downloaden (pdf, 605 kB)

Regeling Aanmelding en Inschrijving 2014 – 2015
Regeling ter uitwerking van de wettelijke bepalingen inzake inschrijving en
collegegeld in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
(WHW), die op grond van artikel 12, tweede lid van de Structuurregeling van
toepassing zijn op de Radboud Universiteit Nijmegen.
Hoofdstuk 1: Algemeen
Artikel 1.
Begripsbepalingen
1. De in deze regeling voorkomende begrippen hebben de betekenis die de
Structuurregeling, respectievelijk de krachtens de Structuurregeling geldende wettelijke
bepalingen van de WHW daaraan geven.
2. Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
a. Aanmelding: een verzoek tot inschrijving;
b. BSA: bindend studieadvies als bedoeld in artikel 7.8b WHW;
c. BBC: bewijs betaald wettelijk collegegeld, afgegeven door een Nederlandse instelling
voor hoger onderwijs op grond van artikel 7.48 WHW;
d. BRON HO: Het basisregister onderwijs hoger onderwijs, als bedoeld in artikel 24b van
de wet op het onderwijstoezicht;
e. DUO: Dienst uitvoering Onderwijs;
f. GBA: gemeentelijke basisadministratie;
g. herinschrijving: hernieuwde inschrijving voor een zelfde opleiding, direct aansluitend
aan de eerdere inschrijving voor die opleiding;
h. nominale studieduur: studieduur zoals die is vastgelegd in de desbetreffende
onderwijs- en examenregeling;
i. OER: onderwijs- en examenregeling;
j. Premaster: een schakelprogramma, bestaande uit bachelorvakken bedoeld om
toegelaten te kunnen worden tot een masteropleiding van de RU;
k. RU: Radboud Universiteit Nijmegen, en
l. Studielink: de webapplicatie ten behoeve van inschrijving aan Nederlandse
universiteiten en hogescholen (www.studielink.nl).
3. Voor de berekening van de nominale studieduur wordt in deze regeling uitgegaan van
30 september als peildatum.
4. De bepalingen van deze regeling betreffende deeltijdstudenten zijn van overeenkomstige
toepassing op duale studenten.
Artikel 2.
Aanmelding en inschrijving algemeen
1. Aan een inschrijving gaat een tijdige aanmelding vooraf.
2. Inschrijving is uitsluitend mogelijk indien voldaan is aan de toelatings- en
toelaatbaarheideisen genoemd in artikel 5 en 6.
Versie 7-3-2014
1
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
3. De bepalingen betreffende de aanmelding en inschrijving gelden voor iedere inschrijving
en herinschrijving.
4. Een aanmelding geschiedt door het (geheel en correct) invullen van de webapplicatie
Studielink (www.studielink.nl), met opgave van de Radboud Universiteit Nijmegen als
instelling en onder vermelding van de naam van de desbetreffende opleiding.
5. Bij de aanmelding dienen alle gevraagde documenten te worden ingeleverd.
6. Een inschrijving is pas geëffectueerd als aan alle administratieve verplichtingen is voldaan
en de verschuldigde bedragen zijn voldaan.
Artikel 3.
Studiekeuzecheck
1. Een aankomend student als bedoeld in artikel 7.31 WHW die zich voor een eerste maal
voor de propedeutische fase van een bacheloropleiding wenst in te schrijven dient zich
uiterlijk op 1 mei aan te melden, om recht te hebben op een studiekeuzeadvies op basis
van de regeling Studiekeuzecheck.
2. De aanmeldprocedure bedoeld in artikel 2, vierde lid omvat voor de daarvoor in
aanmerking komende studenten tevens de studiekeuzeactiviteit zoals vastgelegd in de
Regeling Studiekeuzecheck.
Artikel 4.
Relevante data
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid is aanmelden met het oog op
inschrijving per 1 september 2014 mogelijk tot en met 31 augustus 2014.
2. Inschrijven na 30 september 2014 is, met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid,
uitsluitend mogelijk wanneer de desbetreffende examencommissie desgevraagd
verklaart dat er geen bezwaar bestaat tegen de latere inschrijving en dat inpassing in het
onderwijs nog mogelijk is.
