322300 (12.72MB)

:
Deze brochure is een uitgave van de OVB in opdracht van LNV en RIZA
OVB - Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij
Postbus 433
3430 AK Nieuwegein
t! 0306058411
f/ 0306039874
ei
[email protected]
1/ www.ovb.nl
Tekst!
/ Bart Siebelink
Redactie en advies// Lonneke Langenberg, OVB
Fotografie/
/ Pag. 14, 15, 19,22 uit:'Vismigratie, een handboek voor herstel
in Vlaanderen en Nederland' (zie Bronnen)
/Overige foto's: Bart Siebelink
Vormgeving/ / Shapeshifter.nl
Druk!
/ Design & Publish
_Copyright/
/ tO 2005, Organisatie ter verbetering van de Binnenvisserij, Nieuwegein
EAI
landbouw, natuur en
voedsetkwaliteit
Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Rijkswaterstaat
2 2 sI
V
&~
IntQgr:i it
Documeni.:ie
IIIiLL
!&Â.
!
Nederland op slot voor vissen
104
Het probleem door vissenogen
108
Waar zwemt de aal tegenaan?
110
Wat je als waterbeheerder kunt doen/
AlHerstel natuurlijke situatie
114
BISemi-natuurlijke doorgangen
115
C/Technische doorgangen
118
DIAangepast beheer
122
Subsidiemogelijkheden
128
Bronnen
132
"We redden tonnen glasaaltjes"
106
"De wil was er bij iedereen"
112
Vishevel een machtig ding'
116
"Het kostte nauwelijks extra"
/20
Octrooi op De Wit-passage
126
Het succes van Bieberg
130
Voor vissen zit Nederland nog altijd behoorlijk op slot. Stuwen, sluizen, dammen en dijken;
het water houden we er veilig mee buiten de deur. Maar vissen komen er ook bijna niet
meer in door deze barrières. Diadrome soorten zoals zalm, zeeforel, lint, spiering, rivier- en
zeeprik moeten immers vanuit zee de rivieren op kunnen om zich voort te planten. Ook
in de binnenwateren vindt vismigratie plaats door zoetwatersoorten die verschillende
watertypen nodig hebben om hun volledige levenscyclus te voltooien.
Neem de aal, die moet ongehinderd vanuit de oceaan een retourtje kunnen maken naar zo
ongeveer ieder watertype dat in het Europese laagland maar te vinden valt. Dat hij daarbij
alle denkbare soorten barrières tegenkomt, is er mede de oorzaak van dat de palingstand al
jarenlang schrikbarend terugloopt.
/ Nog overal migratiebarrières
Kortom: werk aan de winkel voor waterbeheerders. Dat begint bij bewustwording. Gewoon
een kwestie van stilstaan bij de vraag of een gemaal, een stuw, een sluis, een dam of ander type
kunstwerk nog wel doorgang biedt aan vissen.
Er zijn namelijk nog duizenden migratiebarrières in Nederland. Bijna elke waterbeheerder
heeft er meerdere in zijn gebied. Alleen weet niet iedereen dat. Want de aandacht voor
vismigratie blijkt erg ongelijk verdeeld. Waar sommige beheerders, soms al jarenlang, druk in
de weer zijn met het aanleggen van verschillende typen vispassages, hebben andere nog niet
eens een overzicht van de hoeveelheid en aard van de knelpunten in het eigen gebied.
/ Oplossingen genoeg
Aan oplossingen hoeft het je als waterbeheerder niet te ontbreken. Er zijn volop mogelijkheden
om de trekvissen een zetje in de rug te geven, zonder te hoeven inleveren op waterhuishoudkundige,'harde'functies.Voor elke situatie zijn wel oplossingen ontwikkeld. Uiteenlopend van
de bekende vispassage tot ingenieuze hevel-installaties. En van aalgoot tot aangepast sluisbeheer,
waarbij de deuren nét even langer op een kier blijven.
/ Wat staat oplossingen in de weg?
Op deze vraag antwoordden waterbeherende instanties:een gebrek aan beleid, kennis en geld.
Voor wat het eerste betreft: de landelijke overheid stelt geen directe eisen om vismigratie te
bevorderen maar stuurt slechts op hoofdlijnen.AIs waterbeheerder moet je het beleid dus zelf
nader invullen en uitvoeren. Sommigen gaan hier voortvarend mee aan de slag, bij anderen
blijft de aandacht voor dit onderwerp beperkt. Daarmee is de aanpak nog te vaak afhankelijk
van het enthousiasme en de inzet van individuele medewerkers. Dit leidt dan ook tot een ongelijke verdeling in Nederland bij de aanpak en het oplossen van de migratieknelpunten.
Ten tweede gaven veel waterbeheerders aan niet voldoende kennis van vismigratie en
mogelijke oplossingen te hebben.
Tenslotte zou geldgebrek een rol spelen. Dit hangt uiteraard ook samen met het ontbreken
van beleid en dus prioriteit voor de aanpak van vismigratie. Daarbij weet men vaak onvoldoende dat er subsidies bestaan voor migratiemaatregelen. Bovendien bestaan er vaak
voordelige oplossingen in de sfeer van aangepast beheer. Een kleine wijziging in de bediening
van sluizen en gemalen kan al wonderen verrichten voor trekkende vissen. Maar het schort
nog aan inzicht in en overzicht over de bestaande beheerspraktijk en plannen op dit gebied.
Deze handleiding biedt daarom oplossingen in de vorm van kennis, praktische maatregelen
en mogelijkheden voor financiering.
