PeWe BSO Joepie - Timpaan Kindercentra

Pedagogisch Werkplan BSO Joepie
(voorheen Griffy)
Inhoudsopgave
Voorwoord
De stamgroepen
De verschillende ruimtes
Onze binnenruimte en gebruik ervan
Onze buitenruimte en gebruik ervan
De verschillende programma’s
Ons ochtendprogramma tijdens schoolvakanties of bij margedagen
Ons middagprogramma BSO in vakantieweken
Ons middagprogramma NSO in schoolweken
Vervoer, ontvangst van de kinderen
Vanuit de BSO naar school
Activiteiten
Ons spelmateriaal
Naar buiten
Radio, muziek, tv, computerspelen
Oplossen van conflicten tussen kinderen
Kindvolgsysteem
Observatie
Mentorschap
Onze locatie–eigen regels, tradities en rituelen
Eten en drinken
Taal/gedrag
Bus/vervoersregels
Overdracht naar ouders
Verjaardagen
Buiten spelen
Vanuit school naar de BSO
Verlaten van de stamgroep
De buitenschoolse opvang BSO Joepie is samen met Kinderdagverblijf Joepie
gevestigd aan de Groen van Prinstererstraat in Hoogezand. De ingang van BSO
Joepie is aan de Dreeslaan.
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
1
Voorwoord
Voor u ligt het Pedagogisch Werkplan van BSO Joepie
Dit pedagogisch werkplan maakt deel uit van ons pedagogisch beleid, bestaande uit:
1. Pedagogische beleidsplan
2. Pedagogische werkplannen (KDV/NSO/PSZ)
3. Protocollen/formulieren
4. Meldcode kinderopvang
Het pedagogisch werkplan beschrijft de dagelijkse gang van zaken, de manier waarop de
pedagogisch medewerkers hun kerntaak vervullen. Het is als het ware een concrete
uitwerking van ons algemeen pedagogisch beleid, dat als basis dient voor ons
pedagogisch handelen in al onze kindercentra.
Hierbij is het toetsingskader van de GGD op het gebied van pedagogisch handelen als
leidraad gebruikt. Het plan wordt jaarlijks in het teamoverleg besproken en er zijn altijd
momenten dat het bijgesteld kan worden.
Wij hopen u hiermee een duidelijke indruk te geven van hoe wij werken met de kinderen
BSO Joepie valt onder de regio-assistent Wendy Bethlehem
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
2
De stamgroepen
De stamgroepen
Leeftijdsopbouw van de stamgroepen/maximale omvang
Onze BSO bestaat uit maximaal 50 kinderen per dag in de leeftijd van 4 tot 12 jaar.
Er zijn 3 groepen voor BSO-opvang:
De stamgroep van 4 tot 12 jaar op de Gele groep
De stamgroep van 4 tot 12 jaar op de Blauwe groep
De stamgroep van 4 tot 12 jaar in de speelruimte
Iedere stamgroep heeft zijn eigen groepsruimte
Openingstijden:
Dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag
Tijden: maandag-, dinsdag- en donderdagmiddag van 14.00 - 18.30
woensdag- en vrijdagmiddag van 11.00 - 18.30
Vakanties/margedagen: 7.30 - 18.30.
Aantal medewerkers per groep
Wij werken volgens de landelijk gestelde wet- en regelgeving voor wat betreft het
leidster/kind-ratio. Onze medewerkers zijn gediplomeerde beroepskrachten.
Leeftijd groep
Aantal
pedagogisch
medewerkers
Maximaal aantal
kinderen
4 t/m 6 jaar
2
20
6 t/m 8 jaar
2
20
8 t/m 12 jaar
2
20
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
3
De wijze waarop onze beroepskrachten worden ingezet en eventueel worden ondersteund
door andere volwassenen
Op de maandag, dinsdag en donderdag starten er twee pedagogisch medewerkers (pmers) om 14.30 uur. De overige pm-ers komen om 15.00 uur. Er blijven 2 pm-ers tot
18.30 uur in het gebouw. Op de vrijdag is er 1 pm-er op de BSO aanwezig. Op het KDV
zijn tijdens de openingstijden van BSO Joepie ook medewerkers aanwezig, zij kunnen
eventueel bij de inzet van 1 pedagogisch medewerker op de BSO als achterwacht
fungeren.
Bij Joepie hebben we ook stagiaires: maximaal 1 per groep per dag. In de stagemap is
het schema van stagiaires te vinden.
