, is het in verband brengen van
Cool Cat met kinderarbeid en uitbuiting, zonder dat dat voldoende steun vindt in de feiten, in beginsel
onrechtmatig. Daarbij is van belang dat Cool Cat in de aanvankelijke publicatie niet in de gelegenheid
is gesteld tot het geven van een weerwoord. Cool Cat heeft terecht gesteld dat enkel het inspreken
van een voicemailbericht op de late zondagmiddag daartoe onvoldoende is. Het mag zo zijn dat dit
toen het enige telefoonnummer was dat op een website van Cool Cat te vinden was, maar nu het voor
AD c.s. uit de contacten met (de woordvoerder van) de Minister duidelijk moet zijn geweest dat in de
publicatie ernstige beschuldigingen aan het adres van Cool Cat te verwachten vielen, had het op haar
weg gelegen om Cool Cat in een eerder stadium te benaderen ofwel op zijn minst om te onderzoeken
hoe aan het geven van wederhoor praktisch invulling kon worden gegeven. Hier heeft AD c.s. steken
laten vallen. Weliswaar leidt het niet toepassen van wederhoor als zodanig niet zonder meer tot
onrechtmatigheid van de betrokken publicatie, maar het is wel een van de factoren die bij de
beoordeling daarvan een rol speelt.
4.13. Op grond van het hiervoor overwogene lijkt een rechtzetting van de beschuldigingen door AD c.s. op
zijn plaats. AD c.s. heeft dienaangaande echter ook aangevoerd dat met de na 25 november 2013 in
het AD geplaatste nadere berichten voldoende aan de belangen van Cool Cat tegemoet is gekomen. Zo
heeft zij in de papieren editie van het AD van later op de dag Cool Cat in het kadertje bij de gewraakte
artikelen alsnog aan het woord gelaten. Voorts heeft AD c.s. op
23 januari 2014 ruim aandacht besteed aan de veranderde zienswijze van de Minister ten aanzien van
Cool Cat en de misverstanden rond het bestaan van het Veiligheidsakkoord (2.15). Ook is daarbij met
zoveel woorden vermeld dat de Minister het woord ‘kinderarbeid’ niet in de mond heeft genomen.
Anders dan Cool Cat heeft bepleit is de voorzieningenrechter van oordeel dat AD c.s. daarmee, voor
wat betreft de papieren editie van de krant, inderdaad voldoende aan de belangen van Cool Cat
tegemoet is gekomen. Daar komt bij dat het artikel van 25 november 2013 gedateerd is en in deze
vorm (als papieren krant) niet meer wordt verspreid.
Dat ligt anders aangaande de publicaties op de website, waarover het volgende wordt overwogen.
4.14. Op de website van het AD is het artikel van 25 november 2013 onverkort te vinden en te allen tijde
raadpleegbaar, zonder dat een weerwoord van Cool Cat zichtbaar is. De onder 2.15 vermelde
publicatie waarin de uitlatingen van de Minister in een geheel ander licht komen te staan is niet op de
website geplaatst. Weliswaar heeft AD c.s. op haar website wel het onder 2.9 weergegeven bericht van
het ANP geplaatst, maar ook dat is niet direct te zien en daarin staat bijvoorbeeld niet dat de term
‘kinderarbeid’ door de Minister niet is gebezigd.
Dit alles in aanmerking nemend, acht de voorzieningenrechter (handhaving van) de publicatie op de
website, zonder vermelding van een weerwoord van Cool Cat, onrechtmatig jegens haar. Een
rectificatie op de website is dan ook geboden.
4.15. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Cool Cat toewijsbaar is, doch uitsluitend
ten aanzien van de rectificatie op de website. Bij een veroordeling ter zake heeft Cool Cat een
voldoende spoedeisend belang, om verdere reputatieschade te voorkomen.
De rectificatie zal dienen te luiden zoals hierna in het dictum vermeld. Voor een verdergaande
rectificatie bestaat in het licht van het voorgaande onvoldoende grond.
4.16.
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 10 van 10
AD c.s. heeft nog aangevoerd dat de vorderingen jegens De Persgroep en [gedaagde 4] niet
toewijsbaar zijn, omdat De Persgroep slechts aandeelhouder en bestuurder is van AD Nieuwsmedia,
maar geen zeggenschap heeft over de inhoud van de krant en ook [gedaagde 4] als individuele
journalist geen beslissings-bevoegheid heeft ten aanzien van het plaatsen van rectificaties. Cool Cat
heeft tegen dit verweer geen nadere argumenten ingebracht op grond waarvan de vorderingen jegens
De Persgroep en [gedaagde 4] niettemin toewijsbaar zouden zijn.
De vorderingen zullen dan ook alleen jegens AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur worden
toegewezen. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, als na te melden.
4.17. Als de op een belangrijk punt in het ongelijk gestelde partij zullen AD Nieuwsmedia en de
hoofdredacteur hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, gevallen aan de zijde van Cool Cat.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. veroordeelt AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis
de volgende tekst te plaatsen, en geplaatst te houden, met vermelding van de plaatsingsdatum, op de
website van het AD bij het artikel van 25 november 2013 met betrekking tot Cool Cat en de fabrieken
in Bangladesh:
“RECTIFICATIE
In dit artikel wordt een verband gelegd tussen Cool Cat en misstanden in textielfabrieken in
Bangladesh. In het artikel wordt gesuggereerd dat Cool Cat haar kleding laat produceren door
bedrijven waar sprake is van kinderarbeid, het personeel wordt uitgebuit en de
arbeidsomstandigheden verre van veilig zijn. Deze suggestie vindt geen steun in het thans beschikbare
feitenmateriaal.” ;
5.2. bepaalt dat AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur een dwangsom verbeuren van € 1.000,- voor
iedere dag dat zij nalaten aan het bepaalde onder 5.1 te voldoen, met een maximum van € 50.000,-;
5.3. veroordeelt AD Nieuwsmedia en de hoofdredacteur hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden
aan de zijde van Cool Cat begroot op:
– € 77,52 € 77,52 aan explootkosten,
– € 77,52 € 608,- aan griffierecht en
– € 77,52 € 816,- aan salaris advocaat;
5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5. wist het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Balk,
griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2014.1
1
type: MBcoll:
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:526
13-2-2014