Verslag van deze sessie (pdf

Verslag
Datum
Studiedag
Sessie 5
29/04/2014
Technologie, educatie en duurzaamheid
Tussen angst en euforie: kunst als ethisch experiment
Tussen angst en euforie: kunst als ethisch experiment
Stel u eens voor: over een paar generaties zal iedereen op aarde nog maar 50 cm lang zijn. Dat
betekent dus ook uw achterkleinkinderen en hun nakomelingen. Dit concept, is niet zomaar een
concept: qua verkleining van de ecologische voetafdruk kan dit in ieder geval zwaar tellen; al was het
maar omdat de voeten van mensen van 50 cm lang een héél stuk kleiner zijn dan de onze vandaag de
dag…
Op de studiedag over technologie, educatie en duurzaamheid had ik het geluk om aanwezig te zijn bij
de workshop ‘Tussen angst en euforie: kunst als ethisch experiment’. Deze studiedag belichtte de link
tussen technologie en duurzaamheid binnen educatie vanuit verschillende invalshoeken. Ik wilde
graag zoveel mogelijk ‘out of the box’ gaan, nieuwe perspectieven leren kennen, en koos daarom
voor de workshop over kunst: een geweldige keuze kan ik u vertellen.
Toen alle aanwezigen een plaatsje gevonden hadden, was de blijde verwachting voor wat komen
zou, en wat er in de toekomst mogelijk zou kunnen zijn, geïnitieerd door kunst, bijna tastbaar. De
aanwezigen – bijna allemaal mensen die op de één of andere manier een band hebben met kunst –
vertelden vol dynamiek en enthousiasme over hun doen en laten en liefde voor de kunst. Zo ook de
verantwoordelijke voor de workshop (Tim Joye – Dep. LNE) en de uitgenodigde kunstenaar (Arne
Hendriks): beide mannen zetten onze geesten op zeer scherp.
Met grote ogen en oren keek en luisterde ik naar het verhaal over de manieren waarop de ethische
grenzen door de techniek én kunst al zijn afgetast in onze wereld: het begon voornamelijk met de
GGO’s en de controverses die zij uitlokten en uitlokken. Denk maar aan het GGO-aardappelveld in
Wetteren (2011), dat dit debat zwaar heeft doen oplaaien. De standpunten en argumenten van de
lobby en tegenstanders van GGO’s evolueren en wijzigen met de tijd, maar blijven in een patstelling
tegen over elkaar zitten. Het gepolariseerde debat over genetisch gemodificeerde organismen lijdt
op die manier aan een schrijnend gebrek aan zelfreflectie. Een voorbeeld daarvan is het universitaire
experiment met ratten die genetisch gemodificeerde mais (van Monsanto) aten (2012): deze ratten
hadden tumoren zo groot als pingpongballen i.t.t. de controlegroep. Maar dit experiment werd door
de GGO-lobby dan weer als onwetenschappelijk beschouwd.
Vervolgens maakten we kennis met een fel groen fluorescerend konijn van de kunstenaar Eduardo
Kac: dit konijn is transgeen gemodificeerd met het groen fluorescent proteïne (GFP) van een kwal. Dit
konijn roept de vraag op: is dit een dier of een object?
Daarna passeerden de wortel en de Chihuahua de revue: ogenschijnlijk alledaagse gekende ‘zaken’,
maar schijn bedriegt: de oorspronkelijk uit Iran afkomstige wortel, werd in de 17e eeuw in Nederland
speciaal gekruist totdat deze de oranjekleur van het Huis Oranje-Nassau had. En de Chihuahua, het
kleinste hondenras ter wereld, stamt net zoals alle honden af van de wolf. De Chihuahua werd voor
het eerst afgebeeld door Azteken in de 10de eeuw N.C.: een selectief gekweekt hondje dat werd
geofferd bij begrafenissen, als begeleider van de ziel naar het hiernamaals. De oranje wortel en de
Chihuahua tonen aan dat het ‘sleutelen’ aan de natuur niet enkel iets is van de laatste jaren, maar
blijkbaar al eeuwen een plaats heeft in onze samenleving. Maar, de vraag is: waar ligt de grens?