/ Wettelijke stimulans
De Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht lidstaten van de Europese Unie om al hun oppervlaktewateren per 2015 in de'goede ecologische toestand' te brengen. Deze wordt beoordeeld aan de
hand van biologische kwaliteitselementen, waaronder de leefbaarheid voor vissen. Ook de
Habitatrichtlijn richt zich onder meer op diadrome vissoorten. Specifiek voor zalm en zeeforel is
door de ministeries van LNV en V & W het initiatief 'Zalm 2000' in het leven geroepen. Daarnaast
zijn vanuit de EU Europese doelstellingen voor de uittrek van aal in voorbereiding.Al met al reden om
te verwachten dat vismigratie hogerop de bestuurlijke agenda van waterbeheerders zal komen.
I
7'
Huib Moret/
/ Sluismeester van Waterschap Hunze en Aa's
Locatie/
/ Nieuwe Statenzijl (Groningen, nabij monding Eems)
Maatregel/
/ Spuisluis op kier, bedieningsprogramma aangepast
Kosten/
/ Verwaarloosbaar op vervangingsbudget besturingsprogramma
Een paartje futen voor het sluizencomplex van Nieuwe Statenzijl in het hoge noorden van
Nederland verraadt dat er vis moet zitten."En veel ook weet sluismeester Huib Moret."Bij
proefvangsten kwamen vrachten glasaal,spiering en driedoornige stekelbaarzen boven water."
De vis probeert vanuit de Dollard de Westerwoldsche Aa in te trekken, maar zwemt daarbij tegen
het sluizencomplex aan. De haakse sluisdeuren en betonnen wanden steken metershoog
boven het water uit. Geen vis die daarop eigen kracht doorheen komt.Tenzij ze zich toevallig
laten meeschutten met schepen.
/ Spuikoker op forse kier
Het Waterschap Hunze en Aa's heeft nu gezorgd voor een doorgang via het parallel lopende
spuikanaal. Sluismeester Huib Moret:"Telkens wanneer het laag tij is in de Dollard, zetten we in
één van de vier spuikokers de schuif op een forse kier, zodat er zoet water de Dollard instroomt.
We creëren daarmee een lokstroom voor de vissen die zich zodoende pal voor de uitgang van
het spuikanaal verzamelen. Zodra de vloed weer opkomt, laten we de schuif nog zo'n dertig
minuten open, zodat al die vissen de Westerwoldsche Aa kunnen intrekken. Het is hun enige
toegang tot een deelstroomgebied ter grootte van Flevoland. Nu komt er op die manier ook
telkens wat zout water binnen, maar uit metingen bleek het effect daarvan verwaarloosbaar."
/ Stroomsterkte instelbaar
Dankzij speciale software kan de sluismeester de sterkte van de lokstroom instellen. Het
effect van dit aangepaste beheer is veelbelovend. Moret:"Na één loksessie hadden we bij
een proefvangst maar liefst 15.000 glasaaltjes. In een heel seizoen praat je dan over enkele
tonnen!" Glunderend:"Als die allemaal uitgroeien tot drie- of vierponders, kan ik daar knap
enthousiast van raken."
Het migratieprobleem laat zich het best bekijken vanuit de vis zelf. Laten we eens in de
huid kruipen van een van de meest Hollandse vissen: de aal. Die doorkruist tijdens zijn
leven immers alle Nederlandse watertypen, van zee tot poldersloot. Tegelijkertijd is het
een soort waar het erg slecht mee gaat.
/ Help, de aalstand keldert!
Dat het zo slecht gaat met de aal valt misschien niet meteen op omdat er nog volop handel
is in paling als consumptievis. Hoewel deze exemplaren als glasaaltjes commercieel worden
opgekweekt in viskwekerijen, blijven ze afkomstig uit de natuur waar steeds minder glasaaltjes tot wasdom komen. Door de schaarste is de prijs voor een kilo glasaaltjes (ca. 3000
exemplaren) de duizend euro inmiddels gepasseerd. De aantallen glasaaltjes die aankomen
voor de Nederlandse kust zijn vanaf het begin van de jaren tachtig drastisch teruggelopen. De
rode aal (volwassen paling) ging in heel Nederland, behalve in de benedenloop van de grote
rivieren, al langer achteruit. In het buitenland is de situatie niet rooskleuriger.
1 Aantaisverloop Glasaal (Index=1 00 / gem.'79-94) / Aantaisverloop Rode aal (lndex=1 00 / gem.79-94)
1.:.:.:.
ee
1000
ei
100
1
10
195019501970198019902000
195019601970198019902000
1 Bron: 'Kennisdocument Europese Aal of Paling Anguilla anguilla' (zie Bronnen).
/ Waarom gaat het zo slecht?
Niemand weet precies waarom het zo slecht gaat met de aal. Sommige theorieën zoeken de
oorzaak in oceanische factoren zoals klimaat, golfstroom en veranderingen in de Sargassozee.
Andere richten zich op continentale factoren zoals migratiebarrières in de vorm van dammen,
sluizen en stuwen. Maar ook habitatvermindering en inpolderingen,WKC's en gemalen kunnen
hiertoe worden gerekend. En weer andere beschouwen aalscholvers,visserij, parasieten, virussen
en vervuiling als boosdoener.Wellicht zijn er meerdere factoren tegelijkertijd in het spel.
Dat de precieze hoofdoorzaak nog onopgehelderd is, betekent niet dat we nu geen actie
zouden moeten ondernemen. Het gegeven dat de aantallen rode aal eerder daalden dan die
van glasaal, doet immers vermoeden dat er ten minste factoren in het opgroeigebied (onze
binnenwateren) meespelen. Alleen al om die reden is het opheffen van migratiebarrières zinvol.
Bovendien hebben ook vele andere vissoorten hier profijt van.
