Hooipolder - RIS Oosterhout

WW
w
gemeente
min i ii i in ii i ii mi ii
Oosterhout
Aan de gemeenteraad
Datum
Ons kenmerk
IO.1418406
Uw kenmerk
- 2 JUNI 2014
In behandeling bij
[email protected]
Onderwerp
Voorkeursalternatief verbreding A27 Hooipolder - Houten
Geachte raad,
Via de voortgangsrapportage mobiliteitsplan 2012 I 2013 bent u begin 2014 geïnformeerd over de
stand van zaken rond de verbreding van de A27, gedeelte Hooipolder - Houten. In de voortgangsrapportage is aangegeven dat medio 2014 het voorkeursalternatief zou worden gekozen.
Inmiddels heeft de minister haar besluit genomen en is variant E3 tot voorkeursalternatief benoemd.
Zie ook bijgevoegde brief van de minister aan de kamer. Daarmee volgt de minister het advies van
de Bestuurlijke Adviesgroep A27 (BAG), waarin ook de gemeente Oosterhout vertegenwoordigd is.
Variant E3 voorziet in capaciteitsuitbreiding op het gehele traject Hooipolder - Houten. De uitvoering
verschilt echter per deeltraject. Zo worden op het deeltraject Scheiwijk ^ tankstation/rustplaats iets
ten noorden van Gorinchem) - Werkendam (één van de prioritaire deeltrajecten) extra rijstroken
aangelegd, terwijl de capaciteitsuitbreiding op het deeltraject Werkendam - Hooipolder uit de
aanleg van een spitsstrook bestaat.
Wij hebben ons in deze fase met name hard gemaakt voor maatregelen aan het knooppunt
Hooipolder, waarbij de inzet was dat de te treffen maatregelen zouden moeten passen in een
eindplaatje van een volwaardig knooppunt.
De minister heeft besloten om als onderdeel van variant E3 de drukste kruisende richting (A59
Oosterhout s » A27 Utrecht) ongelijkvloers uit te voeren. Dit als een eerste stap om Hooipolder op
termijn om te bouwen tot een volledig ongelijkvloers knooppunt. Wij zien echter mogelijkheden om
de verkeersafwikkeling op het knooppunt Hooipolder met relatief kleinschalige maatregelen nog
verder te verbeteren. Hiervoor hebben wij (via de regio West Brabant) bij zowel de minister als de
Tweede Kamer aandacht gevraagd in het licht van de besluitvorming die nog moet plaatsvinden
over de rijksbijdrage voor de Ruit Eindhoven. De betreffende brief doen wij u hierbij eveneens ter
informatie toekomen. Een brief met soortgelijke inhoud is verstuurd naar de vaste kamercommissie.
Voor wat betreft de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden is nu niet meer bekend dan
dat in 2019 met de werkzaamheden zal worden gestart. Aannemelijk is dat begonnen zal worden
met het deeltraject Scheiwijk - Werkendam (waarop o.a. de brug bij Gorinchem is gelegen).
postadres
P o s t b u s 1 0 1 5 0 , 4 9 0 0 GB O o s t e r h o u t
bezoekadres
SLotjesveld 1 O o s t e r h o u t
telefoon
fax
U0162
(0162)42 3 1 7 4
e-mail
internet
[email protected]
www.oosterhout.nl
WW
w
gemeente
Oosterhout
Dat pas in 2019 met de werkzaamheden zal worden gestart, heeft enerzijds te maken met een
aantal procedures dat nog doorlopen zal moeten worden. Echter door bepaalde stappen daarin te
combineren, zou tijdwinst te behalen moeten zijn. Anderzijds is dit een gevolg van bezuinigingen bij
het rijk. Besloten is een aantal grotere infrastructurele projecten, waaronder de A27 Hooipolder Houten, qua uitvoering naar achteren te schuiven in de tijd. Daardoor zijn er pas in 2019 middelen
op de rijksbegroting gereserveerd om de A27 daadwerkelijk aan te pakken.