In de vakanties beginnen er 2 pm-ers om 7.30 uur. Afhankelijk van het aantal kinderen
worden er pm-ers ingezet. Er zijn altijd 2 pm-ers tot 18.30 aanwezig.
Samenvoegen
Op rustige dagen, bijvoorbeeld de woensdag en vrijdag en tijdens vakanties, kunnen de
twee groepen worden samengevoegd.
Wennen
Als een kind voor het eerst naar de BSO komt, krijgen ouders/verzorgers altijd de
gelegenheid een korte activiteit met hun kind te doen of in gesprek te gaan met de
pedagogisch medewerker. Dit laatste geldt ook voor kinderen en hun ouders die al
geruime tijd het kindercentrum bezoeken. Op de BSO vindt dit moment plaats aan het
eind van de middag, wanneer ouders/verzorgers hun kinderen komen halen.
Voor nieuwe kinderen geldt, dat zij vaak even moeten wennen aan de eerste keren op
een kindercentrum. Voordat de opvang daadwerkelijk van start gaat, vindt er een
kennismakingsgesprek met (één van de) pedagogisch medewerkers of het locatiehoofd
plaats. We nodigen ouders uit om dit gesprek te doen op een moment dat het kind mee
kan naar de BSO. Bijzonderheden omtrent hun kind kunnen dan aangegeven worden en
de gang van zaken op het kindercentrum wordt uitgelegd. Daarnaast is er bij dit eerste
bezoek natuurlijk gelegenheid om samen met het kind een activiteit te doen (boekje
lezen, puzzel maken, het lokaal verkennen....). Ook pedagogisch medewerkers zullen
extra aandacht voor dit nieuwe kind hebben.
Mocht een kind in het begin moeite hebben met de nieuwe situatie op de BSO, dan zijn
de pedagogisch medewerkers meestal prima in staat om een kind te troosten en af te
leiden met een spel of activiteit. Als dit niet lukt, wordt de ouder/verzorger gevraagd het
kind (eerder) op te komen halen. Per kind wordt bekeken of het nodig is dat
ouders/verzorgers bij een volgend bezoek ook iets eerder komen.
Verlaten van de stamgroep
Kinderen kunnen om de volgende redenen een dag of dagdeel de stamgroep verlaten:
 De samenstelling van de kinderen maakt dat het kind meer aansluiting vindt bij
de andere groep wat betreft de leeftijd, speelgenootjes of aantal jongens en
meisjes.
 Het kind gaat wennen voor overplaatsing.
 Bij een lage kindbezetting worden stamgroepen samengevoegd. Dit op twee vaste
dagen per week, woensdag en vrijdag en in schoolvakanties.
 De pedagogisch medewerker doet activiteiten met de kinderen van de
verschillende stamgroepen. Dit kan een gerichte activiteit zijn met een bepaalde
leeftijdsgroep, een activiteit in een kleine setting of een activiteit met alle
kinderen die hier belangstelling voor hebben. De verdeling van kinderen is
gelijkmatig verdeeld over de locatie en/of groepen.
 Samenvoegen van groepen voor activiteiten met kinderen van dezelfde leeftijd.
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
4
Voorwaarden voor het verlaten van de stamgroep zijn dat het kind naast de eigen
stamgroep slechts bij één andere groep mag aansluiten en dat de ouders hiervan op de
hoogte zijn, uitgezonderd bij speciale activiteiten, zoals bij een voorleesoma of bij
themafeesten. Deze manier van werken ontwikkelt draagvlak bij pedagogisch
medewerkers, kinderen en ouders/oudercommissie.
Extra dagdeel
Binnen de locatie is het mogelijk om extra dagdelen van opvang af te nemen, onder de
geldende regels. Dit kan op de eigen stamgroep plaatsvinden, indien het leidster-kindratio dit toelaat. Als dit niet mogelijk is, kan een kind opgevangen worden op een andere
stamgroep op de locatie. Ouders/verzorgers tekenen hiervoor op het aanvraagformulier
van een extra dagdeel.
De verschillende ruimtes
Onze binnenruimte en het gebruik ervan
Wij werken vanuit 2 groepsruimtes en een speelruimte(hal). Deze groepsruimten
hebben aangrenzend elk nog 2 kleinere ruimtes. Deze ruimtes kunnen voor specifieke
activiteiten gebruikt worden, aangewezen door de pedagogisch medewerker.
De kinderen bij Joepie kunnen gebruik maken van de ruime centrale hal, nadat er
gegeten en gedronken is.