3. Voor iedere inschrijving geldt dat deze plaatsvindt met ingang van de maand volgend op
de maand waarin aan alle voorwaarden voor inschrijving is voldaan.
4. Inschrijven voor een opleiding waarvoor een inschrijvingsbeperking (numerus fixus) geldt
en waarvoor een bewijs van toelating van DUO is vereist, is mogelijk gedurende de
termijn die bij dat bewijs is genoemd, doch uiterlijk tot en met 30 september 2014. In
tegenstelling tot het bepaalde in het derde lid vindt in dit geval inschrijving plaats met
terugwerkende kracht tot en met 1 september 2014.
5. Indien op grond van het bepaalde in de OER een opleiding voor een student begint op
1 februari, kan een student die daarom verzoekt in afwijking van het bepaalde in het
tweede lid ook na 1 september worden ingeschreven mits het verzoek daartoe via
Studielink vóór 1 februari is ingediend.
Artikel 5.
Toelating en toelaatbaarheid
1. Toelaatbaar tot een bacheloropleiding van de Radboud Universiteit is degene die voldoet
aan de vooropleidingseisen als bedoeld in de artikelen 7.23a tot en met 7.30 WHW,
alsmede aan de eisen genoemd in de desbetreffende OER.
2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, geldt voor aankomend studenten die
toelating wensen tot de propedeutische fase van een van de hierna te noemen numerus
Versie 7-3-2014
2
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
fixus opleidingen dat inschrijving alleen mogelijk is op basis van een namens de minister
door DUO afgegeven bewijs van toelating. Het betreft voor 2014 de opleidingen:
a. Geneeskunde;
b. Tandheelkunde;
c. Biomedische wetenschappen;
d. Psychologie en
e. Bedrijfskunde.
3. Toelating tot de propedeutische fase van de bacheloropleidingen Geneeskunde en
Biomedische wetenschappen geschiedt in zijn geheel, en voor de opleidingen
Tandheelkunde, Psychologie en Bedrijfskunde deels, op basis van decentrale selectie als
bedoeld in artikel 7.57e van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek.
4. Toelaatbaar tot een masteropleiding van de RU is degene die voldoet aan de wettelijke
eisen zoals bepaald in de artikelen 7.30b tot en met 7.30e van de WHW alsmede aan de
eisen genoemd in de desbetreffende OER.
Artikel 6.
Toelating op grond van een buitenlands diploma
1. Toelating op grond van een buiten Nederland afgegeven diploma als bedoeld in artikel
7.28 WHW is uitsluitend mogelijk indien men in het bezit is van een toelatingsbeschikking
afgegeven door het college van bestuur en betrokkene heeft bewezen de Nederlandse
taal voldoende te beheersen voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs,
overeenkomstig het bepaalde in de procedure ‘Toelating op grond van buitenlandse
diploma’s’. Ook dan dient aan de aanvullende eisen genoemd in de desbetreffende OER
te zijn voldaan.
2. Van de eis inzake beheersing van de Nederlandse taal bedoeld in het eerste lid is
vrijgesteld de bezitter van een van de hierna te noemen diploma’s of certificaten:
a. het diploma van het Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma II (NT2-II)
b. het RU-certifcaat Nederlands als tweede taal (RU-NT2);
c. het Certificaat Nederlands als vreemde taal, profiel Academische Taalvaardigheid óf
profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs;
d. International Baccalaureate: Nederlands als Language A of Language B (Higher
Level);
e. Europees Baccalaureaat: Nederlands als tweede taal;
f. Verenigd Koninkrijk: Nederlands op GCE A-level (vanaf 1998);
g. International GCSE First Language;
h. Duitsland: Zeugnis der Allgemeinen Hochschulreife met Nederlands als Leistungs- of
Grundkurs;
i. Suriname: Vwo-diploma, propedeuse Anton de Kom universiteit;
j. België: Diploma van Secundair Onderwijs (ASO), of
k. Overzeese gebiedsdelen: vwo-diploma met Nederlands als eindexamenvak dan wel
een diploma hoger onderwijs.
3. De examencommissie kan de bezitter van enig ander diploma of certificaat vrijstellen van
het onderzoek. De studentdecaan adviseert de examencommissie al dan niet gevraagd
over de verlening van deze vrijstellingen.