Op het gedeelte van de A27 ten zuiden van Hooipolder zijn geen capaciteitsverruimende maatregelen voorzien. De minister heeft in 2005 besloten de planstudie te beperken tot het gedeelte van
de A27 ten noorden van Hooipolder (zie ook bijgevoegde notitie waarin de voorgeschiedenis is
beschreven). Wij hebben sindsdien diverse pogingen ondernomen om ook het zuidelijke deel van de
A27 weer op de agenda van het rijk te krijgen, maar helaas zonder resultaat.
In relatie tot de onlangs door uw raad aangenomen motie kunnen wij melden dat:
- de wens om de aanpak van de A27 te versnellen breed gedeeld wordt. In de brief die onlangs
namens de regio aan de minister is verstuurd, zijn hiertoe ook suggesties gedaan.
- voor het knooppunt Hooipolder in 2013 een studie is uitgevoerd waarbij naar de mogelijkheden van
een volledig knooppunt is gekeken. Echter de beperkende factor zijn de financiële middelen. Binnen
het budget dat er is, is gedeeltelijke ombouw thans het hoogst haalbare. De "winst" die de afgelopen
periode echter is geboekt, is dat nu gekozen is voor een variant die op termijn uit te breiden is tot
een volwaardig knooppunt. De oplossing die het ministerie in eerste instantie voor ogen had voor
Hooipolder bood die mogelijkheid niet.
In het vervolgproces zullen wij blijven pleiten voor een volledig knooppunt Hooipolder en het
aanpakken van ook het meest zuidelijke deel van de A27. Daarnaast zullen wij er eveneens
aandacht voor blijven vragen dat de maatregelen aan de A27 een eventuele toekomstige spoorlijn
Breda - Utrecht niet onmogelijk I onnodig duur maken . Hiertoe zullen wij ook gebruik maken van de
formele inspraakmogelijkheden die ons ter beschikking staan.
1
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Oosterhout
, burgemeester,
taris.
een planologische ruimtereservering is formeel niet mogelijk onder meer omdat aanleg van de spoorlijn niet
voorzien is in het rijksbeleid, zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).
postadres
P o s t b u s 10150, 4900 GB
bezoekadres
Oosterhout
Slotjesveid 1 Oosterhout
telefoon
fax
H0162
10162)42 3 1 7 4
e-mail
internet
[email protected]
www.oosterhout.nl
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Binnenhof 4
2513 AA DEN HAAG
Ministerie van
Infrastructuur en Milieu
Plesmanweg 1-6
2597 JG Den Haag
Postbus 20901
2500 EX Den Haag
T 0 7 0 - 4 5 6 0000
F 0 7 0 - 4 5 6 1111
Ons kenmerk
IENM/BSK-2014/74042
Bijlage(n)
1
Datum
Betreft
18 april 2014
Voorkeursalternatief A27 Houten-Hooipolder
Geachte voorzitter,
Met deze brief informeer ik uw Kamer dat ik voor het project A27 Houten Hooipolder een voorkeursalternatief heb vastgesteld. Het project A27 Houten
Hooipolder betreft een lang traject (47 km) door 3 provincies en langs 10
gemeenten. Het project bestaat uit vier deeltrajecten, waarvan twee prioritair zijn:
Houten-Everdingen en Scheiwijk-Werkendam. Dit zijn de trajecten waar de
bereikbaarheidsknelpunten het grootst zijn. Als bijlage 1 bij deze brief is een
figuur van het project toegevoegd.
Het door mij gekozen voorkeursalternatief is de zogenaamde E3 variant.
