zie PDF in bijlage

r u n d v e e h o u d e r i j THEMA FOKKERIJ
Naarmate de rood- en zwartbonte Holstein-rassen
dichter bij elkaar komen, rijst de vraag of één
generieke fokwaardebasis wenselijk is.
Rood- en zwartbont
nog apart berekend
D
R10
E komende vijf jaar worden de
fokwaarden van Holstein-stieren
óf op roodbontbasis berekend óf
op zwartbontbasis. Er komt nu
nog geen overkoepelende Holstein-basis,
waarop de fokwaarden van alle Holsteinstieren worden gepresenteerd. Naast de
zwartbont- en roodbontbasis komt er een
dubbeldoelbasis (voorheen basis lokaal).
Daarnaast gaat het GES (Genetische Evaluatie Stieren), mits het niet te veel die-
ren betreft, een overzicht maken van álle
stierenfokwaarden van de rassen op
zwartbontbasis. Dit om een helder beeld
te geven van wat stieren bijdragen op bedrijven waar veehouders stieren selecteren over de rassen heen.
Basisberekening
Wie de bijdrage van een zwartbonte stier
aan roodbont of andersom wil bekijken,
kan op de CRV-site bij ‘Zoek stier’ via ‘ba-
sisberekening’ de basis aanpassen.
De discussie over één genetische basis
voor Holstein komt elke vijf jaar terug
omdat dan de basisaanpassing plaatsvindt. De volgende aanpassing is in april
2015, de laatste was in 2010. Voorafgaand aan een basisaanpassing moet besloten zijn of de Holstein-rassen zwarten roodbont elk een eigen basis houden
of dat ze op één basis worden berekend.
Dit gezien het feit dat de rassen steeds →
BOERDERIJ 100 — no. 6 (4 november 2014)
Basisaanpassing en basisverschil
De basisaanpassing
wordt iedere vijf jaar
uitgevoerd. Dan volgt
er een correctie op de
fokwaarden van het
ras. Een voorbeeld: als
stieren gemiddeld 600
kilo melk vererven,
gaat de genetische
aanleg van de veestapel op basis van de bijdrage van die stieren
met 300 kilo melk
vooruit. In een periode
van vijf jaar is een
nieuwe generatie aan
1. Van plus naar min in gehalten
fokwaarden Delta Sherlock op basis zwart- en
roodbont
kenmerk
NVI
kg melk
kg vet
kg eiwit
% vet
% eiwit
Inet
uier
benen
exterieur
levensduur
vru-index
Z -> R
34
543
6
12
-0,23
-0,09
54
2
2
2
140
-2
zwart
297
898
40
38
0,01
0,08
251
113
115
114
361
98
rood
331
1441
46
50
-0,21
-0,01
308
115
117
116
501
96
Het aanpassen van de basis toont wat de stier
Delta Sherlock bijdraagt aan de rassen.
de melk die dus een
300 kilo hogere melkaanleg heeft.
Een stier die vijf jaar
geleden een fokwaarde plus 800 kilo melk
had, zal dus in de huidige veestapel volgens
het voorbeeld geen
800 kilo melk, maar
500 kilo melk toevoegen. De basisaanpassing is daarmee een
correctie op de vooruitgang in het ras op
de fokwaarden. Uit tabel 2 blijkt dus dat
roodbonten in de periode 2005-’10 gemiddeld meer genetische
vooruitgang hebben
geboekt dan zwartbonten.
Het basisverschil is
het verschil in genetische aanleg tussen
rassen, in dit geval
rood- en zwartbont
Holstein. Deze is de
2. Rood toont meer progressie
basisaanpassing zwart- en roodbont 2010
kenmerk
NVI
Inet
kg melk
kg vet
kg eiwit
levensduur
uier
beenwerk
celgetal
vru-index
zwart
-42
-27
-266
-8
-9
-51
-3
-2
0
1
rood
-64
-60
-424
-20
-17
-98
-2
-2
0
2
Tijdens de laatste aanpassing in 2010 toonde
roodbont meer vooruitgang dan zwartbont.
laatste keer gepubliceerd in augustus
2013. Toen is de berekeningswijze voor NVI
veranderd, waarin
meerdere fokwaarden
verenigd zijn.
In tabel 1 staat het
basisverschil en hoe
zich dat uit als de fokwaarden voor de stier
Delta Sherlock berekend zijn op roodbontdan wel op zwartbontbasis. Dit staat los van
de betrouwbaarheid
van de fokwaardeschatting. Deze wordt
namelijk bepaald door
informatie van ouders,
DNA en/of dochterinformatie.
R11
Fokwaarden
van rood- en
zwartbonte
Holsteiners
worden op twee
verschillende
bases berekend. FO T O : MA R K
PA SVE E R
BOERDERIJ 100 — no. 6 (4 november 2014)
r u n d v e e h o u d e r i j THEMA FOKKERIJ
dichter naar elkaar toe groeien. Momenteel gelden de basisverschillen die vastgesteld zijn per augustus 2013 (zie kader
pag. R11).
Onlangs is de discussie opnieuw gevoerd. Vastgesteld werd dat de verschillen tussen de rassen nog te groot zijn om
rood en zwart op een basis te berekenen.
Ook is er commercieel en emotioneel nog
veel te winnen dan wel te behouden bij
de instandhouding van twee verschillende bases. Deskundigen in de fokkerij
denken dat de roodbonte populatie ondersneeuwt als één basis wordt gehanteerd. Er zijn te veel zwartbonte stieren
‘Op één basis krijgt zwartbont overhand’
De factor emotie is zo belangrijk dat berekenen
van de fokwaarden van
Holstein-rood- en zwartbont op één basis nu nog
op te veel weerstand zou
stuiten. Dat denken deskundigen in de fokkerij.