/ De aal maakt een lange reis
Tweemaal in zijn leven maakt de aal een lange reis. De eerste reis start vanuit het geboortewater.Vermoedelijk is dat de Sargassozee die midden in de Atlantische Oceaan ligt, ongeveer
halverwege de lijn Florida - Gambia. Van daaruit laat de pasgeboren aal zich als larve op de
Golfstroom meevoeren naar Europa (en Afrika) om hier als doorzichtig glasaaltje de rivieren op
te trekken. In de zoete binnenwateren groeien ze dan verder op tot rode aal' (beter bekend als
paling of lJsselmeerpaling). Eenmaal geslachtsrijp veranderen ze in zilverkleurig glimmende
schieralen die gereed zijn voor de terugtrek over de oceaan om zich voort te planten.
.-,
/ Als glasaaltje
Vanaf maart trekken Jaarlijks miljoenen glasaaltjes vanuit zee Nederland binnen, In rijke jaren
konden ze in het water zelfs melkwitte banden vormen die de oeverlijn op een meter afstand
volgden. De drukte ontstaat vooral bij de 'ingangen'; de riviermondingen die echter vaak zijn
afgesloten door dammen (zoals bijvoorbeeld de Deltawerken), sluizen en gemalen.
Bovendien reduceren dergelijke kustwerken de werking van het getij, waarop de glasalen
zich graag dieper landinwaarts laten meeliften. Alleen de natuurlijke getijdenwerking van de
Schelde, de Eems en de Nieuwe Waterweg zijn nog redelijk intact.
Ook verder stroomopwaarts en in het binnenland zijn veel dammen en stuwen die een
belemmering vormen. Hoewel glasaaltjes behoorlijk kunnen klimmen, vormt het merendeel
van de vaak metershoge betonnen bouwwerken een onoverkomelijke barrière.Zo liggen er in
de Nederrijn/Lek drie stuwen en in het Nederlandse deel van de Maas zeven, Al deze stuwen
zullen uiterlijk in 2006 van vispassages zijn voorzien.
/ Als rode aal
Eenmaal in het binnenland krijgen de glasaaltjes hun donkere kleur waarna ze als rode aal
verder opgroeien. Afhankelijk van de optrekmogelijkheden verspreiden ze zich over alle denkbare wateren: van poldersloot tot wetering, van veenplas tot kanaal en van kustwater tot ver
stroomopwaarts in de rivier.
...
(
Hoewel alen zich bij vochtig weer over land kunnen verplaatsen, ondervinden ze bij hun
migratie toch veel hinder van dammen en stuwen die vooral in de polderwateren en beekjes
veelvuldig zijn aangelegd. Hoe meer stuwen achter elkaar liggen, hoe groter het probleem is.
/ Als schieraal
Einde zomer, begin herfst trekken de geslachtsrijpe (schier)alen naar zee. Maar de aanwezigheid van gemalen, maakt het ze moeilijk om de polder uit te komen. Eenmaal in de rivier
laten ze zich in de hoofdstroom zeewaarts voeren, soms samengebald tot kluwens van twee
meter doorsnee.
Maar ook hier ontmoeten ze nog vele barrières, zoals koelwaterinstallaties en vooral turbines
van waterkrachtcentrales, zoals in de Maas te vinden zijn bij Alphen/Linne en Lith en in de
Lek/Nederrijn bij Amerongen/Maurik.
Daarnaast zijn er nog ongeveer tien kleinere centrales waarvan die in de Roer en in de
Overijsselse Vecht de belangrijkste zijn. Ook hier geldt dat hoe meer WKC's achter elkaar
liggen, hoe groter het probleem is.
- L
1 IL
-
. .
.
94
.
Frank Kok!
/ Medewerker Planstudie Rijkswaterstaat Oost-Nederland
Locatie/
/ Stuw in de Lek bij Hagestein
Maatregel/ / Vispassage, bekkentrap met vertical slot
Kosten/
1€ 1,5 miljoen
Vier sterke armen halen het uitpuilende visnet binnen bij de vispassage langs de Stuw in
de Lek bij Hagestein. De oogst van één etmaal monitoren: een kruiwagenlading Chinese
wolhandkrabben en drie teilen vis. Alvers, snoekbaarzen, grote paairijpe windes, kolbleien,
blankvoorns, een zeeforel en tientallen rivierprikken. Eén voor één gaan ze via de meetgoot
weer terug het water in. De recentelijk opgeleverde vispassage is een toevoeging op de met
wilgentakken beklede aalgoot die al sinds de jaren zeventig onder de stuw door loopt.
/ Maximaal vier meter hoogteverschil
"Het valt me nooit zwaar om sympathie te winnen voor deze projectenzegt Frank Kok die
vanuit Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor onder meer de evaluatie en monitoring
van de vispassages in de Lek. "Iedereen vindt het immers een goede zaak. En spannend,
omdat het onder water gebeurt."
De vispassage bij Hagestein - 390 meter lang en tien meter breed - ziet eruit als een grote
haarspeldbocht van water. Hij heeft 24 stappen van 16 centimeter, zodat een hoogteverschil
van 3,80 meter kan worden bestreken. Kok:"Zo eenvoudig als deze passage eruit ziet,zo
gecompliceerd was het ontwerpproces. Het heeft veel denkwerk gekost eer we de oplossing
hadden.Je zit hier namelijk wel te sleutelen aan de waterkraan van Nederland."
/ Begrotingen afstemmen
Dat het moest gebeuren stond vast. Er lag een convenant tussen de ministeries van V & W en
LNV, er waren internationale afspraken en de zalm moest weer terugkeren in de Rijn. Inmiddels
zijn er drie van dit soort vispassages in de Nederrijn (Driel, Eiland van Maurik en Hagestein),
zes in de Overijsselse Vecht en drie in de Maas, waar er in 2005 - 2006 nog twee bij komen.
Kok terugblikkend:"Het moeilijkste was eigenlijk om de begrotingen van alle betrokken
instanties voor de realisatie op elkaar af te stemmen. Maar uiteindelijk kan de vis nu vrij de
Lek en Nederrijn optrekken."
