document te downloaden.

Rijkswaterstaat
Ministerie van Infrastructuur
en Milieu
Luchtkwaliteit
PM2,5
Tot 1 januari 2015 blijft het toetsen aan de grenswaarde PM2,5 buiten beschouwing bij de uitoefening van
een bevoegdheid of toepassing van een wettelijk voorschrift (zie Wet milieubeheer artikel 5.16, lid 2 voor
een opsomming van deze bevoegdheden en wettelijke voorschriften). Dit is ongeacht of een besluit van
vóór 1 januari 2015 ook na de genoemde datum gevolgen voor de luchtkwaliteit heeft of kan hebben (zie
Wet milieubeheer bijlage 2 voorschrift 4.4, lid 2).
Hieronder wordt ingegaan op wat de invoering van kwaliteitseisen (sinds 2008) voor PM2,5 betekent voor
Nederland. Er wordt een beschrijving gegeven van de achtergronden, nieuwe normen, wet- en
regelgeving, vergunningverlening en aanpassing van de rekenmodellen met betrekking tot PM2,5.
Consequenties vergunningverlening en ruimtelijke ordening
Sinds 2008 is een Europese richtlijn (2008/50/EG) voor luchtkwaliteit van kracht. Een belangrijke
wijziging in deze richtlijn is de invoering van grenswaarden voor de jaargemiddelde concentratie en
gemiddelde stedelijke achtergrondconcentratie van PM2,5 .
Voor de vergunningverlening en de ruimtelijke ordening is de grenswaarde voor PM2,5 van belang. Deze
gaat echter pas op 1 januari 2015 gelden en zal 25 µg/m3 zijn, gedefinieerd als jaargemiddelde
concentratie.
Fijn stof
De term PM10, ook wel aangeduid met fijn stof, wordt gebruikt voor zwevende deeltjes (Particulate Matter)
in de atmosfeer met een (aerodynamische) diameter van 10 μm of kleiner. In het geval vanPM2,5 betreft
dit een diameter van 2,5 μm of kleiner.
PM10, en dus PM2,5 bestaat uit een primaire en een secundaire fractie. De primaire fractie wordt door
direct menselijk handelen, maar ook door natuurlijke processen in de lucht gebracht. De belangrijkste
door mensen veroorzaakte uitstoot komt van transport, industrie en landbouw. Belangrijke natuurlijke
bronnen zijn zeezoutaerosol en opwaaiend bodemstof (zie figuur 1 voor de opbouw van de PM2,5
achtergrondconcentratie in Nederland). Het secundaire deel wordt in de atmosfeer gevormd door
chemische reacties van gassen, waar in het bijzonder ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx),
zwaveldioxide (SO2) en vluchtige organische stoffen(VOS) een belangrijke rol spelen.
De fractie PM2,5 bevat vooral de deeltjes die ontstaan door condensatie van verbrandingsproducten of
door reactie van gasvormige luchtverontreiniging. Ook stof dat, bijvoorbeeld in de vorm van roet en
rook, rechtstreeks vrijkomt bij verbrandingsprocessen zoals bij transport, industrie en consumenten,
PM2,5
Infomil | 1
bestaat vooral uit kleinere deeltjes. Stof dat vrijkomt bij mechanische bewegingen, zoals wegdekslijtage
en stalemissies, betreft vooral deeltjes die groter zijn dan PM2,5. De samenstellende deeltjes van fijn stof
hebben, afhankelijk van de grootte, een atmosferische verblijftijd in de orde van dagen tot weken.
Daardoor kan fijn stof zich over afstanden van duizenden kilometers verplaatsen en is fijn stof een
probleem op continentale schaal.
De fijn stof concentraties in Nederland zijn opgebouwd uit de achtergrondconcentraties plus lokale
bijdragen. Het grootste deel van de door mensen veroorzaakte PM2,5-achtergrondconcentratie in
Nederland komt uit het buitenland. Hier bovenop komt de bijdrage uit eigen land, vooral in
dichtbevolkte gebieden, die leidt tot een verhoging van het concentratieniveau.
Figuur 1 Opbouw van de PM2,5 -concentratie (μg m3) in Nederland in 2008.
Bron: Concentratiekaarten voor grootschalige luchtverontreiniging in Nederland (PBLpublicatienummer 500088005)
Gezondheidseffect
Fijn stof wordt door de mens ingeademd en kan gezondheidseffecten veroorzaken. Hierbij gaat het om
effecten op de luchtwegen, maar meer recent onderzoek laat zien dat er ook effecten op het hartvaatsysteem aantoonbaar zijn. Bij de effecten op de gezondheid van luchtverontreiniging wordt
onderscheid gemaakt tussen de effecten die optreden na een tijdelijke verhoging van de concentraties
gedurende één of enkele dagen (de zogenaamde acute blootstelling) en de effecten die gepaard gaan
met langdurig blootgesteld zijn aan relatief lage niveaus (de zogenaamde chronische blootstelling).