Wij zorgen ervoor dat de inrichting van de ruimte bijdraagt aan een gevoel van veiligheid
en geborgenheid bij kinderen. Bijvoorbeeld door de ruimte zo in te delen dat de kinderen
ongestoord kunnen spelen in verschillende hoeken waarin ze zich kunnen terugtrekken.
Bij de inrichting van de ruimte hebben wij zoveel mogelijk huiselijke elementen gebruikt
zoals een gewone eettafel, een keuken een woonkamerhoek.
Mededelingen worden op het memobord gemeld. Dit kan gaan over het Thema of andere
zaken bijv. het inleveren van bepaalde informatie. Bijzonderheden noteren wij in het
kantoorschrift dat alleen toegankelijk is voor de pm-ers. De overdracht aan het eind van
de dag vindt mondeling plaats tussen pm-ers en ouders.
Naast de opvang in de eigen basisgroep is het mogelijk gebruik te maken van diverse
speelhoeken. Bij activiteiten buiten de groep wordt gevraagd aan de kinderen wie er mee
wil. Daarbij gaat één van de twee pedagogisch medewerkers mee. Ook kan het voor
komen, dat activiteiten worden ontwikkeld voor beide basisgroepen. Er worden
afspraken gemaakt over welke pedagogisch medewerker meegaat voor het houden van
toezicht. De pedagogisch medewerkers kunnen dus met de aan hun toevertrouwde
kinderen uit de groep en/of aangrenzende groep voor een bepaalde activiteit gebruik
maken van andere ruimten. Kinderen die in hun vertrouwde groep willen blijven, kunnen
dit doen omdat hier altijd een mogelijkheid voor is.
Mochten er activiteiten plaatsvinden met een grote groep kinderen (> 30 kinderen), dan
zullen wij zorgen voor emotionele veiligheid. Vaak wordt er dan in kleinere groepjes
gewerkt en kijken we naar de leeftijd/aansluiting van de kinderen.
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
5
Nadat er gegeten en gedronken is, gaan de kinderen veelal hun eigen weg. Het ene kind
gaat lekker zitten lezen. Het andere kind zoekt leeftijdsgenootjes op en onderneemt
samen een spelactiviteit.
Onze buitenruimte en het gebruik ervan
De buitenruimte is ingericht met een schommel en een speelhuisje met glijbaan, dit staat
binnen het hek. Op korte afstand is het Gorechtpark, hier kan gespeeld worden onder
begeleiding.
Een consequentie van het pedagogisch beleid is dat er bij het aanbieden van alle
activiteiten (dus ook op het gebied van (buiten)ruimte, dier en natuur) niet uitgegaan
kan worden van de positie van de pedagogisch medewerker of van een regel zoals
“iedere dag met z’n allen naar buiten” of “nu met z’n allen koken” of “nu een uitstapje”.
Hiermee zou voorbij gegaan worden aan het individuele kind. Ligt bij dat ene kind de
belangstelling wel bij het dier? Was het niet net met een andere ontdekking bezig? Heeft
het andere kind niet de behoefte om binnen te blijven in verband met behoefte aan
veiligheid en is het buitenterrein voor dat moment niet te bedreigend?
Wanneer er dus een activiteit gepland wordt, zal dit altijd met een groepje kinderen zijn
dat dat graag wil. Er zal dus altijd gelegenheid moeten zijn voor de kinderen om bij een
andere pedagogisch medewerker te blijven.
Het veilig individueel of met een kleine groep naar buiten gaan, hebben we meegenomen
in de inrichting van de (buiten)ruimte.
De verschillende programma's
Ons ochtendprogramma tijdens schoolvakanties of bij margedagen
Eén pedagogisch medewerker zorgt ervoor dat de ouders en kinderen begroet worden,
de ander richt zich op de al aanwezige kinderen. Er is tijd voor een kort gesprek met de
ouder. Gevraagd wordt aan het kind hoe het met het kind is (afhankelijk van de leeftijd)
en of het wil gaan spelen met iets wat al klaar staat Wanneer een kind dit wil,vangt de
andere pedagogisch medewerker het op. Wil een kind dit samen met de ouder doen dan
volgt het korte ontmoetingspraatje later. Het gaat er dus om dat er bewuste aandacht is
voor de entree van het kind. Daarnaast is er ruimte voor het afscheid nemen. Het ene
kind wil graag samen met de pedagogisch medewerker de ouder uitzwaaien. Het andere
kind wil niet zwaaien maar direct spelen.