Van de drie onderzochte varianten in zeef 2 leidt deze tot de grootste verbetering
van de doorstroming op de A27 en heeft deze de hoogste MKBA-score. Deze
variant wordt door de regio ondersteund. In onderstaande tabel is weergegeven
hoe het traject A27 Houten-Hooipolder eruit zal zien na uitvoering van de
maatregelen bij het voorkeursalternatief.
w
Houten-
Everdíngen-
Scheiwijk-
Werkendam-
Everdingen
Scheiwijk
Werkendam
Hooipolder
4 rijstroken
2 rijstroken + spits-
4 rijstroken
strook
O
2 r i j s t r o k e n 4- s p i t s -
2 r i j s t r o k e n 4- s p i t s -
strook
strook
2 rijstroken 4
spits-
strook
3 rijstroken
2 rijstroken 4
spits-
strook
In 2011 heeft uw Kamer een motie aangenomen (Tweede Kamer, vergaderjaar
2011-2012, 33 000 A, nr. 56) waarin naast de brug bij Gorinchem de aanpak van
Knooppunt Hooipolder als tweede prioriteit werd aangemerkt. In 2013 heeft uw
Kamer daarnaast een motie aangenomen waarin onder andere wordt gevraagd de
rijksbijdrage voor de Ruit Eindhoven te temporiseren en eerst in te zetten voor de
realisatie van een l fase van een volwaardig Knooppunt Hooipolder (Tweede
Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 750 A, nr. 52).
In mijn brief aan uw Kamer van 12 juli 2013 (Tweede Kamer, vergaderjaar 20122013, 33 400 A, nr. 110) heb ik al aangegeven dat ik een eerst fase van een
volledige reconstructie van het Knooppunt als uitgangspunt heb genomen voor het
e
Pagina 1 van 4
verdere onderzoek naar een voorkeursalternatief. Op basis van dit onderzoek heb
ik besloten dat ik deze gedeeltelijke reconstructie zal opnemen in het
voorkeursalternatief. Deze keuze wordt door de regio ondersteund. Deze aanpak
kan ik realiseren binnen het voor dit project beschikbare budget, en temporisering
van de rijksbijdrage voor de Ruit Eindhoven is hiervoor niet nodig.
Ministerie van
Infrastructuur en Milieu
Ons kenmerk
IENM/BSK-2014/74042
Besluitvormingsproces
In 2010 is de eerste fase MER voor het project A27 Houten (toen nog Lunetten)Hooipolder afgrond. Het oorspronkelijke voorgenomen alternatief uit de eerste
fase MER kost Cl,6 miljard. Voor dit alternatief was echter onvoldoende budget
beschikbaar. Na versoberings- en faseringsonderzoek bleek dat een sterk
versoberd alternatief E mogelijk binnen het beschikbare budget te realiseren was.
Dit alternatief is als uitgangspunt gekozen voor de verdere verkenning van dit
project.
Volgens de afspraken die zijn gemaakt in het kader van "sneller en beter" zijn in
twee trechteringsstappen, zeef 1 en zeef 2, 13 varianten afgewogen. In zeef 1 is
gekozen voor het verder onderzoeken van 3 varianten. Deze varianten zijn de
meest optimale combinatie van probleemoplossend vermogen en kosten.
De hoofdconclusie van het onderzoek in zeef 2 is dat geen van de 3 varianten het
bereikbaarheidsprobleem volledig op lost. Alle varianten zorgen wel voor een
afname van het bereikbaarheidsknelpunt en een forse toename van het aantal
voertuigkilometers. De toename van verkeersprestatie is het grootste bij variant
E3. Het aantal voertuigverliesuren daalt bij deze variant met 40 Zo t.o.v. de
referentie. Dat is bij beide andere varianten beperkt tot 20 Zo. Dit komt met name
doordat bij variant E3 op alle 4 deeltrajecten van het project een verbreding plaats
vindt. Bij de andere varianten worden niet op elk van de 4 deeltrajecten
maatregelen genomen. Dit leidt tot flessenhalzen en een verminderde
doorstroming.
Voor het project is ook een MKBA opgesteld en een second opinion op deze MKBA
door het Kennisinstituut voor de Mobiliteit (KIM). De positieve verkeersprestatie
van variant E3 vertaalt zich ook in een hogere baten/kosten verhouding.