Versie 7-3-2014
3
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
Hoofdstuk 2: Inschrijving
Artikel 7.
Inschrijvingsvoorwaarden
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 9 staat inschrijving voor een initiële opleiding aan
de RU als student of extraneus open voor degene die voldoet aan het bepaalde in artikel
7.32 WHW.
2. Tot inschrijving wordt alleen dan overgegaan indien:
a. de elektronische aanmelding via Studielink is afgerond en
b. het verschuldigde college- of examengeld tijdig is of wordt voldaan, een en ander
overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3.
Artikel 8.
Premaster
1. Studenten als bedoeld in artikel 7.57i WHW die in het bezit zijn van een
bachelordiploma, die met het oog op instroom in een masteropleiding van de RU een
premasterprogramma willen volgen dienen in het bezit te zijn van een verklaring van de
examencommissie waarin de omvang en inhoud van het te volgen schakelprogramma is
vastgelegd. Het bepaalde in artikel 7, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
2. De hoogte van de te betalen vergoeding is gebaseerd op de omvang van het programma
zoals vermeld in de verklaring. De student mag uitsluitend de onderwijsonderdelen
volgen die in de verklaring zijn vastgelegd.
3. De student mag het desbetreffende onderwijs volgen gedurende twee ononderbroken
studiejaren zonder dat opnieuw de vergoeding verschuldigd is.
4. De vergoeding wordt krachtens volmacht gedurende het eerste studiejaar in twee gelijke
halfjaarlijkse termijnen in september en februari in rekening gebracht zonder dat
daarvoor additionele administratiekosten zijn verschuldigd. Indien de inschrijving tijdens
het eerste studiejaar vóór 1 februari via Studielink wordt beëindigd is betaling van de
tweede termijn niet meer verschuldigd.
5. Het debiteurenprotocol is van overeenkomstige toepassing.
6. Indien de examencommissie zulks in de verklaring aangeeft bedraagt de termijn bedoeld
in het derde lid voor studenten die zijn ingeschreven voor een deeltijd-premaster bij de
faculteit der rechten in afwijking van het bepaalde in het derde lid drie jaar.
7. Het bepaalde in de artikelen 21, 22, 23, 24 en 25 is niet van toepassing op studenten die
zijn ingeschreven voor een premasterprogramma.
8. De hoogte van de te betalen vergoeding wordt op basis van de omvang van het
programma als bedoeld in het tweede lid en de tarieven bedoeld in artikel 18
vastgesteld.
Artikel 9.
Bindend Studieadvies (BSA)
1. Indien aan een student een negatief bindend studieadvies (BSA) is afgegeven, is
inschrijving of herinschrijving voor de desbetreffende opleiding of voor het cluster van
verwante opleidingen waartoe die opleiding behoort en zoals is vastgelegd in de
desbetreffende OER, gedurende een periode van drie studiejaren na afgifte van dat
advies niet mogelijk.
Versie 7-3-2014
4
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
2. Het bepaalde in het eerste lid is onverkort van toepassing gedurende de looptijd van een
eventuele bezwaar- of beroepsprocedure betreffende het BSA of daaraan ten grondslag
liggende besluiten.
Hoofdstuk 3: Collegegeld
Artikel 10.
Soorten collegegeld
Onderscheiden worden de volgende soorten collegegeld:
a. het wettelijk collegegeld, zijnde het wettelijk collegegeld, als bedoeld in artikel 7.45
en 7.45a WHW;
b. het instellingscollegegeld bedoeld in artikel 7.46 WHW ter hoogte van het wettelijk
tarief, en
c. het instellingscollegegeld bedoeld in artikel 7.46 WHW, ter hoogte van een
gedifferentieerd tarief, zoals omschreven in artikel 17.
Artikel 11.
Wettelijk collegegeld - algemene voorwaarden
Het wettelijk collegegeld is verschuldigd door een student die voldoet aan de voorwaarden
genoemd in artikel 7.45a WHW.
Artikel 12.
Vrijstelling en vermindering van collegegeld
1. Het college van bestuur kan een student die wenst te worden ingeschreven aan de RU
voor een opleiding waarvoor hij het wettelijk collegegeld dient te betalen en die voldoet
aan het bepaalde in artikel 7.48, eerste lid WHW, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van het
betalen van collegegeld.
