20140619 bp Het Zilveren Schor_Toelichting

Het Zilveren Schor
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Inhoudsopgave Toelichting
Hoofdstuk 1
DOEL EN OPZET BESTEMMINGSPLAN
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Plangebied
5
1.3
Vigerende regelingen
6
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
RUIMTELIJKE ANALYSE PLANGEBIED
9
2.1
Historische beschrijving
9
2.2
Ruimtelijke structuur en opbouw
9
Hoofdstuk 3
FUNCTIONELE ANALYSE PLANGEBIED
11
3.1
Functionele structuur
11
3.2
Functionele analyse
11
3.3
Water
13
3.4
Milieu
18
3.5
Ecologie
26
3.6
Archeologie
29
3.7
Cultuurhistorie
29
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
39
4.1
Rijksbeleid
39
4.2
Provinciaal beleid
41
4.3
Gemeentelijk beleid
44
Hoofdstuk 5
PROJECTBESCHRIJVING
47
5.1
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
47
5.2
Partijen, exploitatie en beheer
49
Hoofdstuk 6
BESTEMMINGSREGELING
51
6.1
Uitgangspunten en opzet bestemmingsregeling
51
6.2
Gehanteerde bestemmingen
52
Hoofdstuk 7
MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
55
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55
7.2
Economische uitvoerbaarheid
55
7.3
Handhaving
56
2
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Toelichting
3
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
4
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 1
1.1
DOEL EN OPZET BESTEMMINGSPLAN
Aanleiding en doel
Ten noorden van de kern Arnemuiden is recreatiecomplex Het Zilveren Schor gelegen.
Op dit complex is een groepsaccommodatie gesitueerd. Libéma Exploitatie B.V. is
eigenaar van de gronden en wil deze groepsaccommodatie omvormen tot een
vakantiepark met recreatiewoningen. Hiertoe dient het bestemmingsplan te worden
aangepast. Het doel van voorliggend plan is het verkrijgen van een actuele
planologische regeling waarbinnen de ontwikkelingswensen voor Het Zilveren Schor
mogelijk zijn.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Zilverenschorweg, ten noorden van de kern
Arnemuiden. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het Veerse Meer en aan de
westzijde wordt de locatie begrensd door de Veersche dijk.
5
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 1: ligging plangebied (bron: ANWB Topografische Atlas Zeeland)
1.3
Vigerende regelingen
Het plangebied is gelegen in bestemmingsplan 'Buitengebied', zoals door de
gemeenteraad van Middelburg vastgesteld op 28 september 2009. In dit
bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'
met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2'. Voor een deel van het plangebied
geldt tevens de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg'.
6
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 2: uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De als zodanig bestemde gronden zijn bestemd voor recreatie in de vorm van
groepskamperen. Hierbij zijn een centrale voorziening, een sanitairgebouw en
bijgebouwen bij een standplaats toegestaan. Daarnaast is ten hoogste één
bedrijfswoning inclusief aan-, uit- en bijgebouwen toegestaan. Het terrein mag voor ten
hoogste 20 % worden bebouwd en de bouw- en goothoogte mogen respectievelijk
maximaal 7 en 4 meter bedragen.
Daar waar de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' van toepassing is, zijn nieuwe
7
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
kwetsbare objecten als woningen, een bezoekerscentrum, een kuuroord, een
cursuscentrum en logies met ontbijt niet toegestaan.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de historische situatie en ruimtelijke structuur van de huidige
situatie. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de functionele structuur van het gebied.
In dit hoofdstuk worden eveneens de waterhuishoudkundige, milieu-, ecologische en
archeologische situatie beschreven. Hiermee is de verantwoording van de haalbaarheid
gegeven. De hierbij behorende onderzoeksrapportages zijn in de bijlagen opgenomen.
Hoofdstuk 4 voorziet in het beleidskader. Welke beleidsstukken op nationaal,
provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn belangrijk bij de nieuwe invulling van
het gebied? Hoofdstuk 5 biedt inzicht in de voorgenomen ontwikkeling. Hoe ziet de
nieuwe situatie eruit? In hoofdstuk 6 is een uiteenzetting gegeven van de wijze van
bestemmen via verbeelding en regels. Dit hoofdstuk geeft uitleg aan de opgenomen
bestemmingen en functies via een artikelsgewijze toelichting. Hoofdstuk 7 geeft tot slot
inzicht in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid en de
handhaafbaarheid. Tezamen met de gedurende de procedure in de bijlagen op te
nemen ‘Nota vooroverleg’ en ‘Nota zienswijzen’ biedt het een helder beeld van de te
doorlopen procedure bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 2
2.1
RUIMTELIJKE ANALYSE PLANGEBIED
Historische beschrijving
Reeds sinds circa 1300 is het eiland Walcheren omgeven door een stelsel van dijken.
Aan de buitenzijde van dit dijkstelsel zijn op meerdere plaatsen schorren gelegen. Het
plangebied is van oudsherre zo'n schor. Bij laag water lag het gebied waarschijnlijk
boven de waterlijn. Het is mogelijk dat het gebied in de zomermaanden werd gebruikt
om schapen te weiden. Bewoning lijkt in de periode van de middeleeuwen
onwaarschijnlijk. In de hieropvolgende eeuwen is de situatie in het plangebied min of
meer gelijk gebleven. Het gebied heeft altijd buitendijks gelegen. Daarbij is het gebied
ook nooit gebruikt voor bewoning. Pas in de jaren '60 van de vorige eeuw beginnen de
eerste tekenen van bebouwing zich te ontwaren met de aanleg van het bestaande
complex Het Zilveren Schor. Sinds 1968 is het terrein in gebruik als
groepsaccommodatie en als kampeerterrein. Dit gebruik vindt met name in de
zomermaanden plaats.
2.2
Ruimtelijke structuur en opbouw
Zoals in de voorgaande paragraaf reeds beschreven is het plangebied door de eeuwen
heen gelegen in een buitendijks schorrengebied. Dergelijke schorrengebieden
ontwateren veelal via een stelsel van kreken. Historisch gezien is dat in het plangebied
ook het geval. In de jaren '60 van de vorige eeuw is ter plaatse van het plangebied een
groot aantal ontwateringsgeultjes / -stroken te herkennen. Er is toen een begin gemaakt
met het rechttrekken van sloten ter plaatse en de perceelsgrenzen als gevolg van de
ingezette ruilverkaveling.
Verder is ten behoeve van het recreatiegebied een aanleghaventje met zandstrand
aangelegd en zijn er sport- en speelveldjes aangelegd. Aan de randen van het
plangebied zijn diverse bosschages aangelegd, welke inmiddels tot wasdom zijn
gekomen. Door het plangebied is een aantal (geasfalteerde) paden gelegen, welke de
sport- en speelfaciliteiten met elkaar en de centrale voorzieningen verbinden.
Centraal binnen groepsaccommodatie Het Zilveren Schor is een bebouwd gedeelte met
ontvangst- en ontmoetingsruimtes gelegen. Hier bevinden zich tevens een bar en
diverse zalen voor groepsgelegenheden.
9
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
10
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 3
3.1
FUNCTIONELE ANALYSE PLANGEBIED
Functionele structuur
Het plangebied is in de huidige situatie geheel in gebruik als recreatieterrein met
daarop faciliteiten voor sport en spel, groepsgelegenheden en het organiseren van
evenementen met (grotendeels daartoe in dienst staande)
overnachtingsmogelijkheden.
3.2
Functionele analyse
3.2.1
Groen
Aan de randen van het plangebied zijn bij de realisatie van Het Zilveren Schor in de
jaren '60 van de vorige eeuw bosschages aangelegd. Deze bosschages zijn inmiddels
uitgegroeid tot een volwassen staat.
Binnen het plangebied is veel groen te vinden in de vorm van speel- en sportvelden.
Ook is een aantal houtwallen aanwezig en zijn er uitlopers van de bosschages aan de
rand van het plangebied die tot in het plangebied doorlopen.
In paragraaf 3.5 wordt een nadere duiding van een aantal groenstructuren gegeven op
grond van het ecologisch onderzoek dat voor de ontwikkeling is uitgevoerd.
3.2.2
Verkeer en parkeren
Verkeer
In opdracht van Libéma Exploitatie BV is in april 2012 een verkeersstudie uitgevoerd
voor Het Zilveren Schor. De bevindingen van deze studie staan in onderstaande
paragraaf weergegeven. Voor de gehele rapportage van de verkeersstudie wordt
verwezen naar bijlage 1.
In de studie is de verkeersintensiteit in de toekomstige situatie bepaald. Op grond
daarvan kan worden bepaald hoe druk het in de toekomst (2020) wordt op het wegennet
rondom Het Zilveren Schor.
Als gevolg van de autonome groei van het autoverkeer wordt het in de toekomst
zondermeer drukker op het wegennet. Landelijk wordt uitgegaan van een groei van 1%
per jaar. Daarnaast speelt ook de ontwikkeling van recreatie aan het Veerse Meer. Dit
tezamen wordt gezien als de autonome groei. Daarnaast is ook de toekomstige situatie
met Het Zilveren Schor beschouwd.
De verwachtte intensiteiten van de autonome situatie met en zonder Het Zilveren Schor
zijn afgezet tegen de maximale capaciteit van het wegennet. Hierbij zijn wegdelen met
een verschillende wegbreedte apart beschouwd. In de tabel zijn zowel de gegevens van
doorgaand verkeer als van recreatief verkeer opgenomen. Dit leidt tot onderstaande
resultaten.
Weg
Van Cittersweg
Van Cittersweg
Oranjepolderseweg
Derringmoerweg
Doeleweg
Zilverenschorweg
Van Cittersweg
Wegbreedte
(m)
5,5
6,0
6,0
6,0
5,8
4,8
5,1
Max. intensiteit
(motorvoertuigen
etmaal)
5500
8000
8000
8000
6500
1200
2000
11
2020 (mvt/etm)
per
2358
1508
3991
1291
3955
270
550
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Tabel 1: ontsluitingstoets wegen 2020 zonder Het Zilveren Schor
Weg
Wegbreedte
(m)
Van Cittersweg
5,5
Van Cittersweg
6,0
Oranjepolderseweg
6,0
Derringmoerweg
6,0
Doeleweg
5,8
Zilverenschorweg
4,8
Van Cittersweg
5,1
Max. intensiteit
(mvt/etm)
5500
8000
8000
8000
6500
1200
2000
2020 (mvt/etm)
2516
1660
3991
1344
4008
481
980
Tabel 2: ontsluitingstoets wegen 2020 inclusief Het Zilveren Schor
Op basis van de verhouding intensiteit / capaciteit wordt geconcludeerd dat het
wegennet rondom Het Zilveren Schor ruim voldoende capaciteit heeft om het verkeer in
de autonome situatie zonder Het Zilveren Schor en in de toekomstige situatie met Het
Zilveren Schor af te wikkelen.
Aandachtspunt in de ontsluiting van het park is de kruising van de Zilverenschorweg
met het toeristisch recreatieve fietspad nabij de entree van het plangebied. Hier dient
door middel van de inrichting de verkeersveiligheid gewaarborgd te zijn.
In het kader van calamiteiten op of om het Het Zilveren Schor dient een extra
(auto)ontsluitingsweg gerealiseerd te worden. Dit kan door ten zuiden van het
plangebied een (tweede) verharde ontsluitings-/calamiteitenweg aan te laten sluiten op
het bestaande fietspad parallel aan het Veerse Meer. Er dient bij de nadere uitwerking
daarvan de nodige zorg besteed te worden voor dat deel van het fietspad dat mogelijk
calamiteitenverkeer te verwerken krijgt tot aan de kruising fietspad/Zilverenschorweg.
Parkeren
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte voor de ontwikkeling van Het Zilveren Schor is
gebruik gemaakt van de CROW-kencijfers. Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd de
parkeerbehoefte voor het gehele recreatieterrein te bepalen. Verder zijn als
uitgangspunten gehanteerd dat voor de planlocatie de stedelijkheidsgraad 'niet
stedelijk' van toepassing is, dat de planlocatie is gelegen in het buitengebied en dat de
CROW-kencijfers uit publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' worden
gehanteerd.
Op het toekomstige sportresort worden 72 recreatieve bungalows (vakantiewoningen)
gerealiseerd. Daarnaast worden 7 groepsaccommodaties en een centrumvoorziening
ontwikkeld.
Op basis van bovenstaande uitgangspunten is de onderstaande parkeervraag bepaald:
onderdeel
vakantiewoning
groepsaccommodatie
centrumvoorziening
parkeervraag per eenheid
2,1 parkeerplaatsen per woning
4,7 parkeerplaatsen per accommodatie
12 parkeerplaatsen per 100 m2 brutovloeroppervlak
Tabel 3: parkeervraag
Op basis van de voorgestelde inrichting van het sportresort is gekozen voor de aanleg
van 2 parkeerplaatsen direct grenzend aan de vakantiewoningen. Daarnaast wordt 1
extra parkeerplaats per 10 vakantiewoningen langs de weg op het complex aangelegd.
Bij elke groepsaccommodatie worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd en worden de
12
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
resterende 2,7 parkeerplaatsen per accommodatie in een separate
haaksparkeervoorziening aangelegd. Ten behoeve van de centrumvoorziening worden
in een haaksparkeervoorziening in totaal 22 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor het
gehele sportresort resulteert bovenstaande in 207 parkeerplaatsen, waarmee aan de
gestelde norm wordt voldaan. Daarnaast wordt beschouwd of het mogelijk is een locatie
aan te wijzen als halte voor een touringcar.
Er is binnen het plangebied tenslotte ruimte beschikbaar voor een buffer van 25 extra
parkeerplaatsen.
3.3
Water
Sinds 1 november 2003 is voor ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. De
initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de
waterbeheerders over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat
ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer.
Het plangebied ligt buitendijks in het Veerse Meer. Dit gebied hoort bij de gemeente
Middelburg, het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen en het Veerse Meer
valt onder beheer van Rijkswaterstaat. Voor het watertoets-proces is het waterschap
Scheldestromen het aanspreekpunt.