0
0
Ook de effecten op milieu (geluid, lucht en dergelijke) en verkeersveiligheid zijn
bekeken. De belangrijkste conclusie is dat de varianten op deze effecten
nauwelijks onderscheidend zijn. De belangrijkste conclusies voor alle varianten
zijn:
» Er zijn over het hele zoekgebied nauwelijks effecten op het onderliggend
wegennet.
» Cultuurhistorie wordt negatief beoordeeld door de aantasting van de Nieuwe
Hollandse Waterlinie, met name het fort bij Altena. Bij verdere uitwerking van
het voorkeursalternatief in de planuitwerkingsfase wordt dit nader afgestemd
met de Rijksdienst voor Cultuurhistorie en Erfgoed.
De resultaten van de onderbouwende studies (verkeerseffecten, milieueffecten,
MKBA en second opinion) zijn beschikbaar op de projectwebsite:
http://www.riikswaterstaat.nl/weqen/Dlannen en projecten/a weqenZa27Zhouten
hooipolder/
Budget
Het taakstellend budget voor dit project is C721 min (pp. 2013). De kosten voor
het uitvoeren van variant E3 zijn C808 min. Rekening houdend met een PPSPagina 2 van 4
taakstelling van C 30 min heb ik het taakstellend budget voor dit project met C 57
min. vanuit de investeringsruimte wegen verhoogd tot C 778 min. Gegeven de
spelregels voor de PPS-taakstelling is dit bedrag voldoende om variant E3 uit te
voeren.
Ministerie van
Infrastructuur en Milieu
Ons kenmerk
IENM/BSK-2014/74042
Vervolgprocedure
Ik zal aan Rijkswaterstaat opdracht geven om een (ontwerp) tracébesluit (O)TB op
te gaan stellen voor dit project gebaseerd op het voorkeursalternatief. Voor dit
(O)TB zal ook een milieu effect rapportage worden opgesteld. De planning is om
het ontwerp tracébesluit ter inzage te leggen in 2016 en het tracébesluit vast te
stellen in 2017. De planning is om de schop in de grond in 2019 plaats te laten
vinden waarna de weg tussen 2023-2025 open kan worden gesteld.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
mw. drs. M.H. Schultz van Haegen
Pagina 3 van 4
bijlage 1: Traject A27 Houten-Hooipolder
Ministerie van
Infrastructuur en Milieu
A27 Houten - Hooipolder
Ons k enmerk
IENM/BSK-2014/74042
Alternatief E
De Bilt
Utrecht
Zeist
Woerden
\knooppwi
^^jtunetten
IJsselstein
Lunetten - Houten
Nieuwegein
Project Ring Utrecht
Houten
H o u t e n - Everdingen: Westbaan
Deeltraject i
verbreden naar ï x 4 rijstroken.
Vianen Jf
LiĽüiĽU
\
Schoonhoven
j
Meerkerk
K n o o p p u n t Everdingen:
Bestaande knooppunt handhaven.
Everdingen - Scheiwijk : Oplossing
afhankelijk van beschikbare budget.
Leerdam
Hoogblokland
knooppunl
dońnchem
Gonnchem
Deeltraject 3
Scheiwijk - W e r ke n d a m : 2 x 4 rijstrok en.
ļ.Ne
Nieuwe Merwedebrug voor de westbaan.
Almkerk
Deeltraject 4
W e r k e n d a m - H o o i p o l d e r Oplossing
afhankelijk van beschikbare budget.
r j^awiMaai
Raamsdonksveei
K n o o p p u n t H o o i p o l d e r Motie Tweede Kamer aangenomen,
mogelijkheden binnen ontwerp en budget worden bekeken.
Oosterhout
Pagina 4 van 4
1
Ministerie van l&M
t.a.v. de minister M. Schultz van Haegen
Postbus 20901
2500 EX Den Haag
Uw kenmerk
Ons kenmerk 2014-0192
Motie Ruit Eindhoven
Betreft
Bijlage
Datum
30 maart 2014
Contactpers. De heer Verduin
Telefoon
E-mail
[email protected]
Geachte mevrouw Schultz van Haegen,
Eind 2013 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen m.b.t. de Ruit Eindhoven. Over de uitvoering van deze motie zijn op 23 januari jl. vragen gesteld door de Kamercommissie l&M. Op 21 februari
jl. heeft u op deze vragen gereageerd. Uit uw beantwoording valt op te maken dat een besluit over het
al dan niet inzetten van de rijksbijdrage voor de Ruit Eindhoven voor andere projecten (zoals de A27
Houten - Hooipolder) pas zal worden genomen tijdens het BO MIRT eind 2014.
