Op een andere manier aandacht voor het WK voetbal in Brazilië. Het

GOAL!
Op een andere manier aandacht voor het WK voetbal in Brazilië.
Het WK Voetbal 2014 wordt gehouden in Brazilië. Levendig Uitgever heeft daarvoor speciaal
een boek van een Braziliaanse fotograaf, Caio Vilela. Hij heeft in maar liefst 16 landen foto’s
gemaakt van voetballende kinderen. En in het boek staan feitjes en bijzonderheden over
voetbal in het land waar de foto is gemaakt.
1. Waar wordt gevoetbald?
2. Elk kind heeft recht op voetballen!
3. Voetbal is alleen voor jongens!?
Auteur Sean Taylor
ISBN 9789491740091
Pagina's 40
Uitvoering hard cover
Foto's Caio Vilela
Prijs € 12,50
Levendig Uitgever
http://boekwinkel.levendiguitgever.nl/
© Levendig Uitgever 2014
1. Waar wordt gevoetbald?
Achter in het boek GOAL! staat een kaart van de wereld. Op de kaart staat aangegeven waar
de foto’s in het boek zijn gemaakt. Van de landen die in het boek staan dus.
-
Laat de kinderen opzoeken en aanwijzen waar de deelnemende landen van het WK zich
liggen op de kaart. Je kunt er natuurlijk ook een wereldbol of atlas bij gebruiken.
De volgende landen doen mee aan de WK 2014:
Brazilië
Nederland
Spanje
Duitsland
Argentinië
Colombia
België
Uruguay
Zwitserland
Verenigde Staten
Mexico
Costa Rica
Honduras
Japan
Iran
Zuid-Korea
Australië
Chili
Ivoorkust
Frankrijk
Ecuador
Ghana
Algerije
Nigeria
Kameroen
Italië
Engeland
Portugal
Griekenland
Bosnië en Herzegovina
Kroatië
Rusland
Extra opdrachten:
- Laat de kinderen feitjes opzoeken over het voetbal in deze landen:
o Wanneer is de voetbalbond opgericht?
o Hoe vaak hebben ze aan een WK deelgenomen?
o Hoe ver zijn deze landen gekomen op een WK?
© Levendig Uitgever 2014
2. Elk kind heeft recht op voetballen!
Lees het verhaal Voetballen tussen de leeuwen van de volgende pagina voor. Bespreek: Welke
verschillen zijn er tussen hoe die jongens leven en hoe jij leeft? Wat vind je daarvan?
Bekijk het filmpje over kinderrechten van Klokhuis op http://www.hetklokhuis.nl/tvuitzending/484/KINDERRECHTEN.
Schrijf samen op het bord welke kinderrechten in het filmpje zijn genoemd. Vul de rechten die niet
genoemd zijn, zelf aan:
-
Een kind heeft recht op een huis
Een kind heeft recht op ouders
Een kind heeft recht op verzorging
Een kind heeft recht op veiligheid
Een kind heeft recht op onderwijs
Een kind heeft recht op vriendschap
Een kind heeft recht om te spelen
Een kind heeft recht op een eigen cultuur (gewoontes, gebruiken, tradities)
Een kind heeft recht op een eigen taal
Een kind heeft recht op zijn eigen godsdienst (geloof, mening, tradities)
Laat de kinderen in groepjes bespreken welke vijf rechten ze het belangrijkst vinden. Laat ze daarbij
gebruik maken van het filmpje en van het verhaal over Miguel en Juan. Van elk recht dat ze kiezen
maken de groepjes een presentatie op een vel A4: een tekening, collage of schilderij. Ze mogen het
kernwoord ook in mooie letters erop schrijven of stempelen.
Laat elk groepje hun kinderrechten presenteren aan de hele klas. Geef alle kinderrechten een mooie
plaats in de klas.
© Levendig Uitgever 2014
Voetballen tussen de leeuwen
Het is een zonnige dag. Miguel heeft heel veel zin om te gaan voetballen. Na schooltijd gaan
Miguel en Juan vaak voetballen op het plein voor de kathedraal van Léon, een oude
koloniale stad in Nicaragua. ‘Voetballen tussen de leeuwen’, zeggen ze dan tegen elkaar,
want voor de kathedraal staan grote standbeelden van leeuwen. De sokkels waarop de
leeuwen staan dienen dan als voetbaldoeltjes.
‘Heb je zin om mee te gaan voetballen?’, vraagt Miguel aan zijn vriendje. ‘Daar heb ik
vandaag helemaal geen tijd voor’, antwoordt Juan. ‘Ik moet vanmiddag nog langs de
terrassen om pinda’s, kauwgompjes en gelukspoppetjes te verkopen. En ik moet mijn
moeder helpen met schoonmaken. Dus …’
‘Veel plezier! Maar zullen we dan morgen afspreken bij de leeuwen? Je hoeft toch niet elke
dag langs die toeristen?’, zegt Miguel. ‘Moet lukken morgen, tot dan’, roept Juan terwijl hij al
wegloopt.
Juan komt uit een dorpje verderop, San Jacinto. Hij woont met zijn moeder in een huisje bij
de markt achter de kathedraal. ‘s Middags na school wordt hij er door zijn moeder
regelmatig op uitgestuurd om pakjes kauwgom en zakjes pinda’s te verkopen. En
traditionele gelukspoppetjes. Zo kan hij het weinige geld dat zijn moeder verdient met het
schoonmaken van de school, aanvullen.