Huidige situatie watersysteem
Waterhuishouding
In de beoogde plannen is ervoor gekozen om het bestaande oppervlak aan water (ca.
5500 m2) te vergroten tot ca 27.000 m2. Aan weerszijde van de rondgaande watergang
komen vakantiewoningen. Alle hemelwater afkomstig van de verhardingen wordt direct
afgevoerd naar het oppervlaktewater. Op 25 maart 2014 is begonnen met het opvoeren
van het waterpeil van het Veerse Meer naar het zomerpeil. Dit zomerpeil moet volgens
plan op dinsdag 1 april 2014 bereikt zijn.
Het waterpeil van het Veerse Meer kan dan in de zomerperiode fluctueren tussen 0 m
NAP en 0,1 m - NAP. In geval van extreme neerslag of extreme neerslagverwachtingen
kan het waterpeil op het Veerse Meer (vroegtijdig) worden verlaagd om zodoende een
buffer te creëren voor het afvoeren van polderwater (“noodpeil”).
Waterkwaliteit
Op de functiekaart behorende bij het provinciale waterhuishoudingsplan zijn aan de
verschillende watersystemen functies toegekend. Onder functie wordt in dit geval
verstaan de bestemming in waterhuishoudkundige zin van op en in de bodem aanwezig
water, alsmede de belangen die daarmee gemoeid zijn. Voor de functie water voor
bebouwing geldt de waterkwaliteitsnorm Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR). Het
Veerse Meer heeft daarbij als nevenfunctie recreatie / zwemwater. In dit water moet op
hygiënische en veilige wijze gezwommen kunnen worden. De kwaliteitsdoelstelling voor
zwemwater is vastgelegd in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren
en de Wet milieubeheer en afgestemd op de (strenge) Europese wetgeving hieromtrent.
Rijkswaterstaat houdt de kwaliteit van het zwemwater in de gaten aan de hand van
meetpunten.
Riolering
De huidige bebouwing, die gesloopt zal worden, is aangesloten op een rioleringsstelsel.
In de toekomstige situatie zal de droogweerafvoer (DWA) eveneens via de riolering
plaatsvinden. De regenwaterafvoer (RWA) wordt daar niet op aangesloten. De
regenwaterafvoer van het Zilveren Schor loost op het oppervlakte water dat in
verbinding staat met het Veerse Meer.
Toekomstig watersysteem
Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het
Waterschap Scheldestromen of de beoogde functiewijziging strijdig is met
waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen.
13
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Thema
Veiligheid/
Waterkering
Waterdoelstelling
Waarborgen
veiligheidsniveau en
daarvoor benodigde ruimte.
Uitwerking
Het plan ligt buitendijks in
het Veerse Meer. Er vind geen
bebouwing plaats in of aan de
dijken inclusief de
bijbehorende
beschermingszones.
Wateroverlast
(vanuit
oppervlaktewater)
Voldoende hoog gebouwd
om instroming van
oppervlaktewater in
maatgevende situatie(s) te
voorkomen.
Voldoende ruimte voor
vasthouden/bergen/
afvoeren van water.
Bestaand Fv = 3.500 m2
Nieuw Fv = 18.880 m2
Toename Fv = 15.380 m2
De ontwikkeling voorziet
mede in het realiseren van
nieuw oppervlaktewater. Door
de aanleg van dit
oppervlaktewater vindt
voldoende compensatie
plaats.
Het bouwpeil is vooralsnog
niet vastgesteld. Circa 900 m
noordwestelijk en 600 m
zuidoostelijk is de
grondwaterfluctuatie
gemonitord in 1988 en 1989.
Uit de monitoring blijkt dat in
deze periode de maatgevende
grondwaterstand 0,4 m +NAP
is. Na 1989 is het waterpeil
met 0,3 meter verhoogd tot
0,3 meter –NAP. Momenteel
wordt de verhoging van het
zomerpeil doorgezet tot 0 m
NAP. Dat betekent voor de
keuze van het bouwpeil een
grondwaterpeilstijging van
0,6 meter t.o.v. de gemeten
standen in 1988/1989. De
maatgevende
grondwaterstand zou in dat
geval 1 meter +NAP moeten
zijn. Gelet op de gedateerde
monitoringsgegevens en de
veel te korte
monitoringsperiode is hier
nader onderzoek
noodzakelijk.
14
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Riolering/
RWZI
(incl. water op straat/
overlast)
Afkoppelen van (schone)
verharde oppervlakken
i.v.m. reductie hydraulische
belasting RWZI en
transportsysteem met
beperken overstorten.
Rekening houden met
(eventuele benodigde
filter)ruimte daarvoor.
Treffen voorziening opvang
afvalwater.
Er wordt een gescheiden
stelsel aangelegd,
hemelwater afkomstig van de
daken kan ter plaatse, in
overleg met de
waterkwaliteitsbeheerder
(hier Rijkswaterstaat),
infiltreren of afstromen naar
het oppervlaktewater.
Hemelwater van wegen en
parkeerplaatsen kan, naar
analogie van de bestaande
situatie, direct naast de
rijbaan infiltreren in de
zandige bodem.
De vuilwaterriolering wordt
aangesloten op de bestaande
voorziening. Van daaruit gaat
het vuilwater naar de RWZI.
Volgens het
Activiteitenbesluit moet de
initiatiefnemer een
voorziening treffen om het
afvalwater van de vaartuigen
op te vangen.
15
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Watervoorziening/
-aanvoer
Het voorzien van de
bestaande functie van
(grond- en/of
oppervlakte-)water van de
juiste kwaliteit en de juiste
hoeveelheid op het juiste
moment.
Het tegengaan van nadelige
effecten van veranderingen
in ruimtegebruik op de
behoefte aan water.
De waterbeheerder vraagt
nadrukkelijk aandacht voor
hergebruik van water in het
bouwontwerp. Neerslagwater
is van goede kwaliteit. Door
het gebruik van regenwater
kan op het drinkwatergebruik
worden bespaard. Regenwater
kan nuttig gebruikt worden,
bijvoorbeeld voor het
doorspoelen van het toilet.
Vooralsnog zijn geen plannen
hiervoor. Bij de technische
uitvoering van het plan zal
worden bezien of deze wens
van de waterbeheerder
exploitatie-technisch in te
passen is.
Bodemdaling
Voorkómen van
maatregelen die (extra)
maaiveldsdalingen met
name in zettingsgevoelige
gebieden kunnen
veroorzaken.
Voor de realisatie van het
plan wordt geen
waterstandsverlaging
doorgevoerd. Bodemdaling
als gevolg van de
voorgenomen plannen is niet
aan de orde.
Er is een m.e.r.-procedure
doorlopen ten behoeve van
een nieuw peilbesluit voor
het Veerse Meer. In het MER
zijn verschillende
alternatieven onderzocht.
Gekozen is voor handhaving
van het zomerpeil en
verhoging van het winterpeil.
In 2008 is het winterpeil
aangepast. Het peil van het
Veerse Meer zal in de
zomerperiode fluctueren
tussen NAP 0.0m en NAP
-0.10m (zomerpeil) en in de
winterperiode tussen NAP
-0.20m en NAP -0.40m
(winterpeil). Met dit peil zal
rekening worden gehouden
bij de ontwikkeling.
Grondwateroverlast
Tegengaan/verhelpen van
grondwateroverlast.
In de provinciale Verordening
Waterhuishouding Zeeland
wordt een
ontwateringsdiepte van 70
cm onder maaiveld als
richtlijn genoemd. Door
verder het bouwkavel te
voorzien van drainage, die
direct afvoert op het
aangrenzende
oppervlaktewater, wordt
grondwateroverlast
voorkomen. Bij kruiploos
bouwen gelden andere
maten.
16
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud/realisatie van een
goede
oppervlaktewaterkwaliteit
voor mens en natuur.
Vergroten van de veerkracht
van het watersysteem.
Het hemelwater wordt
afgekoppeld/niet aangesloten
op de riolering conform de
door het Waterschap
gehanteerde
afkoppelbeslisboom. Er zijn
(daardoor) geen nadelige
gevolgen voor de
waterkwaliteit.
Grondwaterkwaliteit
Behoud/realisatie van een
goede grondwaterkwaliteit
voor mens en natuur.
Het bouwplan beantwoord
aan het DuBo-principe.
Uitlogende materialen
worden niet gebruikt evenals
het gebruik van chemische
bestrijdingsmiddelen en het
gebruik van strooizout tot een
minimum beperkt moet
worden aangezien het
afstromende hemelwater
infiltreert dan wel aan het
oppervlaktewater wordt
toegevoegd. Met
inachtneming van deze
uitgangspunten wordt de
waterkwaliteit niet
verslechterd door het plan.
Verdroging
Bescherming
Verdroging is niet aan de
karakteristieke
orde.
grondwaterafhankelijke
ecologische waarden; m.n.
van belang in/rond
natuurgebieden (voor
hydrologische
beïnvloedingszone zie prov.
OmgevingsPlan)
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming
van een rijke gevarieerde en
natuurlijk karakteristieke
aquatische natuur.
Het plan sluit aan bij de
omgeving aangezien het
voorziet in uitbreiding van
het oppervlaktewater /
aquatische natuur.
17
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Onderhoud(smogelijkhe
den) waterlopen
Oppervlaktewater dient
adequaat onderhouden te
kunnen worden.
Het oppervlaktewater in het
plangebied zal door de
initiatiefnemer worden
onderhouden.
Waterschapswegen
M.b.t. de aanwezigheid
waterschapswegen
binnen/nabij het
plangebied.
Voor het onderhoud wordt
een obstakelvrije
onderhoudsstrook
aangehouden van 5 meter,
gemeten vanaf de insteek van
het oppervlaktewater.
Aanleg nieuw oppervlaktewater
Een deel van het plangebied wordt ontgraven voor nieuw oppervlaktewater. Rondom dit
water worden de nieuwe gebouwen gesitueerd. Ook worden ligplaatsen aangelegd.
Vanuit het nautisch beheer verwacht Rijkswaterstaat geen problemen met deze
ontwikkeling. Voor het graven van een watergang of haven is een vergunning op grond
van de Waterwet vereist. Het verlenen van deze vergunning geschiedt in onderling
overleg tussen het Waterschap en Rijkswaterstaat Zeeland.
3.4
Milieu
3.4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, dient in een
vroeg stadium te worden beoordeeld of de toekomstige activiteiten mogelijk
significante effecten heeft op milieu, natuur of landschap. Een eerste stap in dit proces
is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In februari 2014 is deze uitgevoerd. In het
hiernavolgende staan de bevindingen daaruit beschreven.
In het Besluit m.e.r. zijn in de onderdelen C en D van de bijlagen beoordelingsdrempels
opgenomen, op grond waarvan bepaald kan worden of voor een bepaalde ontwikkeling
een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r. uitgevoerd dient te worden. Deze drempels zijn
indicatief. Dit houdt in dat het niet vanzelfsprekend is dat wanneer een ontwikkeling
beneden deze drempelwaarden blijft, er geen m.e.r.-beoordeling of m.e.r. noodzakelijk is.
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de
D-lijst, maar welke beneden de drempelwaarden blijft, dient een toets uitgevoerd te
worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze toets
wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Uit deze toets zijn twee conclusies
mogelijk. Er is geen m.e.r.(-beoordeling) nodig, want belangrijke nadelige
milieugevolgen zijn uitgesloten of er is een m.e.r.-beoordeling dan wel direct een m.e.r.
noodzakelijk, aangezien belangrijke negatieve milieugevolgen niet vallen uit te sluiten.
Het plangebied van Het Zilveren Schor is gelegen aan het Veerse Meer, wat is
aangewezen als Natura2000-gebied. Op enige afstand (circa 6,3 kilometer) is het
Natura2000-gebied Manteling van Walcheren gelegen. Verder is een klein gedeelte in
het zuiden van het plangebied door de provincie Zeeland aangewezen als Ecologische
Hoofdstructuur.
De effecten van de ontwikkeling zijn in een vormvrije m.e.r.-beoordeling inzichtelijk
gemaakt. De rapportage met uitgebreide bevindingen is als bijlage 2 bij deze toelichting
gevoegd. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is geconcludeerd dat er in voldoende mate
inzicht is verkregen in de milieugevolgen van het plan Het Zilveren Schor. Het plan leidt
niet tot milieueffecten van dusdanige omvang dat er sprake is van belangrijke nadelige
milieugevolgen (zoals deze in de Europese richtlijn hieromtrent zijn benoemd). Een
m.e.r.-beoordelingsprocedure of een m.e.r.-procedure zijn niet noodzakelijk.
18
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
3.4.2
Geluid
Recreatiewoningen zijn op grond van de Wet geluidhinder geen geluidgevoelig object,
voor zover deze niet als permanent bewoond worden gekenmerkt. Binnen de regels van
dit bestemmingsplan is permanente bewoning niet toegestaan. Verder worden er geen
andere geluidgevoelige functies binnen het plangebied mogelijk gemaakt. Aan het
beleid vanuit het Integraal Omgevingsplan van de provincie Zeeland wordt voldaan
vanwege het ontbreken van geluidbronnen in de nabije omgeving van het plangebied.
Een nader akoestisch onderzoek op grond van de Wet geluidhinder is voor Het Zilveren
Schor derhalve niet noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening blijkt uit de jurisprudentie dat ook voor
recreatiewoningen de akoestische situatie inzichtelijk gemaakt dient te worden. Hiertoe
kan worden volstaan met de gegevens uit de Atlas Leefomgeving.
Afbeelding 3: Uitsnede kaart geluidbelasting, ligging plangebied aangegeven met rode
peil (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
Uit het kaartmateriaal van de Atlas Leefomgeving valt af te leiden dat Het Zilveren
Schor niet is gelegen op een locatie waar nadere aandacht aan geluidhinder
noodzakelijk wordt geacht. De geluidcontouren van omliggende wegen zijn niet over het
plangebied gelegen. Wegverkeerslawaai leidt derhalve niet tot belemmeringen voor de
planvorming.