Ecologisch gezien is dit de koninklijke weg, omdat het de oorspronkelijke diversiteit in
een gebied kan terugbrengen.
/ Weghalen van kunstwerken
De simpelste manier om de natuurlijke situatie te herstellen is het weghalen van kunstwerken
die geen nut meer hebben en alleen maar onderhoud kosten. Denk bijvoorbeeld aan overbodig
geworden oeverbeschoeiingen of stuwen in rechtgetrokken beeklopen die hun nut verloren
hebben, doordat er is gekozen voor een natuurlijk verval.
/ Hermeandering
Het weghalen van stuwen leidt tot een hogere stroomsnelheid.Versnelde leegloop van de beek
valt dan tegen te gaan door ruimte te bieden voor hermeandering. Dit verlengt het beektraject,
verlaagt de stroomsnelheid, verhoogt het bovenstrooms peil en draagt bij tot herstel van een
evenwichtig rivier-ecosysteem.
/ Inundatie van polders
In vlakke gebieden is de meest natuurlijke oplossing het realiseren van een open verbinding
tussen boezem- en polderwateren door polders onder te laten lopen. Het verwijderen of
verleggen van kades (of andere barrières) in combinatie met seizoensgebonden peilwisselingen
brengt de natuurlijke situatie van de boezemwateren weer terug.
/ Herstel van estuaria
Het permanent openen van sluisdeuren (zoals bij een stormvloedkering) betekent maximaal
herstel van de vismigratie. Deze ingreep brengt een rijke schakering aan ecologisch zeer
waardevolle overgangen terug, zoals die van zoet naar zout en een intergetijdengebied dat
droogvalt bij laag water.
-
--- I • : .
t.
.4
,.--..-
Dit zijn geulen of vispassages met opzettelijk aangebrachte natuurlijke materialen zoals
stenen, takken of in de oevers verankerde boomstammen. Zo ontstaat er een structuur
waarbinnen op kleine schaal de stroomsnelheden sterk kunnen verschillen, zodat vissen
en andere dieren een ruime keuze hebben aan rustplaatsen.
/ Nevengeul
Wanneer een migratiebarrière niet kan worden verwijderd, is de nevengeul een geschikte bypass
voor vissen. Ook landschappelijk gezien is het vaak een verfraaiing en de aanleg vergt minder
precisie dan het bouwen van een bekkenpassage.
/ Stenige of houtige doorgangen
Het vervangen van traditionele stuwen door losse stenen of boomstronken maakt voor vissen
veel verschil uit. Zo ontstaan immers natuurlijke stromingspatronen die passeerbaar zijn.
/ Gedeeltelijk herstel van riviermondingen (estuaria)
Het realiseren van een gedempt getij landinwaarts via een aangepast beheer van spuisluizen,
of via een duiker in de zeedijk van een aangrenzende polder, waarbij een permanente zoetwateraanvoer in de polder nodig is om een zoet-zoutovergang te creëren.
/Tijdelijke inundatie of waterberging
In poldergebieden staat het water meestal lager dan in de boezem. Door langdurige ontwatering
is het maaiveld gezakt, waardoor het onder zou lopen als de kades worden weggehaald. Hier
liggen dus mogelijkheden om in tijden van overvloed water tijdelijk te bergen in de polder.
-
-.,---
-
1
1
.
41
Jo Moorthamer (1)1/ Beroepsvisser Zeeuws-Vlaanderen en Westerschelde
Yvonne van Scheppingen (r)I/ Aquatisch Ecoloog Waterschap Zeeuws-Vlaanderen
Locatie/
/GemaalCampen (bijTerneuzen)
Maatregel/
/ Continue vishevel
Kosten/ 1€ 20.000
Al bij de eerste plannen om in Oost Zeeuws-Vlaanderen de afwateringssluizen in de zeedijk te
vervangen door gemalen, vreesde beroepsvisserJo Moorthamer problemen met de intrek van
paling en glasaal. Daarom heeft het waterschap voorzieningen getroffen waardoor de vissen
kunnen blijven pendelen tussen de Westerschelde en de binnenwateren.
/ Door de dijk heen
Nu bleek dit bij het gemaal Campen nog niet zo eenvoudig omdat daar een dijk én een weg
moesten worden gepasseerd. Een open aalgoot behoorde daarom niet tot de mogelijkheden.
Uiteindelijk viel de keuze op een continue vishevel die sinds het jaar 2000 in gebruik is genomen.
De hevel bestaat uit twee buizen van tien centimeter doorsnee die dwars door het dijklichaam
heen lopen. Deze verbinden het licht brakke binnenwater met de trechtervormige betonnen
uitwateringsbak van het gemaal, die buitendijks in een geul in het schor ligt. Via de ene buis
wordt permanent water vanuit de polder naar de bak gepompt.
Zo ontstaat er binnen de geul een lokstroom en wordt tevens voorkomen dat de bak geheel
droogvalt.Via de andere buis wordt het water met de daarin aanwezige dieren vanuit de bak
de polder in gepompt. Om de alen vanuit de Westerschelde de geul in te lokken wordt er
geregeld een grotere lokstroom gecreëerd door het gemaal even te laten pompen. De hevel is
in gebruik van februari tot mei, de periode dat glasaal intrekt.
/ Ook stekelbaarzen en jonge botjes
Heeft het effect gehad? "Gelukkig wel weet Yvonne van Scheppingen op basis van een serie
proefvangsten waarbij aan het binnendijks gelegen uiteinde van de buis een vangnet is
geknoopt. "Daarin hebben we niet alleen glasaaltjes en enkele rode alen aangetroffen maar
ook veel garnalen, zeenaalden, driedoornige stekelbaarzen en hele jonge botjes." Reden voor
beroepsvisser Moorthamer om de hevelpassage aan te duiden als 'een machtig ding
Lukt het niet om (semi)natuurlijke maatregelen te treffen, dan is er altijd nog het
volgende scala aan technische oplossingen. Hier worden ze slechts kort genoemd.