Als regio West-Brabant zouden wij het toejuichen er een additionele rijksbijdrage komt voor de A27 en
de A58 die de uitvoering van deze projecten zou kunnen versnellen, zoals beoogd in de motie. Ons
inziens zijn er mogelijkheden om binnen de MIRT-procedure van de A27 stappen te combineren,
waardoor naast tijdswinst ook kostenbesparingen kunnen worden ingeboekt. Dat er ruimte voor versnelling is, wordt door u beaamd in uw brief van 21 februari jl.. Deze besparingen kunnen dan vervolgens worden ingezet bij het verder optimaliseren van een toekomstvaste oplossing voor knooppunt
Hooipolder.
Wij willen hiermee nogmaals aandacht vragen voor het knooppunt Hooipolder. Het voorkeursalternatief voor het knooppunt Hooipolder voorziet er thans in dat alleen de verkeersstroom van de
A59 West (Zonzeel) richting de A27 Noord conflictvrij wordt gemaakt. Hoewel deze ingreep een betere
oplossing biedt dan het eerder voorgestelde "B-" alternatief, zijn er maatregelen denkbaar die de situatie ter plekke verder zouden kunnen verbeteren. Wij denken met name aan het "uit de regeling halen"
van het rechtsafslaand verkeer. Deze maatregel wordt ook benoemd in het advies dat de Bestuurlijke
AdviesGroep A27 (BAG A27) onlangs aan u heeft uitgebracht. Het betreft een maatregel die op bepaalde richtingen relatief eenvoudig kan worden gerealiseerd en waar al het verkeer dat van het
knooppunt gebruik maakt, baat bij heeft. Deze maatregel sluit prima aan bij de motie Ruit Eindhoven
en de motie Kuiken c.s., die de Tweede Kamer in december 2011 al heeft aangenomen. Daarin is u
verzocht om naast het knelpunt Gorinchem, ook prioriteit te geven aan de aanpak van het knelpunt
Hooipolder.
In de motie Kuiken c.s. is ook gevraagd om de aanleg van een toekomstige treinverbinding Utrecht Breda niet onmogelijk te maken (cq. niet onnodig duur te maken). Bij de uitwerking voor de plannen
voor het voorkeursalternatief blijkt tot nog toe echter niet op welke wijze rekening wordt gehouden met
een (latere) inpassing van die spoorlijn. Dit ondanks diverse toezeggingen van u. Wij zouden "het niet
onmogelijk maken van de spoorlijn" graag terug willen zien in de verdere uitwerking.
Regio West-Brabant
I Postbus 503
I 4870 AM
Tel
e-mail: infogjwest-brabant.eu
Inschrìjvmgsnr
KvK: 5 1 4 4 8 1 2 2
I B N G bankrekening
Etten-Leur
(076) 502 72 0 0
I www west-brabant.eu
NL31BNGH0285150308
h.
1-,
1
De besluitvorming over het voorkeursalternatief voor de A27 Houten - Hooipolder bevindt zich thans
in een vergevorderd stadium. Wij pleiten ervoor dat -in afwachting van een besluit over de motie Ruit
Eindhoven- in ieder geval de planologische ruimte wordt opengehouden binnen de planstudie voor de
A27 Houten - Hooipolder om "vrije rechtsaffers" bij Hooipolder te creëren. Ons inziens hoeft dit de
procedure geenszins te vertragen omdat er geen sprake is van een nieuw alternatief, maar van een
verdere optimalisatie van het voorkeursalternatief.
Wij verzoeken u dit te betrekken bij uw overleggen in het kader van het MIRT.
