IN MEMORIAM - Sabine de Bethune

___
DE VOORZITSTER
___
In memoriam Jos Chabert, eresenator,
Minister van Staat
24 april 2014
Op 10 april jongstleden overleed Jos Chabert.
Jos Chabert was een geboren redenaar, studentenleider, een geëngageerde advocaat, jarenlang
parlementslid en minister.
Engagement, charisma, jovialiteit, eloquentie en een feilloos gevoel voor de media, waren de
ingrediënten van zijn rijkgevulde carrière als politicus.
Jos Chabert was een geboren en getogen Brusselaar. Op de terugweg van de Russische
campagne van Napoleon had één van zijn voorvaders zich in de Marollen gevestigd. Hij werd
geboren in de Louis Hapsstraat in Etterbeek en bracht zijn kinder- en jeugdjaren door in de
Vogelzangwijk in Sint-Pieters-Woluwe waar zijn vader - een zelfstandige - schepen was. Hij
genoot samen met zijn zus en drie broers van een onbezorgde jeugd.
De politieke microbe was van jongsaf aan aanwezig. Jos Chabert organiseerde reeds op
vijftienjarige leeftijd de campagne van zijn vader. Mede dankzij zijn vader, vond hij inspiratie
in het christendemocratisch gedachtengoed. De passie voor de politiek zou hem nooit meer
loslaten.
Na het volgen van de klassieke humaniora bij de paters-jezuïeten aan het Sint-JanBerchmanscollege, studeerde Jos Chabert aan de Katholieke Universiteit Leuven en
promoveerde er tot doctor in de rechten. Aan de universiteit werd hij voorzitter van het
Katholiek Studentencorps en van het Faculteitenconvent. Hij won ook overtuigend het
interuniversitaire welsprekendheidstornooi.
Ondanks zijn politieke interesse startte Jos Chabert zijn actieve loopbaan als advocaat in Brussel.
Hij pleitte ook meerdere assisenzaken en maakte aldus kennis met de minder fraaie kant van
onze maatschappij, wat zijn drang om iets ten goede te veranderen en de gemeenschap te dienen
alleen maar heeft versterkt .
Zijn passie voor de civitas zou hem blijvend voortstuwen. Hierbij bleef hij streven naam meer
solidariteit en rechtvaardigheid.
De overstap naar de politiek lag dan ook voor de hand.
–1–
Om bruggen te slaan tussen de twee taalgemeenschappen in ons land richtte hij in Meise een
taallaboratorium op, wat een ware primeur was voor die tijd. Talen leren, in plaats van ze te
bestrijden, was voor deze perfect tweetalige – en meertalige - een manier om het harmoniemodel
concreet gestalte te geven.
In 1968 startte Jos Chabert, toen 35 jaar, zijn politieke carrière op het nationale federale niveau
in de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Zijn eerste ministerportefeuille verwierf hij in 1973 : hij werd toen bevoegd voor Nederlandse
Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden. In de daaropvolgende jaren zou hij diverse
departementen leiden, met als hoogtepunt wellicht het vice-eersteministerschap.
Als minister van Verkeerswezen en Communicatie, PTT, RTT, Toerisme en Havenbeleid
verwezenlijkte hij de invoering van de snelheidsbeperkingen, het verplicht dragen van de
autogordel en de 0,8 promille alcoholgrens. Vandaag kan dit evident lijken, maar toen was dat
allesbehalve vanzelfsprekend en kreeg hij heel wat tegenwind. Hij zette door en mede hierdoor
zakten de cijfers van verkeersdoden op Belgische wegen drastisch. Meer dan de mensen
beseffen is de invloed van Jos Chabert doorgedrongen in delen van het dagelijkse leven. Denk
ook maar aan het enige Brusselse metrostation dat is genoemd naar een levende persoon : Eddy
Merckx.
Hij werd ook één van de hoofdrolspelers in de staatshervorming van 1980 en legde mee de basis
voor de ontwikkeling van de drie gewesten.
Het waren immers politiek turbulente tijden : zo was Jos Chabert lid van niet minder dan
tien federale regeringen in een tijdsspanne van negen jaar.
De geboorte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betekende meteen ook de start van een
nieuw ministerieel hoofdstuk in Chaberts carrière : vijftien jaar lang zou hij deel uitmaken van
de Brusselse regering. Eén van zijn verwezenlijkingen bij openbare werken was de heraanleg –
zelf sprak hij liever over de “vermenselijking” - van de Wetstraat.
In de beginjaren van het nieuwe Gewest gaf hij er mee bepalend vorm aan, in nauwe
samenwerking met andere Brusselse politici. Zijn plaats in de Brusselse regering leverde hem
ook een paar jaar lang een absolute unieke positie op en van 1999 tot 2004 was hij de enige
CVP-minister van het land.
“Brussel is mijn leven” was ooit één van zijn verkiezingsslogans : als Vlaamse Brusselaar met
een perfecte kennis van de Franse taal en zijn reputatie van gematigde Vlaming, geloofde hij
rotsvast in de rijkdom van het multiculturele karakter van Brussel, maar zag hij er tegelijkertijd
de gevaren van in. De noodzaak aan dialoog en wederzijds respect waren evidenties voor Jos
Chabert.
Naast Brusselaar in hart en nieren was Jos Chabert ook een overtuigd Europeaan. Als jongeling
maakte hij immers de tweede wereldoorlog mee en begreep hij als geen ander het belang van het
vredesconcept in het Europese project. Als lid en ook als voorzitter, van het Europese Comité
van de Regio's ijverde hij onophoudelijk voor een versterking van de regio's in de Europese
–2–
besluitvorming om het democratisch deficit van de Europese instellingen weg te werken en tot
een Europa te komen dat dicht bij zijn burgers staat.
Omdat Jos Chabert in Brussel bekend stond als bruggenbouwer werd hij in het Comité van de
Regio's gevraagd de werkgroep “Westelijke Balkan” voor te zitten, die de harmonische integratie
van de landen uit deze delicate en gevoelige regio in de Europese Unie moest voorbereiden. Ook
deze taak heeft hij met veel overtuiging en energie op zich genomen.
In 2009 benoemde Koning Albert II hem ter bekroning van zijn lange en vruchtbare loopbaan
tot Minister van Staat.
Trouw aan zijn principes is Jos Chabert zich ook na de politiek op verschillende fronten blijven
inzetten voor zijn medemens in zijn geliefde Brussel. Zijn joviale en verzoenende aanpak zal
worden gemist. Met hem verdwijnt een referentie in de Belgische politiek : iemand die de
opeenvolgende institutionele hervormingen had meegemaakt en mee vorm gegeven, met het
algemeen belang en een harmonieuze samenleving voor ogen.
Namens de Senaat wens ik de familie van Jos Chabert ons diep leedwezen en innig medeleven
te betuigen.
_________
–3–