En toen was daar The Incredible Shrinking Man: een mens van 50 cm lang, of beter gezegd ‘kort’. Een
onderzoek naar hoe we als mensen meer in harmonie kunnen leven met onze planeet. De halvemeter-mens zou het probleem van de ecologische voetafdruk, de schaarste aan grondstoffen en de
uitputting van de aarde, zo goed als kunnen oplossen. Als iedereen op aarde namelijk nog maar 50cm
kort zou zijn, zou er maar 3 tot 5% nodig zijn van alle grondstoffen die we verbruiken. Dus twintig
keer minder voedsel, water, energie, woningruimte, aardolie, wegen, etc. We zouden als halvemeter-mensen dan leven in een weelderige wereld van overvloed. Om één voorbeeldje te geven: op
dit moment is 18% van alle beschikbare energie hernieuwbaar. Als we allemaal 50 cm kort zouden
zijn, kunnen we dus ruimschoots leven met alleen maar hernieuwbare energie.
Arne verdiepte zich in het concept lengte van de mens, en kwam erachter dat Nederlanders ten tijde
van 1850 samen met Spanjaarden tot de kleinste mensen van Europa hoorden. Door de productie
van kaas (bevat stoffen die het menselijke groeihormoon stimuleren) is hun lengte enorm
toegenomen en nu behoren Nederlanders tot de langste mensen van de wereld. Maar, er is eigenlijk
sprake van een lengte-paradox want, naarmate mensen groter worden, wordt het leven ongezonder
(meer kans op hart- en vaatziekten, meer kans op kanker, etc.). Dat laatste horen we echter zelden.
In Nederland heerst er dus een soort misplaatste trots over het lang zijn, want lang zijn is
daadwerkelijk niet zo gezond. Iedere tien cm lengte bovenop 153 cm betekent een verkorting van je
leven met één jaar. Dus ook gezondheidsredenen wijzen in de richting van een kleinere mens…
De vraag is dan natuurlijk: hoe worden de toekomstige generaties kleiner, en bij voorkeur uiteindelijk
50 cm kort? Een vraag die op het eerste gezicht belachelijk lijkt, maar die plots in een ander daglicht
komt te staan als men de resultaten van het onderzoek bekijkt dat uitgevoerd werd door Arne
Hendriks. Hendriks ging op zoek naar het bestaan van kleine mensen op de wereld en ontdekte
mensen die van nature kleiner zijn, die een genetisch patroon hebben waardoor zij een stuk kleiner
zijn dan de gemiddelde mens.
Een aantal voorbeelden:
De Laron-mensen in Oost-Azië: normaal gezien worden deze mensen ‘mensen met het Laronsyndroom’ genoemd, maar Arne Hendriks noemt deze mensen graag gewoon ‘Laron-mensen’.
Zij hebben geen nadeel van hun lengte, en vrijwel nooit last van kanker of diabetes. Wat hen tot
een gegeerd onderzoeksobject maakt van horden wetenschappers die hun dorpen overspoelen.
‘Island dwarfs’, ook wel Homo Floresiensis genoemd, een uitgestorven mensensoort van 102
cm. Dit proces, waarbij een soort steeds kleiner wordt doordat het de natuurlijke vijanden kwijt
raak (bv. doordat men op een eiland terecht komt) noemt men Insular dwarfism.
Meisje van 62 cm uit India. Intelligent en verder ‘normaal gezond’, buiten een aantal fysieke
ongemakken, zoals haar voetjes die constant op breken staan.
Man uit Nepal van 54 cm: de kleinste man op aarde.
Geïnspireerd door bovenstaande voorbeelden van kleine mensen, vraagt Hendriks zich af of er op dit
ogenblik op onze planeet reeds een genetische code bestaat, die een mens van 50 cm dichter bij de
realiteit kan brengen…
Op zoek naar meer draagvlak voor The Incredible Shrinking Man, kwam Hendriks ook tot de
conclusie dat er in onze maatschappij op verschillende vlakken al duidelijk een verlangen naar kleinzijn leeft: the Barbie-doll illusion, de verhalen van Gulliver, ….