In de directe omgeving van het plangebied is één woning van derden gelegen, namelijk
de agrarische bedrijfswoning aan de Zilverenschorweg 2 te Arnemuiden. Deze woning is
gelegen op circa 30 meter van de Zilverenschorweg. Op basis van de verkeersprognoses
voor de Zilverenschorweg (zie paragraaf 3.2.2) is door middel van de Standaard
Rekenmethode I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 een korte berekening
gemaakt van de akoestische effecten van het wegverkeer op deze woning, inclusief de
toename in motorvoertuigen als gevolg van de ontwikkeling van Het Zilveren Schor.
19
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 4: Invoergegevens, omgevingskenmerken en rekenresultaten SRM I
Zilverenschorweg 2
De rekenresultaten uit deze rekenmodule zijn zonder correctie conform artikel 110g Wet
geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluidniveau op de gevel van deze
woning op een hoogte van 5 meter maximaal 46 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde
bedraagt 48 dB, hieraan wordt voldaan.
3.4.3
Bodem
3.4.3.1 Inleiding
In juli 2010 is in opdracht van Libéma Exploitatie BV door Sagro Milieu Advies Zeeland
B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage van dit
onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. In deze
paragraaf staan de resultaten van dit onderzoek weergegeven.
20
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Op basis van de onderzoeksresultaten is de verontreinigingssituatie binnen het
plangebied beschreven. Deze situatie is getoetst aan de onderzoekshypothese. Op basis
hiervan worden conclusies ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit
weergegeven.
3.4.3.2 Onderzoekshypothese en - strategie
De onderzoekshypothese is specifiek voor een aantal gebiedsdelen binnen het
plangebied opgesteld. Voor het onbebouwde terreindeel is in het onderzoek uitgegaan
van de hypothese 'onverdacht', waarbij het onderzoek voor deze terreindelen is
uitgevoerd volgens de strategie voor bodemonderzoek op een grootschalig onverdachte
locatie (ONV-GR).
Voor het gebiedsdeel dat in het onderzoek is aangeduid als 'bebouwd blok' wordt
uitgegaan van de hypothese 'verdacht'. Op twee locaties binnen dit gebiedsdeel hebben
in het verleden ondergrondse huisbrandolietanks (HBO-tanks) gelegen. Deze HBO-tanks
zijn in 1997 verwijderd. Uit het destijds uitgevoerde bodemonderzoek door Hunneman
Milieu Advies Raalte BV met kenmerk 2002.354/am/jr uit september 2002, bleek dat er
ter plaatse sterke verontreinigingen zijn aangetroffen. Hierbij is ter verificatie van
eerder door Sagro Milieu Adveis Zeeland uitgevoerd onderzoek een onderzoeksstrategie
voor een onverdachte locatie (ONV) gevolgd. Hiertoe is gekozen, omdat het aantal
monsterpunten en het brede scala aan analyseparameters dat onderzocht wordt bij
deze strategie vooraf als voldoende is geacht. In de veldwerkzaamheden zijn daarbij
bijvoorbeeld peilbuizen ter plaatse van de voormalige HBO-tanks geplaatst en is er
direct naast het vulpunt een boring verricht.
Binnen het onderzoeksgebied zijn diverse sloten gelegen, welke een functie hebben voor
de afvoer van regenwater uit het onderzoeksgebied en het naastgelegen bosgebied.
Tijdens het locatiebezoek stonden deze sloten droog, op grond waarvan de verwachting
is geuit dat de afvoer van deze sloten gering van aard is. Met een aantal boringen is
bepaald of er een sliblaag aanwezig is en wat daarvan in voorkomend geval de dikte is.
In het plangebied is in de huidige situatie een haventje aanwezig waar bezoekers van
Het Zilveren Schor gebruik van kunnen maken. De waterbodem van dit haventje is
indicatief onderzocht, waarbij een aantal boringen zijn verricht. Daarbij is één
mengmonster van de waterbodem geanalyseerd op het standaard waterbodempakket
voor zoute oppervlaktewateren.
Verspreid door het terrein van Het Zilveren Schor ligt een aantal paden, die merendeels
zijn verhard met een asfaltverharding. Deze paden zijn onderzocht volgens de
KOAC-Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt. Hiertoe is een aantal boringen verricht
en is het asfalt onderzocht met een PAK-marker. Daarnaast is op een aantal monster een
PAK-analyse uitgevoerd.
3.4.3.3 Conclusies en aanbevelingen
Uit de onderzoekswerkzaamheden wordt een aantal conclusies getrokken welke in het
onderstaande per terreindeel staan beschreven. Op grond van de conclusies zijn
aanbevelingen gedaan, welke eveneens in het hiernavolgende staan beschreven.
In het onbebouwde terreindeel zijn in de bovengrond licht verhoogde concentraties met
metalen en/of PAK aangetroffen. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen
aangetroffen. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en/of
nikkel aangetroffen.
Voor het deelgebied 'bebouwd blok' geldt dat in een groot deel van de bovengrond licht
verhoogde concentraties met metalen en/of PAK zijn aangetroffen. In de ondergrond zijn
geen verontreinigingen geconstateerd.
In de grond ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank, inclusief vulpunt, bij
het hoofdgebouw zijn geen verontreinigingen aangetroffen. In het grondwater ter
21
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
plaatse is een licht verhoogde concentratie aan xylenen gevonden.
Bij de bedrijfswoning is eveneens een locatie waar in het verleden een HBO-tank heeft
gelegen. Het grondmonster dat hier is genomen vertoont een licht verhoogd gehalte aan
ethylbenzeen. Het grondwater op deze plek bevat licht verhoogde concentraties aan
barium, molybdeen, nikkel en xylenen.
De boringen ter plaatse van de voormalige olietanks en vulpunt zijn ter verificatie van
eerder (uitgebreid) onderzoek uit 2002 gedaan. Vanwege het beperkte aantal boringen in
het onderzoek uit 2010 kan over de exacte aard en omvang van de verontreiniging in de
huidige situatie geen sluitende uitspraak worden gedaan. Uit de onderzoeksresultaten
van 2002 komt op de locaties van de voormalige HBO-tanks een sterke verontreiniging
met minerale olie naar voren. De omvang van deze sterke verontreinigingen is echter
minder dan 25 m3.
Formeel bezien is er op grond daarvan op deze locaties geen sprake van een ernstig
geval van bodemverontreiniging en is er geen noodzaak tot saneren.
Graafwerkzaamheden op deze locaties zijn echter niet toegestaan zonder toestemming
van het bevoegd gezag, in deze de gemeente Middelburg.
In de sloten binnen het onderzoeksgebied is geen sliblaag aangetroffen.
Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat in het bestaande haventje in het
plangebied een sliblaag aanwezig is met een dikte van circa 15 centimeter. In de
monding van dit haventje naar het Veerse Meer bedraagt de dikte van de sliblaag circa
40 à 50 centimeter. Bij toetsing van het slib aan het Besluit bodemkwaliteit is gebleken
dat het slib wordt beoordeeld als klasse A, licht verontreinigd.
Bij het versterken van de oevers van het haventje is gebruik gemaakt van puin. Tussen
dit puin zijn bij de veldwerkzaamheden meerdere stukken asbestverdacht
plaatmateriaal aangetroffen. Uitgespoeld puin is tot op enkele meters in de haven
aanwezig.
Gebleken is dat de asfaltverhardingen in het plangebied niet teerhoudend zijn. De bij de
werkzaamheden vrijkomende materialen hieruit zijn derhalve herbruikbaar.
De overige aangetroffen gehalten aan metalen en/of PAK in de grond en de metalen in
het grondwater zijn van dusdanige geringe aard dat hieruit geen risico voor de
volksgezondheid dan wel het milieu voortkomt. Er zijn derhalve geen verdere
onderzoeksinspanningen benodigd. Ook gelden er geen gebruiksbeperkingen op de
onderzoekslocatie, uitgezonderd de locaties van de voormalige HBO-tanks (zie
voorgaand).
Bij werkzaamheden in het haventje dient rekening te worden gehouden met de
aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de oeverbeschoeiing. Daarnaast mag
verontreinigde grond en waterbodemmateriaal uit het haventje niet zonder meer
(tijdelijk) worden verplaatst op of van de onderzoekslocatie. Hierover dienen eerst de
eventuele mogelijkheden te worden bepaald in samenspraak met bevoegd gezag.
3.4.4
Leidingen en telecommunicatie
In en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevant aan te
merken solitaire leidingen en geen leidingstroken of hoogspanningsverbindingen
aanwezig waarmee in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden.
Voor dit aspect zijn verder geen belemmeringen voor de in het plangebied aanwezige
functies.
22
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
3.4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid betreft het risico voor mensen die niets met een risicodragende
activiteit te maken hebben, om te komen te overlijden als gevolg van een ongeval met
gevaarlijke stoffen. Een dergelijk ongeval kan voortvloeien uit het handelen met of het
transport van gevaarlijke stoffen. Om te kunnen bepalen of er een onaanvaardbaar risico
is op overlijden als gevolg van handelingen met en/of transport van gevaarlijke stoffen,
worden de risicobronnen in en in de nabijheid van het plangebied inzichtelijk gemaakt
en wordt beschouwd of deze leiden tot een onaanvaardbaar (hoog) risico.
Binnen het plangebied zijn in de toekomstige situatie geen risicobronnen aanwezig. De
in de huidige situatie aanwezige propaantank wordt verwijderd. In de directe omgeving
van het plangebied is een aantal risicobronnen gesitueerd. Daarbij gaat het om de
volgende risicobronnen:
a. Kerncentrale te Borssele
b. Vaarweg Veerse Meer
Kerncentrale
In Borssele is de enige (in werking zijnde) kerncentrale van Nederland gelegen. In de
kerncentrale wordt de warmte die vrijkomt bij het nucleaire splijtingsproces omgezet in
elektriciteit. Vanuit deze centrale vindt naast de productie eveneens de distributie van
elektriciteit plaats.
Ten behoeve van de kerncentrale is veiligheidsbeleid opgesteld. Hierin zijn
veiligheidsmaatregelen vastgelegd voor het geval er een ongeval plaatsvindt. Daarbij is
uitgegaan van drie zones rondom de ongevalslocatie, waarvoor specifieke maatregelen
zijn vastgesteld. In de zone tot 5 kilometer vanaf de plaats van het ongeval vindt
evacuatie plaats. In het gebied tussen 5 en 10 kilometer rondom het ongeval moeten
jodiumtabletten worden geslikt. In het gebied tussen 10 en 20 kilometer vanaf het
ongeval wordt geschuild. De kerncentrale is op ruim tien kilometer van het plangebied
gelegen. Dit houdt in dat, mocht er onverhoopt een ongeval met de kerncentrale
voordoen, geschuild dient te worden. De aanwezigheid van de kerncentrale vormt geen
belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Vaarweg Veerse Meer
In het Basisnet Water is de vaarweg Veerse Meer aangeduid als een binnenvaartcorridor
zonder toetsafstand. Dit is binnen het Basisnet Water de lichtste categorie. Voor deze
categorie zijn geen beperkingen of verantwoordingsplicht ten behoeve van het
voorliggend ruimtelijk besluit van toepassing. De vaarweg Veerse Meer vormt geen
belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Propaantank
In de huidige situatie is binnen het plangebied een propaantank aanwezig. Deze wordt
echter bij de ontwikkeling van het plangebied verwijderd. Wel wordt er ten behoeve van
de restaurantkeuken een nieuwe propaantank geplaatst. Deze is echter vanuit oogpunt
van externe veiligheid niet relevant en valt onder de reikwijdte van het
Activiteitenbesluit. Binnen de toekomstige inrichting van het gebied dient wel de
benodigde afstand tot de nieuwe propaantank in acht genomen te worden.
3.4.6
Luchtkwaliteit
In titel 5.2 van de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Indien met
een ruimtelijk besluit ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dienen de effecten
daarvan op de luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt te worden. Met het voorliggende
bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van een recreatiepark met recreatiewoningen
mogelijk gemaakt.
De gevolgen van plannen moeten worden getoetst aan de Wet milieubeheer, waarin de
Wet luchtkwaliteit is opgenomen. Plannen kunnen alleen doorgaan als:
deze niet in betekenende mate (NIBM) bijdragend zijn, of;
de grenswaarden niet worden overschreden, of;
zijn opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.
23
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
In het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) is opgenomen wanneer
plannen NIBM zijn en niet verder hoeven te worden onderzocht ten aanzien van het
aspect luchtkwaliteit. Dit is het geval indien de concentratietoename van bepaalde
stoffen minder is dan 3%.
De belangrijkste bron van stoffen die van invloed zijn op de luchtkwaliteit is verkeer
voor het plan Het Zilveren Schor. Hierbij zijn de belangrijkste stoffen fijn stof (PM10) en
stikstofdioxide (NO2). Op grond van de verkeersstudie voor Het Zilveren Schor blijkt dat
het plan een toename in verkeersgeneratie oplevert van maximaal 211 motorvoertuigen
per etmaal.
Met behulp van de NIBM-tool ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en
Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil kan worden bepaald of een plan
niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht.
Met deze tool is een berekening gemaakt voor Het Zilveren Schor.
Afbeelding 4: uitkomsten berekening NIBM-tool
Uit de berekening blijkt dat de toename in concentratie PM10 en NO2 onder de 3%-grens
ligt, waarmee het plan NIBM is. Er hoeft voor de luchtkwaliteit geen nadere toets aan de
Wet milieubeheer plaats te vinden.
Verder blijkt uit de onderstaande kaarten dat in de omgeving van het plangebied
ruimschoots aan de grenswaarden voor PM10 en NO2 wordt voldaan, welke een
jaargemiddelde van 40 µg/m3 voor PM10 en NO2 bedraagt in 2015.
24
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 5: Concentratie stikstofdioxide (bron: Grootschalige Concentratie- en
Depositiekaarten Nederland, ministerie voor Volksgezondheid en Milieu)
Afbeelding 6: Concentratie fijn stof (bron: Grootschalige Concentratie- en
Depositiekaarten Nederland, ministerie voor Volksgezondheid en Milieu)
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.