PM2,5
Infomil | 2
Voor Nederland is als gevolg van chronische blootstelling geschat dat de levensduur met gemiddeld ca. 1
jaar verkort wordt bij de huidige PM10 concentraties[1]. Overigens is bij deze berekening aangenomen dat
de PM10 niveaus volledig tot nul gereduceerd kunnen worden, hetgeen niet mogelijk is door de
hoeveelheid stof die van nature in de lucht zit. Eveneens kan worden geschat dat de gemiddelde
levensduur met ca. 3 maanden worden verlengd bij elke 10 µg/m3 reductie in de PM10 niveaus. Deze
berekeningen zijn gebaseerd op een aantal Amerikaanse studies[2],[3], waarvan de resultaten zijn
toegepast op de Nederlandse situatie[4]. Vergelijkbare studies voor Europa zijn er nog niet. Een recent
gestart grootschalig Europees onderzoek zal hier vermoedelijk meer inzicht in geven.
Nieuwe inzichten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geven aan dat PM2,5 schadelijker is voor
de mens dan PM10. De oorzaak hiervan is onder andere dat PM2,5 dieper in de longen doordringt.
Daarnaast is PM2,5 een beter aanknopingspunt voor het beleid, omdat het meer dan PM10 door menselijk
handelen in de lucht wordt gebracht. Met het oog op deze nieuwe inzichten zijn daarom ook normen
voor PM2,5 afgesproken, naast de al bestaande normen voor PM10.
Als oorzaak voor de gezondheidseffecten kan geen enkele fractie van fijnstof volledig worden
uitgesloten, maar sommige fracties (primair aerosol gerelateerd aan verbrandingsprocessen) lijken van
groter belang te zijn voor gezondheidseffecten dan andere fracties (zeezout, secundaire aerosolen en
bodemstof).
Huidige concentratieniveaus van PM2.5
Recent zijn in het kader van de nieuwe richtlijn Luchtkwaliteit op diverse locaties in het Landelijk
Meetnet Luchtkwaliteit (LML) PM2,5 -metingen gestart. Daarnaast heeft het Planbureau voor de
Leefomgeving een eerste slag gemaakt in het opzetten van de grootschalige concentratiekaart (GCN)
voor PM2.5. Hieronder (figuur 2) is een indicatieve kaart van de PM2.5 - concentraties in Nederland
weergegeven om een eerste indruk te geven van de concentratieniveaus en verdeling in Nederland. Deze
kaart heeft geen officiële status en er kunnen geen rechten aan ontleend worden. Vanaf 2015 is er voor
PM2.5 een grenswaarde van 25 µg/m3. Vanaf 2010 geldt dit niveau als richtwaarde.
Figuur 2 Jaargemiddelde concentratiePM2,5 (2008)
PM2,5
Infomil | 3
Bron: Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2008 (RIVM Rapport 680704008/2009)
De metingen van PM2,5 zijn nog beperkt in aantal; de uitkomsten zijn daarom nog met veel
onzekerheden omgeven. Ook de schattingen van PM2.5 -concentraties met modellen bevatten nog
aanzienlijke onzekerheden. Op basis van de huidige inzichten liggen de gemiddelde
achtergrondconcentraties van PM2.5 in Nederland tussen de 13 en 16 µg/m3. In het stedelijk gebied zijn de
PM2.5 -concentraties hoger, namelijk 15-19 µg/m3. Lokaal in straten en langs snelwegen zijn de
concentraties verhoogd door de bijdrage van verkeer aan de PM2.5 -concentraties. PM2.5 -concentraties in
straten zijn berekend op 19-35 µg/m3. Het beperkte aantal metingen van PM2.5 langs straten en wegen in
Nederland en in nabijgelegen regio's in België en Duitsland geven een range van 18-28 µg/m3.
Nieuwe normen
Sinds mei 2008 is de nieuwe Europese richtlijn luchtkwaliteit (2008/50/EG) van kracht. De richtlijn is een
bundeling van tot dan toe geldende Europese luchtkwaliteitregelgeving met onder andere grenswaarden
voor fijn stof (PM10). Daarnaast legt de richtlijn nieuwe normen vast voor de fijnere fractie van fijn stof
(PM2.5). In het onderstaande overzicht worden de waarden die voor PM2.5 gelden toegelicht.