Een gedetailleerde toelichting staat in 'Vismigratie, een handboek voor herstel in
Vlaanderen en Nederland' (zie Bronnen).
/ Bekkenpassages
Bekkenpassages bestaan uit een reeks van meerdere bekkens (plateaus) die van elkaar worden
gescheiden door overlaten of schotten. Zodoende wordt het oorspronkelijke hoogteverschil
opgedeeld in kleinere stappen die wel te nemen zijn voor vissen.
Een variant is de bekkenpassage met V-vormige overlaten die hierdoor ook bij extreem lage
afvoeren niet droogvalt. Bij de zogenoemde vertical-slot-passages hebben de schotten een
smalle verticale sleuf tot op de bodem, zodat ook bodemvissen (zoals rivierdonderpad en bot)
er gebruik van kunnen maken. Een bijzondere variant is de De Wit-passage.
/ Hevel-vispassage
Deze is speciaal ontwikkeld om vissen (driedoornige stekelbaars) vanuit de hooggelegen boezem
naar de laaggelegen poldersloten te helpen. De aangewezen plaats voor een hevelpassage is
een gemaal, omdat de uitstroom hiervan de vis aantrekt.
/ Vissluis
Vissluizen werken volgens hetzelfde principe als scheepvaartsluizen. De vis wordt met behulp
van een waterstroom een inlaatcompartiment binnengelokt. Het compartiment sluit zich, waarna
de vis wordt geschut.
;y•.
/ Palingpassage ofaalgoot
Alen zijn uitstekende klimmers die zelfs een loodrechte wand kunnen nemen. Mits deze maar
nat is en ruw van oppervlak. Op deze eigenschap is de aalgoot gebaseerd. Het is een buis of
goot die over de gehele lengte is gevuld met kunstgras of een vergelijkbaar materiaal waarop
de glasaal voldoende grip kan uitoefenen. Het opvulmateriaal verlaagt de stroomsnelheid zodat
de glasaal stroomopwaarts kan klimmen. Aalgoten kunnen bij vrijwel alle typen constructies
worden aangelegd.
/ Visvijzel
De vijzel-vispassage overbrugt het hoogteverschil tussen boezem- en polderwater met behulp
van een vijzel (schroef). Daarlangs kan vismigratie met de stroom mee, dus omhoog, plaatsvinden.
Er tegenin zwemmen zal in het algemeen niet lukken. Er zijn ook visvriendelijke vijzels, de
zogenaamde buisvijzels. Daarin treedt minder visschade op.
/ Heraanleg of aanpassing duikers en sifons
Bij lage waterstanden kunnen duikers die te ondiep liggen droogvallen en zodoende een
migratiebarrière vormen. Met heraanleg of aanpassing valt dit te voorkomen. In de dieper
gelegen sifons (ook wel grondduikers) die de verbinding vormen tussen twee wateren
(bijvoorbeeld kanalen) kan het soms ook nodig zijn om trappen of bekkens aan te brengen.
/ Visgeleiding
Vissen kunnen met behulp van visgeleidingssystemen langs waterkrachtcentrales geleid
worden zodat zij minder schade lijden. Daar zijn vele mogelijkheden voor, maar het is altijd
maatwerk om dat te realiseren. Ook bij gemalen is het voorkomen van schade met behulp
van visgeleiding mogelijk.
:./ Aanpassing van duiker. Deifte Beek voor
1
,
..
201 Verhalen uit de praktijk
S,
1 Vism,gratie en aalmigratle
Marco van Wieringen (1)1/ Bioloog Rijkswaterstaat Noord-Holland
Jaap Guijt (r)/
/ Operator Gemaal Spuisluis Ijmuiden
Locatie/
/ Sluizencomplex Ijmuiden
Maatregel/
/ Aanpassing spuikoker en spuibeheer
Kosten/
1€ 350.000 (5% van totale renovatie sluizencomplex)
Dampende fabrieken, grote schepen, oevers van staal en kades van beton. je vraag je af wat
vissen in Ijmuiden te zoeken hebben. Welnu: de hoofdentree tot de Noord-Hollandse binnenwateren. De krachtige spuistroom van het sluizencomplex lokt veel vis, maar die kan maar
mondjesmaat met de schepen worden meegeschut. En de spuistroom is te sterk om tegenop
te zwemmen. Jammer voor de glasaal, de zeeforel, de bot en al die andere vissoorten die een
deel van hun leven in het zoete water door moeten brengen.
/ Spuikoker wordt vistunnel
'Begin jaren negentig kwam er gelukkig oog voor deze problematiek vertelt operator jaap
Guijt."De zalm moest terug in de Rijn en de Derde Nota Waterhuishouding bracht vismigratie
op de bestuurlijke agenda.Toen in 1998 de renovatie van het totale sluizencomplex startte,
werd besloten om één van de zeven spuikokers passeerbaar te maken voor vissen.
Bioloog Marco van Wieringen:"Op de bodem zijn negen lage betonnen schotten geplaatst.
Die vertragen de stroming, zodat vissen ieder schot kunnen 'nemen'en weer kunnen uitrusten
achter het volgende schot.Ook liggen er stenen waar vissen zoals bot en aal gemakkelijk tussendoor kunnen manoeuvreren. Omdat de spuikoker ruim veertig meter lang is en pikdonker, zijn
er lampen waarde dieren zich op kunnen oriënteren."
/ Visvriendelijk spuien
Met behulp van een softwarematig Beslissings Ondersteunings Systeem kunnen de operators
vanuit de bedieningskamer de uitstroom zodanig over de zeven spuikokers verdelen dat de
vissen automatisch voor de ingang van de tunnel bij de achterste koker worden geleid. Guijt
en Van Wieringen zijn erg enthousiast over de doorgang."De grootste IoIzegt Van Wieringen
tot besluit, "is dat het op het totale budget niet zoveel extra heeft gekost."