3.4.7
Stikstofdepositie
Als gevolg van de ontwikkeling van Het Zilveren Schor kan er een effect optreden door
stikstofdepositie in het omliggende gebied. Hiertoe is in maart 2014 door de gemeente
Middelburg in samenspraak met de provincie Zeeland een berekening uitgevoerd van
de stikstofdepositie als gevolg van het project op een aantal Natura2000-gebieden in
een straal van 10 kilometer van de bron. De voor dit onderzoek relevante gebieden zijn
de 'Manteling van Walcheren', 'Oosterschelde', 'Voordelta' en 'Westerschelde &
Saeftinghe'.
De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak
(NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Uit de berekeningen blijkt dat voor al de
bovengenoemde gebieden de hoogste projectbijdrage van depositie van stikstof minder
dan 0,1 mol/hectare/jaar bedraagt.
25
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Vooruitlopend op de geplande inwerkingtreding van de Programmatische Aanpak
Stikstof (PAS) in de zomer van 2014 hanteert de provincie Zeeland een projectbijdrage
van 0,5 mol/hectare/jaar als bovengrens. In geen van de gevallen wordt deze bovengrens
overschreden, waarmee gesteld kan worden dat de toename van stikstofdepositie geen
belemmering vormt voor de ontwikkeling.
3.5
Ecologie
In 2012 is door Kragten BV een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd voor het plangebied.
De belangrijkste bevindingen zijn in deze paragraaf opgenomen. Hiertoe wordt volstaan
met de weergave van de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek. Voor de
volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze toelichting.
3.5.1
Conclusies
Op basis van de locatiegegevens die verkregen zijn met het uitgevoerde
bronnenonderzoek en het veldbezoek, kan worden gesteld dat de voorgenomen
realisatie van het vakantiepark Het Zilveren Schor nadelige effecten kan hebben voor
enkele beschermde soorten en op de aanwezige natuurwaarden binnen beschermde
gebieden. Daarnaast is de Boswet van belang voor de voorgenomen ingrepen.
Beschermde soorten
Het verwijderen van vegetatie, graafwerkzaamheden en geluid van machines tijdens de
aanlegfase kunnen leiden tot tijdelijke negatieve effecten op broedvogels, algemeen
voorkomende kleine zoogdieren, de gewone en ruige dwergvleermuis en de gewone pad.
De bomen en struwelen in het plangebied bieden nestgelegenheid voor diverse
vogelsoorten. Vaste, jaarrond beschermde nestplaatsen zijn in het plangebied niet
aangetroffen, er is echter in de directe omgeving wel een specht gehoord. Het
verwijderen van begroeiing en verstoring door mensen en machines zal (met name in
het broedseizoen) een nadelige uitwerking hebben op vogels. Vrijwel alle in het wild
voorkomende vogelsoorten zijn beschermd (tabel 2 van de Algemene Maatregel van
Bestuur inzake artikel 75 van de Flora- en faunawet, hierna: AMvB artikel 75).
De zoogdieren die (mogelijk) in het plangebied voorkomen - diverse algemene soorten
en de gewone en ruige dwergvleermuis - zullen tijdens de werkzaamheden te maken
krijgen met enige verstoring. Ook zal plaatselijk leef- en/of foerageergebied verloren
gaan om ruimte te maken voor de vakantiewoningen. De verstoring door
werkzaamheden is echter maar tijdelijk. Voor alle soorten geldt dat het plangebied na
gereedkomen van het vakantiepark geschikt zal blijven als onderdeel van het leef- en/of
foerageergebied van de (mogelijk) voorkomende soorten. Voor vleermuizen kan het
gebied zelfs beter geschikt worden, daar de beschutting toe zal nemen omdat de
kleinschaligheid van het terrein toeneemt door aanplant van nieuw, opgaand groen. In
de omgeving van het plangebied is meer dan voldoende vervangend leefgebied
aanwezig om gedurende de periode van werkzaamheden als alternatief te dienen.
Tenslotte vormt het plangebied momenteel leefgebied van de gewone pad. Ook voor
deze soort geldt, dat tijdens de aanlegfase enig leefgebied verloren zal gaan. De gewone
pad is niet kieskeurig wat betreft biotoopkeuze en kan dan ook in de omgeving van het
plangebied voldoende alternatief leefgebied vinden. Na de realisatie van het
vakantiepark zal de gewone pad naar verwachting weer terugkeren in het plangebied,
waar hij geschikt leefgebied kan vinden in tuinen en openbaar parkgroen.
Beschermde gebieden
De voorgenomen realisatie van vakantiepark Het Zilveren Schor kan leiden tot
negatieve effecten op zowel het Natura2000-gebied Veerse Meer als op de Ecologische
Hoofdstructuur. Negatieve effecten op het Natura2000-gebied Manteling van Walcheren
zullen niet optreden.
Uit de diverse geraadpleegde gegevens is gebleken, dat nabij het plangebied Het
26
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Zilveren Schor kleine aantallen overwinterende vogels voorkomen die behoren tot de
kwalificerende soorten van het Veerse Meer. De vogels komen voornamelijk voor op
enige afstand van het plangebied, aan de tegenovergelegen kust van het Veerse Meer.
Ondanks dat het gaat om kleine aantallen vogels op enige afstand van de voorgenomen
ingreep, kunnen negatieve effecten op deze vogels zowel tijdens de realisatiefase als
tijdens de gebruiksfase niet geheel worden uitgesloten (verstoring door geluid en licht,
optische verstoring en mechanische effecten). Wel kan worden uitgesloten dat
significant negatieve effecten zullen optreden, die kunnen leiden tot een afname van de
populatieomvang.
Het meest zuidelijke deel van het plangebied Het Zilveren Schor maakt onderdeel uit
van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Binnen een gedeelte van de bestaande EHS is
de bouw van vakantiewoningen gepland. De begrenzing van de EHS dient in het
Natuurbeheerplan van de provincie Zeeland aangepast te worden (herbegrenzing EHS).
Om realisatie van het Zilveren Schor ter plaatse mogelijk te maken, is bij Gedeputeerde
Staten van Zeeland (GS) een verzoek ingediend om herbegrenzing van de EHS. Bij brief
d.d. 22 januari 2014 hebben GS hun besluit medegedeeld om medewerking te verlenen
aan deze herbegrenzing in het Natuurbeheerplan. Aangegeven is dat het een
begrenzingsaanpassing betreft waarbij recht wordt gedaan aan de feitelijke situatie.
Daarbij hebben GS meegewogen dat het een beperkte oppervlakte van circa 0,2 hectare
betreft en dat er reeds boscompensatie heeft plaatsgevonden.
Ten behoeve van deze boscompensatie is bij brief d.d. 31 mei 2005 toestemming
verleend door het (toenmalige) ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
om andere gronden te beplanten dan waar de houtopstanden zich voorheen bevonden.
Daarbij is aangeplant op een perceel aan de Baas Huisweg 2 te Kamperland. Op dat
perceel zijn els, veldesdoorn, hazelaar, liguster, sleedoorn en eik aangeplant. Ook heeft
er herplant plaatsgevonden op het perceel van Het Zilveren Schor.
Boswet
Binnen het plangebied zijn diverse houtsingels aanwezig. De houtige begroeiing aan de
randen van het plangebied sluit aan bij bospercelen. Indien kap plaatsvindt van houtige
begroeiing die onderdeel uitmaakt van houtsingels of bospercelen met een oppervlakte
van meer dan 10 are, dan is de Boswet van toepassing.
3.5.2
Aanbevelingen
In deze paragraaf worden aanbevelingen gedaan ter voorkoming of beperking van
nadelige effecten op beschermde soorten en gebieden en - ingeval deze niet geheel zijn
uit te sluiten - voor de aanvraag van een ontheffing.
Algemeen
De ingrepen in het plangebied zijn aan te merken als activiteiten in het kader van
ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Voor deze activiteiten behoeft voor algemene
soorten (tabel 1, AMvB artikel 75) geen ontheffing te worden aangevraagd. Voor ‘overige'
soorten (tabel 2, AMvB artikel 75) en alle vogelsoorten geldt dat vrijstelling voor artikel 8
t/m 12 van de Flora- en faunawet wordt verleend, mits de activiteiten worden
uitgevoerd op basis van een goedgekeurde gedragscode. Een mogelijke gedragscode die
toegepast kan worden bij de voorgenomen ingrepen is de Gedragscode Flora- en
faunawet voor de Bouw- en Ontwikkelsector (2009).
Voor streng beschermde soorten (tabel 3, AMvB artikel 75) geldt dat bij ruimtelijke
ontwikkelingen een ontheffing noodzakelijk is wanneer artikel 8 t/m 12 dreigen te
worden geschonden.
Beschermde soorten
Zoals in paragraaf 3.5.1 is geconcludeerd, kan de aanleg van het vakantiepark
Het Zilveren Schor leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten. Het betreft
daarbij algemeen beschermde soorten (zoogdieren, gewone pad) waarvoor een
vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Er komen echter
ook enkele streng(er) beschermde soorten, dan wel soortgroepen voor in het plangebied:
broedvogels, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis.
27
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Nesten van vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Dat betekent dat tijdens het
broedseizoen (globaal van maart tot juli) geen vegetatie dient te worden verwijderd of
graafwerkzaamheden te worden gestart. Voor het verstoren van broedende vogels kan
namelijk geen ontheffing van de Flora- en faunawet worden verleend.
In het geval toch werkzaamheden binnen het broedseizoen plaats moeten vinden, wordt
ofwel vóór aanvang van de werkzaamheden het plangebied ongeschikt gemaakt voor
broedvogels (verwijderen en zeer kort houden van de vegetatie) ofwel wordt
voorafgaand aan de werkzaamheden een schouw uitgevoerd om na te gaan of binnen
het werkterrein broedgevallen aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is, kan niet gestart
worden met de uitvoering van de werkzaamheden, totdat de jongen het nest verlaten
hebben. Daarmee wordt invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig handelen
conform de Flora- en faunawet en worden de verbodsbepalingen gerespecteerd.
Voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis zal het plangebied tijdens
de aanlegfase tijdelijk minder geschikt zijn als foerageergebied en/of doorvliegroute.
Deze functies kunnen echter door de directe omgeving van het plangebied worden
opgevangen. Voor deze beide soorten zijn dan ook geen mitigerende maatregelen nodig,
het voortbestaan van de lokale populaties van de soorten komt niet in het geding. In de
gebruiksfase van het vakantiepark kunnen beide soorten weer gebruik maken van het
plangebied. De aanvraag van een ontheffing van de Flora- en faunawet is voor de
gewone en de ruige dwergvleermuis niet noodzakelijk.
Beschermde gebieden
De aanleg en het gebruik van vakantiepark Het Zilveren Schor kan leiden tot negatieve
effecten op het Natura2000-gebied en de Ecologische Hoofdstructuur.
Nabij het plangebied Het Zilveren Schor komt slechts een aantal van de kwalificerende
vogelsoorten van het Natura2000-gebied Veerse Meer voor. De aantallen individuen zijn
laag in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen en de vogels houden zich met
name op enige afstand van het plangebied op. Om deze redenen en door bij de
inrichtingsplannen de wijze van aanleg rekening te houden met de aanwezigheid van
vogelsoorten kunnen significant negatieve effecten op kwalificerende soorten worden
uitgesloten. De volgende mitigerende maatregelen dienen in acht genomen te worden:
Toepassing van verlichtingsarmaturen in de openbare ruimte met zo min mogelijk
uitstraling naar de omgeving.
Hanteren van voorschriften ten aanzien van toegestane verlichtingsbronnen in en
om de vakantiewoningen om lichtuitstraling vanuit/vanaf de woningen naar het
Veerse Meer te beperken.
Uitvoering van sterk geluidproducerende aanlegwerkzaamheden
(heiwerkzaamheden) buiten de kwetsbare periode van overwinterende watervogels
(buiten de periode november-februari).
Enige verstoring van vogels kan echter niet geheel worden uitgesloten. Tijdens overleg
met de provincie Zeeland (bevoegd gezag; overleg 21 mei 2012) is aangegeven dat een
vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 niet noodzakelijk is voor
de geplande werkzaamheden en voor het toekomstig gebruik. Ter waarborging van het
daadwerkelijk in acht nemen van de noodzakelijke mitigerende maatregelen, zal een
overeenkomst gesloten worden tussen gemeente Middelburg en de initiatiefnemer.
De aanleg van het vakantiepark Het Zilveren Schor betekent daarnaast dat een klein
gedeelte van de EHS verloren gaat, waarbij een houtsingel (deels) gekapt zal worden.
Binnen het plan wordt nieuwe natuur ontwikkeld ter compensatie van de verloren
gegane oppervlakte EHS. Tijdens overleg met provincie Zeeland (21 mei 2012) is deze
werkwijze besproken en is aangegeven dat de 1 op 1 compensatie binnen het
plangebied goedgekeurd kan worden voor de herbegrenzing van de EHS.
Boswet
Daar waar kap plaatsvindt van houtige begroeiing die onderdeel uitmaakt van
houtsingels of bospercelen met een oppervlakte van meer dan 10 are, is de Boswet van
28
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
toepassing. Dat betekent dat de kap van bomen gemeld moet worden bij Dienst
Regelingen. Voor de gekapte bomen geldt een herplantplicht, waarbij herplant binnen
dezelfde locatie moet plaatsvinden. Is dit niet mogelijk, dan dient de oppervlakte bos
elders gecompenseerd te worden. Compensatie dient eveneens gemeld te worden bij
Dienst Regelingen. Verwacht wordt dat ten behoeve van de uitvoering van het plan circa
12.000 m2 bomen gekapt dient te worden. Deze oppervlakte kan pas concreet uitgewerkt
worden op het moment dat de definitieve stedenbouwkundige invulling vaststaat. Daar
waar mogelijk zal de bestaande beplanting worden gehandhaafd, waarmee het totale
oppervlak te kappen bomen naar beneden bijgesteld zou kunnen worden. Een deel van
de te verwijderen bomen wordt op het perceel herplant, wat circa 2.000 m2 betreft. Het
resterende oppervlak wordt elders gecompenseerd. Hiervoor wordt een geschikte locatie
gezocht.