Een brief met bovenstaande inhoud hebben wij ook toegestuurd aan de Kamercommissie l&M.
Hoogachtend,
Voorzitter portefeuÌHehoudep
De heer Braspennmg^^«^' '^
,
Mobiliteit Re
r
est-Brabant,
A27: de voorgeschiedenis
Voor investeringen in rijkswegen hanteert het rijk de zogenaamde MI(R)T
systematiek. Binnen deze systematiek wordt onderscheid gemaakt in 3 fases:
verkenning (problematiek), planstudie (oplossingen) en uitvoering.
Verkenning
In 2004 is een MIT verkenning uitgevoerd voor de A27, gedeelte Utrecht - Breda.
Daarbij is de problematiek van de gehele A27 in beeld gebracht. Op basis van de
resultaten van deze verkenning heeft het ministerie in 2005 besloten om de planstudie
te beperken tot het gedeelte van de A27 tussen de knooppunten Lunetten en
Hooipolder. Derhalve is uitsluitend het gedeelte van de A27 Lunetten - Hooipolder in
2005 in het investeringsprogramma van het rijk (MIT: meerjarenprogramma
Infrastructuur en Transport, tegenwoordig MIRT) opgenomen.
Planstudie
In 2007 is als eerste formele stap van de planstudiefase de startnotitie voor de A27
gedeelte Lunetten - Hooipolder gepubliceerd. In 2008 zijn de richtlijnen
gepubliceerd. Op beide documenten is door onze gemeente een reactie ingediend met
als strekking dat ook het zuidelijke deel van de A27 (gedeelte Hooipolder - St.
Annabosch) onderdeel van de planstudie zou moeten zijn. Dit is beide keren
afgewezen door het ministerie. Reden hiervoor was dat de doorstroming op het
zuidelijke deel van de A27 voldeed aan de richtlijnen van het ministerie.
In 2007 is voorts in samenwerking met de provincie en de gemeente Breda een
"eigen" verkenning uitgevoerd voor het zuidelijke deel van de A27 (regionale
verkenning A27 Zuid). Ook de resultaten daarvan vormden voor het ministerie geen
reden de planstudie uit te breiden. Wel heeft de regionale verkenning er toe geleid dat
er zowel door de provincie als door het rijk gelden beschikbaar zijn gesteld voor
maatregelen aan een aantal op- en afritten: de quick wins. Deze gelden zijn in 2009 en
2010 besteed ten behoeve van de aanpassing aan drie op- en afritten in Oosterhout;
met name de situatie bij de aansluiting Oosterhout Zuid is aanzienlijk verbeterd.
In 2010 zijn de tussentijdse resultaten van de planstudie (MER l fase A27 Lunetten
- Hooipolder) gepubliceerd en is besloten één alternatief (alternatief B) verder uit te
werken. Hierover is toen ook advies uitgebracht door de BAG (Bestuurlijke
adviesgroep A27) waarin ook de gemeente Oosterhout vertegenwoordigd is. Eén van
de onderdelen van het advies van de BAG was om ook de verkenning voor het
zuidelijke deel van de A27 (Hooipolder - St. Annabosch) te actualiseren. Dit
onderdeel van het advies is niet overgenomen door het ministerie.
s t e
Bij de verdere uitwerking van alternatief B (dat overigens nog voorzag in een
volledige ombouw van het knooppunt Hooipolder) bleek begin 2011 dat de middelen
die het ministerie voor de A27 had gereserveerd bij lange na niet voldoende waren om
alternatief B te realiseren. Vandaar dat sinds medio 2011 vooral gezocht is naar
mogelijkheden om te versoberen.
In 2012 en 2013 zijn nieuwe alternatieven ("E alternatieven") uitgewerkt voor de
verbreding van de A27 tussen knooppunt Hooipolder en Houten (het tracédeel Houten
- Lunetten is ondergebracht bij de planstudie Ring Utrecht). Eind 2013 resteerden er
nog drie alternatieven (E3, E4 en E9) waar een keuze uit moest worden gemaakt.