Als visbarrières zoals sluizen niet kunnen worden verwijderd, dan zijn ze wellicht
zodanig te bedienen dat er betere kansen ontstaan voor trekkende vis. Oplossingen
in deze sfeer noemen we 'aangepast beheert Eigenlijk gaat het vaak om eenvoudig
toepasbare en goedkope oplossingen, waarvan de haalbaarheid echter afhangt van
menselijke inzet en van de plaatselijke situatie. Maar wanneer het structureel wordt
volgehouden (geautomatiseerd), kan aangepast beheer beter werken dan een
technische oplossing.
/ Aangepast beheer spuisluizen
Zo is het voor intrekkende aal en andere vis al een hele verbetering wanneer bij geringe peilverschillen tussen binnen- en buitenwater (bij eb) de spuisluizen langer open blijven staan.
Dan kan het water over een langere periode en met een geringe snelheid naar buiten stromen.
De vis kan dan veel gemakkelijker tegen de stroom in optrekken. Hoe lager de stroomsnelheid,
hoe meer vissoorten (en jonge exemplaren) kunnen intrekken. Daarom is het gunstig om aan
de wanden of op de bodem rondom de doorgang kleine obstakels aan te brengen die de
stroomsnelheid verlagen.
Als beheerder heb je meerdere mogelijkheden om het aangepast spuibeheer optimaal af te
stemmen.Te denken valt aan bedieningsregimes:
/ over langere perioden (seizoenen)
/ over korte perioden (getijden)
/ in grote gebieden (diverse spuisluizen)
/ in kleine gebieden (per spuisluis)
• iii. I__
T.
Voordelen
Nadelen
/ Verbetering van de migratiemogelijkheden.
/ Mogelijk verhoogde getijdenwerking en
/ Mogelijk herstel van karakter riviermonding.
indringing van zout water landinwaarts.
/ Brede zone van intrekmogelijkheid bij
toepassing van het beheer voor verschillen
de spuisluizen.
/ Het proces is (geheel of gedeeltelijk) te
automatiseren.
/ Geen permanente intrekmogelijkheid,
maar met intervallen.
/ Er moet een bedieningsprotocol worden
opgesteld.
/ Geen duurzame oplossing.
/ Aangepast beheer gemalen
Poldervissen kunnen meestal niet of slechts zeer beperkt de rivier bereiken en omgekeerd.
Hier valt het volgende aan te doen. Sommige bemalen polders of andere gebieden kunnen
lozen onder een vrij verval. Meestal loopt er dan een spuikoker vanuit het gemaal naar het
buitenwater. Wanneer daar het peil laag is (riviergetij), stroomt er water vanuit het bemalen
gebied naar buiten.
Deze spuikoker vormt een dankbare migratiedoorgang. Tenzij de vrije lozing zo heftig is, dat
geen vis er nog tegenop komt. Dan is ook hier aangepast beheer van de spuikoker mogelijk.
De stroomafwaartse migratie vraagt om een laag toerental en een visvriendelijke omgeving,
zodat de dieren zich lang genoeg in de buurt van de opening kunnen ophouden totdat ze het
getijde 'mee' krijgen.
Voordelen
Nadelen
/ Vis komt vanuit de rivier de polder in.
/ Geen permanente trek mogelijk, maar
alleen met intervallen.
/ Er moet een bedieningsprotocol worden
opgesteld.
/ Geen duurzame oplossing.
/ Aangepast beheer onderlossende stuwen
Wanneer tuimelstuwen open staan, kunnen vissen er onderdoor zwemmen. Of dit ook gebeurt,
hangt sterk af van de turbulentie maar vooral van de stroomsnelheid onder de stuw.
Een AMI-stuw (Automatisch Mechanische Inlaat) is een variant van een tuimelstuw. De AMI-stuw
is ontwikkeld om het waterpeil aan de stroomopwaartse zijde constant te houden. In Nederland
is deze stuw succesvol toegepast in combinatie met een De Wit-vispassage. Bij lage afvoeren
gaat de vis door de passage en bij hoge afvoeren zwemt de vis direct onder de stuw door.
Voordelen
Nadelen
/ Maakt migratie mogelijk bij stromende
/ Werking is afhankelijk van de stroom-
wateren in vlakke gebieden.
snelheid onder de stuw.
0
/VloUer
peil
J
t
.(
t
BeeedeeI
Bron: Vismigratie, een handboek voor herstel in Vlaanderen en in Nederland (zie Bronnen).
/ Aangepast beheer terugsiagkieppen
Het openzetten van terugslagkleppen in afwateringssloten tijdens perioden met lage afvoer
kan bepaalde vissoorten helpen hun paaiplaatsen in ondiep water te bereiken. De effectiviteit
van deze oplossing is sterk afhankelijk van het menselijk handelen en de lokale situatie. Als
geen zekerheid bestaat dat de voorgestelde maatregelen doeltreffend worden uitgevoerd,
verdienen technische oplossingen de voorkeur.
/ Aangepast beheer schutsluizen
Vissen laten zich onderweg dankbaar meeschutten met schepen. Dat bleek ondermeer bij
de stuw in de Lek bij Hagestein. Ook bleek het Kanaal door Voorne bevolkt met voornamelijk
brasems die zich bij Hellevoetsluis het kanaal in hadden laten schutten.
In deze situaties blijkt de frequentie van het schutten en (dus) de lokstroom van groot belang.
Overigens maken niet alle vissoorten gebruik van de schutsluis. Daarom verdient het aanbeveling
om de nodige stappen voor het schutten van vis vast te leggen in een protocol. Het enthousiasme
van sluiswachters en andere betrokkenen helpt de afspraken tot een succes te maken.