3.6
Archeologie
In januari 2014 is door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. een archeologisch
bureauonderzoek uitgevoerd voor de planlocatie Zilverenschorweg 1 te Arnemuiden. De
volledige rapportage van dit onderzoek is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. De
resultaten van dit onderzoek staan in het hiernavolgende kort weergegeven.
Op grond van de te verrichten werkzaamheden blijkt dat bodemverstoring
onvermijdelijk is. Daarbij bestaat in principe de kans op het aantreffen van relevante
archeologische waarden uit de late ijzertijd en/of de Romeinse tijd. Deze sporen kunnen
worden verwacht op een diepte van circa 3,5 meter beneden het huidige maaiveld.
Gezien de grondroerende werkzaamheden zoals voorzien bij de aanleg van de
voorgenomen ontwikkeling, vinden de werkzaamheden niet op deze diepte plaats.
In het archeologische beleid van de gemeente Middelburg is het plangebied
aangewezen als een gebied binnen een archeologische verwachtingszone met een lage
tot zeer lage trefkans. Dit in combinatie met het ontbreken van aanwijzingen voor
archeologische waarden in de te verstoren delen van de bodem leidt tot het advies om
geen archeologisch vervolgonderzoek uit te (laten) voeren. Voorwaarde hierbij is dat de
grondroerende werkzaamheden niet dieper zullen reiken dan 3 meter beneden
maaiveld. In de planregels van dit bestemmingsplan is voor ondergronds bouwen
geregeld dat dit tot ten hoogste 3 meter diepte beneden maaiveld plaats mag vinden.
Indien tijdens de uitvoeringsfase archeologische sporen en vondsten worden
aangetroffen, dan dient dit te worden gemeld conform de wettelijke meldingsplicht op
grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988. Bij graafwerkzaamheden dient men
derhalve achtzaam te zijn op het aantreffen van dergelijke sporen en vondsten.
3.7
Cultuurhistorie
3.7.1
Inleiding
Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een
aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de
ruimtelijke ordening. Zij pleit voor een verantwoorde verankering van de integrale
cultuurhistorie, dus (onder meer) monumenten en archeologie gezamenlijk, in
structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste
doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te
behouden en te versterken. De verwachting daarbij is dat overheden, initiatiefnemers,
eigenaren, ontwikkelaars en ruimtelijke ontwerpers er toe aangezet worden om de
waarde van het cultureel erfgoed als kans te zien bij de ontwikkeling van gebieden en
het realiseren van economische en maatschappelijke doelen (www.cultureelerfgoed.nl).
Sinds 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Met dit
besluit wordt uitvoering gegeven aan enkele maatregelen uit de beleidsbrief
Modernisering van de Monumentenzorg die op 28 september 2009 aan de Tweede
Kamer is aangeboden. Met dit besluit is het verplicht geworden om cultuurhistorische
waarden vooraf in het proces van ruimtelijke ordening te verankeren. Sinds de Wet op
de archeologische monumentenzorg (WAMZ) in 2007 is dit al een feit voor
29
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
archeologische waarden. De verantwoordelijkheid voor cultuurhistorische waarden
komt bij de gemeente te liggen. Dit houdt in dat de gemeenteraad bij de vaststelling
van een bestemmingsplan rekening houdt met zowel de aanwezige ondergrondse als de
bovengrondse cultuurhistorische waarden. Voorafgaande daaraan moeten gemeenten
een inventarisatie en analyse maken van de cultuurhistorische waarden.
In lijn met de MoMo neemt de gemeente Middelburg voortaan in haar
bestemmingsplannen een integrale paragraaf cultuurhistorie op. Hierin wordt voor het
plangebied van het betreffende bestemmingsplan een inventarisatie en een analyse van
de aanwezige cultuurhistorische waarden gepresenteerd. Aan deze inventarisatie
zullen/kunnen consequenties ten opzichte van het vaststellen van een
dubbelbestemming cultuurhistorie en/of archeologie verbonden worden.
Voor onderhavig bestemmingsplan wordt in onderstaande paragrafen eerst de
inventarisatie en analyse van (gebouwde) monumenten gepresenteerd, gevolgd door de
bouwhistorische waarden. Het aspect archeologie is reeds behandeld in paragraaf 3.6
van deze toelichting.
3.7.2
Monumenten
Bij cultuurhistorische waarden aangaande gebouwd erfgoed gaat het over de positieve
waardering van bouwsporen, objecten, patronen, structuren die zichtbaar of niet
zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een
historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische
waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor
toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal
als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier
waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken.
Door wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke
ordening dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij
het vaststellen van bestemmingsplannen. Voor het onderhavige bestemmingsplan is
een analyse verricht naar de aanwezige cultuurhistorische waarden. Om een indicatie te
krijgen voor een bouwhistorische verwachting is een bouwhistorische waardenkaart
opgesteld met een indicatie naar de te verwachten nog aanwezige bouwhistorische
kwaliteiten. In het onderzochte plangebied bevinden zich geen beschermde
monumenten.
30
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 7: uitsnede bouwhistorische waardenkaart (rood: hoge bouwhistorische
verwachting; groen: middelhoge bouwhistorische verwachting; geel: lage
bouwhistorische verwachting)
3.7.3
Bouwhistorische waarden
Naar aanleiding van de herziening van het bestemmingsplan heeft de ambtelijke dienst
veldonderzoek uitgevoerd en een beperkte bureaustudie uitgevoerd naar de te
verwachten bouwhistorische waarden in het gebied.
In dit kader is de gebouwde omgeving bezocht en geanalyseerd. Het gebied was tot het
afsluiten van het Veerse Gat, op 27 april 1961, een schorrengebied tussen de oude
zeedijk en open water (“Zandkreek”). Het gebied was onderhevig aan getijdenwerking.
31
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 8: luchtfoto Royal Air Force d.d. 13 september 1944
Met de aanleg van de Veerse Gatdam in 1961 is het Veerse Meer ontstaan. Sindsdien
grenst het plangebied aan het Veerse Meer. Er was geen getijdenwerking meer. Het
gebied ging verlanden. Het schorrengebied werd op natuurlijke wijze omgevormd tot
buitendijks gelegen land. De betreffende gronden waren kroondomein.
32
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 9: kadastrale kaart 1962
33
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 10: kadastrale kaart 1972
Op de kadastrale kaart uit 1962 is te zien dat het gebied langzaam aan het verlanden is.
Op de kadastrale kaart uit 1972 is een verland gebied te zien met daarop het
recreatieterrein 'Het Zilveren Schor'.
Het Zilveren Schor
Op 2 juni 1964 is door Onno Greiner, hbo architect BNA, namens de “Stichting Zilveren
Jeugdcentra” bij de gemeente Arnemuiden een aanvraag om bouwvergunning
ingediend voor de bouw van een jeugdcentrum op de buitendijkse gronden langs de
Oranjepolder. Als bijzonderheid wordt in de aanvraag vermeld dat het
gebouwencomplex grotendeels wordt opgetrokken van fabrieksmatig vervaardigde
houten elementen (houtskeletbouw, h.s.b.). De bouwvergunning werd verleend 14
oktober 1964. De eerste steen is op 22 april 1965 door prinses Beatrix gelegd. Op 6 mei
1967 openden koningin Juliana en prins Bernhard het jeugdcentrum “Het Zilveren
Schor” aan de Zilverenschorweg in Arnemuiden. Het Zilveren Schor was het nationaal
geschenk van het Nederlandse volk aan het koninklijk paar vanwege de viering van hun
zilveren huwelijksjubileum in 1962.
34
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 11: opening 'Het Zilveren Schor' door koningin Juliana en prins Bernhard op 6
mei 1967
Architect Onno Greiner
Architect van “Het Zilveren Schor” is Onno Greiner (1924-2010) uit Amsterdam. Greiner
maakte in de jaren zestig van de vorige eeuw naam met ontwerpen voor gebouwen in de
theaterbouw en de gezondheidszorg. In de architectuur van Onno Greiner staat niet het
bouwwerk centraal, maar de mens die er gebruik van maakt. Niet de façade is belangrijk,
maar de ruimte die geschapen wordt. Het psychologische aspect van bouwen is voor
Greiner interessanter dan de technische of materiële uitvoering van zijn ontwerpen. Hij
wil ruimten creëren waarin mensen zich prettig voelen.
Van zijn hand is het ontwerp van 'De Tamboer' in Hoogeveen uit 1960, het eerste
theatergebouw waarmee Greiner internationaal de aandacht trok. Een ander ontwerp
van Greiner is dat voor 'De Flint' in Amersfoort uit 1970, eveneens een multifunctioneel
complex.
Afbeelding 12 en 13: Theater 'De Tamboer' te Hoogeveen
Het ontwerp voor de verbouw van de 'Heilige Maagdkerk' tot stadstheater in Bergen op
Zoom (1990) en de renovatie en restauratie van het Koninklijk Theater Carré (1991-1993)
zijn eveneens van zijn hand.
Zijn ontwerp voor het psychotherapeutisch centrum 'De Viersprong' in Halsteren
(1966-1971) is een complex van gebouwen bestaande uit één woonlaag en met gangen
die waren verbreed tot pleintjes of patio’s. Het geheel doet aan als alledaagse
architectuur, een van de uitgangspunten in Greiners werk.
35
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 14: 'De Viersprong' te Halsteren
'Het Zilveren Schor' (1965-1967) is ook één van de meer bekende werken van architect
Onno Greiner en een vroeg voorbeeld in zijn oeuvre. Het complex bestaat uit een enkele
bouwlaag met geclusterde bouwdelen rond een centraal gelegen ontmoetingsruimte. De
afzonderlijke bouwdelen zijn voorzien van een tentdak en zijn met gangen met de
centrale ontmoetingsruimte verbonden. Het exterieur is voornamelijk uitgevoerd in glas
materiaalgebruik en de inrichting is uiterst sober en doelmatig. Het gebouwencomplex
heeft in de loop van de tijd meerder functies gehad onder andere als recreatiecentrum.
Thans is het in gebruik als groepsaccomodatie met binnen- en buitenfaciliteiten.
Afbeelding 15, 16, 17 en 18: 'Het Zilveren Schor' te Arnemuiden
Huidige toestand
De gekozen uitgangspunten van Greiner, waaronder die van het belang van de ruimte
op zich en niet die van de façade, blijken als gevolg van het overwegend zoute milieu
langs het Veerse Meer nadelig te zijn geweest voor het voortbestaan van het
gebouwencomplex. De huidige bouwtechnische staat van de uitwendige
scheidingsconstructie is van dien aard dat niet volstaan kan worden met reparaties en
ander herstelwerk om deze in stand te houden. Het interieur is gedateerd. De forse
36
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
volumes van de tentdaken en de lichte uitvoering van de buitenmuren zijn nadelig uit
oogpunt van energiegebruik. Om aan de hedendaagse gebruikseisen met betrekking tot
veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid te kunnen voldoen is een
totale renovatie onontkoombaar.
Afbeelding 19, 20, 21 en 22: Huidige situatie exterieur
Afbeelding 23, 24, 25 en 26: Huidige situatie interieur
Het renoveren van het gebouwencomplex heeft zonder meer gevolgen voor het ontwerp
van het gebouw zelf en de uitgangspunten die Greiner indertijd hanteerde bij het
ontwerp ervan. Afgezien van de vraag of renovatie rendabel is, wordt in dat geval de
façade - weliswaar geïmiteerd - in stand gehouden, maar de - voor Greiner zo
belangrijke - beleving van de ruimtes wordt compleet anders.
37
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
3.7.4
Conclusies
Het gebouw heeft architectonische en historische waarde, maar is erg gedateerd en
technisch afgeschreven. Het renoveren van het gebouwencomplex zou zonder meer
gevolgen hebben voor het ontwerp van het gebouw zelf en de uitgangspunten die de
architect indertijd hanteerde. De beleving van de ruimtes wordt compleet anders. Wat
overblijft is een verminkt gebouw wat niet meer voldoet aan de uitgangspunten die de
architect indertijd hanteerde. Daarom is het niet meer representatief voor zijn oeuvre.
Van het gebouwencomplex is door de gemeentelijke dienst een zeer uitgebreide
fotodocumentatie gemaakt, zowel van in- als het exterieur. Het totale ontwerpdossier
van Onno Greiner zelf met alle bestektekeningen, ontwerptekeningen en bijbehorende
correspondentie is opgenomen in het archief van het Nederlands Architectuurinstituut
(NAI, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam) en is daar in te zien. Daarmee is de
bouwgeschiedenis van het jeugdcentrum voldoende gedocumenteerd.
38
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 4
4.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' (SVIR) in werking
getreden. In de SVIR worden de ambities van het Rijk op gebied van het ruimtelijk en
mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040 uiteengezet. Het Rijk geeft met de SVIR meer
ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf
beslissingen te nemen, maar ook ruimte voor initiatief en ontwikkeling voor en door
burgers en bedrijven. Met de inwerkingtreding van de SVIR zijn verschillende nota’s,
ruimtelijke doelen en uitspraken vervallen. Het betreft onder meer de Nota Ruimte, de
Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak, de
Structuurvisie voor de Snelwegomgeving, de agenda Landschap, de agenda Vitaal
Platteland en Pieken in de Delta.