R12
Roodbont heeft specifieke eigenschappen met
meerwaarde, vindt Jan
Steegink, voorzitter Platform Roodbont. “Roodbont zorgt voor behoud
van meer kracht en balans en hogere melkgehalten. Op één basis
bloedt roodbont dood,
want de populatie zwartbont is veel groter. De
fokker zoekt alleen naar
de hoogste NVI-stier. De
veehouder kiest zijn stieren uit de top van de
kaart, dus zwartbont. Zo
komt er nog minder roodbont bloed beschikbaar,
dat leidt tot een neerwaartse spiraal.
Áls rood en zwart ooit
op één basis worden berkend, moet dat ook voor
Fleckvieh, Montbéliarde,
Jersey en Brown Swiss
gelden. Nog te vaak kiest
een boer voor een Fleckvieh-stier met +300 melk.
Maar omgerekend op Holstein-basis geeft dat echt
geen positieve bijdrage op
melk.”
Arie Hamoen, hoofdinspecteur Stamboek CRV,
vindt dat rood- en zwartbonte Holsteins keuringstechnisch al op één standaard worden beoordeeld. “Wat dat betreft is
er geen belemmering om
rood en zwart op één basis te publiceren. Anderzijds hebben we hier een
van de grootste roodbontpopulaties. Verschillen zitten in iets minder
melk en iets minder achteruierhoogte. Maar melkeiwitgehalten en conditie
zijn duidelijke pluspunten
van roodbont. We moeten
oppassen dat we die eigenschappen niet verliezen als rood en zwart op
één basis worden berekend. Daarbij speelt emotie in de fokkerij een grote
rol, de eigenwaarde van
de roodbontfokkerij kan in
het geding komen.”
Gerard Scheepens, directeur coördinatie bij KI
Samen: “Als rood en
zwart op één basis komen, zie ik dat liever omschreven als één melkbasis. Daarnaast zouden er
nog een dubbeldoel- en
een vleesbasis moeten
zijn. In die melkbasis kun
je dan gelijk zien wat een
stier toevoegt. Dan moet
wel een oplossing worden gezocht voor het ver-
gelijkbaar maken van het
exterieur. Bij samenvoegen mis je wel de beste
rode stier, omdat er heel
veel zwartbonten hoger in
de ranglijst staan. Dat is
dan ook hét tegenargument. Veehouders vinden
kleur vaak nog zó belangrijk dat het nu nog niet interessant is de bases samen te voegen.”
Roel Veerkamp, coördinator GES, denkt dat het
goed mogelijk is de fokwaarden stieren op één
basis te berekenen. “Dan
domineert zwartbont wel
de top van de lijst, want
die heeft de hoogste NVI
met meeste melk en
hoogste kilo’s vet en eiwit. Emotioneel gezien is
het niet goed om veehouders een lastiger keuze
rood- of zwarbont voor te
schotelen, of ze die keuze
zelfs te ontnemen. GES
kiest er daarom voor om
zwart- en roodbont op
verschillende bases te
berekenen. Wel zinvol is
een overkoepelende lijst
van álle stieren van álle
rassen berekend op
zwartbontbasis. Veehouders kunnen de basis per
stier al aanpassen als ze
de fokwaarden opzoeken,
die exercitie heeft GES
dan al voor ze uitgevoerd.
De presentatie is nieuw.”
Zwartbonte stieren hebben nog altijd de
meeste aanleg voor kilo’s melk en kilo’s
vet en eiwit. F O TO : F O TO PERSB U R O DI JKST R A
met een hogere NVI, waardoor boeren
niet meer voor roodbonte stieren kiezen
(zie kader links).
Exterieur
Qua exterieur worden beide rassen al op
gelijke schaal behandeld. Een inspecteur
beoordeelt zwart en rood gelijk. Daarmee lijkt het alsof de weg vrij is voor het
keuren van zwart- en roodbont in één
ring. Toch zijn de meeste fokkers daar
niet voor. Er is nog animo voldoende om
twee kleuren aan te bieden. Alleen regionaal, als er een te krap aantal inzenders
is, lijken twee kleuren in een ring gerechtvaardigd. Zo kan doorgang van de
keuring worden gewaarborgd.
Terug naar de fokwaarden. Voor het
GES is het eenvoudig: technisch gezien
kunnen Holstein-rassen op één fokwaardebasis worden gepresenteerd. Dat is een
kwestie van een druk op de knop. Maar
ook hier zijn er krachten die de samengestelde fokwaarden tegenhouden. Vaak
zijn dat emotionele redenen, maar ook
commerciële. Twee kleuren geven twee
toppers, dat verkoopt gemakkelijker.
Belangrijker is dat de verschillen tussen de gemiddelde aanleg van roodbont
en zwartbont op dit moment nog te groot
zijn. Niet alleen op het gebied van melkaanleg en gehalten, maar ook op exterieur. Een zwartbonte stier die +0,04 eiwit
vererft, zou bij een paring op een roodbonte koe een gemiddeld resultaat laten
zien van –0,05 eiwit. Dit komt doordat
het verschil in de populaties 0,09 procent
eiwit is. Zolang deze verschillen in de populaties niet veel kleiner zijn, is het eenvoudigweg nog te vroeg om de twee
kleuren op één basis te berekenen.
Wijnand Hogenkamp
BOERDERIJ 100 — no. 6 (4 november 2014)