2. De verleende vrijstelling geldt slechts voor de duur dat aan de desbetreffende
voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan.
Artikel 13.
Het instellingscollegegeld ter hoogte van het wettelijk tarief
1. Het instellingscollegegeld ter hoogte van het wettelijk tarief is verschuldigd door de
student die direct aansluitend aan het behalen van een graad aan de RU, derhalve zonder
onderbreking, wordt ingeschreven voor een volgende opleiding ter verkrijging van een
tweede bachelor- of mastergraad.
2. De student, die formeel is toegelaten tot het speciale programma voor de opleiding van
kaakchirurgen, die de bachelor- en masteropleiding Geneeskunde aan de RU of aan een
andere Nederlandse universiteit heeft afgerond, is het instellingscollegeld ter hoogte van
het wettelijk tarief verschuldigd voor de nog te volgen opleiding Tandheelkunde
gedurende de nominale studieduur plus één studiejaar, mits hij voldoet aan het
nationaliteitsvereiste.
3. De student die formeel is toegelaten tot het speciale programma voor de opleiding van
kaakchirurgen, die de bachelor- en masteropleiding Tandheelkunde aan de RU heeft
afgerond, is het instellingscollegeld ter hoogte van het wettelijk tarief verschuldigd voor
de nog te volgen opleiding Geneeskunde voor de nominale studieduur plus één
studiejaar, mits hij voldoet aan het nationaliteitsvereiste.
Versie 7-3-2014
5
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
Artikel 14.
Het gedifferentieerde instellingscollegegeld
In alle gevallen waarin artikel 9 tot en met 13 niet van toepassing zijn, is het gedifferentieerd
instellingscollegegeld verschuldigd.
Hoofdstuk 4. Tarieven en betaalwijze
Artikel 15.
Wettelijk collegegeld
Het wettelijk collegegeld bij inschrijving voor een voltijdse of deeltijdse opleiding bedraagt
€ 1.906,-.
Artikel 16.
Instellingscollegegeld ter hoogte van het wettelijk tarief
Het tarief voor het instellingscollegegeld ter hoogte van het wettelijk tarief voor een voltijdse of
deeltijdse opleiding bedraagt € 1.906,-.
Artikel 17.
Gedifferentieerd instellingscollegegeld
1. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid bedragen voor:
a. Bacheloropleidingen voltijd
€ 6.994,-
b. Bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid deeltijd nieuw programma
c. Overige deeltijdopleidingen
€ 3.839,€ 6.994,-
d. Masteropleiding Nederlands Recht deeltijd nieuw programma
e. Overige Masteropleidingen
€ 4.786,€ 9.570,-
2. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Letteren bedragen voor:
a. Bacheloropleidingen
€ 6.994,-
b. Masteropleidingen
€ 9.570,-
3. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Sociale wetenschappen bedragen voor:
a. Bacheloropleiding Kunstmatige Intelligentie
Versie 7-3-2014
6
€ 9.570,-
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
b. Overige Bacheloropleidingen
€ 6.994,-
c. Masteropleiding Artificial Intelligence
€ 10.537,-
d. Masteropleidingen Cognitive Neuroscience
€ 10.537,-
e. Overige masteropleidingen
€ 9.570,-
4. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Managementwetenschappen bedragen
voor:
a. Bacheloropleidingen
€ 6.994,-
b. Masteropleidingen
€ 9.570,-
5. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Theologie, Religiewetenschappen en
Filosofie bedragen voor:
a. Bacheloropleiding Theologie
Bachelor opleiding Religiestudies
€ 1.906,-
b. Overige Bacheloropleidingen
€ 6.994,-
c. Masteropleiding Theologie
Masteropleiding Theologie en Religiewetenschappen
€ 1.906,-
d. Masteropleiding Theology
€ 1.906,-
e. Overige masteropleiding
€ 9.570,-
6. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en
Informatica bedragen voor de
a. Bacheloropleidingen
€ 9.570,-
b. Masteropleidingen
Versie 7-3-2014
€ 10.537,-
7
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
7. De tarieven voor opleidingen bij de Faculteit der Medische wetenschappen bedragen voor
de
a. Bacheloropleiding Biomedische wetenschappen
€ 9.570,-
b. Overige Bacheloropleidingen
€ 17.300,-
c. Masteropleiding Biomedical Science
€ 10.537,-
d. Masteropleiding Molecular Mechanisms of Disease
€ 10.537,-
e. Overige Masteropleidingen
€ 17.300,-
8. De tarieven voor masteropleidingen bij de Radboud Docenten academie
(RDA) bedragen
Artikel 18.