Eén van de doelstellingen die het Rijk met de SVIR nastreeft, is het versterken van de
internationale concurrentiepositie. Daarbij wordt onder meer gestreefd naar een
aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat, het verbeteren van de bereikbaarheid
en het zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en
cultuurhistorische waarden. Het beleid ten aanzien van landschap is niet langer een
rijksverantwoordelijkheid en wordt overgelaten aan de provincies. Op deze wijze komt
ruimtelijke ordening dichter bij de burger en bedrijven te staan. Dit heeft tot gevolg
gehad dat er minder nationale belangen zijn vastgesteld. Met de SVIR heeft het Rijk
dertien nationale belangen benoemd waarbij zij de kaders vaststelt:
1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s
met een concentratie van topsectoren;
2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de
energietransitie;
3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via
buisleidingen;
4. Efficiënt gebruik van de ondergrond;
5. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de
belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen;
6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg,
spoor en vaarwegen;
7. Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het
functioneren van de netwerken te waarborgen;
8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen
geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s;
9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en
klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling;
10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische
en natuurlijke kwaliteiten;
11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen
van flora- en faunasoorten;
12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;
13. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke
plannen.
Voor deze 13 belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten
deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Met de voorgenomen ontwikkeling is geen van de bovenstaande rijksbelangen in het
geding. Er zijn vanuit de SVIR geen belemmeringen voor het plan.
39
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) voorziet in de juridische
borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van
andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar
waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro is op 30 december 2011 in
werking getreden en gewijzigd bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerkingtreding 1
oktober 2012), waarbij een aantal onderwerpen is toegevoegd aan het Barro.
In het Barro is een aantal projecten die van rijksbelang zijn, genoemd en met behulp van
digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project zijn vervolgens regels gegeven,
waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte
vraagt zijn:
1. de mainportontwikkeling van Rotterdam;
2. de bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote
rivieren;
3. de bescherming en behoud van de Waddenzee;
4. de bescherming en behoud van enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de
Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam;
5. de uitoefening van defensietaken;
6. veiligheid op rijksvaarwegen;
7. toekomstige uitbreiding van infrastructuur;
8. de elektriciteitsvoorziening;
9. de ecologische hoofdstructuur (EHS);
10. de veiligheid van primaire waterkeringen;
11. maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer;
12. reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas;
13. duurzame verstedelijking.
Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie
Infrastructuur en Ruimte (zie paragraaf 4.1.1). Door de nationale belangen vooraf in
bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van
de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en vermindering
van de bestuurlijke druk. De bedoeling is duidelijk: belemmeringen die de realisatie van
de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen, worden door het Barro
op voorhand onmogelijk gemaakt. Dat zal kunnen leiden tot een versnelde uitvoering
van de betreffende projecten.
Daar staat tegenover dat gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan
een belang van één van de projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het
Barro moeten naleven. Gebeurt dat niet, dan bestaat het risico op een reactieve
aanwijzing van Gedeputeerde Staten of van de Minister. Het effect daarvan is dat
bepaalde onderdelen van het bestemmingsplan niet in werking treden wegens strijd
met het Rijksbeleid.
Gezien de ligging van het plangebied aan het Veerse Meer is beoordeeld of er in het
Barro een ruimteclaim is opgenomen voor de bescherming van de waterveiligheid in het
kustfundament en de bescherming van primaire waterkeringen. Geconcludeerd kan
worden dat er geen specifieke ruimteclaims zijn vastgelegd.
In het zuidelijk deel van het plangebied zijn gronden gelegen die zijn aangewezen als
ecologische hoofdstructuur (EHS). Voor een deel van deze gronden hebben
Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland in januari 2014 een besluit tot
herbegrenzing genomen. De resterende gronden behorend tot de EHS, maar deel
uitmakend van het plangebied, hebben in het voorliggende bestemmingsplan een
passende bestemming gekregen, waarin het behoud en de ontwikkeling van
natuurwaarden wordt gewaarborgd.
Bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan voor Het Zilveren Schor en bij
het ontwerp van de toekomstige bebouwing is duurzaamheid een belangrijke opgave.
Met dit aspect wordt nadrukkelijk rekening gehouden om tot een zo duurzaam
mogelijke verstedelijking in het plangebied te komen. Binnen het klimaatbeleid van de
gemeente staat het streven naar energieneutrale nieuwbouw benoemd. Daarnaast
betreft het tevens de vervanging van technisch en economisch achterhaalde bebouwing
40
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
in een gebied met een reeds stedelijke invulling, namelijk recreatie met gebouwde
voorzieningen.
Voor de overige onderwerpen zijn in het Barro geen regels opgenomen die betrekking
hebben op het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan. Daarmee hoeven er
geen regels vanuit het Barro juridisch verankerd te worden in dit bestemmingsplan.
Bovendien zijn in dit bestemmingsplan geen (nieuwe) ontwikkelingen mogelijk
gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen.
Onderhavig bestemmingsplan is derhalve niet in strijd met het Besluit algemene regels
ruimtelijke ordening.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsplan Zeeland
Op 28 september 2012 hebben Provinciale Staten van Zeeland het 'Omgevingsplan
2012-2018' vastgesteld. In het omgevingsplan is de provinciale visie op Zeeland
vastgelegd. Het omgevingsplan verschaft inzicht in de integrale visie op belangrijke
thema's in het omgevingsbeleid van de provincie.
Eén van de provinciale speerpunten is het inzetten op sterke economische sectoren in
Zeeland. Daarnaast wordt ingezet op het bieden van een aantrekkelijk
vestigingsklimaat en het behoud en versterken van de kwaliteit van het landelijk gebied
en het aanwezige water.
De Provincie wil de toeristisch-recreatieve potenties van Zeeland optimaal benutten.
Daarom is gekeken naar het marktperspectief voor de meest ruimtevragende
verblijfsrecreatieve sectoren (kamperen, recreatiewoningen, hotellerie en watersport).
Ten aanzien van (verblijfs)recreatie heeft de provincie zich ten doel gesteld om kansrijke
locaties voor recreatie te benutten. Hiertoe is een recreatiekansenkaart opgesteld.
41
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 27: Recreatiekansenkaart (bron: Omgevingsplan 2012-2018, provincie
Zeeland)
Het plangebied is gelegen in de 'kustzone', waarbinnen onder meer het verbreden van
het bestaande product wordt voorgestaan. Revitalisering vormt de belangrijkste opgave
42
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
voor het bestaande verblijfsrecreatieve aanbod in de kustzone. Om dit te kunnen
realiseren wordt bestaande bedrijven de mogelijkheid geboden tot
kwaliteitsverbetering en productinnovatie (of transformatie) al dan niet in combinatie
met een (beperkte) uitbreiding. De mogelijkheid tot nieuwvestiging van bedrijven is
gekoppeld aan de transformatie van het bestaand verblijfsrecreatief product. Dit kan op
directe wijze, doordat een bestaand bedrijf wordt getransformeerd, of op indirecte wijze,
doordat bij nieuwvestiging van een bedrijf een bijdrage wordt geleverd aan de
transformatie (functieverandering) van een bestaand bedrijf. De (her)ontwikkeling van
Het Zilveren Schor past binnen dit uitgangspunt. De verblijfsrecreatieve functie van het
plangebied wordt enerzijds uitgebreid door de toevoeging van
overnachtingsmogelijkheden en anderzijds verbreed door de toevoeging van
andersoortige accommodaties.
Verevening
Het principe van verevening wil zeggen dat een 'rode' ontwikkeling gepaard dient te
gaan met een gelijktijdige investering in de omgevingskwaliteiten, publieke
voorzieningen of de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet het in alle gevallen gaan om een
fysiek-ruimtelijke ontwikkeling die aantoonbaar zoveel mogelijk een directe relatie
heeft met het initiatief of project. Doel en motivatie voor toepassen van het principe is
meer ontwikkelingsmogelijkheden te creëren voor initiatiefnemers.
De gelijktijdige investering in de omgevingskwaliteit of de ruimtelijke kwaliteit is
voorwaarde voor het bieden van de gewenste ontwikkelingsmogelijkheid. Verevening is
aanvullend op het in het Omgevingsplan geschetste afwegingskader voor inpasbaarheid
van nieuwe ontwikkelingen. Het is dus niet zo dat 'alles kan' als maar verevend wordt.
Het Omgevingsplan onderscheidt twee hoofdvormen van verevening, namelijk de
ruimte voor ruimte benadering (bijvoorbeeld door een volume niet-waardevolle
agrarische bedrijfsgebouwen te slopen en daar een gelijk volume aan woningbouw voor
terug te bouwen) en het investeren in omgevingskwaliteiten of publieke voorzieningen.
Deze laatste vorm van verevening omvat een breed scala aan mogelijkheden om aan de
vereveningsdoelstelling te voldoen, zoals het investeren in de aanleg van nieuwe
landschappelijke of natuurelementen, maar ook het investeren in publieke
voorzieningen valt eronder.
Aan verevening wordt in dit kader invulling gegeven door een investering in een
verkeersveilige oversteek bij de ontsluiting van het park bij de kruising van de
Zilverenschorweg en het toeristisch recreatieve fietspad ter plaatse (zie paragraaf 3.2),
de aanleg van wandel en fietspaden binnen het plangebied welke in voorkomende
gevallen aansluiting vinden op het bestaande omliggende toeristisch recreatieve
langzaamverkeersnetwerk en de aanleg van fietsoplaadpunten voor elektrische fietsen
binnen het plangebied, bijvoorbeeld bij de centrale voorziening van het park. Met de
inpassing van het SportResort met recreatiewoningen in het landschap en de
vormgeving van de bebouwing waarbij een nadrukkelijke koppeling wordt gelegd met
het omliggende landschap (zie hoofdstuk 5) wordt duidelijk geïnvesteerd in de
omgevingskwaliteit en zijn het park en het landschap onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Vereveningsmaatregelen worden vastgelegd en gewaarborgd in de
anterieure overeenkomst tussen de ontwikkelende partij en de gemeente. Er wordt
hiermee voldaan aan het provinciaal beleid.
4.2.2
Verordening Ruimte
Eveneens op 28 september 2012 hebben Provinciale Staten de 'verordening ruimte
provincie Zeeland' vastgesteld. In de Verordening Ruimte stelt de provincie regels ten
aanzien van de inhoud van bestemmingsplannen, waaronder de bijbehorende
toelichting.
In de verordening is ten aanzien van recreatie gesteld dat in een bestemmingsplan
waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor een
nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein, regels
worden gesteld ter voorkoming van permanente bewoning (artikel 2.5 eerste lid
verordening ruimte provincie Zeeland). In de regels behorende bij voorliggend
bestemmingsplan is permanente bewoning expliciet uitgesloten.
Tevens wordt in de verordening gesteld dat in de toelichting bij een bestemmingsplan
43
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
voor een nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een
verblijfsrecreatieterrein aannemelijk wordt gemaakt dat duurzaam beheer en
onderhoud van het terrein is gewaarborgd (artikel 2.5 tweede lid verordening ruimte
provincie Zeeland). In paragraaf 5.2 van de voorliggende toelichting wordt nader op de
exploitatie van Het Zilveren Schor ingegaan.
Binnen de verordening ruimte is een klein gedeelte in het zuiden aangewezen als
ecologische hoofdstructuur (EHS). Binnen een klein deel van deze EHS zijn
verblijfsrecreatieve ontwikkelingen voorzien. Hiertoe is herbegrenzing van de EHS
noodzakelijk, waarvoor bij Gedeputeerde Staten een verzoek om herbegrenzing is
ingediend. Gedeputeerde Staten van Zeeland hebben bij brief d.d. 22 januari 2014 het
besluit tot medewerking aan de herbegrenzing medegedeeld (zie paragraaf 3.5).
Er vloeien geen belemmeringen voort uit de verordening ruimte provincie Zeeland
welke ervoor zorgen dat de planontwikkeling geen doorgang kan vinden.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Kwaliteitsatlas 2030
Op 18 januari 2010 heeft de gemeenteraad de 'Kwaliteitsatlas 2030' vastgesteld. Deze
Kwaliteitsatlas schetst een integraal toekomstbeeld van Middelburg tot 2030, met
daarbij de ontwikkelingen per sector (demografie, wonen, werken, verkeer en vervoer,
voorzieningen, toerisme, natuur en landschap, financiën), die nodig zijn om dit beeld te
bereiken. Het is daarmee een belangrijk richtinggevend document voor de ruimtelijke
ontwikkeling van de gemeente. In de kwaliteitsatlas wordt een aantal speerpunten
nader geduid.
De doelstelling voor het speerpunt recreatie en toerisme luidt als volgt: "Zeeland is van
oudsher een provincie met aantrekkingskracht op menig toerist en recreant. ‘Zomer in
Zeeland’ is niet voor niets een begrip. Walcheren beschikt over een groot toeristisch
potentieel. Het Middelburgse beleid is erop gericht dit potentieel te benutten. Het doel
is de zelfstandige aantrekkingskracht op toerist en recreant vergroten." Eén van de
actiepunten die hierbij zijn geformuleerd is het stimuleren van ontwikkelingen, die het
nautisch-maritieme karakter en toerisme versterken. Daarnaast dient het aantal
overnachtingsmogelijkheden op peil gebracht te worden om groei te kunnen faciliteren.
In de kwaliteitsatlas wordt het plangebied niet specifiek geduid. Het voorliggende
bestemmingsplan beoogd het behoud en de ontwikkeling van een verblijfsrecreatieve
voorziening binnen de gemeente, waarbij een duidelijke koppeling met het
water(sport)toerisme is beoogd.
4.3.2
Archeologie beleid Walcheren
In 2006 hebben de drie Walcherse gemeenteraden de 'Nota archeologische
monumentenzorg Walcheren 2006' vastgesteld, waarin voor het eerst voor Walcheren
een archeologiebeleid is uitgestippeld en tot de oprichting van een Walcherse
Archeologische Dienst (WAD) is besloten.
In 2008 heeft een evaluatie van het archeologiebeleid uit 2006 en het functioneren van
de WAD plaatsgevonden. Hieruit is een aantal wijzigingen voortgekomen welke hebben
geleid tot de 'Nota archeologische monumentenzorg Walcheren evaluatie 2008'. Hierin
is het meest actuele archeologiebeleid voor Walcheren opgenomen.
De gemeenten op Walcheren hebben als uitgangspunt gekozen voor archeologiebeleid
dat een werkbaar en doelmatig onderdeel in de ruimtelijke ordening dient te vormen.