PM2,5
Infomil | 4
Overzicht PM2,5-waarden
•
•
•
•
•
•
Grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: een jaargemiddelde
PM2,5-concentratie van 25 μg/m3,waaraan vanaf 2015 moet worden voldaan.
Plandrempel. Om tijdig aan de grenswaarde voor PM2,5 te kunnen voldoen geldt tot 1 januari
2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens,
gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie: in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met
20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden
met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: een jaargemiddelde
PM2,5-concentratie van 25 μg/ m3, waaraan vanaf 2010 voor zover mogelijk moet worden
voldaan. Het halen van richtwaarden is een inspanningsverplichting (zie AMvB Richtwaarden).
Gemiddelde blootstellingsindex (GBI). Dit is het gemiddelde van de gemeten concentraties
op stedelijke achtergrondlocaties in Nederland, via middeling over een periode van 3 jaar.
Een blootstellings-concentratieverplichting (BCV), die geldt vanaf 2015, van ten hoogste 20
μg/ m3 gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsverplichting (GBI).
Richtwaarde inzake de vermindering van de blootstelling van de mens die met ingang van
1 januari 2020 voor zover mogelijk moet worden bereikt. Deze richtwaarde is gedefinieerd als
percentage ten opzichte van de GBI in 2020 ten opzichte van 2010. Deze doelstelling is 15% bij
een GBI van 13-18 μg m3. Bij een GBI van 8,5-13 μg m3 geldt een doelstelling van 10% en bij een
GBI groter dan 18 μg m3 van 20%.
Grenswaarde
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een grenswaarde voor de
bescherming van de gezondheid van de mens van 25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde
concentratie. In het NSL wordt voorzien in maatregelen om de grenswaarde voor PM10 te halen. Die
maatregelen zijn tevens gericht op het voldoen aan de grenswaarde voor PM2,5 . Indien nodig wordt in
het NSL voorzien in specifieke maatregelen om aan de PM2,5 grenswaarde te voldoen en te blijven
voldoen met ingang van genoemde datum. Daarom vindt vóór 2015 geen toetsing aan deze grenswaarde
plaats, ook niet indien een besluit betrekking heeft op een project dat ook na 1 januari 2015 gevolgen
voor de luchtkwaliteit heeft (Wm bijlage 2 voorschrift 4.4 lid 1 en 2).
In 2011 moet voor het eerst aan de Europese Commissie worden gerapporteerd over de
PM2,5-concentraties, en wel over het jaar 2010. Als vanaf 2011 aan de grenswaarden voor PM10 wordt
voldaan dan wordt naar verwachting ook aan de grenswaarde voor PM2,5 voldaan.
Plandrempel
Voor PM2,5 geldt tot 1 januari 2015 een plandrempel van 25 microgram per m3 voor de bescherming van
de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. In 2008 gold een
plandrempel van 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende
eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot
0% op 1 januari 2015 (Wm bijlage 2 voorschrift 4.5).
PM2,5
Infomil | 5
Naar huidige verwachting voldoet Nederland met de NSL-maatregelen voor PM10 aan de plandrempel van
25 microgram per/ m3.Maatregelen die getroffen worden met het oog op reductie van PM10 reduceren
over het algemeen ook PM2,5, hierdoor lijken extra maatregelen niet nodig. Voor een overzicht van de
exacte plandrempel per jaar zie de volgende publicatie.
Richtwaarde
Vanaf 1 januari 2010 geldt een richtwaarde van 25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde
concentratie (Wm bijlage 2 voorschrift 4.3). In de AMvB richtwaarden wordt beschreven hoe Nederland
de richtwaarden voor PM2,5 en andere stoffen wil behalen. In artikel 3 van de AMvB richtwaarden is
opgenomen dat de minister van VROM alle nodige maatregelen treft die geen onevenredige kosten
meebrengen, om de opgenomen richtwaarden in bijlage 2 van de Wm voor PM2,5 te bereiken. In de AMvB
wordt de minister van VROM als bestuursorgaan aangewezen om, voor zover mogelijk, te voldoen aan de
richtwaarde voor PM2,5. Vooralsnog worden geen maatregelen door andere overheden voorzien. In
principe is het evenwel mogelijk dat een enkele lokale bron PM2,5 uitstoot en ertoe leidt dat op een
bepaalde locatie niet aan de richtwaarde wordt voldaan. In zo'n geval kan ook het bevoegde gezag voor
die bron verplicht worden gesteld om door maatregelen die geen onevenredige kosten meebrengen de
richtwaarde voor zover mogelijk te bereiken, bijvoorbeeld bij de vergunningverlening.