Wel zegt de ouder altijd even dat hij/zij weg gaat en wanneer het kind weer gehaald
wordt (“Ik ga nu, maar ik kom je vanmiddag weer halen”). Bij het halen is er tevens
bewuste aandacht voor ouder en kind conform bovenstaande.
Als de kinderen worden opgehaald, vertellen we aan de ouders hoe de dag verlopen is.
Het programma in de vakantieweken is nooit vaststaand. Samen met de kinderen worden
er plannen gemaakt wat er gedaan wordt in de vakantie. We houden het geplande thema
als leidraad. Tevens wordt er in de planning ruimte gelaten voor de kinderen om ook
activiteiten in te bedenken. Veelal doen we ook activiteiten met onze andere BSO in
Harkstede locatie Skippy. We doen dan bijvoorbeeld een sportactiviteit, Joepie tegen
Skippy.
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
6
Ons Programma tijdens schoolweken
Vervoer en ontvangst van de kinderen
Bij ons worden de kinderen lopend, met de Taxi (taxi Letmaath) of door onszelf in onze
eigen busjes van school gehaald. Ook kunnen ouders ervoor kiezen kinderen zelfstandig
naar Joepie te laten komen vanuit school. (*voetnoot 1)
Eenmaal op de BSO worden de kinderen opgevangen. Er is gelegenheid om iets te eten
en te drinken en de kinderen kunnen “hun verhaal” kwijt.
Achterwacht (bij afwijken beroepskracht-kind-ratio)
De beroepskrachten zijn niet alleen in het pand. Wanneer de beroepskracht kinderen
ophaalt van de scholen, en er dus 1 beroepskracht minder in het pand is (voor max. een
half uur) is de regio-assistent of de pedagogisch medewerker van het Kinderdagverblijf
de achterwacht. Zodat wanneer nodig, de pedagogisch medewerker terug kan vallen op
de collega. De betreffende collega is hiervan op de hoogte.
Activiteiten (ICC)
Eén keer per maand wordt tijdens het ontvangstmoment geïnventariseerd wat voor
activiteiten de kinderen willen doen. Dit wordt op een groot vel gezet, zodat de kinderen
er in de loop van de dag nog wat aan kunnen toevoegen. Uitgaande van de wensen van
de kinderen organiseren wij dan de activiteiten. Er zijn altijd meerdere activiteiten per
dag, zodat kinderen kunnen kiezen. Als kinderen geen zin hebben om met een
georganiseerde activiteit mee te doen, kunnen zij hun vrije tijd zelf indelen.
Ook bij de voorbereiding van de vakantieprogramma’s worden de kinderen betrokken,
bijvoorbeeld door een kindervergadering onder de BSO-tijd te beleggen.
De kinderen bepalen dus zelf hun bezigheden. Elk kind heeft daarbij een eigen
persoonlijkheid en interesse. De pedagogisch medewerker zorgt voor de
randvoorwaarden. Vanuit de activiteitenkeuze en afspraken daarover met de kinderen
zorgt de pedagogisch medewerker dat de benodigde materialen er zijn en dat de
kinderen weten hoe ze dit kunnen gebruiken. De pedagogisch medewerker loopt rond in
de verschillende ruimtes, kijkt toe en laat de kinderen zoveel mogelijk zelfstandig hun
activiteiten ontplooien. Bemoeienis werkt zelfs vaak storend. De pedagogisch
medewerker zorgt voor de emotionele veiligheid van de kinderen en voor het bewaken
van een goede sfeer.
Ons spelmateriaal
In de BSO-ruimte bieden wij verschillende spelmaterialen aan, afgestemd op de
verschillende leeftijden van de kinderen. Wij stemmen regelmatig met de kinderen af of
er nog behoefte is aan andere materialen. Soms gaan we samen naar de winkel om
nieuw materiaal aan te kopen.
Naar buiten
Het buiten zijn is iets wat we de kinderen graag willen bieden. Met name omdat zij
overdag al op school zitten en er vaak behoefte is aan buitenlucht en beweging. Dit
betekent dat we zoveel mogelijk met de kinderen naar buiten gaan en zorg besteden
aan het spelmateriaal en op zijn tijd met de kinderen naar het park, strand of bos gaan.
’s Winters als de mogelijkheid er is gaan we schaatsen op de vijver en zomers lekker met
water buiten spelen.
Voetnoot 1) in afstemming met onze verzekeringsmaatschappij ligt de verantwoordelijkheid van de kinderen
bij de ouders als zij ervoor kiezen kinderen zelfstandig vanuit school naar de BSO te laten komen.