Binnen het beleidskader is ruimte voor het stellen van prioriteiten en het maken van
beargumenteerde keuzes op gebied van archeologie. Er is daarbij een selectiebeleid
opgesteld voor de archeologische onderwerpen en gebieden die de gemeenten al dan
niet wensen te onderzoeken.
Het plangebied is onderwerp geweest van archeologisch onderzoek, waarbij het
bovenstaande beleidskader in acht is genomen. De bevindingen van het uitgevoerde
44
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
archeologische onderzoek staan weergegeven in paragraaf 3.6.
4.3.3
Welstand
De gemeente Middelburg heeft het belang onderschreven van een aantrekkelijk
gebouwde omgeving. In de Welstandsnota 2009 is een kader uiteen gezet waarbij het
ruimtelijk kwaliteitsbeeld en de zorg voor welstand centraal staan.
In het welstandbeleid worden diverse gebieden onderscheiden. Het plangebied maakt
deel uit van het gebiedstype 'Buitengebied'.
Bij het materiaalgebruik van de diverse typen woningen op het park wordt uitgegaan
van twee materiaalcategorieën, namelijk 'robuust & natuurlijk' en 'kleur & high tech'.
Iedere recreatiewoning bestaat uit een combinatie van een robuust en een high tech
materiaal, passend bij de ligging in het landschap (zie paragraaf 5.1 voor een nadere
duiding/situering van de woningtypen). Daarbij wordt de herkenbaarheid van de diverse
typen woningen vergroot door een specifiek kleurgebruik in accenten bij eenzelfde type
woningen.
Door gebruik te maken van gebouwde terrassen als onderdeel van de recreatiewoningen
kan de terreinafscheiding weg worden gelaten. Hierdoor loopt het landschap door in de
recreatiewoning zonder een harde afscheiding of overgang.
Als er bouwvolume wordt toegevoegd aan de schaarse ruimte die er in Nederland c.q.
Middelburg nog over is, is het belangrijk om kwaliteit toe te voegen. Zeker op een
prachtige locatie aan het Veerse Meer. Uitgangspunt van het nieuwe welstandsbeleid is
dat er voor een nieuwe ontwikkelingslocatie een beeldkwaliteitsplan of
architectuurparagraaf wordt opgesteld. In dit geval is er een gedetailleerd
beeldkwaliteitsplan opgesteld welke positief is ontvangen door het Kwaliteitsteam.
Door het beeldkwaliteitsplan vast te stellen, liggen de kwaliteitsvoorwaarden voor de
nieuwe ontwikkelingen vast en heeft de welstandscommissie een kader om aan te
toetsen
4.3.4
Duurzaam bouwen
De gemeente Middelburg streeft naar een structurele toepassing van de
duurzaamheidsuitgangspunten in de bouw en stedelijke ontwikkeling, zodat tot een
optimale leefbare woonomgeving wordt gekomen. Daarnaast heeft de gemeente in het
Klimaatbeleid de doelstelling opgenomen om bij te dragen aan een lager energiegebruik
in de gemeente, om de toename van het broeikaseffect tegen te gaan en op die manier
een bijdrage te leveren aan het gedachtegoed van een duurzame samenleving.
Ook duurzaam bouwen kan aan deze ambities bijdragen. Bij alle nieuwbouwprojecten,
dus ook Het Zilveren Schor, moet voldaan worden aan het vigerende gemeentelijk
beleid voor duurzaam bouwen, zoals dat is opgenomen in de Middelburgse Visie Milieu.
Voor Het Zilveren Schor geldt dat, gezien de ligging van de locatie, deze verstoken is van
een aansluiting op het aardgasnet. Dit biedt extra kansen voor duurzaam bouwen omdat
naar “alternatieven” moet worden gezocht. Dit heeft geleid tot een pakket maatregelen
op het gebied van duurzaamheid. De woningen worden uitgevoerd in houtskeletbouw
met een hoge isolatiewaarde (uitgangspunt is een minimum Rc van 5). Daarnaast wordt
zorg gedragen voor een luchtdicht ontwerp. Dit is met houtskeletbouw eenvoudig te
realiseren. Beglazing wordt uitgevoerd als dubbel glas met een verlaagde U-waarde. De
buitenafwerking wordt gekozen op basis van prestaties op het gebied van duurzaamheid
in relatie tot (zo beperkt mogelijk) onderhoud.
De verwarming van de individuele alsook de groepswoningen vindt plaats met behulp
van warmtepompsystemen. Voor de individuele woningen zal gebruik gemaakt worden
van lucht/lucht warmtepompen (gebruik van de buitenlucht als warmtebron) welke
tevens ingezet kunnen worden voor koeling in de zomer. Om het energiegebruik te
beperken worden de woningen daarnaast optimaal op de zon georiënteerd. De
groepswoningen krijgen eenzelfde opzet, echter zal hier gebruik gemaakt worden van
45
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
bodemwarmte (gesloten bodemwarmtewisselaar).
Door het gebruik van een warmtepompsysteem wordt het energieverbruik van de
woningen beperkt ten opzichte van gas. Toch zal een substantiële hoeveelheid (groene)
elektriciteit nodig zijn om de woningen te verwarmen. Een deel van de gebruikte
elektriciteit wordt opgewekt met een standaard aan te brengen zonne-energiesysteem
(PV) van 2.500 Wp (Wattpiek). Met een vermogen van 2.500 Wp kan globaal circa 2.200
kWh per jaar worden opgewekt. Er worden opties ontwikkeld om eigenaren grotere
PV-systemen aan te bieden.
In de woningen wordt gebruik gemaakt van energiezuinige (keuken)apparatuur, de
verlichting wordt uitgevoerd in led. Naast beperking van energiegebruik door gebruik te
maken van led-verlichting kan hiermee ook bereikt worden dat geen of slechts beperkte
uitstraling van licht naar de omgeving plaatsvindt.
Met betrekking tot mobiliteit (en beperking van de uitstoot daarvan) worden de
woningen voorzien van een standaard laadpunt (geen snellader). Op het terrein wordt in
de omgeving van de centrumvoorziening voorzien in laadpunten voor e-bikes.
Bij de terreininrichting wordt, daar waar technisch mogelijk, zoveel mogelijk gebruik
gemaakt van duurzame en natuurlijke materialen (bijvoorbeeld kastanjehout). Ook hier
geldt dat led-verlichting de standaard is.
46
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 5
5.1
PROJECTBESCHRIJVING
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
Eigenaar Libéma Exploitatie B.V. wil de bestaande groepsaccommodatie Het Zilveren
Schor omvormen tot een SportResort inclusief verblijfsrecreatieve functie en
ondersteunende functies. Hierbij dient gedacht te worden aan een centrale ontvangst,
een restaurant, dagrecreatieve voorzieningen onder meer voor fietsverkeer (denk aan
een terras voor een tussenstop, laadpalen voor elektrische fietsen en dergelijke). Het
plan gaat daarbij uit van circa 72 recreatiewoningen en 7 groepsaccommodaties. Het
park kent een ruime opzet. De bebouwing wordt op het omliggende groene gebied
afgestemd, waardoor wonen en natuur met elkaar worden gecombineerd.
De voorzieningen op het park zijn gericht op een luxe verblijf met ontzorging naast de
mogelijkheden voor sportbeoefening en actief bezig zijn. Het
(sport)voorzieningenprogramma wordt nog nader uitgewerkt in samenwerking met het
CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleiders) in Goes en Breda (zie paragraaf 5.2). Met
Het Zilveren Schor wordt beoogd een compleet pakket aan sportvakanties aan te bieden,
waarbij de combinatie van recreatiewoningen en het aanbieden van sportvoorzieningen
en -programma's voor meerdere sportdisciplines redelijk uniek zijn voor het aanbod in
Nederland. De Nederlandse markt op dit gebied is met name gericht op hotels en
groepsaccommodaties gecombineerd met sportvoorzieningen. Het Zilveren Schor
onderscheid zich hierin door het aanbieden van meer individuele accommodaties in de
vorm van recreatiewoningen.
47
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 28: stedenbouwkundige schets toekomstige situatie (bron: De Jong
Gortemaker Algra 2012)
Het Zilveren Schor zoekt legt een duidelijke relatie met het waterrijke karakter van het
gebied. De bestaande insteekhaven wordt vergroot en toegankelijk gemaakt voor
passanten.
48
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Afbeelding 29: bestaande insteekhaven (links) en toekomstige situatie (rechts) (bron: De
Jong Gortemaker Algra 2012)
De verschijningsvorm van de nieuwe recreatiewoningen krijgt een sterke relatie met
hun ligging op het park. Dit uit zich onder meer in materiaalgebruik, oriëntatie en
inpassing in het landschap. Een groot gedeelte van de recreatiewoningen wordt naar het
'nieuwe water' georiënteerd, de nieuwe 'waterwoningen' en 'dijkwoningen'. Naast deze
situering wordt een aantal woningen gebouwd tegen de bestaande omliggende
bosschages. Ook hier wordt een duidelijke koppeling met de omgeving gezocht. Het
betreft de 'boswoningen' op het park. In het gebied tussen het in het plangebied
aanwezige water en het Veerse Meer worden strandwoningen gerealiseerd.
Afbeelding 30: inpassing verschillende woningtypes in het landschap (bron: De Jong
Gortemaker Algra 2012)
5.2
Partijen, exploitatie en beheer
Het Zilveren Schor maakt sinds 2000 deel uit van Libéma. Libéma is één van de grootste
leisure-concerns van Nederland met jaarlijks 5 miljoen gasten. Libéma is een
belangrijke actor op de markt voor bungalowvakanties in Nederland. Libéma verzorgt
hierbij zelf de exploitatie en het beheer van haar recreatievoorzieningen. Libéma is
tevens actief in de markt voor sportvoorzieningen en -activiteiten, waarmee het accent
niet ligt op vastgoedontwikkeling, maar op de ontwikkeling van een toeristische
onderneming met als doel een marktconform rendement.
Binnen Het Zilveren Schor is een aantal partijen actief. Het CIOS is betrokken bij de
ontwikkeling en operationele organisatie van sportpakketten. Hiertoe worden in de
toekomst eventueel ook nog andere partijen ingeschakeld. Het beheer van het park en
de recreatiewoningen alsmede de toeristische exploitatie wordt gedaan door Libéma.
49
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
CIOS Goes-Breda en SportZeeland ontwikkelen in samenwerking met Libéma een
jaarrond activiteitenprogramma voor het park Het Zilveren Schor om het door de
gemeente Middelburg vereiste maatschappelijke aspect van SportResort vorm te geven.
Dit vereiste is voortgekomen uit de achterliggende gedachte van de ontwikkeling van
Het Zilveren Schor in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het Zilveren Schor is in 1964
door koningin Juliana en prins Bernhard geschonken ter gelegenheid van hun 25-jarig
huwelijksjubileum met als doel een vormingscentrum voor de jeugd te creëren. In een
later stadium organiseerde Jantje Beton vakantiekampen voor achtergestelde jeugd. In
2000 heeft Libéma het Zilveren Schor overgenomen van Jantje Beton met garanties voor
het behoud van een vergelijkbare functie, in dit geval een terrein voor groepskamperen
en -verblijf. De huidige voorgestelde wijziging is afgestemd met het Koninklijk Huis en
Jantje Beton die beiden geen bezwaar hebben tegen de ontwikkeling.
De samenwerking tussen CIOS Goes-Breda, SportZeeland en Libéma en het daaruit
voortvloeiende programma geven maatschappelijke meerwaarde door economische
waarde, educatie, duurzaamheid, leefomgeving, leefstijl, ontspanning en vermaak
samen te brengen.
Uitvoering wordt mogelijk door voorzieningen op en rond het park. In het
centrumgebouw is het zogeheten activiteitenbureau gesitueerd. Het activiteitenbureau
wordt geleid door een parttime operationeel manager die ondersteund wordt door
enkele stagiaires. Door de kleinschaligheid van het park is gekozen voor een intensieve
samenwerking tussen bovengenoemde partijen en uiteenlopende mogelijkheden, die
de provincie Zeeland biedt, bij de programmering te betrekken.
De uitvoering zal in handen komen van een operationeel manager die leiding geeft aan
het Leerbedrijf waarin CIOS-studenten en mogelijk studenten van diverse opleidingen
van de school voor middelbaar beroepsonderwijs 'Scalda' participeren, waardoor een
leer-werktraject ontstaat. Uitvoering van activiteiten waar leiding bij ingezet is, vindt
altijd plaats onder supervisie van de operationeel manager of een andere daarvoor
geautoriseerde medewerker. Op termijn kan de samenwerking uitgebreid worden met
andere onderwijsinstellingen uit Zeeland. Mogelijk dat op termijn ook voor scholen uit
de omgeving een educatief- en leefstijlprogramma ontwikkeld kan worden.
50
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 6
6.1
BESTEMMINGSREGELING
Uitgangspunten en opzet bestemmingsregeling
Ten aanzien van de opzet van het bestemmingsplan (verbeelding en regels) is het
volgende van belang.
6.1.1
Planvorm
De Wro biedt de keuze uit drie planvormen:
a. het gedetailleerde bestemmingsplan;
b. het globale eindplan;
c. het globale uitwerkingsplan met een uitwerkingsplicht.
Het verschil tussen de plannen is dat de plannen onder a en b meteen een basis bieden
voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en dat de plannen onder
c eerst moeten worden uitgewerkt voordat een omgevingsvergunning verleend kan
worden. Het is denkbaar dat in één bestemmingsplan verschillende planvormen worden
toegepast, afhankelijk van het te voeren beleid en strategie (regiefunctie gemeente).
De keuze van de planvorm wordt in belangrijke mate bepaald door het gewenste
ruimtelijke beleid en de regiefunctie van de gemeente. Het spanningsveld tussen
flexibiliteit en rechtszekerheid speelt hierin een belangrijke rol. Gedetailleerde
bestemmingsplannen bieden in beginsel meer rechtszekerheid, terwijl globale
eindplannen meer ontwikkelingsmogelijkheden bieden binnen één bestemming.