€ 9.570,-
Hoogte vergoedingen premasters
Omvang
Prijs per ECTS
Tot en met 30 ECTS
€ 31,77
Vanaf 31 ECTS
€ 63,54
Artikel 19.
Tarieven joint programmes
Voor speciale programma’s die in samenwerking met andere instellingen voor hoger onderwijs
worden verzorgd stelt het college van bestuur de verschuldigde bedragen afzonderlijk vast.
Artikel 20.
Examengeld
Het examengeld voor extraneï bedraagt voor alle daarvoor in aanmerking komende opleidingen
€ 1.906,-.
Artikel 21.
Betaalwijze
1. Het collegegeld wordt voldaan
a. hetzij door betaling ineens, al dan niet bij volmacht,
b. hetzij door middel van een onherroepelijke volmacht voor gespreide betalingen in
maandelijkse termijnen. Bij inschrijving per 1 september wordt het bedrag geïnd in
12 gelijke termijnen, te beginnen in september 2014.
2. Bij een gespreide betaling worden administratiekosten ad € 24,- in rekening gebracht. Het
volledige bedrag aan administratiekosten wordt tegelijkertijd met de eerste termijnbetaling
geïnd.
Versie 7-3-2014
8
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
3. Op de inning van collegegelden en examengelden is het debiteurenprotocol van de
universiteit van toepassing.
Hoofdstuk 5. Vermindering, vrijstelling en restitutie collegegeld
Artikel 22.
Vermindering collegegeld
Een student is slechts een gedeelte van het collegegeld verschuldigd, indien de student zich
gedurende het studiejaar inschrijft. In dat geval wordt het verschuldigde bedrag berekend naar rato
van het aantal resterende maanden van het desbetreffende studiejaar.
Artikel 23.
Betaling collegegeld bij meer dan één gelijktijdige inschrijvingen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 7.48 WHW is een student, indien het uitsluitend een
inschrijving voor meer dan één opleiding aan de Radboud Universiteit Nijmegen betreft, slechts
éénmaal collegegeld verschuldigd, waarbij dan het hoogste voor hem geldende bedrag in rekening
wordt gebracht.
Artikel 24.
Beëindiging inschrijving
1. Iedere inschrijving eindigt in ieder geval van rechtswege op de laatste dag van het studiejaar,
te weten 31 augustus.
2. Indien een bewijs van betaald collegegeld (BBC) door de RU is verstrekt wordt de inschrijving
niet eerder tussentijds beëindigd dan nadat het BBC is ingeleverd.
3. Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de inschrijving dient te worden ingediend via
Studielink.
Artikel 25.
Restitutie collegegeld
1. Restitutie vindt uitsluitend plaats nadat een verzoek tot beëindiging van de inschrijving is
ingediend via studielink.
2. Wat betreft restitutie van het wettelijke en het instellingscollegegeld is het bepaalde in
artikel 7.48 WHW van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26.
Restitutie examengeld
Behoudens in het geval van overlijden van de extraneus vindt geen restitutie plaats van het
examengeld. Het bepaalde in artikel 7.48 vierde lid WHW is in geval van overlijden van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 27.
Schadevergoeding
1. Degene die gebruik maakt van onderwijs- of examenvoorzieningen zonder rechtsgeldige
inschrijving is naast het van toepassing zijnde collegegeld of vergoeding een
schadevergoeding verschuldigd.
2. De hoogte van de schadevergoeding bedraagt een twaalfde deel van het toepasselijke
gedifferentieerde instellingscollegegeld voor elke maand dat betrokkene onrechtmatig
Versie 7-3-2014
9
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
gebruik heeft gemaakt van onderwijs- en examenvoorzieningen van een of meerdere
opleidingen van de universiteit.
3. Het collegegeld voor het gehele studiejaar alsmede het bedrag van de schadevergoeding zijn
zonder nadere ingebrekestelling direct volledig invorderbaar.