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
7
Radio, muziek, televisie en computerspelen
Bij het gebruik van televisie en radio zien we dat het nodig is om bewust met het aanbod
om te gaan. (maximaal 1/2 uur per dag, tijdens vakantie kan en mag het langer zijn ).
We kiezen ervoor zowel de televisie als de radio niet de gehele dag aan te zetten.
Dit geluid kan een inbreuk zijn en een mechanische toevoeging die niet wenselijk is voor
kinderen. Het kan afleiden van de betrokkenheid voor spel en/of andere bezigheden.
De kinderen mogen in de BSO gebruik maken van de televisie/computer in overleg met
de pedagogisch medewerker. De kinderen laten hun eigen computerspelen thuis. Wij
bieden de kinderen zelf materiaal aan waaronder een computer met spelletjes.
Kinderen laten mobiele telefoons in de tas. Hier wordt in de opvang niet mee gespeeld.
Oplossen van conflicten tussen kinderen
Bij een conflict grijpen we niet direct in. Veel meningsverschillen spelen zich af in een
paar seconden en dan lost het zich vanzelf op. Kinderen zijn over het algemeen capabel
om zelf een aanvaring op te lossen. Ingrijpen is pas nodig als het gevaarlijk wordt of als
er ruzie ontstaat en deze maar blijft doorgaan, als de partijen te ongelijk zijn, of als er
iets vernield wordt.
Wij letten hierbij op het volgende:
1 Wij nemen een neutrale houding aan en trekken geen partij.
2 Wij gaan naar de kinderen toe en stoppen hun gedrag met woorden en soms met
daden. De kinderen worden uit elkaar gehaald, of het voorwerp waarom ‘gevochten’
wordt, wordt even afgenomen.
3 Wij spreken de kinderen aan volgens de principes van Gordon door middel van ikboodschappen en actief luisteren. Wij stellen neutrale vragen zoals “Wat is er aan de
hand?”
Wij helpen om de ruzie op te lossen door middel van overleg. De kinderen bedenken zelf
een oplossing (de pedagogisch medewerker kan wel oplossingen aandragen). Er wordt
nagegaan of de oplossing goed begrepen wordt en of iedereen het er mee eens is.
Wanneer een kind met regelmaat ontoelaatbaar gedrag laat zien, dan zal er een gesprek
met ouders plaats vinden.
Kindvolgsysteem
Hoe observeren en volgen wij de kinderen in hun ontwikkeling (BSO)?
De individuele rapportage bestaat uit een observatieverslag. Er is een observatieformulier
beschikbaar dat als standaard formulier kan dienen. Tevens is er een toelichting welke
handvatten geeft om het observatieformulier in te vullen. In de toelichting staat een
advies met betrekking tot de frequentie van het observeren en de communicatie naar
ouders toe. De ouders ontvangen een kopie van het observatieverslag. De bedoeling is er
een oudergesprek aan te koppelen (+ kindgesprek bij BSO). In het Protocol
Kindvolgsysteem zijn hier richtlijnen voor opgenomen. Bij eventuele ontwikkelingsproblemen volgen de pedagogisch medewerkers het Protocol Signalering van mogelijke
ontwikkelingsproblemen.
Mentorschap
Om de overdracht tussen ouders en de pedagogisch medewerkster te optimaliseren
werken wij met het mentorschap. Een mentor is verantwoordelijk voor de intake en de
wenperiode van het kind. Voor de ontwikkeling van het kind en het volgen hiervan
gedurende de opvang, levert het mentorschap een goede bijdrage. De mentor voert de
oudergesprekken dat één keer per jaar plaatsvindt. Als de ouders iets bijzonders over het
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
8
kind en/of thuissituatie willen bespreken, is de mentor daarvoor de aangewezen persoon.
Het is de verantwoordelijkheid van de mentor om de collega's te informeren. Voor de
dagelijkse opvang van het kind verandert er niets. Bij de haal- en brengmomenten geeft
de ouder informatie door aan de pedagogisch medewerkster die op dat moment op de
groep werkt en deze informeert de ouder bij het ophalen van het kind over hoe zijn/haar
dag is verlopen.
Onze locatie-eigen regels, tradities en rituelen
Eten en drinken
Het eet en drinkmoment is/hoort een gezellig tafelmoment zijn voor de kinderen.
De kinderen hebben bij ons keuzemogelijkheid voor wat betreft het broodbeleg.