Overigens is een mengvorm van bovenstaande plannen mogelijk.
Het voorliggende bestemmingsplan is globaal van karakter. Binnen de
bestemmingsvlakken zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de bebouwing in
principe vrij gesitueerd mag worden. Hierbij zijn wel restricties opgenomen ten aanzien
van aantallen en de onderlinge afstand van gebouwen. Voor de initiatiefnemer wordt
daarmee voldoende ruimte geboden voor de door hen gewenste inrichting van het park.
6.1.2
Opzet verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan moet voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat
een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar is. In aansluiting hierop
en in relatie tot digitale ontwikkelingen, verdient het de voorkeur de
bestemmingsregeling zoveel mogelijk op de verbeelding te visualiseren en de
planregels zo transparant mogelijk te houden. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk
informatie op de verbeelding wordt aangegeven en dat de verbeelding digitaal wordt
opgebouwd. Daarbij is gebruikgemaakt van een combinatie van de GBKN (Grootschalige
Basiskaart Nederland) en de digitale kadastrale ondergrond.
Bestemmingen
Op de verbeelding wordt aangegeven waar welke bestemming geldt en waar bebouwing
is toegestaan. In bepaalde gevallen vloeit dit reeds direct uit de bestemming voort. Zo
mogen op de gronden met de bestemming Natuur in het algemeen geen gebouwen
worden opgericht (met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen). In andere
gevallen geeft een oppervlaktemaat in de planregels de mate aan waarin er mag worden
gebouwd. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid, zoals R voor
Recreatie, WA voor Water en N voor Natuur.
Op het analoge renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de
aanduidingen. De volgorde van de bestemmingen in het renvooi komt overeen met de
volgorde van de planregels (alfabetisch). Tevens wordt in een onderhoek op de
verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van
terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling
51
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het
bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit één
kaartblad en een renvooi met een schaal 1 op 1.000.
Aanduidingen
Binnen het bestemmingsplan wordt gebruikgemaakt van functieaanduidingen waarmee
specifieke functies worden bepaald. Deze functieaanduidingen worden tussen kromme
haken weergegeven.
Bij het toekennen van de aanduidingen is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van de door
de gemeente Middelburg gehanteerde standaard (en verplichte) aanduidingen uit
SVBP2012.
Ondergrond
De stedenbouwkundige visie voor het SportResort is uitgangspunt geweest voor de
bestemminglegging op de verbeelding, met inachtneming van beperkingen die vanuit
andere facetten gelden, zoals de begrenzing van de ecologische hoofdstructuur. De
stedenbouwkundige visie is niet als ondergrond op de verbeelding opgenomen,
aangezien deze geen juridische status heeft. Daarnaast kan het opnemen van deze visie
tot onduidelijke beeldvorming leiden. De ligging van gebouwen en functies zoals
opgenomen in de stedenbouwkundige visie is geen hard gegeven. De toekomstige
bebouwing kan derhalve nog schuiven, voorzover deze verschuiving binnen het op de
verbeelding opgenomen bouwvlak plaats vindt.
De op de verbeelding weergegeven ondergrond bestaat uit de GBKN (Grootschalige
BasisKaart van Nederland) en kadastrale ondergrond.
6.1.3
Opzet planregels
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn
opgenomen de volgende vaste volgorde.
In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor
zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald.
In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee
de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven.
Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen
gelden, zoals een antidubbeltelbepaling, een procedureregel, dan wel regels die voor
de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkings- of
wijzigingsbevoegdheden.
Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregel) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand
gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt conform SVBP2012 als
volgt opgebouwd:
bestemmingsomschrijving;
bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte,
oppervlakte en inhoud);
afwijken van de bouwregels;
nadere eisen;
specifieke gebruiksregels;
afwijken van de gebruiksregels;
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden;
wijzigingsbevoegdheden.
Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van
de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten in elk geval een
bestemmingsomschrijving en bouwregels.
6.2
Gehanteerde bestemmingen
Binnen het plangebied zijn vijf enkelbestemmingen toegekend.
52
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Artikel 3 Natuur
Een gedeelte van het plangebied is gelegen binnen de ecologische hoofdstructuur (EHS).
Aan de betreffende gronden is, voor zover deze niet gaan behoren tot het recreatiepark,
de bestemming 'Natuur' toegekend (artikel 3). Binnen deze bestemming staat het
behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden voorop. Daarnaast
is extensief recreatief medegebruik van de gronden toegestaan. Daarbij kan gedacht
worden aan wandelen en fietsen. Binnen deze bestemming is nagenoeg geen bebouwing
toegestaan, behoudens terreinafschermingen en overige bouwwerken zoals bankjes,
informatieborden en dergelijke. Met een afwijkingsprocedure kunnen daarnaast
gebouwtjes voor onder meer terreinbeheer worden gerealiseerd. Hiertoe dient
omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan te worden verleend.
Artikel 4 Recreatie - Dagrecreatie
Het SportResort bestaat uit twee hoofdonderdelen, enerzijds het gedeelte waar de
centrale voorzieningen en de sportfaciliteiten zijn gesitueerd en anderzijds het gedeelte
waar de verblijfsrecreatie is gelegen. De centrale voorzieningen en sportfaciliteiten zijn
bestemd als 'Recreatie - Dagrecreatie' (artikel 4). Binnen deze bestemming zijn onder
andere alle functies die voorkomen in het centrumgebouw mogelijk gemaakt. Daarbij
dient gedacht te worden aan ontvangstfaciliteiten voor het SportResort, allerlei
(sport)ondersteunende voorzieningen en horecavoorzieningen. De toegestane horeca is
gereguleerd door middel van horecacategorieën, welke zijn opgenomen in de Staat van
Horeca-activiteiten die als bijlage bij de regels is gevoegd. Binnen de bestemming
'Recreatie - Dagrecreatie' is horeca tot en met horecacategorie 1 toegestaan, waarbij
gedacht moet worden aan de lichtere horecacategorieën zoals een koffiebar, lunchroom,
restaurant en dergelijke. Van deze categorieën gaat geen of slechts beperkte hinder voor
de omgeving uit. In meerdere mate hinderveroorzakende horeca zoals café's,
discotheken en dergelijke zijn niet toegestaan.
Binnen de bouwregels van deze bestemming is de maatvoering van de (toekomstige)
recreatiewoningen opgenomen. Er is een maximale bouwhoogte geregeld evenals een
maximaal oppervlak op maaiveldniveau.
Artikel 5 Recreatie - Verblijfsrecreatie
Het andere hoofdonderdeel van het SportResort in het plangebied is vervat in de
bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie', zoals geregeld in artikel 5 van de regels.
Binnen deze bestemming zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van de verblijfsrecreatie
voor Het Zilveren Schor opgenomen. Hierbinnen is de realisatie van de
recreatiewoningen en de groepsaccommodaties toegestaan.
Binnen de bouwregels van deze bestemming is de maatvoering van de (toekomstige)
recreatiewoningen opgenomen. Er is een maximale bouwhoogte geregeld evenals een
maximaal oppervlak op maaiveldniveau. Ditzelfde geldt voor de groepsaccommodaties.
Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van de toegestane doeleinden
van deze bestemming. Zo zijn (bedrijfs)woningen uitgesloten en is permanente
bewoning van de recreatiewoningen niet toegestaan. Dit laatste stemt overeen met het
provinciaal beleid. Ook is geregeld dat het aanbieden van de verblijfsrecreatie vanuit
een bedrijfseconomische grondslag plaats dient te vinden, om de duurzaamheid van de
ontwikkeling te waarborgen. De exploitatie van een jachthaven wordt verboden, om
tegen te gaan dat het gebruik van de toegestane aanlegsteigers in het gebied een ander
karakter dan een passantenhaven voor dagrecreatief gebruik kan krijgen.
Artikel 6 Water
Een ander belangrijk element in het plangebied is het water dat in verbinding staat met
het Veerse Meer. De bestaande insteekhaven wordt vergroot en het nieuwe
wateroppervlak krijgt de bestemming 'Water' (artikel 6). Naast een
waterhuishoudkundige functie zijn aan dit water ook doeleinden voor watergebonden
recreatie toegekend, watersport. Binnen de bestemming 'Water' is beperkte bebouwing
toegestaan. Er zijn geen gebouwen toegestaan. Wel worden steigers, aanlegplaatsen en
verlichting mogelijk gemaakt.
Artikel 7 Water - Deltawater
Aansluitend aan het centrumgebouw wordt in het Veerse Meer een aanlegsteiger voor
53
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
pleziervaartuigen gebouwd, waar aangelegd kan worden voor een (korte) stop bij het
SportResort. Op deze wijze kan gebruik worden gemaakt van de dagrecreatieve
voorzieningen van Het Zilveren Schor. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat hier
overnachtingen op de pleziervaartuigen plaatsvinden. Er worden ook geen (sanitaire)
voorzieningen ter ondersteuning van langere aanlegtijden gerealiseerd. Het gedeelte
van het Veerse Meer waar deze aanlegsteiger wordt gerealiseerd is, conform de regeling
welke van toepassing is op het gehele Middelburgse gedeelte van het Veerse Meer,
bestemd als 'Water - Deltawater', zoals opgenomen in artikel 7 van de planregels.
54
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
Hoofdstuk 7
MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE
UITVOERBAARHEID
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1.1
Inspraak, zienswijzen en beroep
Het voorontwerpbestemmingsplan wordt gedurende een periode van zes weken ter
inzage gelegd. Gedurende deze periode kan door een ieder mondeling of schriftelijk een
inspraakreactie op dit plan worden ingediend.
Het voorliggend bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd naar
aanleiding van de inspraakreacties, als ontwerpbestemmingsplan opnieuw voor een
periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kan een ieder een mondelinge
of schriftelijke zienswijze op het plan bij de gemeenteraad indienen.
Na de zienswijzeperiode wordt het bestemmingsplan door de gemeenteraad van
Middelburg, al dan niet (gewijzigd), vastgesteld. Het raadsbesluit en de nota van
wijzigingen worden als bijlage bij dit rapport opgenomen. Het vastgestelde
bestemmingsplan wordt vervolgens wederom voor een periode van zes weken ter inzage
gelegd. Binnen zes weken na vaststelling van het bestemmingsplan kunnen
belanghebbenden beroep tegen het plan instellen.
7.1.2
Overleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat burgemeester en
wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen
te plegen met betrokken instanties. Dit vooroverleg vindt plaats in het kader van de
informatievoorziening tijdens de inspraakperiode. Ten behoeve van het vooroverleg
wordt het plan aan de volgende instanties toegezonden:
Provincie Zeeland.
Waterschap Scheldestromen.
Rijkswaterstaat.
Veiligheidsregio Zeeland.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal door de gemeente geregeld.
De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Kostenverhaal is aan de
orde en dient te worden verzekerd indien op grond van een bestemmingsplan, een
projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit (artikel 6.2.3. t/m 6.2.5. Bro) rechtstreeks
bouwplannen (als genoemd in artikel 6.2.1 Bro) mogelijk worden gemaakt. Van een
exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien
(door een overeenkomst te sluiten met de betreffende grondeigena(a)r(en) in het gebied
waar bouwmogelijkheden mogelijk worden gemaakt of door volledig gemeentelijk
grondeigendom).
De ontwikkeling die met onderhavig plan wordt mogelijk gemaakt, betreft een
particulier initiatief. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te verankeren is voor
rekening en risico van de particuliere initiatiefnemer een nieuw bestemmingsplan
opgesteld, inclusief de benodigde onderzoeken op het gebied van haalbaarheid,
milieuhygiëne en inrichting.
Met betrekking tot de realisatie van Het Zilveren Schor is tussen de gemeente en de
initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee
anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
55
bestemmingsplan Het Zilveren Schor
7.3
Handhaving
Het gemeentebestuur is bevoegd om administratiefrechtelijk op te treden op grond van
de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten aanzien van activiteiten,
die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het spreekt echter vanzelf dat het weinig zin
heeft bestemmingsplannen op te stellen die slecht worden nageleefd.
Om een aanvaardbaar handhavingsbeleid tot stand te brengen, dient in de eerste plaats
het draagvlak te worden vergroot. In verband hiermee dient het bestemmingsplan voor
zoveel mogelijk betrokkenen een duidelijke, toegankelijke en op de hedendaagse
behoeften en eisen afgestemde bestemmingsregeling te bevatten. Om het draagvlak nog
verder te vergroten heeft de gemeente een integrale Nota Handhaving vastgesteld.
Verder kan door informatie te verstrekken omtrent de inhoud van het bestemmingsplan
een groter begrip worden gekweekt bij de burger. Het geven van voorlichting vormt
daarom de eerste schakel in de handhavingsactiviteiten. Van gemeentewege zullen
hiertoe de nodige activiteiten worden ondernomen.
Daarnaast dient bestuurlijke bereidheid te ontstaan om regels in de praktijk toe te
passen en te handhaven. Ten aanzien van overtredingen zal een actief
handhavingsbeleid worden gevoerd. Getracht wordt de controlewerkzaamheden ten
aanzien van geconstateerde overtredingen op een intensieve manier uit te voeren.
Om de benodigde inzet van extra middelen zo beperkt mogelijk te houden, maar ook om
tot een samenhangend handhavingsbeleid te komen, zullen handhavingsactiviteiten
zoveel mogelijk worden afgestemd. Controle in het kader van het bestemmingsplan
wordt gekoppeld aan controle in het kader van milieuwetgeving en omgekeerd.
Wanneer eenmaal sancties moeten worden getroffen, zal dit op consistente wijze en
met inachtneming van de juridische spelregels, worden gedaan. Indien de activiteiten
niet kunnen worden gelegaliseerd, zullen de instrumenten van aanschrijving,
stillegging bouw, bestuursdwang en dwangsom worden toegepast. De uitvoering van de
strafrechtelijke vervolging ligt in handen van het Openbaar Ministerie.
56