Deze vorm van aangepast beheer is geschikt voor bevaarbare wateren en zoet-zoutovergangen.
Overigens is het voornamelijk toepasbaar bij gewone schutsluizen. Bij stuw-sluiscomplexen
werkt het minder goed, omdat de lokstroom langs de stuw veel krachtiger is dan de lokstroom
die kan worden ontwikkeld via de sluizen, waardoor de vissen nog steeds vast komen te zitten
onder de stuw.
/ Loze schuttingen
Dit is het laten werken van schutsluizen wanneer er geen schepen zijn,dus louter ten bate van
de vis. De kleppen kunnen open op momenten dat het waterpeil voor en achter de sluis
ongeveer gelijk is. Glasalen trekken 's nachts vanaf maart tot juni met de vloed naar binnen.
Rode aal trekt van juni van augustus verder de rivieren en kanalen op en de boezemwateren in.
Dat zijn de periodes waarin loze schuttingen bij voorkeur zouden moeten worden toegepast.
Voordelen
Nadelen
/ Migratie wordt gestimuleerd.
/ Beperkte lokstroom bij stuw-sluiscomplexen.
/ Arbeidsintensief.
/ Geen permanente maar cyclische werking.
/ Geen duurzame oplossing.
/ Rinketten
Rinketten zijn schuiven in de sluisdeuren waarmee je het waterpeil in de sluiskolk kunt reguleren.Aangezien rinketten tevens doorgang bieden aan vis,zijn ze een welkome uitbreiding
wanneer sluisdeuren in onderhoud worden genomen.
Voordelen
Nadelen
/ Verbetering van lokstroom. / Beperkte lokstroom bij stuw-sluiscomplexen.
/ Migratie zonder intervallen / Arbeidsintensief.
(bij voldoende grote rinketten). / Geen permanente werking.
/ Geen duurzame oplossing.
2611 lerhalen uit de praktijk
Peter Heuts (1)1/ Aquatische ecoloog Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Wim de Wit (r)I/ Technisch innovator Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnianden
Locatie!
/ Langbroekerwetering bij Odijk
Maatregel/
/ Onderlossende stuw met De Wit-passage
Kosten/ 1€ 30.000
Vraag Wim de Wit naar de werking van de door hem ontworpen vispassage en het halve eindexamen
natuurkunde verschijnt je weer helder voor de geest. De Wit:"Het begon met het simpele verzoek,
een jaar of vijftien geleden, om in het Kromme Rijngebied te zorgen voor stuwen waar vissen langs
kunnen. De V-vormige bekkentrap, destijds het enige type vispassage, werkte in ons gebied niet
omdat de debieten daarvoor te laag zijn. Daar moest dus een andere technische oplossing voor komen."
/ Onderlossende stuw
Zo ontstond de onderlossende stuw, een constructie waarbij het water niet over de stuw heen
stroomt maar eronderdoor, zodat het boven- en benedenpand ook bij lage waterstanden met
elkaar verbonden blijven. Voor vissen is dat veel gunstiger,al heb je daarnaast ook nog een
vispassage nodig voor wanneer de stroming onder de stuw te sterk is om tegen in te zwemmen.
Dat werd de De Wit-passage; een meterslange roestvrijstalen bak met twee openingen die naast
de stuw half verzonken in de oever wordt geplaatst. Van binnen verdelen schotten de bak in
meerdere compartimenten die via openingen met elkaar zijn verbonden. De diameter van de
openingen bepaalt de stroomsterkte die zodoende in elk compartiment gelijk is.
/ Succesnummer
De De Wit-passage is een behoorlijk succesnummer, weet Peter Heuts."ln ons eigen beheersgebied zijn er zes van geplaatst. Hier in de Langbroekerwetering zijn het witvis en vooral de
kleine vissoorten zoals riviergrondel en bermpje die er gebruik van maken, maar ook paling en
snoek hebben er profijt van."
De passage leverde het Hoogheemraadschap zelfs een octrooi op en vindt gretig aftrek.
In heel Nederland zijn er inmiddels tussen de dertig en de veertig van geplaatst. En op de
internationale wetlandconferentie, vorig jaar in Utrecht, werd Peter Heuts zelfs verrast door
serieuze belangstelling uit Australië, India en Laos, waar het een interessante oplossing kan
zijn voor vismigratie in de Mekongdelta.
Waar moet u zijn voor de financiering van vismigratiemaatregelen? Hieronder volgen de
belangrijkste subsidiemogelijkheden. Let wel: het is géén volledige opsomming. Er bestaan
meerdere regelingen die van toepassing kunnen zijn op uw situatie. Meer informatie over
deze en andere regelingen vindt u tevens in 'Het Subsidiehandboek'van de OVB (zie Bronnen).
/ Dienst Landelijk Gebied
/ Deze dienst kent diverse subsidiemogelijkheden voor projecten in
het kader van landinrichting. Hieronder vallen tevens de aanleg van faunapassages en waterbeheersingswerken. Het
bepalen van de beste mogelijkheid is maatwerk. Hiervoor kunt u contact opnemen met het Team Regelingen van de
vestiging Dienst Landelijk Gebied in uw provincie. Deze vindt u via www.dienstlandelijkgebied.nl , klik op 'contact met
DLG dan verschijnt er een lijst met de adressen en nummers van alle provinciale vestigingen.
/ Europese subsidie: Interreg III A/ Deze regeling is bedoeld voor grensoverschrijdende samenwerking
bij onder andere het behoud, verbetering, herstel en bewaking van milieu, natuur en landschap. Maximaal 80% kan
worden gesubsidieerd en de projectkosten moeten minimaal € 50.000 bedragen. Het werkingsgebied is afgebakend
per Europese regio (Euregio). Aangezien de begrenzingen van Euregio's niet de provinciegrenzen volgen, zijn sommige
provincies opgedeeld over meerdere Euregio's. In Nederland kennen we de onderstaande vijf Euregio's.