Iedere kind leert zijn eigen boterham te smeren. In het begin, waarnodig met
ondersteuning van de pedagogisch medewerker.
-Voor het eten gaan wij naar het toilet en wassen de handen.
-Wij verplichten de kinderen niet om hun korsten op te eten.
-Wij gaan pas van tafel als iedereen is uitgegeten.
-Na het eten brengt ieder kind zijn eigen bord en beker naar de keuken.
Ieder kind start met een boterham. Na de eerste boterham mag het kind maximaal twee
crackers. Wil een kind nog een boterham dan kan dat.
Taal/gedrag
Vloeken is niet toegestaan. Mocht het voorkomen dat kinderen dit toch doen, dan worden
ze daar op gewezen. Als het vaak voorkomt, dan voeren wij een open gesprek. Wij
leggen daarin uit waarom wij willen dat er niet gevloekt wordt bij de BSO. Als zo’n
gesprek heeft plaats gevonden wordt dit teruggekoppeld naar de betreffende ouders.
Mocht het probleem zich steeds herhalen, dan gaan wij in gesprek met de betreffende
ouders om samen te kijken naar een oplossing.
We leren de kinderen zorgvuldig om te gaan met spullen van henzelf, van
groepsgenoten en van BSO Joepie.
(Taxi) vervoersregels
 Kinderen tot 1.35 meter moeten op een stoel verhoger
 Gordel altijd om
 Gordel pas losmaken als de bestuurder het zegt
 In- en uitstappen met de bestuurder; samen kijken of het veilig is
 Indien de bestuurder de school binnengaat terwijl de rest van de kinderen in de bus
blijft,dan houden deze kinderen de gordel om en blijven ze op hun stoel zitten
 Kinderen mogen niet voorin, tenzij het niet anders kan
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
9
Overdracht naar ouders
De overdracht gebeurt mondeling naar de ouders. Op aanvraag kan een persoonlijk
gesprek plaatsvinden met de ouders.
Verjaardagen
Als de kinderen in de BSO hun verjaardag willen vieren dan is daar ruimte voor. Kiest
een kind om het niet te doen dan is dat ook prima.
Ons kindercentrum in de wijk
In Hoogezand kan er gebruik gemaakt worden van de openbare bibliotheek,
sportvelden/hallen, een openbaar zwembad, een gymnastiekzaal, verschillende
natuuromgevingen (bos, park) en de kinderboerderij.
Ontdekken in een natuurlijke omgeving
Wij willen zoveel mogelijk met de kinderen naar buiten zodat ze de natuurlijke omgeving
zelf kunnen verkennen. Pas dan kunnen kinderen zich helemaal vrij ontwikkelen. Ze
ervaren dan de vrijheid van de natuur en hun persoonlijke vrijheid.
Buiten spelen stimuleert de motoriek
De motoriek wordt gestimuleerd door te rennen, te klimmen, te klauteren en te springen.
De fijne motoriek wordt gestimuleerd door het spelen met zand, met stokken in het zand
tekenen, steentjes oppakken enzovoort.
Ook ervaren de kinderen de weersverschillen en dat daar ook veel plezier mee te beleven
is. Met regen kunnen ze het water opvangen, onder een paraplu lopen, het tikken van de
regendruppels horen, stampen in de plassen, hutjes maken om te schuilen enzovoort.
Sneeuw en hagel voelen anders aan en met wind kun je spelen. Van de kou hebben de
kinderen geen last, we kleden ze goed aan. Dit maakt het mogelijk om bij ieder weertype
naar buiten te gaan!
Bij mooi weer zorgen we voor beschutting tegen de zon, insecten, verkoeling en genoeg
drinken. Zo kunnen de kinderen hele (mid)dagen buiten vertoeven!
Leren omgaan met dieren
Door buiten te spelen leren de kinderen hun lichaam kennen en gezond te houden. Het
maakt hen zelfverzekerd, gezond en leergierig.
Ook dieren zijn een belangrijk onderdeel in het buiten spelen. De kinderen leren
verantwoordelijkheid te dragen door dieren te verzorgen en abstracte begrippen als zacht
aaien, voorzichtig doen enzovoort. Het bevordert ook de sociaal-emotionele ontwikkeling
Om nabij dieren te komen gaan we met enige regelmaat naar de kinderboerderij. Als de
kinderen buiten zijn, is er altijd een volwassene om op terug te vallen.
Versie 4 – april 2014
Pedagogisch Werkplan BSO Joepie (vh Griffy)
10