Ook verwijst Hendriks naar de vrouw uit de VS die haar zoon enkel opvoedt met raw-food (onbereid
voedsel). Zij werd volledig verketterd, omdat haar zoon ‘wel 13 cm kleiner’ zou worden door het eten
van enkel raw-food. Dat geeft aan hoe ongelooflijk panisch wij omgaan met lengte… Deze vrouw
werd verweten dat ze experimenteerde met haar kind. Maar zij antwoordde: ik ben juist iemand die
niet experimenteert, terwijl jullie allemaal wel experimenteren met vet en suiker etc.
Feit is dat er veel meer achter lengte schuilt dan lengte alleen en dat The Incredible Shrinking Man
ons meeneemt op een zeer boeiende ontdekkingstocht naar wat er achter de o zo vertrouwde
werkelijkheid schuilt. The Incredible Shrinking Man daagt ons uit om te zoeken naar wat er mogelijk is
als we het eens van de andere, kleinere kant bekijken.
Deze speculatieve kunst toont ons dan ook bepaalde ‘what if’ scenario’s waarin onze waardenkaders
op de proef worden genomen. Deze kunst is concreet een oefening in het technologisch bewustzijn.
Een oefening om na te denken over wat we willen, en wat we niet willen. Technologisch is er al heel
wat mogelijk, maar de vraag is hoe wij daar ethisch tegenover staan…
Om projecten zoals de The Incredible Shrinking Man te laten ontstaan is een conceptuele ruimte
nodig waarbinnen je je kan verhouden tot het fundament, een ruimte waarin jij niet tegengesproken
wordt, een ruimte waarin alles gezegd kan worden. Dat is een basisvoorwaarde om ideeën te laten
groeien, om groot te kunnen denken.
Arne pleit er dan ook voor dat iedereen zelf een kunstenaar moet worden: iedereen moet zelf
verantwoordelijkheid nemen voor het definiëren van haar of zijn eigen werkelijkheid, en die
werkelijkheid niet laten bepalen door de ideeën van anderen. Kunst is verantwoordelijkheid nemen
voor dat proces.
http://www.the-incredible-shrinking-man.net/
http://www.arnehendriks.net/
Enkele bedenkingen van de deelnemers tijdens de workshop
The Incredible Shrinking Man is helemaal niet zo speculatief, want technisch is dit dus best wel
mogelijk. Maar moreel/ethisch is dit natuurlijk een probleem.
Deze speculatieve kunst toont ons bepaalde ‘what if’ scenario’s waarin onze waardenkaders op de
proef worden gesteld. Deze kunst is een concrete oefening in het technologisch bewustzijn. Een
oefening om na te denken over wat we willen, en wat we niet willen.
Wat Arne doet kan heel mooi aansluiten bij systeemdenken, het is een holistische visie waarbij alles
vanuit alle mogelijke hoeken bekeken wordt en alle verschillende visies meegenomen worden, zeker
ook de niet voor de hand-liggende visies…
Kunst moet geen didactisch ding worden. Iedereen zou zelf een kunstenaar moeten worden om zelf
verantwoordelijkheid te nemen voor het definiëren van haar /zijn eigen werkelijkheid. Kunst is
verantwoordelijkheid nemen voor dat proces.
Op het moment dat wij allemaal begrijpen dat we in een zelfde soort proces zitten, kunnen we ook
weer gemakkelijker met elkaar praten… Op dit ogenblik zitten we niet in heel gunstig vaarwater wat
het klimaat en ongelijkheid in de wereld betreft. Wie weet zou dat wel heel anders zijn als we
allemaal verantwoordelijkheid nemen voor het definiëren van onze eigen werkelijkheden (en die dus
niet laten bepalen door de ideeën van anderen).
Kunst is een basishouding van waaruit je kan vertrekken, en niet een aanvulling op een bestaande
structuur. Arne beweert, wat dat betreft, arrogant te zijn. (zijn antwoord op de vraag of hij dan ook
vindt dat kunst en zeer waardevol ander perspectief is (een aanvulling is) als je op een systemische
manier naar de wereld rondom kijkt.)