4. De inschrijving wordt na betaling van de verschuldigde bedragen desgewenst alsnog
gerealiseerd met ingang van de eerste van de maand waarin de betaling plaatsvond. Een
inschrijving met verdergaande terugwerkende kracht is niet mogelijk.
Hoofdstuk 6. Andere inschrijvingsvormen
Artikel 28.
Registratie als bijvakstudent
De student die in het kader van een inschrijving voor een opleiding aan een andere universiteit één
of meer onderwijsonderdelen wil volgen aan de RU, dient hiervoor een verzoek in bij het college van
bestuur volgens de daarvoor geldende procedure .
Het verzoek dient ten minste vergezeld te gaan van:
a. een verklaring van de examencommissie van de opleiding waarvoor de student reeds aan
een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs elders is ingeschreven dat het vak in het
kader van die opleiding gevolgd kan worden;
b. een verklaring van de examencommissie van de opleiding aan de Radboud Universiteit
Nijmegen dat tegen een registratie als bijvakstudent geen bezwaar bestaat, en
c. een bewijs betaald wettelijk collegegeld (BBC) van de instelling van eerste inschrijving als
het een Nederlandse instelling van hoger onderwijs betreft.
Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen
Artikel 29.
Overgangsrecht voor deeltijdstudenten die sinds het studiejaar
2010-2011 onafgebroken als deeltijdstudent staan ingeschreven
voor dezelfde opleiding
1. Deeltijdstudenten, die ten minste sinds het studiejaar 2010-2011 onafgebroken als
deeltijdstudent staan ingeschreven voor dezelfde opleiding, die krachtens de wettelijke
bepalingen het wettelijk collegegeld verschuldigd zijn betalen € 1.210,.- in plaats van het
wettelijke tarief bedoeld in artikel 14.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van toepassing gedurende de nominale studieduur zoals die
voor deeltijdstudenten is beschreven in de desbetreffende OER plus één studiejaar, te
rekenen vanaf het eerste studiejaar van inschrijving.
3. Deeltijdstudenten, die ten minste sinds het studiejaar 2010-2011 onafgebroken als
deeltijdstudent staan ingeschreven voor dezelfde opleiding ter verkrijging van een tweede
Versie 7-3-2014
10
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015
bachelor- of mastergraad, zijn een instellingscollegegeld van € 1.210,- verschuldigd
gedurende de nominale studieduur zoals die voor deeltijdstudenten is beschreven in de
desbetreffende OER plus één studiejaar, te rekenen vanaf het eerste studiejaar van
inschrijving voor die tweede opleiding.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 30.
Uitvoering
De directeur van de Dienst Studentenzaken (DSZ) is namens het college van bestuur belast met de
uitvoering van het bepaalde in deze regeling.
Artikel 31.
Hardheidsclausule
Waar de toepassing van deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt, kan het college
van bestuur desgevraagd ten gunste van de student van deze regeling afwijken, onverminderd het
bepaalde in artikel 7.48, vijfde lid van de WHW. Het gemotiveerde verzoek dient schriftelijk te
worden ingediend.
Artikel 32.
Onvoorziene omstandigheden
In alle gevallen waarin deze regeling niet of onvoldoende voorziet beslist het college van bestuur.
Bij onduidelijkheid dan wel strijdigheid tussen deze regeling en wettelijke bepalingen op grond van
Hoofdstuk 7, titel 1 tot en met 3 van de WHW, prevaleert de wettekst.
Artikel 33.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking per 1 september 2014 en geldt tot en met 31 augustus 2015,
behoudens tussentijdse wetswijzigingen. Per 1 september 2014 is de Regeling Aanmelding en
Inschrijving 2013-2014 ingetrokken.
Artikel 34.
Bezwaar
Tegen besluiten op grond van deze regeling kan binnen zes weken bezwaar gemaakt worden bij het
college van bestuur.
Artikel 35.
Geldigheidsduur
Deze regeling geldt van 1 september 2014 tot en met 31 augustus 2015, en vervangt voorgaande
regelingen betreffende aanmelding en inschrijving.
Vastgesteld door het college van bestuur in zijn vergadering van 17 maart 2014
Versie 7-3-2014
11
Regeling aanmelding en inschrijving 2014-2015