Blootstellingsconcentratieverplichting (BCV) en richtwaarde inzake vermindering van de blootstelling
Om de grootschalige blootstelling aan PM2,5 op stedelijk niveau te verminderen geldt er vanaf 2015 een
blootstellingsconcentratieverplichting (BCV) van 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde
blootstellingsindex (GBI). De blootstellingsconcentratieverplichting van 20 mg/m3 geldt voor het
landelijk gemiddelde van de stedelijke achtergrondconcentraties (gemiddeld over drie jaar). Het voldoen
aan deze verplichting is primair een verantwoordelijkheid van het rijk. Reden hiervoor is dat de
blootstellingsconcentratieverplichting aan de hand van het landelijk gemiddelde van de stedelijke
achtergrondconcentraties (gemiddeld over drie jaar) is vormgegeven. Bij individuele besluiten kan hier
met andere woorden niet op een zinnige wijze aan worden getoetst. Dit kan wel op landelijk
(programma) niveau.
Daarnaast gelden per 2010 richtwaarden inzake de vermindering van de blootstelling van de mens, die
zijn gedefinieerd als percentage ten opzichte van de GBI in 2010. De GBI geeft de gemeten concentraties
op stedelijke achtergrondlocaties in Nederland weer, via middeling over een periode van 3 jaar. De
minister van VROM draagt in gevallen waarin de richtwaarde inzake vermindering van blootstelling
wordt overschreden of dreigt te worden overschreden zorg voor het nemen van maatregelen die geen
buitensporige kosten met zich meebrengen met het doel die richtwaarde te bereiken (Wm bijlage 2
voorschrift 4.6 en 4.7).
Wet en regelgeving
Wet milieubeheer (Wm)
In de Wet milieubeheer staan sinds 1 augustus 2009 kwaliteitseisen voor PM2,5. In bijlage 2 van de Wm
PM2,5
Infomil | 6
worden plandrempels, richtwaarden, een blootstellingsconcentratieverplichting en grenswaarden
opgenomen. De aanpak van PM2,5 is zowel gericht op lokale situaties als op algemene vermindering van
concentraties in stedelijke achtergrondgebieden.
AMvB richtwaarden
Op 1 augustus 2010 is de AMvB Richtwaarden (Besluit maatregelen richtwaarden luchtkwaliteitseisen) in
werking getreden die regels bevat ten aanzien van maatregelen gericht op het voor zover mogelijk
bereiken, binnen de daarvoor gestelde termijn, van de richtwaarden voor luchtkwaliteit en daarvoor
verantwoordelijke bestuursorganen aanwijst.
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl)
De Rbl is met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2009 onder andere met betrekking tot PM2,5 gewijzigd.
In veel gevallen wordt "zwevende deeltjes (PM10)" vervangen door "zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10)".
De overige wijzigingen ten aanzien van PM2,5 hebben betrekking op de nieuwe vaste meetpunten op
stedelijke achtergrondlocaties voor PM2,5 en regels voor het meten en te gebruiken
bemonsteringsmethode voor PM2,5. Voorts is de systematiek van het rapporteren over de luchtkwaliteit
afgestemd op de monitoring in het kader van het NSL. Overheden leveren in het vervolg jaarlijks
gegevens aan die nodig zijn om de luchtkwaliteit te kunnen berekenen op plaatsen waar de bevolking,
ten gevolge van bonnen die onder hun beheer staan, kan worden blootgesteld aan concentraties hoger
dan de grenswaarden (artikel 4 Rbl).
Aanpassing rekenmodellen
CAR, ISL2 en ISL3a
Het toevoegen van PM2.5 in het rekenhart en gebruikersschil van webbased CAR, ISL2 en ISL3a zal niet in
2011 plaatsvinden. Modeleigenaren kunnen voor zichzelf of klanten natuurlijk wel PM2,5 in hun modellen
opnemen.
Generieke invoergegevens
In 2010 zijn PM2.5 emissiefactoren bekend gemaakt op de website van het Ministerie van Infrastructuur en
Milieu.
Bronnen
•
•
PM2,5
Matthijsen, J. en Brink, H.M. ten (2007) PM2,5 in the Netherlands. Consequences of the new
European air quality standards, Rapport 500099001, Milieu- en Natuurplanbureau, Bilthoven.
Matthijsen, J., Koelemeijer, R.B.A. en Buijsman, E. ten (2007) Akkoord over nieuwe Europese
Richtlijn Luchtkwaliteit, MNP webbericht, 13 december 2007.