De stad is altijd vol bezoekers. Die kopen altijd wel een pakje kauwgom of een zakje pinda’s
van Juan. Soms wil zijn moeder dat hij nog wat extra gaat verdienen. Bijvoorbeeld als een
van zijn broertjes of zusjes nieuwe schoenen nodig heeft. Dan mag Juan niet naar school,
maar moet hij de hele dag de straat op om te verkopen. Dan mist hij weer een lesdag.
Gelukkig legt Miguel hem dan alles uit wat ze die dag geleerd hebben. Maar dat is toch
anders … Het liefst gaat Juan gewoon zelf elke dag naar school, en gaat hij na schooltijd
lekker spelen!
De volgende dag …
‘Hé Juan, fijn dat je vandaag mee
komt voetballen tussen de
leeuwen!’, roept Miguel al van een
afstand als hij Juan ziet aankomen.
‘Ja, goed hè’, zegt Juan. ‘Ik ben
gisteren compleet uitverkocht, dus ik
heb nog alle tijd ook. En jij hebt je
voetbal al bij je. Misschien zijn er nog
wel meer jongens bij de leeuwen!’
Miguel slaat zijn arm om de
schouders van Juan. Zo lopen de
twee vrienden in de richting van de
kathedraal, dwars over het grote
plein. Om lekker een potje te gaan
voetballen.
© Levendig Uitgever 2014
3. Voetbal is alleen voor jongens!?
DOEL de leerlingen onderzoeken verschillen tussen jongens en meisjes, en hoe jongensof meisjesachtig ze zichzelf voelen
NODIG
 kopie van werkblad voor elke leerling
 kranten en tijdschriften
 scharen, lijm, A3-papier
Begin
Stel de leerlingen de volgende vragen. Steek je hand op
als: - jouw lievelingskleur roze
is. - je van voetbal houdt.
- je stoer bent.
- je van dansen houdt.
Lees de stellingen van het werkblad een voor een voor. De leerlingen die ja zeggen gaan aan de
linkerkant van het lokaal staan; de leerlingen die nee antwoorden aan de rechterkant. Vraag
steeds enkele leerlingen om hun keuze toe te lichten.
Kern
Laat de leerlingen in groepjes van alleen meisjes en alleen jongens bij elkaar een collage maken
over het WK Voetbal in Brazilië. Ze mogen hiervoor zelf bedenken of ze er bij willen schrijven,
tekenen, plaatjes van internet halen.
In het boek GOAL! kunnen de kinderen op zoek naar foto’s waar jongens en/of meisjes voetballen.
Staan er veel voetballende meisjes in? Wat vind je daarvan? Hoe zou dat komen?
Vergelijk de collages met elkaar. Kunnen de kinderen zelf zien welke door jongens gemaakt zijn en
welke door meisjes?
Afronden
Geef elke leerling een kopie van het werkblad. Laat de leerlingen individueel de vragen op het
werkblad beantwoorden. Laat ze tot slot op de lijn onderaan aangeven hoe jongens-/meisjesachtig
ze zichzelf vinden (kruisje op de lijn zetten). Laat leerlingen onderling bespreken of zij elkaars
zelfbeeld herkennen.
Vraag de kinderen om een hun oordeel over de stelling: voetbal is alleen voor jongens!?
Deze les is een bewerking van een
les uit de methode Kleur voor
levensbeschouwing vanuit sociaalemotionele thema’s. Meer
informatie over Kleur is te vinden
op www.kleuropschool.nl
© Levendig Uitgever 2014
Over jongens en meisjes
1. Jongens houden van andere kleuren dan meisjes
Ja, jongens houden van blauw en meisjes van roze. Dat is nu eenmaal zo …
Nee, jongens houden soms ook van roze of rood of paars, en meisjes van blauw of groen
of bruin.
Mijn lievelingskleuren zijn: …….
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet jongensachtig
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet meisjesachtig
2. Meisjes turnen en doen aan ballet, jongens voetballen en skateboarden
Ja, jongens doen stoere sporten en meisjes doen wat rustiger sporten.
Nee, meisjes doen ook aan voetbal of een vechtsport; er zitten ook jongens op ballet of
streetdance. En ze doen allebei aan hockey en korfbal.
Mijn favoriete sporten zijn: …….
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet jongensachtig
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet meisjesachtig
3. Je ziet al snel verschil bij kleine kinderen: jongens spelen met auto’s en blokken,
meisjes met poppen en knuffels
Ja, jongens spelen toch niet met poppen en meisjes toch niet met auto’s! Dat hoort niet!
Nee, jongens en meisjes kunnen allebei met poppen, auto’s of lego spelen.
Ik speelde als klein kind het liefst met: ……
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet jongensachtig
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet meisjesachtig
4. Meisjes gedragen zich vaak braver dan jongens. Jongens zijn luidruchtig, meisjes
zijn rustig.
Ja, dat maken we elke dag mee in de klas en op het schoolplein.
Nee, dat is echt onzin, meisjes kunnen heel luidruchtig en actief zijn en jongens heel rustig
en verlegen.
Ik gedraag me meestal: ………
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet jongensachtig
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet meisjesachtig
5. Meisjes mogen minder dan jongens; jongens hebben meer vrijheid dan meisjes
Ja, jongens mogen vaak later thuiskomen en mogen op jongere leeftijd op straat
spelen en alleen op pad. Met meisjes wordt voorzichtiger gedaan.
Nee, jongens en meisjes mogen gewoon hetzelfde op dezelfde leeftijd.
Ik mag van mijn ouders meer dan / minder dan / evenveel als meisjes/jongens
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet jongensachtig
Ik vind mezelf daarin heel erg / een beetje / helemaal niet meisjesachtig
© Levendig Uitgever 2014
Meisjes en jongens apart ?
Of lekker samen voetballen?