Euregio
(Drenthe, Overijssel, Gelderland, Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen)
Postbus 6008
7503 GA Enschede
t! +31 (0)53 460 51 51
i/ www.interreg.euregio.nl
Euregio Rijn-Maas-Noord
(Limburg en Noordrijn-Westfalen)
Konrad-Zuse-Ring 6
D-41 179 Mônchengladbach
t/ +49(0)2161 69 85 500
i/ www.euregio-rmn.de
Euregio Rijn-Waal
Emmericher Stral)e 24
0-47533 Kleve
t! +49(0)2821 79300
i/ www.euregio.org
(Gelderland, Noord-Brabant, Limburg, Noordrijn-Westfalen)
Euregio Scheidmond
(Zeeland, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen)
Gouvernementstraat 1
B-9000 Gent
t! +32 (0)9 223 8847
i/ www.euregioscheldmond.be
Euregio Benelux Middengebied
)Noord-Brabant, Limburg, België)
Campus Blairon
Postbus 660
Steenweg op Gierle
1008-2300 Turn hout
t! +32)0)14 711 140
i/ www.euregiobmg.com
/ Stimuleringsregeling milieu Gelderland/ Deze regeling richt zich onder meer op natuur- en
milieuprojecten met een innovatief of educatief karakter in Gelderland. Projectkosten kunnen voor de helft worden
vergoed tot een maximum van € 100.000,-.
Provincie Gelderland
Milieuklachten- en Informatiecentrum
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
t! +31 (0)26 359 99 99
t www.gelderland.nl
/ Europese subsidie Life Nature / Europese subsidie voor maatregelen (zoals vismigra-
tievoorzieningen) in vogel-of habitatrichtlijngebieden of ten gunste van soorten die in deze richtlijnen worden genoemd.
Deze regeling wordt per 2006 waarschijnlijk vervangen door andere regelingen. Meer informatie:
Ministerie van LNV, directie Natuur
Postbus 20401
2500 EK Den Haag
t! +31 (0)703786868
i/ www.minlnv.nl
_ -
1rr:
r
-
14*
:
•
•:
Hans van Kapel/ / Ecoloog Waterschap Brabantse Delta
Locatie/
/ Bovenmark ten zuiden van Breda
Maatregel/ / Nevengeul met bekkenpassage
Kosten/ /ca.€ 100.000
De regiopagina van BN/De Stem op het bureau van ecoloog Hans van Kapel bewijst dat migratiemaatregelen scoren bij de pers. Een lovende reportage vestigt de aandacht op vispassage Bieberg,
een 500 meter lange, meanderende nevengeul van de Bovenmark ten zuiden van Breda.
/ Europese subsidie
Van Kapel:"Vissen kunnen West-Brabant intrekken vanuit de Volkerak via de Dintel die overgaat in de Mark. Pas na circa dertig kilometer komen ze voorbij Breda in de Bovenmark en in de
Aa ofWeerijs de eerste stuwen tegen. Met name een trekvis als de winde heeft daar hinder van,
omdat de beste paaigronden in natuurlijke zijbeken verder stroomopwaarts liggen."
Daarom maakt het Waterschap Brabantse Delta behalve Bieberg nog andere stuwen in de Bovenmark en Aa passeerbaar voor vissen.Vorig jaar zijn in Vlaanderen in dezelfde waterlopen al negen
grote stuwen vispasseerbaar gemaakt. Dit vond plaats in het kader van grensoverschrijdende
projecten,die voor de helft konden worden bekostigd via een Europese Interreg-subsidie.
/ Landschappelijk fraai
Ook landschappelijk gezien is vispassage Bieberg een aanwinst. Hij slingert zich door het natuurgebied tussen Breda en Ulvenhout. Om de vijftig meter ligt er een drempel met (in beton
verankerde) natuurstenen die het water doet stromen als een idyllische beek. Onweerstaanbaar
voor wandelaars, zoals ter plekke blijkt. Ook vanwege de gevarieerde oeverbegroeiing.
/ Succesvol
Dat vissen de doorgang dankbaar gebruiken, blijkt uit een monitoring door de OVB die in tien
weken 5.500 vissen opleverde van maar liefst 21 soorten.Veel forse windes van een halve meter,
maar ook enkele kopvoorns en tientallen alen."We hopen op meer aal en wie weet ook nog
rivierprik zodra er weer een verbinding met het zoute water komUaldus Van Kapel.Topvangst
was een snoek van 1,10 m., precies op de dag dat de dijkgraaf erbij stond."Een mazzeltje
vindt de ecoloog."Zo'n imposant dier kan nooit kwaad voor het bestuurlijk draagvlak."
Emmerik, W.A.M., 2004. Inventarisatie beheersmaatregelen vismigratie. Organisatie ter
Verbetering van de Binnenvisserij, Nieuwegein.OVB Onderzoeksrapport OND00232.
Klein Breteler, J.G.P., 2005. Kennisdocument Europese Aal of Paling Anguilla anguilla (L.).
Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, Nieuwegein.OVB Kennisdocument no. 11.
Kroes, MJ.& Monden, S., 2005.Vismigratie, een handboek voor herstel in Vlaanderen en Nederland.
OVB, Nieuwegein, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, afdeling Water, Brussel.
ISBN 90-803245-6-6.
Slikkerveer, R., 2003. Het Subsidiehandboek. Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij,
Nieuwegein.
Voor meer informatie of het bestellen van publicaties, kunt u contact opnemen met!
OVB - Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij
Postbus 433
3430 AK Nieuwegein
030 605 84 11
0306039874
[email protected]
www.ovb.nl
B 25