Infomil | 7
•
•
•
•
MNP (2007). Beleidsgeoriënteerd onderzoeksprogramma PM. MNP webbericht, maart 2007.
G.J.M. Velders, J.M.M. Aben, W.F. Blom, H.S.M.A. Diederen, G.P. Geilenkirchen, B.A. Jimmink,
A.F. Koekoek, R.B.A. Koelemeijer, J. Matthijsen, C.J. Peek, F.J.A. van Rijn, M.W. van Schijndel,
O.C. van der Sluis, W.J. de Vries (2009). Concentratiekaarten voor grootschalige
luchtverontreiniging in Nederland. Rapportage 2009, Rapport 500088005, Milieu- en
Natuurplanbureau, Bilthoven.
Velders, G.J.M., Matthijsen, J., Aben, Vries, W.J. de, (2007) Grootschalige PM2,5concentratiekaarten van Nederland. Een voorlopige analyse, Rapport 500088003, Milieu- en
Natuurplanbureau, Bilthoven.
Velders, G.J.M., Aben, J.M.M., Blom, W.F., Dam, J.D. van, Elzenga, H.E., Geilenkirchen, G.P.,
Hammingh, P., Hoen, A., Jimmink, B.A., Koelemeijer, R.B.A., Matthijsen, J., Peek, C.J.,
Schilderman, C.B.W., Sluis, O.C. van der, Vries, W.J. de, (2008) Concentratiekaarten voor
grootschalige luchtverontreiniging in Nederland. Rapportage 2008, Rapport 500088002, Milieuen Natuurplanbureau, Bilthoven.
Meer informatie
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Buringh, E, A. Opperhuizen. (2002). On health risks of ambient PM in the Netherlands. Rapport
650010032. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
Buijsman, E., Beck, J.P., van Bree, L., Cassee, F.R., Koelemeijer, R.B.A., Matthijsen, J., Thomas, R.,
Wieringa, K. (2005). Fijn stof nader bekeken. Rapport 500037008. Milieu- en Natuurplanbureau,
Bilthoven.
EU (2001). Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001
inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen. Publicatieblad
van de Europese Gemeenschappen No L 309/22.
EU (2005) Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004
betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de
lucht (link naar pdf-bestand). Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen No L 23/3,
26.1.2005 (4e dochterrichtlijn).
EU (2008). Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008
betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. Publicatieblad van de Europese
Unie L 152/1.
Infomil (2008). De belangrijkste wijzigingen door de nieuwe EU richtlijn.
EU (2008). Informatie over het luchtkwaliteitsbeleid van de Europese Unie.
Wet Milieubeheer (2007) Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer
(luchtkwaliteitseisen). Staatsblad 414. [Zoek in Staatsblad op 'Luchtkwaliteitseisen']
Folkert, R.J.M. et al. (2005). Consequences for the Netherlands of the EU thematic strategy on air
pollution. Rapport 500034002, Milieu en Natuur Planbureau, Bilthoven.
Matthijsen, J. en Visser, H. (2006). PM10 in Nederland; Rekenmethodiek, concentraties en
onzekerheden, Rapport 500093005. Milieu- en Natuurplanbureau, Bithoven.
Meer informatie over concentraties van stoffen in de lucht is te vinden op de website van het
Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.
[1] Knol, A. et al., Interpretatie van vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging, tijdschrift Milieu
jaargang 15 (2009), nr.1, 20-22
[2] Pope, C.A. et al., Lung cancer, cardiopulmonary mortality, and long-term exposure to fine particulate
PM2,5
Infomil | 8
air pollution. Journal of the American Medical Association 287 (2002) 1132-41
[3] Pope, C.A. et al., Fine-Particulate Air Pollution and life Expectancy in the United States, N. Engl.J. Med.
360 (2009) 376-386
[4] PBL, Milieubalans 2008, Bilthoven, september 2008
PM2,5
Infomil | 9
Colofon
Bron: http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaatlucht/luchtkwaliteit/wettelijk-kader/pm2-5/
Datum: 13 juli 2014
Dit is een publicatie van:
Kenniscentrum InfoMil
www.infomil.nl
Telefoon
088 602 93 00
Bezoekadres
Prinses Beatrixlaan 2
Den Haag
Postadres
Postbus 93144
2509 AC Den Haag
Kenniscentrum InfoMil is onderdeel van Rijkswaterstaat
Leefomgeving van Rijkswaterstaat, de uitvoeringsorganisatie van
het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Meer over
Rijkswaterstaat Leefomgeving vindt u op
www.rws.nl/leefomgeving. Meer over Rijkswaterstaat vindt u op
www.rws.nl